Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
talrijker 1
tamelijk 1
tarwe 1
te 301
tegemoet 3
tegen 12
tegenkantingen 2
Frequency    [«  »]
359 zijn
321 in
301 die
301 te
284 een
256 dat
241 niet
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

te

                                                       bold = Main text
    Chapter, Verse                                     grey = Comment text
1 Prol, 2 | gehoorzaamheid weer tot Hem terug te keren van wie u zich door 2 Prol, 3 | uw eigen wil om in dienst te treden van de ware Koning: 3 Prol, 5 | gedrag bedroefd behoeft te zijn. ~ 4 Prol, 6 | 6 Te allen tijde moeten wij Hem 5 Prol, 8 | Het is tijd voor ons om op te staan uit de slaap". ~ 6 Prol, 11| verder: "Wie oren heeft om te horen, hij hore wat de Geest 7 Prol, 15| verlangt en goede dagen wenst te zien?" ~ 8 Prol, 21| voort op zijn wegen, om Hem te mogen aanschouwen, die ons 9 Prol, 22| kunnen komen door ons erheen te spoeden door het goede te 10 Prol, 22| te spoeden door het goede te doen.~ 11 Prol, 28| van zijn ingevingen aan te grijpen en tegen Christus 12 Prol, 28| grijpen en tegen Christus te pletter te slaan. ~ 13 Prol, 28| tegen Christus te pletter te slaan. ~ 14 Prol, 30| werkt, door met de profeet te zeggen: "Niet aan ons, Heer, 15 Prol, 41| iets niet mogelijk blijkt te zijn voor onze natuur, vragen 16 Prol, 43| het licht van dit leven te volbrengen,~ 17 Prol, 46| haar opzet hopen wij niets te bepalen dat te moeilijk, 18 Prol, 46| wij niets te bepalen dat te moeilijk, niets dat te zwaar 19 Prol, 46| dat te moeilijk, niets dat te zwaar is. ~ 20 Prol, 50| om door ons geduld deel te nemen aan het lijden van 21 Prol, 50| lijden van Christus, en zo te verdienen om ook deelgenoten 22 Prol, 50| verdienen om ook deelgenoten te worden van zijn Rijk. Amen.~ ~ ~ 23 1, 4 | geleerd hebben tegen de duivel te strijden. ~ 24 1, 5 | en arm veilig weerstand te bieden aan de aanvechtingen 25 1, 10 | voor drie of vier dagen te gast blijven in de cellen 26 1, 13 | met Gods hulp een regel op te stellen voor de sterkste 27 2, 1 | waardig is aan het hoofd te staan van een klooster, 28 2, 2 | vertegenwoordiger van Christus te zijn in het klooster, want 29 2, 8 | heeft hun ziekelijk gedrag te genezen. ~ 30 2, 14 | gij het over mijn geboden te spreken en uw mond vol te 31 2, 14 | te spreken en uw mond vol te hebben van mijn Verbond, 32 2, 17 | en gehoorzaamheid blijkt te bezitten. ~ 33 2, 21 | is, of wij beter blijken te zijn dan anderen in goede 34 2, 24 | dreigementen en met vriendelijkheid te werk moet gaan, nu eens 35 2, 25 | opwekken om nog meer voortgang te maken. Betreft het nalatigen 36 2, 25 | manen wij hem aan hen streng te straffen en tegen hen op 37 2, 25 | straffen en tegen hen op te treden.~ 38 2, 28 | dwaas is met woorden niet te verbeteren", ~ 39 2, 31 | heeft: om namelijk zielen te leiden en zich dienstbaar 40 2, 31 | leiden en zich dienstbaar te maken aan de gesteltenis 41 2, 33 | belang achten om meer zorg te besteden aan vergankelijke, 42 2, 35 | 35 Om nu te voorkomen, dat hij een uitvlucht 43 2, 35 | bestaansmiddelen, dient hij zich te herinneren, dat er geschreven 44 2, 37 | moet maken om rekenschap te geven. ~ 45 2, 39 | onderzoek, dat hem als herder te wachten staat met betrekking 46 2, 40 | met zijn vermaningen beter te maken ook zichzelf beteren 47 3, 6 | leerlingen past hun meester te gehoorzamen, zo dient ook 48 3, 6 | met beleid en billijkheid te regelen.~ 49 3, 7 | dienen in alles de Regel te volgen als hun meester, 50 3, 9 | het klooster met zijn abt te redetwisten. ~ 51 3, 12 | klooster, dan gaat hij alleen te rade bij de oudsten, ~ 52 3, 13 | dan hoeft het u later niet te berouwen".~ ~ ~ 53 4 | WERKTUIGEN ZIJN OM GOED TE HANDELEN~ ~ 54 4, 10 | verloochenen om Christus te volgen.~ 55 4, 18 | 18 in beproeving te hulp komen,~ 56 4, 50 | onmiddellijk tegen Christus te pletter slaan~ en ze aan 57 4, 52 | niet van houden om veel te spreken.~ 58 4, 53 | 53 Niet praten óm te praten of om de lachlust 59 4, 53 | praten of om de lachlust op te wekken.~ 60 4, 54 | voortdurend of luidruchtig te lachen.~ 61 4, 56 | dikwijls ter aarde buigen om te bidden.~ 62 4, 62 | met meer recht zo genoemd te worden.~ 63 4, 68 | niet op uit zijn om tegen te spreken.~ 64 5, 10 | is het verlangen om voort te trekken naar het eeuwig 65 5, 12 | verlangen onder een abt te staan. ~ 66 5, 16 | leerlingen blijmoedig weten te gehoorzamen, omdat "God 67 6, 1 | wegen zal ik bewaken om niet te zondigen met mijn tong. 68 6, 6 | meester, de leerling dient te zwijgen en te luisteren.~ 69 6, 6 | leerling dient te zwijgen en te luisteren.~ 70 6, 7 | Heeft men dan ook iets te vragen aan de overste, dan 71 6, 8 | dient om de lachlust op te wekken wijzen wij voor altijd 72 7, 2 | 2 Door dit zo te zeggen toont zij ons, dat 73 7, 3 | dingen, niet in dingen die te wonderbaar voor mij zijn. ~ 74 7, 10 | vreze Gods altijd voor ogen te houden, ten zeerste op zijn 75 7, 12 | 12 Te allen tijde wachte men zich 76 7, 18 | dan ook moet zijn om niet te zondigen in zijn gedachten, 77 7, 21 | ook onze eigen wil niet te doen, als wij ons willen 78 7, 27 | de kinderen der mensen om te zien, of er een verstandig 79 7, 31 | zijn eigen verlangens in te willigen. ~ 80 7, 32 | gekomen om mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem 81 7, 34 | onderwerpt, om zo de Heer na te volgen van wie de Apostel 82 7, 36 | en volhoudt zonder zich te laten ontmoedigen of het 83 7, 36 | laten ontmoedigen of het op te geven, omdat de Schrift 84 7, 38 | 38 En om te tonen, dat men om trouw 85 7, 38 | tonen, dat men om trouw te zijn zelfs alle mogelijke 86 7, 41 | 41 En om ons erop te wijzen, dat wij onder een 87 7, 42 | men hen dwingt één mijl te lopen, gaan zij er twee; ~ 88 7, 44 | bedreven heeft zonder iets te verbergen nederig aan zijn 89 7, 51 | laatste en geringste van allen te zijn, maar dat men ook in 90 7, 54 | hebt om mij zo uw geboden te leren".~ 91 7, 56 | monnik zijn tong belet om te spreken. Hij bewaart het 92 7, 57 | veel spreken de zonde niet te vermijden is, ~ 93 7, 59 | gemakkelijk klaar staat om te lachen, omdat er geschreven 94 7, 60 | het zacht doet en zonder te lachen, nederig en ernstig, 95 7, 65 | waardig mijn ogen ten hemel op te slaan". ~ 96 7, 69 | gewoonte zelf om het goede te doen en door de vreugde 97 10, 2 | gelezen, omdat de nachten te kort zijn, maar wordt in 98 11, 12 | ongelukkigerwijs gebeuren dat men te laat opstaat, want dan moeten 99 16, 4 | nacht ben ik opgestaan om U te loven". ~ 100 16, 5 | moeten wij opstaan om Hem te loven.~ ~ ~ 101 17, 3 | het vers: "God, kom mij te hulp" voordat de psalmen 102 17, 5 | orde van dienst gevierd, te weten: het vers, de hymne 103 18, 1 | men het vers "God, kom mij te hulp; Heer, haast u mij 104 18, 1 | hulp; Heer, haast u mij te helpen" met "Eer aan de 105 18, 3 | 3 voor de andere uren, te weten de Terts, Sext en 106 18, 9 | Noon telkens drie psalmen te beginnen met psalm 119 tot 107 18, 16 | omdat men zo drie psalmen te kort komt, verdeelt men 108 18, 16 | van bovengenoemde reeks, te weten psalm 138, 143 en 109 18, 24 | 24 Want al te traag in de dienst waaraan 110 20, 2 | 2 Hoeveel te meer dan moet men tot de 111 20, 4 | gedrongen voelt ermee door te gaan. ~ 112 21, 5 | dekenen iemand zou blijken te zijn, die zich door een 113 22 | HOE DE MONNIKEN BEHOREN TE SLAPEN~ ~ 114 22, 5 | hebben als zij slapen, om te voorkomen dat zij er zich 115 22, 6 | zij trachten elkaar voor te zijn, maar altijd met inachtneming 116 22, 8 | opstaan om naar het werk Gods te gaan, moeten de broeders 117 22, 8 | uitvluchten van langslapers te voorkomen.~ ~ ~ 118 24, 3 | broeder schuldig blijkt te zijn aan minder ernstige 119 24, 4 | heeft zich aan het volgende te houden: in het koor mag 120 24, 7 | een aangepaste voldoening te hebben gebracht vergiffenis 121 26, 1 | abt hoe dan ook durft in te laten met een broeder die 122 27, 2 | als een verstandig arts te werk gaan: hij stuurt "senpecten" 123 27, 3 | opwekken om nederig voldoening te brengen. Zij moeten hem 124 27, 3 | opdat hij niet door al te grote droefheid overmand 125 27, 5 | die hem zijn toevertrouwd te laten verloren gaan. ~ 126 27, 8 | schaap, dat verdwaald was, te gaan zoeken. ~ 127 27, 9 | het zo naar de kudde terug te dragen.~ ~ ~ 128 28, 1 | zelfs na in de ban gedaan te zijn, niet betert, moet 129 29, 2 | hierdoor zijn nederigheid te beproeven. ~ 130 30, 2 | die niet in staat zijn in te zien welk een zware straf 131 30, 3 | getuchtigd worden, om zo genezing te vinden.~ ~ ~ 132 31, 7 | door hem vanuit de hoogte te behandelen, maar nederig 133 31, 11 | 11 Niets mene hij te mogen verwaarlozen. ~ 134 31, 13 | moet vooral nederig weten te zijn; en als hij iemand 135 31, 16 | reden tot ontevredenheid te geven, indachtig de straf 136 35, 12 | maar één maaltijd is, van te voren buiten het vastgesteld 137 35, 12 | vastgesteld rantsoen iets te drinken met wat brood, ~ 138 35, 15 | allen neer om hun gebed te vragen. ~ 139 35, 17 | begint en zegt: "God, kom mij te hulp; Heer, haast u mij 140 35, 17 | hulp; Heer, haast u mij te helpen". ~ 141 36, 6 | zorg aan de dag leggen om te voorkomen dat de zieken 142 36, 6 | onder enige verwaarlozing te lijden hebben. ~ 143 36, 8 | De gelegenheid om een bad te nemen moet de zieken geboden 144 36, 9 | toegestaan om weer op krachten te komen; maar zodra ze weer 145 37, 1 | reeds geneigd is om milder te zijn voor deze leeftijden, 146 38, 1 | het boek meester maakt om te lezen komt in aanmerking, 147 38, 1 | om gedurende de hele week te lezen moet op zondag zijn 148 38, 2 | Communie aan allen om voor hem te bidden, dat God hem beware 149 38, 3 | maal zingen allen; hijzelf te beginnen, in het koor het 150 38, 6 | de broeders elkaar zo aan te reiken, dat niemand om iets 151 38, 6 | niemand om iets behoeft te vragen. ~ 152 38, 7 | door een of ander teken te laten horen liever dan door 153 38, 7 | laten horen liever dan door te spreken. ~ 154 38, 8 | iets anders; dit om wanorde te voorkomen. ~ 155 38, 10 | broeder die de week heeft om te lezen, ontvangt alvorens 156 38, 10 | lezen, ontvangt alvorens te gaan lezen een beker versneden 157 38, 10 | vallen om zolang nuchter te blijven. ~ 158 38, 12 | staat zijn hun toehoorders te stichten.~ ~ ~ 159 39, 5 | broeders bij hun avondmaal te geven.~ 160 39, 6 | om, zo nodig, iets meer te geven, ~ 161 40, 4 | uithoudingsvermogen geeft om er zich van te onthouden, die mogen rekenen 162 40, 6 | onmogelijk is de monniken daarvan te overtuigen, moeten we er 163 40, 8 | genoemde hoeveelheid niet te krijgen is, maar veel minder 164 41, 2 | ze geen werk op het land te doen hebben en de hitte 165 41, 2 | van de zomer hen niet al te zeer drukt, op woensdag 166 41, 4 | als er werk op het land te doen is of wanneer de hitte 167 41, 4 | komt aan de abt toe hierin te voorzien. ~ 168 41, 5 | Hij moet alles zo weten te regelen en te beschikken, 169 41, 5 | alles zo weten te regelen en te beschikken, dat de zielen 170 42, 4 | van de Schrift op dat uur te horen; ze worden wel op 171 42, 8 | meer toegestaan om nog iets te zeggen. ~ 172 42, 9 | erop betrapt wordt inbreuk te maken op deze regel van 173 43 | HET WERK GODS OF AAN TAFEL TE LAAT KOMEN~ ~ 174 43, 2 | ernst om geen aanleiding te geven tot grappenmakerij. ~ 175 43, 9 | gaan om althans niet alles te missen en zich in het vervolg 176 43, 9 | missen en zich in het vervolg te beteren.~ 177 43, 18 | daarna iets - wat dan ook - te eten of te drinken. ~ 178 43, 18 | wat dan ook - te eten of te drinken. ~ 179 43, 19 | aangeboden en hij weigert het aan te nemen, dan zal hij, wanneer 180 44, 1 | wordt, zich zonder iets te zeggen vóór de deur van 181 44, 4 | de anderen om hun gebed te vragen. ~ 182 44, 8 | voldoening verder achterwege te laten.~ 183 45, 1 | vernedert door voldoening te brengen, ondergaat hij een 184 46, 5 | moet genezen zonder ze open te leggen en bekend te maken.~ ~ ~ 185 46, 5 | open te leggen en bekend te maken.~ ~ ~ 186 47, 1 | nachts, heeft de abt zorg te dragen: ofwel hij kondigt 187 47, 3 | is zich van die taak zo te kwijten, dat de toehoorders 188 48, 2 | op de juiste tijd aldus te moeten regelen. ~ 189 48, 6 | verrichten zij opnieuw wat er te doen is tot aan de vespers. ~ 190 48, 12 | ieder zijn werk om klaar te staan als het tweede teken 191 48, 13 | om hun lessen en psalmen te leren.~ 192 48, 17 | in het klooster de ronde te doen op uren dat de broeders 193 48, 18 | 18 en toe te zien of er misschien een 194 48, 18 | zich met zijn lezing bezig te houden, en die zodoende 195 48, 23 | of lezen, wordt hem iets te doen gegeven, zodat hij 196 48, 24 | zwakke broeders krijgen iets te doen of te maken dat van 197 48, 24 | krijgen iets te doen of te maken dat van dien aard 198 49, 2 | leven in alle zuiverheid te bewaren ~ 199 49, 3 | in deze heilige dagen uit te wissen. ~ 200 49, 7 | zijn lichaam wat voedsel te ontzeggen, wat drinken, 201 50, 4 | kunnen en niet nalaten zich te kwijten van het dienstwerk 202 51, 1 | veroorloven om buiten het klooster te eten, zelfs niet als iemand 203 53, 5 | alle bedrog van de duivel te voorkomen. ~ 204 53, 7 | 7 Door het hoofd te buigen of zich plat ter 205 53, 7 | buigen of zich plat ter aarde te werpen moet men Christus 206 53, 16 | de broeders niet hoeven te ontrieven.~ 207 53, 18 | Hebben ze daarentegen niets te doen, dan gaan ze elders 208 53, 19 | alles wat er in het klooster te doen is: ~ 209 53, 20 | heeft men daarentegen niets te doen, dan ontvangt men een 210 53, 24 | verlof heeft om met een gast te spreken.~ ~ ~ 211 54, 1 | of andere geschenkjes aan te nemen of ze te geven zonder 212 54, 1 | geschenkjes aan te nemen of ze te geven zonder verlof van 213 54, 3 | deze nog het recht om het te laten geven aan wie hij 214 54, 4 | over zijn, om geen kans te geven aan de duivel. ~ 215 54, 5 | Iemand die anders durft te handelen, wordt aan de vastgestelde 216 55, 7 | landstreek waar ze verblijven te krijgen zijn of dingen die 217 55, 8 | letten, zodat de kleren niet te kort zijn voor hen die ze 218 55, 9 | terug om ze in de kleerkamer te laten opbergen voor de armen. ~ 219 55, 10 | kovels heeft (om van kleren te kunnen wisselen) voor de 220 55, 10 | voor de nacht en om ze te kunnen wassen. ~ 221 55, 18 | eigendom met wortel en al uit te roeien, moet de abt alles 222 55, 19 | schrijfbordje, om de uitvlucht te voorkomen, dat men iets 223 56, 2 | hem vrij die broeders uit te nodigen, die hij zelf verkiest. ~ 224 56, 3 | broeders laten om de orde te handhaven.~ ~ ~ 225 57, 2 | meent iets voor het klooster te betekenen, ~ 226 57, 4 | voor wachten enig bedrog te plegen. ~ 227 57, 6 | 6 zelf in de ziel te ondergaan, zij en allen 228 58, 3 | weigering om hem binnen te laten gedurende vier of 229 58, 3 | vier of vijf dagen geduldig te verdragen en te volharden 230 58, 3 | geduldig te verdragen en te volharden in zijn verzoek, ~ 231 58, 6 | kunst verstaat hun zielen te winnen en die zeer nauwkeurig 232 58, 9 | 9 Als hij belooft te blijven, wordt hem na verloop 233 58, 12 | weer voorgelezen om hem te doen weten waartoe hij intreedt. ~ 234 58, 20 | een ander om het voor hem te doen; maar de novice zelf 235 58, 23 | neerwerpen om hun gebed te vragen: en van die dag af 236 58, 24 | bezit moet hij het ofwel van te voren aan de armen uitdelen, 237 58, 24 | alles voor zichzelf achter te houden. ~ 238 58, 28 | namelijk ooit - wat niet te hopen is - zou ingaan op 239 58, 28 | de duivel om het klooster te verlaten, dan wordt hem 240 59, 3 | maar een kans laten iets te bezitten. ~ 241 59, 6 | zou kunnen misleiden en te gronde richten, wat hem 242 59, 7 | gaan op dezelfde manier te werk. ~ 243 60, 1 | vraagt om in het klooster te worden opgenomen, mag dat 244 60, 1 | opgenomen, mag dat verzoek niet te spoedig worden ingewilligd. ~ 245 60, 3 | voor hem maken, om gevolg te geven aan hetgeen geschreven 246 60, 8 | heeft om in het klooster te worden opgenomen, kan ook 247 60, 9 | ook zij beloven de Regel te onderhouden en zich blijvend 248 60, 9 | onderhouden en zich blijvend te vestigen.~ ~ ~ 249 61, 4 | wijselijk bij zichzelf na te gaan, of de Heer hem wellicht 250 61, 5 | deze wens niet afwijzen, te meer omdat men tijdens zijn 251 61, 7 | men moet hem zelfs beleefd te verstaan geven, dat hij 252 61, 7 | hij vertrekken moet, om te voorkomen dat door zijn 253 61, 9 | moet men zelfs trachten hem te bewegen om te blijven, opdat 254 61, 9 | trachten hem te bewegen om te blijven, opdat de anderen 255 61, 13 | voorgoed in het zijne op te nemen zonder toestemming 256 62, 1 | is het priesterschap uit te oefenen. ~ 257 62, 3 | opdraagt, want hij dient te weten, dat hij voortaan 258 62, 4 | Regel en de kloostertucht te veronachtzamen, maar meer 259 62, 7 | hij weten, dat hij zich te houden heeft aan de regeling 260 62, 8 | 8 Als hij anders durft te handelen wordt niet de priester 261 62, 9 | Indien hij, na vaak berispt te zijn, zich niet betert, 262 62, 10 | zijn schuld niet meer valt te twijfelen, wordt hij uit 263 64, 5 | Gods een waardig bestuurder te geven. ~ 264 64, 9 | nieuw en oud naar voren te brengen. Ook moet hij onbaatzuchtig, 265 64, 12 | straffen, zal hij voorzichtig te werk gaan en vermijde hij 266 64, 12 | overdrijving, want als men al te hardhandig het roest van 267 64, 15 | eerder bemind dan gevreesd te worden.~ 268 64, 16 | koppig, niet jaloers of al te achterdochtig, want anders 269 64, 17 | onderscheiding en met mate te werk gaan ~ 270 64, 19 | voor de sterken nog iets te verlangen blijft, en de 271 64, 21 | vernemen wat de goede knecht te horen kreeg, die op tijd 272 65, 1 | 1 Het komt maar al te vaak voor dat de aanstelling 273 65, 4 | ongerijmd dit is, valt makkelijk te onderkennen: want van het 274 65, 16 | hem opdraagt, zonder iets te doen wat tegen de wil of 275 65, 17 | anderen geplaatst is, met des te groter nauwgezetheid moet 276 65, 18 | prior blijk geeft behept te zijn met ondeugden of zich 277 65, 18 | wanneer hij bewijst de Regel te minachten, dan krijgt hij 278 65, 22 | rekenschap zal moeten geven, om te voorkomen dat het vuur van 279 66, 1 | staat is een boodschap aan te nemen en antwoord te geven, 280 66, 1 | aan te nemen en antwoord te geven, en die bezadigd genoeg 281 66, 1 | bezadigd genoeg is om niet te gaan rondlopen. ~ 282 66, 2 | altijd iemand vinden om hun te woord te staan. ~ 283 66, 2 | iemand vinden om hun te woord te staan. ~ 284 66, 4 | staat hij hem zonder dralen te woord met de vurigheid van 285 66, 7 | het klooster behoeven rond te zwerven; want dat is volstrekt 286 67, 1 | op het punt staan op reis te gaan, bevelen zich aan in 287 67, 5 | veroorloven aan een ander te vertellen wat hij buiten 288 67, 7 | het slot van het klooster te verlaten en zo maar ergens 289 67, 7 | verlaten en zo maar ergens heen te gaan, of het een of ander 290 67, 7 | gaan, of het een of ander te doen, wat voor kleinigheid 291 68, 2 | zijn krachten volstrekt te boven gaat, kan hij geduldig 292 70, 2 | met een van zijn broeders te verbreken of hem te slaan, 293 70, 2 | broeders te verbreken of hem te slaan, tenzij hij daartoe 294 71, 5 | Als iemand neiging blijkt te hebben om tegen te spreken, 295 71, 5 | blijkt te hebben om tegen te spreken, krijgt hij een 296 71, 8 | zich onmiddellijk zonder te wachten voor diens voeten 297 71, 8 | houding blijven om voldoening te geven, tot die verstoordheid 298 71, 9 | 9 Als hij te hooghartig is om dit te 299 71, 9 | te hooghartig is om dit te doen, wordt hij aan den 300 73, 1 | ervan in onze kloosters te tonen, dat wij reeds enigermate 301 73, 2 | ontplooiing van dit leven te geraken, hij heeft de leer


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License