Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
meester 8
meineed 1
melden 1
men 137
mene 1
menen 3
mening 2
Frequency    [«  »]
147 dan
144 maar
139 wordt
137 men
135 zich
134 hem
131 worden
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

men

                                                   bold = Main text
    Chapter, Verse                                 grey = Comment text
1 Prol, 39| vernomen op welke voorwaarden men er kan wonen. Als wij nu 2 Prol, 49| 49 Naarmate men echter voortgang maakt in 3 Prol, 49| verruimt zich het hart en snelt men met een onuitsprekelijk 4 1, 1 | 1 Men kan duidelijk vier soorten 5 1, 12 | levenswijze van al deze mensen kan men beter zwijgen dan spreken. ~ 6 2, 1 | moet altijd bedenken, hoe men hem noemt, en de naam van 7 2, 20 | 20 want "of men nu slaaf is of vrije man, 8 2, 30 | wat hij is, bedenken hoe men hem noemt, en hij moet goed 9 4, 9 | 9 en wat men zelf niet wil ondergaan, 10 4, 41 | 41 Alles wat men verhoopt, aan God toevertrouwen.~ 11 4, 42 | 42 Als men in zichzelf iets goed waarneemt,~ 12 4, 62 | heilig willen heten voor men het is, maar het eerst zijn, 13 4, 73 | zonsondergang weer verzoenen met wie men onenigheid heeft.~ 14 6, 2 | de profeet erop, dat als men goede gesprekken soms terwille 15 6, 2 | zwijgzaamheid moet achterwege laten, men dus zeker de slechte moet 16 6, 4 | geschreven: "Bij veel spreken kan men de zonde niet vermijden",~ 17 6, 7 | 7 Heeft men dan ook iets te vragen aan 18 6, 7 | aan de overste, dan vraagt men het met alle nederigheid 19 7, 5 | hemelse hoogte waarnaar men opklimt langs de nederigheid 20 7, 7 | niets anders zeggen dan dat men door hoogmoed afdaalt en 21 7, 10 | nederigheid bestaat hierin, dat men door de vreze Gods altijd 22 7, 11 | houdt wat God bevolen heeft. Men overweegt dan voortdurend 23 7, 12 | 12 Te allen tijde wachte men zich voor zonden en misstappen 24 7, 21 | 21 Terecht leert men ons dan ook onze eigen wil 25 7, 31 | nederigheid bestaat hierin, dat men niet gehecht is aan zijn 26 7, 32 | 32 Maar men richt zich in zijn doen 27 7, 34 | nederigheid bestaat hierin, dat men uit liefde tot God zich 28 7, 35 | nederigheid bestaat hierin, dat men bij het beoefenen van de 29 7, 35 | van de gehoorzaamheid, als men harde en onaangename dingen 30 7, 38 | 38 En om te tonen, dat men om trouw te zijn zelfs alle 31 7, 38 | dood gebracht en beschouwt men ons als schapen voor de 32 7, 40 | in het vuur gekeurd zoals men zilver keurt in het vuur. 33 7, 42 | het gebod des Heren: als men hen op de wang slaat, bieden 34 7, 42 | ook nog hun mantel; als men hen dwingt één mijl te lopen, 35 7, 44 | nederigheid bestaat hierin, dat men alle slechte gedachten die 36 7, 44 | opkomen en alle kwaad dat men in het verborgene bedreven 37 7, 49 | is en zich bij alles wat men hem opdraagt als een onbekwaam 38 7, 51 | nederigheid bestaat hierin, dat men niet alleen met de mond 39 7, 51 | allen te zijn, maar dat men ook in zijn hart hier diep 40 7, 52 | 52 Men vernedert zich en zegt met 41 7, 56 | en spreekt niet voordat men hem iets vraagt.~ 42 7, 61 | geschreven staat: "De wijze kan men kennen aan zijn spaarzame 43 8, 1 | november tot Pasen staat men op op het achtste uur van 44 8, 2 | 2 zodat men iets langer slaapt dan de 45 10, 1 | tot begin november moet men het volle aantal psalmen, 46 11, 1 | 1 's Zondags staat men vroeger op voor de nachtgetijden. ~ 47 11, 2 | deze nachtgetijden moet men binnen de volgende maat 48 11, 6 | 6 Hierna zingt men drie kantieken uit de profeten, 49 11, 12 | ongelukkigerwijs gebeuren dat men te laat opstaat, want dan 50 12, 1 | ochtendgetijden op zondag zingt men eerst psalm 66 zonder antifoon 51 12, 3 | 3 Daarna zingt men psalm 117 en psalm 62. ~ 52 13, 3 | 3 Daarna zingt men naar gewoonte twee andere 53 13, 10 | op de andere dagen zingt men iedere dag een eigen kantiek 54 14, 2 | eigen zijn aan die dag. Maar men houdt zich aan de orde van 55 15 | Hoofdstuk 15 OP WELKE TIJDEN MEN HET ALLELUIA ZINGT~ ~ 56 15, 1 | Paasfeest tot Pinksteren zingt men zonder onderbreking het 57 15, 2 | begin van de Vasten zingt men het iedere nacht in de nachtgetijden 58 17, 6 | gemeenschap wat talrijker is zingt men de psalmen met antifoon, 59 18, 1 | 1 Eerst zingt men het vers "God, kom mij te 60 18, 4 | Primen van de maandag zingt men drie psalmen, namelijk 1, 61 18, 5 | 5 En zo zingt men iedere dag tot aan de zondag 62 18, 6 | 6 Op die manier kan men de nachtgetijden van de 63 18, 9 | en van dinsdag af zingt men in de Terts, Sext en Noon 64 18, 11 | Dat wil dus zeggen, dat men op zondag altijd weer begint 65 18, 16 | 16 Maar omdat men zo drie psalmen te kort 66 18, 16 | psalmen te kort komt, verdeelt men de langste psalmen van bovengenoemde 67 18, 19 | In de Completen herhaalt men iedere dag dezelfde psalmen, 68 20, 2 | Hoeveel te meer dan moet men tot de Heer, de God van 69 20, 4 | kort en zuiver zijn, tenzij men zich door een verlangen, 70 28, 1 | toegepast; dat wil zeggen, dat men zijn toevlucht neemt tot 71 29, 2 | 2 dan pas neemt men hem weer op, maar op de 72 29, 3 | nogmaals heengaat, moet men hem zo tot driemaal toe 73 30 | Hoofdstuk 30 HOE MEN KINDEREN VAN JEUGDIGE LEEFTIJD 74 30, 1 | en begripsvermogen moet men op een aangepaste wijze 75 33, 7 | 7 Wanneer men bemerkt dat iemand voldoening 76 34, 4 | op de barmhartigheid (die men hem betoont). ~ 77 36, 1 | alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken, 78 36, 5 | 5 Toch zou men hen dan geduldig moeten 79 36, 5 | moeten verdragen, omdat men bij dit soort mensen een 80 37, 3 | 3 Integendeel, men moet ten hunnen opzichte 81 41, 8 | n tijdstip gehouden, dat men voor de maaltijd geen lamplicht 82 42, 6 | 6 Men leest vier of vijf bladzijden 83 44, 5 | teken van de abt, neemt men hem weer op in het koor 84 49, 9 | 9 want wat men doet zonder verlof van zijn 85 52, 1 | zijn wat de naam zegt, en men mag er verder niets doen 86 52, 2 | grootste stilte naar buiten en men beware de eerbied voor God, ~ 87 53 | Hoofdstuk 53 HOE MEN GASTEN MOET ONTVANGEN~ ~ 88 53, 2 | wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is, maar 89 53, 5 | worden aangeboden voordat men gebeden heeft, om alle bedrog 90 53, 7 | ter aarde te werpen moet men Christus in hen aanbidden, 91 53, 7 | in hen aanbidden, zoals men die ook in hen ontvangt.~ 92 53, 9 | 9 Ter stichting leest men hun iets voor uit de goddelijke 93 53, 9 | goddelijke Wet; en daarna laat men het hun aan geen goede zorg 94 53, 14 | na deze voetwassing zegt men het vers: "Wij hebben, o 95 53, 15 | armen en vreemdelingen moet men de grootste zorg besteden, 96 53, 15 | grootste zorg besteden, omdat men in hen Christus meer in 97 53, 20 | 20 heeft men hulp nodig dan krijgt men 98 53, 20 | men hulp nodig dan krijgt men die, heeft men daarentegen 99 53, 20 | dan krijgt men die, heeft men daarentegen niets te doen, 100 53, 20 | niets te doen, dan ontvangt men een opdracht en gehoorzaamt.~ 101 54, 3 | Als de abt goedvindt dat men het in ontvangst neemt, 102 55, 1 | 1 Men verschaft de broeders kleren 103 55, 2 | want in koude streken heeft men meer nodig, in warme minder. ~ 104 55, 11 | 11 Alles wat men méér heeft, is overdaad 105 55, 16 | dingen in kunnen bevinden die men zich heeft toegeëigend. ~ 106 55, 17 | 17 Als men bij iemand iets vindt wat 107 55, 18 | abt alles verstrekken wat men nodig heeft, ~ 108 55, 19 | uitvlucht te voorkomen, dat men iets nodig had. ~ 109 57, 4 | 4 Als men iets moet verkopen van wat 110 57, 8 | 8 maar men moet juist alles iets goedkoper 111 58, 2 | 2 maar men doet wat de Apostel zegt: " 112 58, 3 | onvriendelijkheid waarmee men hem behandelt en de weigering 113 58, 8 | harde en moeilijke waardoor men tot God gaat moet hem worden 114 58, 10 | 10 en zegt men hem: "Dit is de wet, waaronder 115 58, 26 | 26 In het koor ontdoet men hem terstond van zijn eigen 116 58, 26 | zijn eigen kleren en kleedt men hem met de kleren van het 117 58, 27 | 27 De kleren die men hem heeft uitgetrokken worden 118 58, 28 | monnikskleed uitgetrokken en zet men hem buiten. ~ 119 58, 29 | terugontvangen; deze blijft men in het klooster bewaren.~ ~ ~ 120 60, 3 | 3 Men mag dan ook geen uitzonderingen 121 60, 4 | 4 Wel kan men hem de plaats na de abt 122 61, 5 | zou willen vestigen, moet men deze wens niet afwijzen, 123 61, 5 | afwijzen, te meer omdat men tijdens zijn verblijf als 124 61, 6 | behept met ondeugden, dan mag men hem niet alleen niet als 125 61, 7 | 7 maar men moet hem zelfs beleefd te 126 61, 8 | Maar als hij niet zo is dat men hem de deur moet wijzen, 127 61, 8 | de deur moet wijzen, zal men hem niet alleen wanneer 128 61, 9 | 9 maar moet men zelfs trachten hem te bewegen 129 61, 10 | 10 en omdat men overal dienaar is van dezelfde 130 64, 2 | getuigt zijn de gronden waarop men iemand kiest voor dit ambt, 131 64, 12 | iedere overdrijving, want als men al te hardhandig het roest 132 64, 12 | een pot wil schuren, zou men hem wel eens kunnen breken. ~ 133 64, 13 | indachtig zijn, en bedenken, dat men het geknakte riet niet mag 134 65, 12 | Als het mogelijk is moet men - zoals wij dat boven al 135 69 | Hoofdstuk 69 DAT MEN IN HET KLOOSTER ELKAAR NIET 136 69, 1 | 1 Men moet ervoor waken, dat in 137 70, 1 | 1 Men moet in het klooster iedere


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License