Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wien 1
wiens 4
wier 2
wij 104
wijden 1
wijn 6
wijs 1
Frequency    [«  »]
112 door
110 heeft
106 wat
104 wij
99 er
96 tot
84 over
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

wij

    Chapter, Verse
1 Prol, 6 | 6 Te allen tijde moeten wij Hem dan ook met zijn eigen 2 Prol, 8 | 8 Laten wij dan eindelijk eens opstaan, 3 Prol, 9 | goddelijk licht, moeten wij met een aandachtig oor luisteren 4 Prol, 21| 21 Laten wij dan onze lendenen omgorden 5 Prol, 21| volbrengen van het goede, en gaan wij dan, geleid door het Evangelie, 6 Prol, 22| 22 Als wij in zijn tent, dat wil zeggen 7 Prol, 22| Rijk, willen wonen, zullen wij daar slechts kunnen komen 8 Prol, 23| 23 Maar ondervragen wij de Heer zelf met de woorden 9 Prol, 35| verwacht nu van ons, dat wij nu ook metterdaad elke dag 10 Prol, 39| 39 Wij hebben de Heer nu ondervraagd, 11 Prol, 39| voorwaarden men er kan wonen. Als wij nu ook maar die plichten 12 Prol, 40| 40 Laten wij ons hart en lichaam dan 13 Prol, 41| voor onze natuur, vragen wij dan aan de Heer, dat Hij 14 Prol, 42| 42 Wanneer wij de straffen van de hel dan 15 Prol, 43| 43 dan moeten wij thans, nu er nog tijd is 16 Prol, 43| thans, nu er nog tijd is en wij nog in dit lichaam verkeren, 17 Prol, 45| 45 Wij willen daarom een oefenschool 18 Prol, 46| 46 In haar opzet hopen wij niets te bepalen dat te 19 Prol, 50| 50 Laten wij dan ook nooit afwijken van 20 1, 13 | 13 Wij laten hen dan ook voor wat 21 2, 20 | of vrije man, allen zijn wij één in Christus" en dragen 22 2, 21 | 21 De enige grond, waarop wij door Hem verschillend beoordeeld 23 2, 21 | beoordeeld worden, is, of wij beter blijken te zijn dan 24 2, 25 | van de tucht, dan manen wij hem aan hen streng te straffen 25 3, 3 | 3 De reden nu waarom wij hebben vastgesteld, dat 26 4, 76 | 76 Als wij ze dag en nacht zonder ophouden 27 4, 78 | 78 De werkplaats waar wij dit alles met toeleg moeten 28 6, 1 | 1 Laten wij doen wat de profeet zegt: " 29 6, 8 | lachlust op te wekken wijzen wij voor altijd en overal van 30 6, 8 | en overal van de hand en wij staan niet toe, dat een 31 7, 5 | 5 Daarom, broeders, als wij de toppen van de hoogste 32 7, 5 | nederigheid willen bereiken, als wij snel willen komen tot die 33 7, 6 | 6 dan moeten wij voor de opvaart van onze 34 7, 9 | van die ladder zijn - naar wij menen - ons lichaam en onze 35 7, 9 | zelftucht ingevoegd, waarlangs wij omhoog moeten klimmen.~ 36 7, 19 | 19 Dat wij onze eigen wil niet mogen 37 7, 20 | En in dezelfde zin vragen wij God in het gebed des Heren, 38 7, 21 | eigen wil niet te doen, als wij ons willen hoeden voor wat 39 7, 22 | 22 en als wij tevens met schrik bedenken 40 7, 23 | het vlees betreft moeten wij geloven, dat God altijd 41 7, 24 | 24 Wij moeten dan ook op onze hoede 42 7, 28 | dag en nacht, alles wat wij doen aan de Heer melden, ~ 43 7, 29 | 29 dan moeten wij, broeders, op ieder uur 44 7, 29 | wel eens kunnen zien "hoe wij ons tot het kwaad keren 45 7, 30 | barmhartig is en wacht of wij niet tot inkeer willen komen, 46 7, 38 | mond: "Om uwentwil worden wij iedere dag opnieuw ter dood 47 7, 39 | Maar in dit alles behalen wij de overwinning door toedoen 48 7, 41 | ons erop te wijzen, dat wij onder een overste moeten 49 9, 1 | 1 In de winter, zoals wij die hierboven omschreven 50 11, 2 | blijven: nadat er eerst zoals wij boven hebben vastgesteld, 51 11, 8 | de hymne "U, God, loven wij" aan. ~ 52 13, 13 | zeggen: "Vergeef ons zoals wij vergeven", zich zuiveren 53 14, 1 | nachtgetijden gevierd zoals wij gezegd hebben, dat ze op 54 16, 2 | heilig getal zeven zullen wij waar maken, als wij de plichten 55 16, 2 | zullen wij waar maken, als wij de plichten van onze dienstbaarheid 56 16, 5 | 5 Op deze uren moeten wij dan ook onze lofzangen doen 57 16, 5 | Completen, en 's nachts moeten wij opstaan om Hem te loven.~ ~ ~ 58 17, 1 | en ochtendgetijden hebben wij de regeling van het psalmgezang 59 17, 1 | psalmgezang al vastgesteld: laten wij nu de volgende Uren nog 60 18, 18 | worden uitgevoerd zoals wij dat hierboven hebben vastgesteld.~ 61 18, 22 | 22 Vóór alles dringen wij hierop aan: als iemand deze 62 18, 25 | 25 als wij immers lezen, dat onze heilige 63 18, 25 | één dag verrichtten, wat wij, lauwe monniken, toch wel 64 19, 1 | 1 Wij geloven, dat God overal 65 19, 2 | 2 Maar laten wij het toch vooral zonder enige 66 19, 2 | enige twijfel geloven, als wij deelnemen aan het dienstwerk 67 19, 3 | 3 Wij moeten dan ook altijd indachtig 68 19, 6 | 6 Laten wij dan bedenken, in welke gesteltenis 69 19, 6 | bedenken, in welke gesteltenis wij voor het aanschijn van God 70 19, 7 | 7 en verrichten wij ons psalmgezang , dat 71 20, 1 | 1 Als wij aan hooggeplaatste mensen 72 20, 1 | willen voorleggen, durven wij dit slechts doen met nederigheid 73 20, 3 | 3 En laten wij wel beseffen, dat wij niet 74 20, 3 | laten wij wel beseffen, dat wij niet verhoord zullen worden 75 21, 7 | Ook voor de prior bepalen wij hetzelfde.~ ~ ~ 76 34, 2 | 2 Daarmee willen wij niet zeggen, dat er aanzien 77 39, 1 | 1 Wij zijn van mening, dat twee 78 40, 2 | 2 en daarom durven wij slechts met een zekere angstvalligheid 79 40, 3 | 3 Als wij nu rekening houden met het 80 40, 3 | onvermogen van de zwakken, zijn wij toch van mening, dat één 81 40, 6 | 6 Wij lezen weliswaar, dat wijn 82 40, 6 | elk geval voor zorgen, dat wij niet drinken tot verzadigens 83 40, 9 | 9 Want daar dringen wij vooral met kracht op aan, 84 42, 5 | Gesprekken" bijwonen, zoals wij reeds gezegd hebben. ~ 85 43, 4 | 95 komt - daarom willen wij, dat die heel slepend en 86 43, 7 | 7 De reden nu, waarom wij bepaald hebben, dat zij 87 48, 2 | 2 Wij menen dan ook die beide 88 49, 2 | zoveel deugd bezitten, raden wij de monnik aan om in die 89 49, 4 | juiste manier gebeuren, als wij paal en perk stellen aan 90 49, 4 | aan onze ondeugden en als wij ons toeleggen op het gebed 91 49, 5 | aan de gewone dagtaak die wij al verschuldigd zijn: bijzondere 92 53, 14 | voetwassing zegt men het vers: "Wij hebben, o God, uw barmhartigheid 93 53, 24 | hij hen nederig - zoals wij gezegd hebben - vraagt de 94 55, 4 | 4 Zelf menen wij, dat in gematigde streken 95 63, 7 | degenen aan wie de abt, zoals wij zeiden, na rijp beraad een 96 64, 14 | 14 Daarmee willen wij niet zeggen, dat hij de 97 65, 12 | mogelijk is moet men - zoals wij dat boven al hebben vastgesteld - 98 66, 8 | 8 Wij willen dat deze Regel vaak 99 70, 2 | 2 Daarom bepalen wij, dat niemand gerechtigd 100 71, 3 | vanzelfsprekend voorrang - en wij willen niet dat persoonlijke 101 73, 1 | 1 Deze Regel hebben wij dan geschreven om door de 102 73, 1 | kloosters te tonen, dat wij reeds enigermate eerzaam 103 73, 4 | aanwijzingen voor ons, hoe wij regelrecht tot onze Schepper 104 73, 9 | en deugd bereiken, waarop wij zojuist gewezen hebben.


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License