Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
heen 3
heengaat 2
heengegaan 1
heer 62
heerlijkheid 2
heerschappij 1
heersen 1
Frequency    [«  »]
67 4
67 hebben
63 bij
62 heer
61 5
60 iets
56 mag
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

heer

   Chapter, Verse
1 Prol, 3 | ware Koning: Christus de Heer, en die daartoe de sterke 2 Prol, 14| 14 En terwijl de Heer temidden van al die mensen 3 Prol, 19| broeders, dan deze stem van de Heer, die ons uitnodigt? ~ 4 Prol, 20| in zijn goedheid toont de Heer ons de weg ten leven. ~ 5 Prol, 23| Maar ondervragen wij de Heer zelf met de woorden van 6 Prol, 23| woorden van de profeet: "Heer, wie mag wonen in uw tent? 7 Prol, 24| luisteren, broeders, naar de Heer, die ons het antwoord geeft 8 Prol, 29| 29 Die de Heer vrezen en daarom niet groot 9 Prol, 29| zijn, maar dat het door de Heer bewerkt wordt; ~ 10 Prol, 30| 30 die daarom de Heer verheerlijken, die in hen 11 Prol, 30| te zeggen: "Niet aan ons, Heer, niet aan ons, maar aan 12 Prol, 32| roemt, moet hij roemen op de Heer". ~ 13 Prol, 33| 33 Vandaar dat ook de Heer in het Evangelie zegt: " 14 Prol, 35| 35 Aldus besluit de Heer zijn onderricht en verwacht 15 Prol, 38| in zijn goedheid zegt de Heer: "Ik wil niet de dood van 16 Prol, 39| 39 Wij hebben de Heer nu ondervraagd, broeders, 17 Prol, 41| natuur, vragen wij dan aan de Heer, dat Hij ons met de hulp 18 Prol, 45| stichten voor de dienst van de Heer. ~ 19 1, 8 | in de schaapstal van de Heer opgesloten maar in die van 20 2, 8 | herder bij het oordeel van de Heer vrijuit gaat, als hij alle 21 2, 9 | hij met de profeet tot de Heer zeggen: "Uw gerechtigheid 22 2, 20 | en dragen onder dezelfde Heer de gelijke last van onze 23 2, 38 | over evenveel zielen aan de Heer rekenschap zal moeten geven 24 3, 3 | moeten worden, is, dat de Heer vaak aan een jongere openbaart 25 4, 1 | de eerste plaats: God de Heer liefhebben met geheel zijn 26 4, 61 | indachtig dit gebod van de Heer:~ "Doet wat zij zeggen, 27 4, 76 | oordeel weer inleveren, zal de Heer ons het loon uitbetalen, 28 5, 5 | 5 Over hen zegt de Heer: "Op het eerste gehoor heeft 29 5, 11 | de smalle weg waarvan de Heer zegt: "Smal is de weg die 30 5, 13 | zich naar dat woord van de Heer, waar Hij zegt: "Ik ben 31 7, 3 | hiervoor wacht, als hij zegt: "Heer, mijn hart is niet hoogmoedig, 32 7, 8 | nederig is geworden, door de Heer naar de hemel worden opgericht.~ 33 7, 23 | omdat de profeet tot de Heer zegt: "Al mijn begeerte 34 7, 26 | 26 Als dus de ogen van de Heer goeden en kwaden gadeslaan, ~ 35 7, 27 | 27 en de Heer vanuit de hemel voortdurend 36 7, 28 | alles wat wij doen aan de Heer melden, ~ 37 7, 32 | laten naar dit woord van de Heer: "Ik ben niet gekomen om 38 7, 34 | overste onderwerpt, om zo de Heer na te volgen van wie de 39 7, 37 | sterk zijn en verdraag de Heer". ~ 40 7, 38 | mogelijke tegenkantingen voor de Heer moet verdragen, legt zij 41 7, 45 | weg die gij gaat aan de Heer en vertrouw op Hem". ~ 42 7, 46 | Belijdt uw schuld voor de Heer, want Hij is goed, want 43 7, 48 | ongerechtigheden voor de Heer aanklagen', en Gij hebt 44 7, 65 | neergeslagen ogen sprak: "Heer, ik zondaar ben niet waardig 45 7, 70 | 70 Dit zal de Heer zeker in zijn arbeider, 46 9, 1 | driemaal het vers gezongen: "Heer, open mijn lippen en mijn 47 18, 1 | vers "God, kom mij te hulp; Heer, haast u mij te helpen" 48 19, 1 | en dat "de ogen van de Heer op iedere plaats goeden 49 19, 3 | profeet zegt: "Dient de Heer met vreze" ~ 50 20, 2 | meer dan moet men tot de Heer, de God van het heelal, 51 23, 2 | dan wordt hij, zoals onze Heer dat bevolen heeft eenmaal 52 25, 4 | behouden zij op de dag van de Heer".~ 53 28, 5 | 5 opdat de Heer die alles vermag, de genezing 54 35, 16 | Gezegend zijt Gij, God en Heer, die mij hebt bijgestaan 55 35, 17 | God, kom mij te hulp; Heer, haast u mij te helpen". ~ 56 38, 3 | in het koor het vers: "Heer, open mijn lippen, en mijn 57 39, 9 | 9 zoals onze Heer het zegt: "Ziet toe, dat 58 58, 21 | vers aan: "Neem mij aan, Heer, volgens uw woord en ik 59 61, 4 | zichzelf na te gaan, of de Heer hem wellicht niet juist 60 61, 10 | dienaar is van dezelfde Heer, soldaat van dezelfde Koning.~ 61 63, 13 | beschouwd wordt, wordt "Heer" en "Abt" genoemd, niet 62 64, 21 | volbracht heeft, van de Heer mogen vernemen wat de goede


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License