Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
valse 1
valsheid 1
valt 2
van 590
vanaf 1
vandaag 2
vandaar 1
Frequency    [«  »]
-----
1302 de
606 en
590 van
581 het
409 hij
359 zijn
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

van

1-500 | 501-590

                                                       bold = Main text
    Chapter, Verse                                     grey = Comment text
1 Prol, 1 | zoon, naar de richtlijnen van uw meester, en neig het 2 Prol, 1 | meester, en neig het oor van uw hart: aanvaard gewillig 3 Prol, 1 | gewillig de vermaningen van uw liefdevolle vader en 4 Prol, 2 | om zo door de inspanning van uw gehoorzaamheid weer tot 5 Prol, 2 | weer tot Hem terug te keren van wie u zich door de slapheid 6 Prol, 2 | u zich door de slapheid van de ongehoorzaamheid hebt 7 Prol, 3 | moogt zijn, die afstand doet van uw eigen wil om in dienst 8 Prol, 3 | wil om in dienst te treden van de ware Koning: Christus 9 Prol, 3 | sterke en roemrijke wapenen van de gehoorzaamheid opneemt.~ 10 Prol, 8 | opstaan, gewekt door het woord van de Schrift: "Het is tijd 11 Prol, 13| voort, zolang gij het licht van het leven bezit, opdat de 12 Prol, 13| bezit, opdat de duisternis van de dood u niet overvalle".~ 13 Prol, 14| terwijl de Heer temidden van al die mensen wie Hij dit 14 Prol, 17| hebben, weerhoud dan uw tong van het kwade en laat uw lippen 15 Prol, 17| taal spreken. Keer u af van het kwaad en doe het goede, 16 Prol, 19| broeders, dan deze stem van de Heer, die ons uitnodigt? ~ 17 Prol, 21| trouw in het volbrengen van het goede, en gaan wij dan, 18 Prol, 23| Heer zelf met de woorden van de profeet: "Heer, wie mag 19 Prol, 28| influisteringen wegstoot van vóór de ogen van zijn hart 20 Prol, 28| wegstoot van vóór de ogen van zijn hart en hem volkomen 21 Prol, 28| machteloos maakt door het gebroed van zijn ingevingen aan te grijpen 22 Prol, 31| de Apostel Paulus niets van zijn prediking aan zichzelf 23 Prol, 33| zegt: "Wie deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, 24 Prol, 35| onderricht en verwacht nu van ons, dat wij nu ook metterdaad 25 Prol, 36| 36 Daarom worden de dagen van dit leven met het oog op 26 Prol, 36| het oog op een verbetering van ons slecht gedrag bij wijze 27 Prol, 36| slecht gedrag bij wijze van uitstel verlengd, ~ 28 Prol, 38| Heer: "Ik wil niet de dood van de zondaar, maar dat hij 29 Prol, 39| broeders, over de bewoner van zijn tent en hebben vernomen 30 Prol, 39| nu ook maar die plichten van de bewoner nakomen. ~ 31 Prol, 41| dat Hij ons met de hulp van zijn genade wil bijstaan. ~ 32 Prol, 42| Wanneer wij de straffen van de hel dan ook willen ontvluchten 33 Prol, 43| dit alles bij het licht van dit leven te volbrengen,~ 34 Prol, 45| stichten voor de dienst van de Heer. ~ 35 Prol, 47| gronden voor de verbetering van fouten en het behoud van 36 Prol, 47| van fouten en het behoud van de liefde vereist wordt, ~ 37 Prol, 48| en ontvlucht niet de weg van het heil, die aanvankelijk 38 Prol, 49| liefde voort langs de weg van Gods geboden. ~ 39 Prol, 50| wij dan ook nooit afwijken van hetgeen Hij ons geleerd 40 Prol, 50| te nemen aan het lijden van Christus, en zo te verdienen 41 Prol, 50| ook deelgenoten te worden van zijn Rijk. Amen.~ ~ ~ 42 1, 2 | De eerste soort is die van de cenobieten: dat wil zeggen 43 1, 3 | er een tweede soort, die van de anachoreten: dat wil 44 1, 3 | meer door de eerste ijver van hun monnikenleven gedreven 45 1, 4 | 4 met de steun van de gemeenschap geschoold 46 1, 5 | zij zich in de gelederen van de broeders hebben geoefend 47 1, 5 | woestijn, zijn zij met de steun van God sterk genoeg om verder 48 1, 5 | bieden aan de aanvechtingen van het vlees en hun gedachten. ~ 49 1, 6 | slechte soort monniken, is die van de sarabaieten. Zij zijn 50 1, 8 | herder, niet in de schaapstal van de Heer opgesloten maar 51 1, 8 | Heer opgesloten maar in die van henzelf. Als enige wet hebben 52 1, 10 | gast blijven in de cellen van de verschillende monniken. ~ 53 1, 11 | woonplaats. Zij zijn de slaven van hun eigen grillen en hun 54 1, 12 | erbarmelijke levenswijze van al deze mensen kan men beter 55 2, 1 | is aan het hoofd te staan van een klooster, moet altijd 56 2, 1 | men hem noemt, en de naam van overste met daden waar maken. ~ 57 2, 2 | immers de vertegenwoordiger van Christus te zijn in het 58 2, 3 | 3 volgens het woord van de Apostel: "Gij hebt een 59 2, 3 | Apostel: "Gij hebt een geest van kindschap ontvangen, die 60 2, 5 | leer moeten als een desem van goddelijke gerechtigheid 61 2, 5 | gerechtigheid de harten van zijn leerlingen doordringen. ~ 62 2, 6 | leer én de gehoorzaamheid van zijn leerlingen - beide 63 2, 6 | schrikwekkend oordeel Gods voorwerp van onderzoek zullen zijn. ~ 64 2, 7 | enig tekort in de opbrengst van zijn schapen zou ontdekken. ~ 65 2, 8 | de herder bij het oordeel van de Heer vrijuit gaat, als 66 2, 10 | overweldigen die zich niets van zijn zorgen hebben aangetrokken.~ 67 2, 11 | Als iemand dus het ambt van abt aanvaardt, moet hij 68 2, 14 | 14 en zou God omwille van zijn zonden wel eens tot 69 2, 14 | en uw mond vol te hebben van mijn Verbond, terwijl gij 70 2, 15 | naar de splinter in het oog van uw broeder staan kijken, 71 2, 17 | iemand een hogere graad van deugd en gehoorzaamheid 72 2, 18 | krijgen boven iemand die van slaaf monnik wordt, tenzij 73 2, 19 | ook bij de rangbepaling van elkeen, volgens deze maatstaf. 74 2, 20 | dezelfde Heer de gelijke last van onze krijgsdienst, "omdat 75 2, 24 | nu eens de gestrengheid van de meester, dan weer de 76 2, 24 | meester, dan weer de liefde van de vader tonend. ~ 77 2, 25 | nalatigen en minachters van de tucht, dan manen wij 78 2, 26 | Laat hij ook de vergrijpen van hen die in overtreding zijn 79 2, 26 | voordoen, indachtig de dood van Heli, de priester van Silo. ~ 80 2, 26 | dood van Heli, de priester van Silo. ~ 81 2, 28 | ze iets misdoen, gebruik van roede en lijfskastijding, 82 2, 29 | gij zult zijn ziel redden van de dood".~ 83 2, 30 | hij moet goed weten, dat van hem, wien meer is toevertrouwd, 84 2, 31 | maken aan de gesteltenis van velen. De een moet hij met 85 2, 32 | zich veeleer over de groei van een goede kudde kan verheugen. ~ 86 2, 33 | Bovenal moet hij het heil van de zielen die hem zijn toevertrouwd 87 2, 33 | uit het oog verliezen of van minder belang achten om 88 2, 34 | bedenken, dat hij het bestuur van zielen op zich heeft genomen, 89 2, 37 | dus, dat wie de leiding van zielen op zich neemt, zich 90 2, 38 | zijn, dat hij op de dag van het oordeel over evenveel 91 2, 40 | maken ook zichzelf beteren van zijn fouten.~ ~ ~ 92 3 | Hoofdstuk 3 OVER HET BETREKKEN VAN DE BROEDERS IN HET BERAAD~ ~ 93 3, 2 | hij luistert naar de raad van de broeders, denkt hij zelf 94 3, 5 | veeleer aan het oordeel van de abt voorbehouden, zodat 95 3, 7 | er zonder goede gronden van afwijken. ~ 96 3, 8 | klooster volge de neiging van zijn eigen hart. ~ 97 3, 11 | 11 De abt van zijn kant echter moet alles 98 3, 11 | Gods en met inachtneming van de Regel, omdat hij weet, 99 3, 12 | belangrijke aangelegenheden van het klooster, dan gaat hij 100 4, 13 | 13 van vasten houden.~ 101 4, 20 | 20 Zich verre houden van een wereldse wijze van handelen.~ 102 4, 20 | houden van een wereldse wijze van handelen.~ 103 4, 21 | 21 Niets boven de liefde van Christus stellen.~ 104 4, 33 | Vervolging verduren omwille van de gerechtigheid.~ 105 4, 44 | 44 De dag van het oordeel vrezen;~ 106 4, 46 | 46 Met heel de drang van zijn hart naar het eeuwig 107 4, 52 | 52 Er niet van houden om veel te spreken.~ 108 4, 54 | 54 Er niet van houden om voortdurend of 109 4, 58 | 58 Zich voortaan van die zonden beteren.~ 110 4, 59 | gevolg geven aan de begeerten van het vlees.~ 111 4, 61 | gehoorzamen aan de bevelen van de abt,~ ook als deze - 112 4, 61 | handelen,~ indachtig dit gebod van de Heer:~ "Doet wat zij 113 4, 67 | gevolg geven aan gevoelens van afgunst.~ 114 4, 72 | 72 In de liefde van Christus voor zijn vijanden 115 4, 75 | 75 Dit zijn de werktuigen van het geestelijk ambacht.~ 116 4, 76 | ophouden hanteren en op de dag van het oordeel weer inleveren, 117 4, 78 | doen, is de beslotenheid van het klooster en het bestendig 118 5, 1 | 1 De eerste trap van nederigheid is gehoorzaamheid 119 5, 3 | 3 Omwille van de heilige dienstbaarheid 120 5, 3 | verlangen naar de heerlijkheid van het eeuwig leven ~ 121 5, 4 | 4 weten zij van geen uitstel, zodra de overste 122 5, 7 | bezigheden en doen afstand van hun eigen wil; ~ 123 5, 8 | gehoorzaam gevolg aan het woord van hem, die hun iets beveelt. ~ 124 5, 12 | het oordeel en de bevelen van een ander: zij leven in 125 5, 13 | zij zich naar dat woord van de Heer, waar Hij zegt: " 126 5, 13 | komen doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft".~ 127 5, 16 | gehoorzamen, omdat "God houdt van een blijde gever". ~ 128 5, 19 | integendeel de straf op van de mopperaars, tenzij hij 129 6, 2 | gesprekken soms terwille van de zwijgzaamheid moet achterwege 130 6, 2 | slechte moet vermijden omwille van de straf die op de zonde 131 6, 3 | vanwege het groot belang van het stilzwijgen maar zelden 132 6, 6 | onderrichten is trouwens de taak van de meester, de leerling 133 6, 8 | wij voor altijd en overal van de hand en wij staan niet 134 7, 2 | zelfverheffing een vorm van hoogmoed is. ~ 135 7, 4 | drinken mag aan de borst van zijn moeder, zo behoeftig 136 7, 5 | broeders, als wij de toppen van de hoogste nederigheid willen 137 7, 6 | moeten wij voor de opvaart van onze daden die ladder oprichten, 138 7, 9 | 9 De stijlen van die ladder zijn - naar wij 139 7, 9 | roeping verschillende sporten van nederigheid en zelftucht 140 7, 10 | 10 De eerste trap van nederigheid bestaat hierin, 141 7, 11 | hoe het hellevuur omwille van hun zonden hen doet branden 142 7, 12 | of ook door het volgen van eigen wil; en ook voor de 143 7, 12 | en ook voor de begeerten van het vlees. ~ 144 7, 14 | aanwezig is in het binnenste van onze gedachten, want hij 145 7, 15 | God kent de gedachten van de mensen". ~ 146 7, 16 | 16 En elders zegt hij: "Van verre reeds doorziet Gij 147 7, 17 | 17 en: "De gedachte van de mens ligt voor U open". ~ 148 7, 19 | ons de Schrift: "Keer u af van uw eigen wil". ~ 149 7, 21 | uiteindelijk in het diepst van de hel uitmonden", ~ 150 7, 22 | geworden door de opwellingen van hun eigen wil".~ 151 7, 23 | 23 Ook wat de begeerten van het vlees betreft moeten 152 7, 24 | postgevat bij de drempel van het genot. ~ 153 7, 26 | 26 Als dus de ogen van de Heer goeden en kwaden 154 7, 29 | broeders, op ieder uur van de dag waakzaam zijn. Want 155 7, 31 | 31 De tweede trap van nederigheid bestaat hierin, 156 7, 32 | en laten naar dit woord van de Heer: "Ik ben niet gekomen 157 7, 32 | wil te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft". ~ 158 7, 34 | 34 De derde trap van nederigheid bestaat hierin, 159 7, 34 | zo de Heer na te volgen van wie de Apostel zegt: "Hij 160 7, 35 | 35 De vierde trap van nederigheid bestaat hierin, 161 7, 35 | dat men bij het beoefenen van de gehoorzaamheid, als men 162 7, 39 | En omdat zij zeker zijn van de goddelijke vergelding 163 7, 39 | overwinning door toedoen van Hem die ons heeft liefgehad". ~ 164 7, 44 | 44 De vijfde trap van de nederigheid bestaat hierin, 165 7, 48 | Gij hebt mij de slechtheid van mijn hart vergeven".~ 166 7, 49 | 49 De zesde trap van nederigheid bestaat hierin, 167 7, 51 | 51 De zevende trap van nederigheid bestaat hierin, 168 7, 51 | de laatste en geringste van allen te zijn, maar dat 169 7, 51 | ook in zijn hart hier diep van overtuigd is. ~ 170 7, 52 | worm en geen mens, de spot van de mensen en de verachting 171 7, 52 | mensen en de verachting van het volk". ~ 172 7, 55 | 55 De achtste trap van nederigheid bestaat hierin, 173 7, 55 | wat de algemene leefregel van het klooster en het voorbeeld 174 7, 55 | klooster en het voorbeeld van de overheden leren.~ 175 7, 56 | 56 De negende trap van nederigheid bestaat hierin, 176 7, 59 | 59 De tiende trap van nederigheid bestaat hierin, 177 7, 60 | 60 De elfde trap van nederigheid bestaat hierin, 178 7, 62 | 62 De twaalfde trap van nederigheid bestaat hierin, 179 7, 62 | lichaamshouding een uitdrukking is van nederigheid voor allen die 180 7, 64 | Steeds is hij zich de schuld van zijn zonden bewust en is 181 7, 65 | voortdurend in zijn hart het woord van de tollenaar het uit Evangelie, 182 7, 67 | de monnik al deze trappen van nederigheid beklommen heeft, 183 7, 70 | arbeider, die gereinigd is van fouten en zonden, door zijn 184 8, 1 | de winter, dat wil zeggen van begin november tot Pasen 185 8, 1 | men op op het achtste uur van de nacht volgens de gewone 186 8, 3 | die nog iets uit het boek van de psalmen of van de lessen 187 8, 3 | het boek van de psalmen of van de lessen moeten leren voor 188 8, 4 | aan bovenvernoemd begin van november wordt het uur van 189 8, 4 | van november wordt het uur van opstaan zo gekozen, dat 190 8, 4 | de broeders zich omwille van de behoeften van de natuur 191 8, 4 | omwille van de behoeften van de natuur kunnen verwijderen - 192 8, 4 | ochtendgetijden, die bij het aanbreken van de dag gehouden worden.~ ~ ~ 193 9, 5 | op de lessenaar. Na elk van deze lessen wordt een responsorie 194 9, 7 | dit aanheft, staan allen van hun banken op uit eerbied 195 9, 8 | God geïnspireerde boeken van het Oude zowel als van het 196 9, 8 | boeken van het Oude zowel als van het Nieuwe Testament: maar 197 10, 1 | 1 Van Pasen tot begin november 198 10, 2 | zijn, maar wordt in plaats van die drie lessen er één uit 199 11, 11 | 11 Deze regeling van de nachtgetijden blijft 200 11, 11 | zondag het gehele jaar door van kracht, 's zomers zowel 201 12 | Hoofdstuk 12 HOE DE DIENST VAN DE OCHTENDGETIJDEN GEVIERD 202 13 | OP GEWONE DAGEN DE DIENST VAN DE OCHTENDGETIJDEN GEVIERD 203 13, 1 | gewone dagen wordt de dienst van de ochtendgetijden gevierd 204 13, 10 | de Profeten zoals de kerk van Rome die zingt. ~ 205 13, 12 | allen het horen; dit omwille van de doornen van tweedracht 206 13, 12 | dit omwille van de doornen van tweedracht die telkens weer 207 13, 13 | vergeven", zich zuiveren van een dergelijk kwaad. ~ 208 13, 14 | enkel het laatste gedeelte van dit gebed gezegd, zodat 209 13, 14 | antwoorden: "Maar verlos ons van het kwade".~ ~ ~ 210 14 | NACHTGETIJDEN OP DE FEESTEN VAN DE HEILIGEN GEVIERD WORDEN~ ~ 211 14, 1 | 1 Op de feesten van de heiligen en op alle plechtige 212 14, 2 | men houdt zich aan de orde van dienst zoals die boven omschreven 213 15, 1 | 1 Van het heilig Paasfeest tot 214 15, 2 | 2 Maar van Pinksteren tot aan het begin 215 15, 2 | Pinksteren tot aan het begin van de Vasten zingt men het 216 15, 4 | alleluia gezongen tenzij van Pasen tot Pinksteren.~ ~ ~ 217 16 | HET WERK GODS IN DE LOOP VAN DE DAG GEVIERD WORDT~ ~ 218 16, 2 | maken, als wij de plichten van onze dienstbaarheid nakomen 219 16, 2 | dienstbaarheid nakomen op het uur van de ochtendgetijden, de Primen, 220 16, 3 | hij juist over deze uren van de dag heeft gezegd: "Zevenmaal 221 16, 5 | Schepper "om de oordelen van zijn gerechtigheid": namelijk 222 17, 1 | ochtendgetijden hebben wij de regeling van het psalmgezang al vastgesteld: 223 17, 2 | 2 Op het uur van de Primen worden drie psalmen 224 17, 3 | 3 De hymne van dit uur volgt op het vers: " 225 17, 5 | 5 Op het uur van de Terts, Sext en Noon wordt 226 17, 5 | gebed ook volgens deze orde van dienst gevierd, te weten: 227 17, 5 | weten: het vers, de hymne van deze uren, telkens drie 228 17, 10 | 10 Daarna volgt de hymne van dat uur, één les, het vers, 229 18, 2 | Dan worden voor het uur van de Primen op zondag vier 230 18, 2 | Primen op zondag vier delen van psalm 118 gezongen; ~ 231 18, 3 | worden telkens drie delen van diezelfde psalm 118 gezongen. ~ 232 18, 4 | 4 In de Primen van de maandag zingt men drie 233 18, 6 | kan men de nachtgetijden van de zondag altijd met psalm 234 18, 7 | In de Terts, Sext en Noon van de maandag worden de negen 235 18, 7 | nog overblijvende delen van psalm 118 gezongen, telkens 236 18, 7 | gezongen, telkens drie in elk van die uren. ~ 237 18, 9 | 9 en van dinsdag af zingt men in 238 18, 14 | 14 met uitzondering van die welke voorbehouden zijn 239 18, 16 | verdeelt men de langste psalmen van bovengenoemde reeks, te 240 18, 18 | 18 Dat is dan de volgorde van de vesperpsalmen: al het 241 18, 20 | 20 Dit is dan de regeling van het psalmgezang in de loop 242 18, 20 | het psalmgezang in de loop van de dag. Alle psalmen die 243 18, 21 | maar , dat de langste van die psalmen gedeeld worden 244 18, 23 | dat dit telkens opnieuw van het begin af hernomen wordt 245 18, 23 | wordt in de nachtgetijden van de zondag. ~ 246 18, 24 | monniken, die in de loop van een week minder zingen dan 247 19, 1 | tegenwoordig is, en dat "de ogen van de Heer op iedere plaats 248 19, 6 | gesteltenis wij voor het aanschijn van God en van zijn engelen 249 19, 6 | het aanschijn van God en van zijn engelen moeten staan ~ 250 20, 2 | men tot de Heer, de God van het heelal, bidden met de 251 20, 3 | verhoord zullen worden omwille van een veelheid van woorden, 252 20, 3 | omwille van een veelheid van woorden, maar omwille van 253 20, 3 | van woorden, maar omwille van onze zuiverheid van hart 254 20, 3 | omwille van onze zuiverheid van hart en onze rouwmoedige 255 21 | Hoofdstuk 21 OVER DE DEKENEN VAN HET KLOOSTER~ ~ 256 21, 1 | midden broeders gekozen van goede naam en heilige levenswandel 257 21, 2 | Gods en de voorschriften van hun abt. ~ 258 21, 3 | abt hun veilig een deel van zijn last kan toevertrouwen; ~ 259 21, 4 | het oog op de verdienste van hun levenswandel en de wijsheid 260 21, 4 | levenswandel en de wijsheid van hun denkbeelden. ~ 261 21, 5 | door een of andere vorm van hoogmoed verheft en een 262 22, 2 | ontvangen volgens de beschikking van hun abt beddegoed, dat in 263 22, 2 | overeenstemming is met de eisen van het monniksleven. ~ 264 22, 3 | twintig tezamen in gezelschap van de ouderlingen, die met 265 22, 6 | altijd met inachtneming van de waardigheid en bescheidenheid. ~ 266 22, 8 | aansporen om uitvluchten van langslapers te voorkomen.~ ~ ~ 267 23, 1 | Regel en voor de bevelen van zijn ouderen, ~ 268 23, 3 | hij publiek in het bijzijn van allen ernstig berispt.~ 269 24, 1 | 1 Naar de ernst van het misdrijf moet ook de 270 24, 1 | misdrijf moet ook de maat van de excommunicatie of van 271 24, 1 | van de excommunicatie of van tuchtmaatregelen worden 272 24, 2 | 2 de zwaarte van de vergrijpen wordt beoordeeld 273 24, 3 | ernstige vergrijpen, wordt hij van deelname aan tafel uitgesloten. ~ 274 24, 4 | 4 Wie van de deelname aan tafel is 275 24, 5 | hij alleen na de maaltijd van de broeders; ~ 276 25, 1 | schuldig maakt, wordt zowel van tafel als van het koor uitgesloten. ~ 277 25, 1 | wordt zowel van tafel als van het koor uitgesloten. ~ 278 25, 2 | 2 Niemand van de broeders mag zich op 279 25, 3 | verschrikkelijke uitspraak van de apostel indachtig ~ 280 25, 4 | geest behouden zij op de dag van de Heer".~ 281 26, 1 | broeder zich zonder opdracht van de abt hoe dan ook durft 282 26, 2 | beloopt hij eveneens de straf van de ban.~ ~ ~ 283 27, 5 | inzetten, om geen enkel van de schapen, die hem zijn 284 27, 7 | vreze de dreigende uitspraak van de profeet, waardoor God 285 27, 8 | het liefdevol voorbeeld van de goede Herder navolgen, 286 28, 3 | heeft aangewend, de zalf van zijn vermaningen, de geneesmiddelen 287 28, 3 | vermaningen, de geneesmiddelen van de Schrift en tenslotte 288 28, 3 | tenslotte de gloeiende stift van ban en geseling, ~ 289 28, 4 | zijn eigen gebed en dat van alle broeders,~ 290 28, 5 | alles vermag, de genezing van de zieke broeder moge bewerken. ~ 291 28, 6 | amputeermes volgens het woord van de Apostel: "Verwijder de 292 29, 1 | zich geheel zal beteren van de fout die zijn weggaan 293 30 | Hoofdstuk 30 HOE MEN KINDEREN VAN JEUGDIGE LEEFTIJD MOET STRAFFEN~ ~ 294 31 | HOEDANIGHEDEN DE KELLENAAR VAN HET KLOOSTER MOET BEZITTEN~ ~ 295 31, 1 | 1 Als kellenaar van het klooster wordt iemand 296 31, 1 | gekozen, die wijs is, rijp van karakter, sober en matig, 297 31, 4 | niets buiten de opdracht van zijn abt om. ~ 298 31, 7 | nederig weigere hij met opgave van redenen wat ten onrechte 299 31, 8 | zijn ziel, steeds het woord van de Apostel indachtig, dat " 300 31, 9 | moeten afleggen op de dag van het oordeel. ~ 301 31, 10 | 10 Alle gerei en bezit van het klooster moet hij beschouwen 302 31, 12 | verkwister die het bezit van het klooster verspilt; alles 303 31, 12 | overeenstemming met de opdracht van de abt.~ 304 31, 16 | rantsoenen zonder een spoor van hooghartigheid en zonder 305 31, 16 | straf die volgens een woord van God hij verdient "die reden 306 31, 19 | opdat niemand in het huis van God zijn gemoedsrust verliest 307 32 | GEREEDSCHAPPEN EN GOEDEREN VAN HET KLOOSTER~ ~ 308 32, 1 | 1 Over het bezit van het klooster aan gereedschappen, 309 32, 2 | oordeelt belast hij ieder van hen met het bewaren en opbergen 310 32, 2 | het bewaren en opbergen van al die dingen. ~ 311 32, 3 | abt houdt er aantekening van, zodat hij weet wat hij 312 32, 4 | 4 Als iemand het bezit van het klooster laat vervuilen 313 33, 2 | mag dan ook zonder verlof van de abt iets geven of aannemen ~ 314 33, 5 | alles wat ze nodig hebben van de vader van het klooster 315 33, 5 | nodig hebben van de vader van het klooster zullen ontvangen 316 34, 1 | uitgedeeld volgens de maat van ieders behoefte". ~ 317 34, 2 | niet zeggen, dat er aanzien van persoon mag bestaan: verre 318 34, 2 | persoon mag bestaan: verre van dien; maar wel dat er rekening 319 34, 6 | voorkomen worden, dat het kwaad van ontevredenheid op welk voorwendsel 320 35, 1 | dan ook ontslagen worden van de keukendienst, tenzij 321 35, 1 | genomen door bezigheden van groot belang. ~ 322 35, 2 | 2 Want dit is een bron van rijke beloning en liefde. ~ 323 35, 4 | hulp naarmate de grootte van de gemeenschap en de plaatselijke 324 35, 5 | de kellenaar vrijgesteld van de keukendienst; en eveneens 325 35, 9 | 9 De voetwassing van allen verrichten zowel hij 326 35, 12 | er maar één maaltijd is, van te voren buiten het vastgesteld 327 35, 15 | het koor voor de voeten van allen neer om hun gebed 328 36, 3 | 3 en "Wat gij aan een van deze geringsten hebt gedaan, 329 36, 4 | 4 De zieken van hun kant moeten er dan ook 330 36, 9 | 9 Zelfs het eten van vlees kan aan heel zwakke 331 36, 9 | volgens de gewone regel van vlees onthouden. ~ 332 36, 10 | voor alle tekortkomingen van zijn leerlingen.~ ~ ~ 333 37, 1 | 1 Hoewel de mens van nature reeds geneigd is 334 37, 1 | voor deze leeftijden, die van de bejaarden namelijk en 335 37, 1 | bejaarden namelijk en die van de kinderen, toch moet ook 336 37, 1 | toch moet ook het gezag van de Regel in hun geval voorzien.~ 337 38 | Hoofdstuk 38 OVER DE WEEKBEURT VAN DE LEZER~ ~ 338 38, 1 | 1 Tijdens de maaltijden van de broeders mag de lezing 339 38, 1 | eerste de beste, die zich van het boek meester maakt om 340 38, 2 | hem beware voor de geest van hoogmoed. ~ 341 38, 5 | gehoord wordt buiten die van de lezer. ~ 342 38, 10 | beker versneden wijn omwille van de heilige Communie en omdat 343 39 | Hoofdstuk 39 OVER DE MAAT VAN HET VOEDSEL~ ~ 344 39, 1 | 1 Wij zijn van mening, dat twee gekookte 345 39, 2 | zodat iemand die misschien van het ene niet kan eten, zijn 346 39, 5 | kellenaar een derde gedeelte van dit pond om het de broeders 347 39, 6 | oordeel en de bevoegdheid van de abt overgelaten om, zo 348 39, 8 | niets is zo strijdig met wat van ieder christen verwacht 349 39, 10 | 10 Aan kinderen van jeugdige leeftijd wordt 350 39, 11 | tenslotte volstrekt onthouden van het vlees van viervoeters, 351 39, 11 | onthouden van het vlees van viervoeters, behalve de 352 40 | Hoofdstuk 40 OVER DE MAAT VAN DE DRANK~ ~ 353 40, 1 | Ieder heeft zijn eigen gave van God gekregen, de ene deze, 354 40, 2 | angstvalligheid de maat van voedsel voor anderen vaststellen. ~ 355 40, 3 | houden met het onvermogen van de zwakken, zijn wij toch 356 40, 3 | de zwakken, zijn wij toch van mening, dat één maat wijn 357 40, 4 | uithoudingsvermogen geeft om er zich van te onthouden, die mogen 358 40, 5 | het zware werk of de hitte van de zomer meer zouden eisen, 359 40, 5 | toezien, dat er geen gevallen van overdaad of dronkenschap 360 40, 9 | monniken zich onthouden van iedere vorm van gemopper.~ ~ ~ 361 40, 9 | onthouden van iedere vorm van gemopper.~ ~ ~ 362 41, 1 | 1 Van het heilig Paasfeest af 363 41, 2 | 2 Van Pinksteren af gedurende 364 41, 2 | doen hebben en de hitte van de zomer hen niet al te 365 41, 4 | doen is of wanneer de hitte van de zomer hevig is. Het komt 366 41, 5 | tevens bij het verrichten van hun werk geen reden tot 367 41, 6 | 6 Van 13 september tot het begin 368 41, 6 | september tot het begin van de veertigdaagse vasten 369 41, 9 | trouwens voor iedere tijd van het jaar, of er apart avondmaal 370 42, 1 | vooral gedurende de uren van de nacht. ~ 371 42, 3 | gaan de broeders, zodra zij van het avondmaal zijn opgestaan, 372 42, 3 | bij elkaar zitten en een van hen leest de "Gesprekken" 373 42, 4 | Heptateuch of de boeken van de Koningen, omdat het voor 374 42, 4 | niet goed zou zijn dit deel van de Schrift op dat uur te 375 42, 5 | tussenpoos onmiddellijk de lezing van de "Gesprekken" bijwonen, 376 42, 9 | inbreuk te maken op deze regel van het stilzwijgen, wordt hij 377 43, 1 | 1 Op het uur van het koorgebed legt ieder, 378 43, 4 | na het "Eer aan de Vader" van psalm 95 komt - daarom willen 379 43, 5 | maar hij gaat het laatst van allen staan of op de afzonderlijke 380 43, 10 | en het "Eer aan de Vader" van de eerste psalm die na het 381 43, 11 | niet bij het koor voegen van hen die de psalmen zingen, 382 43, 16 | maar moet hij afgezonderd van het gezelschap van de anderen 383 43, 16 | afgezonderd van het gezelschap van de anderen zijn maaltijd 384 44 | Hoofdstuk 44 HOE DEGENEN DIE VAN DE GEMEENSCHAP UITGESLOTEN 385 44, 1 | voor ernstige vergrijpen van het koor en van tafel is 386 44, 1 | vergrijpen van het koor en van tafel is uitgesloten, moet, 387 44, 1 | telkens als de viering van het werk Gods in de bidplaats 388 44, 1 | iets te zeggen vóór de deur van de bidplaats op de grond 389 44, 2 | languit liggen voor de voeten van hen die de bidplaats verlaten. ~ 390 44, 4 | zich neer voor de voeten van de abt en vervolgens voor 391 44, 5 | 5 Daarna, op een teken van de abt, neemt men hem weer 392 44, 9 | voor lichte fouten alleen van tafel worden uitgesloten, 393 45, 1 | ter plaatse voor de ogen van allen vernedert door voldoening 394 46, 1 | tuin, bij de beoefening van een of ander ambacht of 395 46, 3 | abt en de gemeente en zich van zijn fout beschuldigt, ~ 396 46, 5 | blootleggen of voor een van de geestelijke vaders, 6 397 47 | 47 OVER HET AANKONDIGEN VAN HET TIJDSTIP VOOR HET WERK 398 47, 1 | 1 Voor het aankondigen van het tijdstip voor het werk 399 47, 3 | hem die in staat is zich van die taak zo te kwijten, 400 48, 1 | Ledigheid is de vijand van de ziel; en daarom moeten 401 48, 3 | 3 Van Pasen tot 14 september verrichten 402 48, 4 | 4 De tijd van het vierde uur tot het uur 403 48, 5 | Wanneer zij na de sext van tafel zijn opgestaan, gaan 404 48, 6 | vervroegd en op de helft van het achtste uur gehouden. 405 48, 7 | gesteldheid of hun armoede van dien aard is, dat de broeders 406 48, 8 | echte monniken zijn, als zij van het werk van hun handen 407 48, 8 | zijn, als zij van het werk van hun handen leven zoals onze 408 48, 9 | mate geschieden omwille van de kleinmoedigen.~ 409 48, 10 | 10 Van 14 september tot het begin 410 48, 10 | september tot het begin van de vasten moeten de broeders 411 48, 10 | hun tijd tot aan het einde van het tweede uur aan de lezing 412 48, 14 | 14 Op de dagen van de veertigdaagse vasten 413 48, 14 | veertigdaagse vasten houden zij zich van 's morgens vroeg tot aan 414 48, 14 | vroeg tot aan het einde van het derde uur bezig met 415 48, 14 | lezing en tot aan het einde van het tiende uur doen zij 416 48, 15 | 15 In deze dagen van de veertigdaagse vasten 417 48, 15 | zijne, dat zij in volgorde van begin tot einde moeten lezen. ~ 418 48, 16 | worden op de eerste dag van de vasten uitgereikt.~ 419 48, 18 | of met praten, in plaats van zich met zijn lezing bezig 420 48, 18 | schaadt, maar ook anderen van hun plicht afhoudt. ~ 421 48, 24 | te doen of te maken dat van dien aard is, dat ze niet 422 49 | Hoofdstuk 49 OVER HET HOUDEN VAN DE VEERTIGDAAGSE VASTEN~ ~ 423 49, 1 | Eigenlijk moet het leven van de monnik altijd zijn zoals 424 49, 2 | monnik aan om in die dagen van de veertigdaagse vasten 425 49, 3 | tevens alle nalatigheden van de andere tijden in deze 426 49, 4 | op lezing, rouwmoedigheid van hart en vasten. ~ 427 49, 6 | beweging en met de vreugde van de Heilige Geest aan God 428 49, 6 | aanbieden dat boven de maat van zijn verplichting uitgaat,~ 429 49, 7 | laat hij dan met de vreugde van het verlangen, dat uit de 430 49, 9 | wat men doet zonder verlof van zijn geestelijke vader zal 431 49, 10 | gebeuren met toestemming van de abt.~ ~ ~ 432 50 | 50 OVER BROEDERS DIE VER VAN DE BIDPLAATS HUN WERK HEBBEN 433 50, 4 | nalaten zich te kwijten van het dienstwerk waartoe ze 434 52 | Hoofdstuk 52 OVER DE BIDPLAATS VAN HET KLOOSTER~ ~ 435 52, 3 | door de onbetamelijkheid van een ander gestoord wordt. ~ 436 52, 4 | maar met tranen en inzet van zijn hart. ~ 437 53, 5 | gebeden heeft, om alle bedrog van de duivel te voorkomen. ~ 438 53, 6 | 6 De wijze van begroeten zelf moet getuigen 439 53, 6 | begroeten zelf moet getuigen van grote nederigheid ten opzichte 440 53, 6 | nederigheid ten opzichte van alle gasten die komen of 441 53, 10 | 10 Omwille van de gast breekt de overste 442 53, 12 | water uit over de handen van de gast. ~ 443 53, 13 | 13 De voetwassing van alle gasten wordt verricht 444 53, 14 | ontvangen in het midden van uw tempel". ~ 445 53, 15 | 15 Vooral aan het opnemen van armen en vreemdelingen moet 446 53, 21 | broeder, wiens ziel vervuld is van de vreze Gods, wordt belast 447 54, 1 | beslist niet geoorloofd om van zijn familieleden of van 448 54, 1 | van zijn familieleden of van wie dan ook, ook niet onder 449 54, 1 | ze te geven zonder verlof van de abt. ~ 450 55 | OVER KLEDING EN SCHOEISEL VAN DE BROEDERS~ ~ 451 55, 1 | zijn aan de gesteldheid van de plaats waar ze wonen 452 55, 7 | de kleur of de grofheid van al deze zaken moeten de 453 55, 10 | en twee kovels heeft (om van kleren te kunnen wisselen) 454 55, 17 | iets vindt wat hij niet van de abt gekregen heeft, ondergaat 455 55, 18 | 18 En om deze ondeugd van de eigendom met wortel en 456 55, 20 | tekst uit de Handelingen van de Apostelen in gedachte 457 55, 21 | rekening houden met de zwakheid van de behoeftigen, niet met 458 55, 21 | niet met de kwaadwilligheid van de afgunstigen. ~ 459 55, 22 | denke hij aan de vergelding van God.~ ~ ~ 460 56 | Hoofdstuk 56 OVER DE TAFEL VAN DE ABT~ ~ 461 57 | 57 OVER DE AMBACHTSLIEDEN VAN HET KLOOSTER~ ~ 462 57, 2 | 2 Als iemand van hen verwaand is op zijn 463 57, 4 | Als men iets moet verkopen van wat de ambachtslieden gemaakt 464 57, 7 | 7 Bij het vaststellen van de prijs mag de ondeugd 465 57, 7 | de prijs mag de ondeugd van de hebzucht niet binnensluipen, ~ 466 58, 5 | een plaats in het verblijf van de novicen, waar zij onderricht 467 58, 7 | gehoorzaamheid en voor de beproeving van zijn nederigheid. ~ 468 58, 9 | blijven, wordt hem na verloop van twee maanden deze Regel 469 58, 9 | twee maanden deze Regel van het begin tot het einde 470 58, 11 | reeds genoemde verblijf van de novicen teruggebracht, 471 58, 12 | 12 Na verloop van zes maanden wordt hem de 472 58, 15 | moet goed weten, dat de wet van de Regel bepaalt, dat hij 473 58, 15 | de Regel bepaalt, dat hij van die dag af het klooster 474 58, 16 | 16 en het juk van deze Regel niet meer van 475 58, 16 | van deze Regel niet meer van zijn hals kan schudden, 476 58, 17 | het koor in het bijzijn van allen stabiliteit, een monastiek 477 58, 18 | 18 ten overstaan van God en zijn heiligen. Zo 478 58, 19 | 19 Van deze belofte moet hij een 479 58, 19 | oorkonde opmaken, op naam van de heiligen van wie de relieken 480 58, 19 | op naam van de heiligen van wie de relieken ter plaatse 481 58, 19 | plaatse aanwezig zijn en van de abt in functie. ~ 482 58, 23 | broeder zich voor de voeten van allen neerwerpen om hun 483 58, 23 | hun gebed te vragen: en van die dag af wordt hij beschouwd 484 58, 23 | wordt hij beschouwd als lid van de gemeente. ~ 485 58, 24 | bezit moet hij het ofwel van te voren aan de armen uitdelen, 486 58, 24 | overdragen, zonder iets van dat alles voor zichzelf 487 58, 25 | Hij weet immers, dat hij van die dag af zelfs niet meer 488 58, 26 | ontdoet men hem terstond van zijn eigen kleren en kleedt 489 58, 26 | kleedt men hem met de kleren van het klooster. ~ 490 58, 28 | ingaan op de inblazingen van de duivel om het klooster 491 58, 29 | de oorkonde, die de abt van het altaar heeft meegenomen, 492 59 | Hoofdstuk 59 OVER DE KINDEREN VAN AANZIENLIJKEN OF ARMEN DIE 493 59, 1 | 1 Als iemand van aanzienlijke stand zijn 494 59, 2 | deze oorkonde en de hand van de jongen in de altaardwaal, 495 59, 3 | ook nooit door bemiddeling van een voogd of op welke andere 496 59, 4 | doen, maar liever bij wijze van aalmoes iets aan het klooster 497 59, 5 | maken zij een schenking van de goederen die zij aan 498 59, 8 | zoon op in aanwezigheid van getuigen.~ ~ ~ 499 60, 1 | soms iemand uit de rangen van de priesters vraagt om in 500 60, 2 | hij weten, dat hij de wet van de Regel in alles zal moeten


1-500 | 501-590

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License