Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
daniël 1
dank 1
danke 1
dat 256
datgene 1
de 1302
deed 1
Frequency    [«  »]
301 die
301 te
284 een
256 dat
241 niet
230 als
224 met
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

dat

                                                  bold = Main text
    Chapter, Verse                                grey = Comment text
1 Prol, 5 | 5 dat Hij het tot een goed einde 2 Prol, 22| 22 Als wij in zijn tent, dat wil zeggen in dat Rijk, 3 Prol, 22| tent, dat wil zeggen in dat Rijk, willen wonen, zullen 4 Prol, 27| kwaad doet, die niet duldt dat zijn naaste belasterd wordt"; ~ 5 Prol, 29| maar die overtuigd zijn, dat zij tot het goede, dat in 6 Prol, 29| dat zij tot het goede, dat in hen is, niet uit eigen 7 Prol, 29| kracht in staat zijn, maar dat het door de Heer bewerkt 8 Prol, 33| 33 Vandaar dat ook de Heer in het Evangelie 9 Prol, 34| en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet 10 Prol, 35| en verwacht nu van ons, dat wij nu ook metterdaad elke 11 Prol, 37| Apostel zegt: "Weet gij niet, dat Gods geduld u tot boetvaardigheid 12 Prol, 38| dood van de zondaar, maar dat hij zich bekere en leve".~ 13 Prol, 40| uitrusten voor de strijd, dat wil zeggen voor de heilige 14 Prol, 41| vragen wij dan aan de Heer, dat Hij ons met de hulp van 15 Prol, 46| hopen wij niets te bepalen dat te moeilijk, niets dat te 16 Prol, 46| bepalen dat te moeilijk, niets dat te zwaar is. ~ 17 Prol, 47| toch iets in voorkomen, dat wel wat streng lijkt, maar 18 1, 2 | is die van de cenobieten: dat wil zeggen monniken die 19 1, 3 | die van de anachoreten: dat wil zeggen kluizenaars; 20 2, 6 | Altijd moet de abt bedenken, dat zijn eigen leer én de gehoorzaamheid 21 2, 7 | De abt moet goed weten dat het de herder zal worden 22 2, 8 | Anderzijds is eveneens waar, dat de herder bij het oordeel 23 2, 12 | 12 dat wil zeggen: hij moet hun 24 2, 19 | op rechtvaardige gronden, dat dat inderdaad zo is, dan 25 2, 19 | rechtvaardige gronden, dat dat inderdaad zo is, dan handele 26 2, 24 | 24 Dat wil zeggen, dat hij naar 27 2, 24 | 24 Dat wil zeggen, dat hij naar tijd en omstandigheden 28 2, 25 | 25 Dat betekent, dat hij ongebreidelde 29 2, 25 | 25 Dat betekent, dat hij ongebreidelde en ongedurige 30 2, 30 | en hij moet goed weten, dat van hem, wien meer is toevertrouwd, 31 2, 32 | zich naar hem plooien, dat hij niet enkel aan de hem 32 2, 34 | moet juist altijd bedenken, dat hij het bestuur van zielen 33 2, 34 | op zich heeft genomen, en dat hij over dezen dan ook rekenschap 34 2, 35 | 35 Om nu te voorkomen, dat hij een uitvlucht zou gaan 35 2, 35 | hij zich te herinneren, dat er geschreven staat: "Zoekt 36 2, 37 | 37 Hij wete dus, dat wie de leiding van zielen 37 2, 38 | hij ervan overtuigd zijn, dat hij op de dag van het oordeel 38 2, 39 | denken aan het onderzoek, dat hem als herder te wachten 39 3, 3 | wij hebben vastgesteld, dat allen voor het beraad bijeengeroepen 40 3, 3 | bijeengeroepen moeten worden, is, dat de Heer vaak aan een jongere 41 3, 11 | de Regel, omdat hij weet, dat hij zonder twijfel over 42 4, 9 | zelf niet wil ondergaan, dat ook een ander niet aandoen.~ 43 4, 49 | 49 Overtuigd zijn, dat God ons overal ziet.~ 44 4, 76 | ons het loon uitbetalen, dat Hijzelf beloofd heeft:~ 45 5, 9 | onmiddellijk op elkaar: het bevel dat de meester uitspreekt en 46 5, 9 | meester uitspreekt en het werk dat de leerling volbrengt.~ 47 5, 10 | trekken naar het eeuwig leven dat hen aandrijft. ~ 48 5, 13 | richten juist zij zich naar dat woord van de Heer, waar 49 6, 2 | Hier wijst de profeet erop, dat als men goede gesprekken 50 6, 8 | echter en ieder gepraat dat enkel dient om de lachlust 51 6, 8 | hand en wij staan niet toe, dat een leerling zijn mond opent 52 7, 2 | te zeggen toont zij ons, dat iedere zelfverheffing een 53 7, 3 | profeet maakt ons duidelijk, dat hij zich hiervoor wacht, 54 7, 4 | verheffen? Als een kind, dat niet meer drinken mag aan 55 7, 7 | niets anders zeggen dan dat men door hoogmoed afdaalt 56 7, 10 | nederigheid bestaat hierin, dat men door de vreze Gods altijd 57 7, 13 | mens moet overtuigd zijn, dat God hem altijd vanuit de 58 7, 13 | vanuit de hemel gadeslaat en dat zijn doen en laten overal 59 7, 14 | voor, waar hij aantoont, dat God altijd aanwezig is in 60 7, 19 | 19 Dat wij onze eigen wil niet 61 7, 20 | in het gebed des Heren, dat zijn wil in ons moge geschieden. ~ 62 7, 23 | betreft moeten wij geloven, dat God altijd bij ons tegenwoordig 63 7, 31 | nederigheid bestaat hierin, dat men niet gehecht is aan 64 7, 34 | nederigheid bestaat hierin, dat men uit liefde tot God zich 65 7, 35 | nederigheid bestaat hierin, dat men bij het beoefenen van 66 7, 38 | 38 En om te tonen, dat men om trouw te zijn zelfs 67 7, 41 | En om ons erop te wijzen, dat wij onder een overste moeten 68 7, 44 | nederigheid bestaat hierin, dat men alle slechte gedachten 69 7, 44 | hart opkomen en alle kwaad dat men in het verborgene bedreven 70 7, 49 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik met het allerarmste 71 7, 51 | nederigheid bestaat hierin, dat men niet alleen met de mond 72 7, 51 | van allen te zijn, maar dat men ook in zijn hart hier 73 7, 54 | Het is goed voor mij, dat Gij mij vernederd hebt om 74 7, 55 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik alleen dat doet 75 7, 55 | hierin, dat de monnik alleen dat doet wat de algemene leefregel 76 7, 56 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik zijn tong belet 77 7, 57 | Want de Schrift leert ons, dat bij veel spreken de zonde 78 7, 58 | 58 en dat een man die veel spreekt 79 7, 59 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik niet gemakkelijk 80 7, 60 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik, wanneer hij spreekt, 81 7, 62 | nederigheid bestaat hierin, dat de monnik niet enkel in 82 7, 62 | zijn hart nederig is, maar dat ook zijn hele lichaamshouding 83 8, 1 | 1 In de winter, dat wil zeggen van begin november 84 8, 4 | van opstaan zo gekozen, dat de nachtgetijden - na een 85 10, 1 | het volle aantal psalmen, dat hierboven is vastgesteld, 86 10, 3 | plaats zoals reeds gezegd is. Dat wil dus zeggen, dat er in 87 10, 3 | is. Dat wil dus zeggen, dat er in de nachtgetijden nooit 88 11, 12 | ongelukkigerwijs gebeuren dat men te laat opstaat, want 89 11, 13 | zorgvuldig gewaakt worden, dat dit nooit voorkomt. Mocht 90 13, 9 | het boek Deuteronomium, dat verdeeld wordt met twee 91 13, 11 | 11 Na dat kantiek volgen de lofpsalmen; 92 13, 11 | Evangelie, de litanie en dat is het besluit.~ 93 13, 12 | beëindigd worden zonder dat helemaal op het einde het 94 14, 1 | zoals wij gezegd hebben, dat ze op zondag gevierd worden. ~ 95 17, 8 | litanie en het Onze Vader, dat als slotgebed dient.~ 96 17, 10 | Daarna volgt de hymne van dat uur, één les, het vers, 97 18, 5 | aan psalm 19, maar dan dat psalm 9 en 17 in tweeën 98 18, 9 | 119 tot en met psalm 127: dat zijn samen negen psalmen.~ 99 18, 11 | 11 Dat wil dus zeggen, dat men 100 18, 11 | 11 Dat wil dus zeggen, dat men op zondag altijd weer 101 18, 14 | voorbehouden zijn voor andere uren, dat wil zeggen psalm 117 tot 102 18, 18 | 18 Dat is dan de volgorde van de 103 18, 18 | worden uitgevoerd zoals wij dat hierboven hebben vastgesteld.~ 104 18, 21 | 21 maar , dat de langste van die psalmen 105 18, 23 | onverkort aan vasthoudt, dat iedere week het volledige 106 18, 23 | psalmen gezongen wordt en dat dit telkens opnieuw van 107 18, 25 | 25 als wij immers lezen, dat onze heilige Vaders, met 108 19, 1 | 1 Wij geloven, dat God overal tegenwoordig 109 19, 1 | overal tegenwoordig is, en dat "de ogen van de Heer op 110 19, 7 | wij ons psalmgezang , dat ons hart in harmonie is 111 20, 3 | laten wij wel beseffen, dat wij niet verhoord zullen 112 21, 3 | zodanige mannen gekozen, dat de abt hun veilig een deel 113 22, 2 | beschikking van hun abt beddegoed, dat in overeenstemming is met 114 22, 4 | 4 In dat vertrek moet er voortdurend 115 22, 5 | gordel of koord, maar zo, dat zij hun messen niet bij 116 22, 5 | slapen, om te voorkomen dat zij er zich in hun slaap 117 23, 2 | wordt hij, zoals onze Heer dat bevolen heeft eenmaal en 118 24, 6 | 6 dat wil zeggen: als de broeder 119 25, 3 | alleen zijn bij het werk dat hem is opgedragen, volhardend 120 25, 4 | 4 "dat deze mens naar het vlees 121 25, 6 | zegenwens, en ook het eten dat hij ontvangt wordt niet 122 27, 2 | stuurt "senpecten" uit, dat wil zeggen ervaren en wijze 123 27, 6 | Want hij moet goed weten, dat hij de zorg voor zieke zielen 124 27, 8 | achterliet om het ene schaap, dat verdwaald was, te gaan zoeken. ~ 125 27, 9 | had Hij zoveel medelijden, dat Hij het op zijn heilige 126 28, 1 | op hem worden toegepast; dat wil zeggen, dat men zijn 127 28, 1 | toegepast; dat wil zeggen, dat men zijn toevlucht neemt 128 28, 4 | 4 en hij bemerkt dan dat al zijn moeite vruchteloos 129 28, 4 | namelijk zijn eigen gebed en dat van alle broeders,~ 130 29, 1 | terugkeren, eerst beloven, dat hij zich geheel zal beteren 131 29, 3 | maar hij moet wel weten, dat hem nadien iedere terugkeer 132 31, 8 | van de Apostel indachtig, dat "wie zijn taak goed volbrengt, 133 31, 9 | en de armen, wel wetend, dat hij over hen allen rekenschap 134 31, 10 | beschouwen als vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd 135 33, 5 | moeten erop vertrouwen, dat ze alles wat ze nodig hebben 136 33, 5 | niets ter beschikking hebben dat de abt hun niet heeft gegeven 137 33, 7 | 7 Wanneer men bemerkt dat iemand voldoening vindt 138 34, 2 | willen wij niet zeggen, dat er aanzien van persoon mag 139 34, 2 | verre van dien; maar wel dat er rekening moet worden 140 34, 6 | alles moet voorkomen worden, dat het kwaad van ontevredenheid 141 35, 14 | 14 Op dagen dat niet gevast wordt echter 142 36, 4 | moeten er dan ook aan denken, dat zij ter ere Gods gediend 143 36, 6 | dag leggen om te voorkomen dat de zieken onder enige verwaarlozing 144 36, 10 | moet de abt ervoor waken, dat de zieken niet door de kellenaars 145 38, 2 | allen om voor hem te bidden, dat God hem beware voor de geest 146 38, 6 | elkaar zo aan te reiken, dat niemand om iets behoeft 147 38, 9 | zou de overste, als hij dat wenst, een kort woord ter 148 39, 1 | 1 Wij zijn van mening, dat twee gekookte gerechten 149 39, 5 | 5 Op een dag dat er avondmaal is, bewaart 150 39, 9 | Heer het zegt: "Ziet toe, dat uw geest niet afgestompt 151 40, 3 | zijn wij toch van mening, dat één maat wijn per dag voor 152 40, 5 | echter altijd moet toezien, dat er geen gevallen van overdaad 153 40, 6 | 6 Wij lezen weliswaar, dat wijn bij monniken volstrekt 154 40, 6 | in elk geval voor zorgen, dat wij niet drinken tot verzadigens 155 40, 9 | vooral met kracht op aan, dat de monniken zich onthouden 156 41, 5 | regelen en te beschikken, dat de zielen zalig worden en 157 41, 5 | de zielen zalig worden en dat de broeders tevens bij het 158 41, 8 | zo'n tijdstip gehouden, dat men voor de maaltijd geen 159 41, 9 | moet zo geregeld worden, dat alles bij daglicht kan gebeuren.~ ~ ~ 160 42 | Hoofdstuk 42 DAT NA DE COMPLETEN NIEMAND 161 42, 3 | der Vaders" of iets anders dat de toehoorders kan stichten. ~ 162 42, 4 | dit deel van de Schrift op dat uur te horen; ze worden 163 42, 11 | 11 Maar ook dat moet dan gebeuren met de 164 43, 4 | komt - daarom willen wij, dat die heel slepend en traag 165 43, 7 | waarom wij bepaald hebben, dat zij op de laatste of op 166 43, 7 | plaats moeten gaan staan, is dat zij zich, omdat zij door 167 43, 17 | aanwezig is bij het vers dat na tafel gezegd wordt.~ 168 44, 3 | doen, tot de abt oordeelt, dat hij voldoening gegeven heeft. ~ 169 47, 1 | die zo plichtsgetrouw is dat alles op de juiste uren 170 47, 3 | die taak zo te kwijten, dat de toehoorders erdoor gesticht 171 48, 5 | lezen, moet hij zo lezen, dat een ander er niet door gestoord 172 48, 7 | armoede van dien aard is, dat de broeders zelf de oogst 173 48, 11 | verrichten allen het werk dat hun wordt opgedragen. ~ 174 48, 14 | tiende uur doen zij het werk dat hun wordt opgedragen.~ 175 48, 15 | Bijbelboek, ieder het zijne, dat zij in volgorde van begin 176 48, 17 | de ronde te doen op uren dat de broeders aan het lezen 177 48, 23 | onverschillig of lusteloos is, dat hij niet wil of niet kan 178 48, 24 | iets te doen of te maken dat van dien aard is, dat ze 179 48, 24 | maken dat van dien aard is, dat ze niet ledig zijn maar 180 49, 6 | Geest aan God iets aanbieden dat boven de maat van zijn verplichting 181 49, 7 | vreugde van het verlangen, dat uit de Geest is, uitzien 182 51, 1 | zelfs niet als iemand hem dat met aandrang zou vragen, ~ 183 53, 15 | ontvangt; want het ontzag dat de rijken inboezemen leidt 184 53, 24 | gaat voorbij, zeggende, dat hij geen verlof heeft om 185 54, 3 | 3 Als de abt goedvindt dat men het in ontvangst neemt, 186 55, 4 | 4 Zelf menen wij, dat in gematigde streken de 187 55, 10 | 10 Want het is voldoende dat een monnik twee tunieken 188 55, 19 | 19 dat wil zeggen: kovel, tuniek, 189 55, 19 | uitvlucht te voorkomen, dat men iets nodig had. ~ 190 55, 20 | Apostelen in gedachte houden: "Dat aan iedereen gegeven werd 191 58, 14 | na rijp beraad belooft, dat hij alles zal onderhouden 192 58, 15 | Maar hij moet goed weten, dat de wet van de Regel bepaalt, 193 58, 15 | wet van de Regel bepaalt, dat hij van die dag af het klooster 194 58, 18 | heiligen. Zo zal hij weten, dat hij, als hij ooit anders 195 58, 24 | overdragen, zonder iets van dat alles voor zichzelf achter 196 58, 25 | 25 Hij weet immers, dat hij van die dag af zelfs 197 59, 3 | bewuste oorkonde onder ede, dat zij hem nooit zelf, en ook 198 59, 5 | ervan aan zichzelf, als zij dat wensen.~ 199 60, 1 | te worden opgenomen, mag dat verzoek niet te spoedig 200 60, 2 | aandringen, moet hij weten, dat hij de wet van de Regel 201 60, 5 | 5 Zonder dat mag hij zich volstrekt niets 202 60, 5 | aanmatigen, wel wetend, dat hij aan de wet van de Regel 203 61, 4 | wellicht niet juist tot dat doel gezonden heeft.~ 204 61, 6 | verblijf als gast gebleken is, dat hij veeleisend is of behept 205 61, 7 | beleefd te verstaan geven, dat hij vertrekken moet, om 206 61, 7 | vertrekken moet, om te voorkomen dat door zijn treurige levenswijze 207 61, 8 | Maar als hij niet zo is dat men hem de deur moet wijzen, 208 61, 11 | 11 Als de abt ziet dat hij het verdient, kan hij 209 61, 12 | meebrengt, als hij ziet dat hun gedrag dit rechtvaardigt. ~ 210 61, 13 | monnik uit een klooster dat hem bekend is voorgoed in 211 61, 14 | geschreven: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook 212 61, 14 | wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet".~ ~ ~ 213 62, 3 | want hij dient te weten, dat hij voortaan nog veel meer 214 62, 7 | ook dan moet hij weten, dat hij zich te houden heeft 215 62, 11 | toch wel van die aard zijn, dat hij zich niet wil onderwerpen 216 63, 3 | hij moet altijd bedenken, dat hij van al zijn oordelen 217 63, 8 | aangekomen, moet hij weten dat hij jonger is dan degene 218 63, 14 | zijn en zich gedragen, dat hij zulk een eer waardig 219 64, 1 | altijd als grondregel gelden, dat ofwel hij wordt aangesteld, 220 64, 2 | levenswandel en een onderricht dat van wijsheid getuigt zijn 221 64, 5 | moeten zij verhinderen, dat het plan van de kwaadwilligen 222 64, 6 | 6 Zij moeten weten, dat zij daarvoor een rijk loon 223 64, 8 | 8 hij moet goed weten dat hij veeleer moet dienen 224 64, 13 | indachtig zijn, en bedenken, dat men het geknakte riet niet 225 64, 14 | willen wij niet zeggen, dat hij de ondeugden moet laten 226 64, 19 | zoveel maatgevoel regelen, dat er voor de sterken nog iets 227 65, 1 | komt maar al te vaak voor dat de aanstelling van een prior 228 65, 3 | 3 Dat gebeurt vooral daar waar 229 65, 5 | gedachten hem influisteren, dat hij aan het gezag van zijn 230 65, 8 | zijn is het onvermijdelijk, dat niet alleen hun eigen zielen, 231 65, 11 | van de vrede en de liefde, dat de abt naar eigen goeddunken 232 65, 12 | is moet men - zoals wij dat boven al hebben vastgesteld - 233 65, 16 | echter moet met eerbied dat ten uitvoer brengen wat 234 65, 20 | en wordt een ander, die dat waardig is, in zijn plaats 235 65, 22 | moet de abt eraan denken, dat hij over al zijn oordelen 236 65, 22 | moeten geven, om te voorkomen dat het vuur van de afgunst 237 66, 6 | klooster zijn ingericht, dat alles wat er nodig is zoals 238 66, 7 | behoeven rond te zwerven; want dat is volstrekt niet goed voor 239 66, 8 | 8 Wij willen dat deze Regel vaak aan de gemeente 240 67, 5 | gezien of gehoord heeft, want dat kan een heel grote verwoesting 241 68, 2 | 2 Als hij ziet dat de zwaarte van de opgelegde 242 68, 4 | wete de ondergeschikte, dat het zo het beste voor hem 243 69 | Hoofdstuk 69 DAT MEN IN HET KLOOSTER ELKAAR 244 69, 1 | Men moet ervoor waken, dat in het klooster onder geen 245 69, 3 | niet schuldig maken, want dat kan aanleiding geven tot 246 70 | Hoofdstuk 70 DAT NIEMAND EEN ANDER EIGENMACHTIG 247 70, 2 | 2 Daarom bepalen wij, dat niemand gerechtigd is de 248 70, 7 | geschreven: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook 249 70, 7 | wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan een ander niet".~ ~ ~ 250 71 | Hoofdstuk 71 DAT DE BROEDERS ELKAAR MOETEN 251 71, 2 | 2 in de overtuiging, dat zij langs deze weg der gehoorzaamheid 252 71, 3 | voorrang - en wij willen niet dat persoonlijke bevelen hierboven 253 71, 7 | 7 of als hij merkt, dat een van de ouderen innerlijk 254 72, 3 | vurigste liefde toeleggen; dat wil zeggen: ~ 255 73 | Hoofdstuk 73 OVER HET FEIT DAT NIET DE VOLLEDIGE BEOEFENING 256 73, 1 | onze kloosters te tonen, dat wij reeds enigermate eerzaam


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License