Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
huis 5
huisvader 1
hulp 16
hun 124
hunnen 1
hymne 11
hymnen 1
Frequency    [«  »]
135 zich
134 hem
131 worden
124 hun
123 abt
123 ook
116 om
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText - Concordances

hun

                                                 bold = Main text
    Chapter, Verse                               grey = Comment text
1 Prol, 29| daarom niet groot gaan op hun goede levenswandel, maar 2 1, 3 | door de eerste ijver van hun monnikenleven gedreven worden, 3 1, 5 | aanvechtingen van het vlees en hun gedachten. ~ 4 1, 7 | 7 Doordat zij met hun werken de wereld trouw blijven 5 1, 7 | wereld trouw blijven is hun kruinschering een kennelijke 6 1, 8 | Als enige wet hebben zij hun begeerten en verlangens; ~ 7 1, 9 | 9 alles wat hun aanstaat en wat zij verkiezen 8 1, 9 | ze dan ook heilig, en wat hun niet bevalt houden ze voor 9 1, 10 | zogenaamde gyrovagen, die hun hele leven lang de verschillende 10 1, 11 | Zij zijn de slaven van hun eigen grillen en hun onmatige 11 1, 11 | van hun eigen grillen en hun onmatige zucht tot eten, 12 2, 8 | mogelijke wijzen getracht heeft hun ziekelijk gedrag te genezen. ~ 13 2, 12 | dat wil zeggen: hij moet hun al wat goed en heilig is 14 2, 13 | heeft voorgehouden, moet hij hun ook door zijn eigen daden 15 2, 22 | echter wel rekening houdt met hun verdiensten.~ 16 2, 36 | Aan niets ontbreekt het hun, die Hem vrezen".~ 17 3, 4 | Intussen moeten de broeders hun raad geven in alle nederigheid 18 3, 4 | onderdanigheid, en mogen zij hun eigen inzichten niet hardnekkig 19 3, 6 | het aan leerlingen past hun meester te gehoorzamen, 20 3, 7 | alles de Regel te volgen als hun meester, en niemand mag 21 4, 32 | kwaad terugwensen, maar hun veeleer het goede toewensen.~ 22 5, 7 | verlaten dan ook terstond hun eigen bezigheden en doen 23 5, 7 | bezigheden en doen afstand van hun eigen wil; ~ 24 5, 8 | alles uit handen, laten hun werk, ook als het niet af 25 5, 8 | aan het woord van hem, die hun iets beveelt. ~ 26 5, 12 | en gehoorzamen niet aan hun eigen verlangens en begeerten, 27 7, 11 | het hellevuur omwille van hun zonden hen doet branden 28 7, 22 | door de opwellingen van hun eigen wil".~ 29 7, 38 | moet verdragen, legt zij hun, die lijden, deze woorden 30 7, 42 | onrecht vervullen zij door hun geduld het gebod des Heren: 31 7, 42 | de andere aan; als iemand hun kleed rooft, geven zij hem 32 7, 42 | rooft, geven zij hem ook nog hun mantel; als men hen dwingt 33 9, 4 | daarna zes psalmen met hun antifonen.~ 34 9, 5 | uit, en terwijl allen op hun banken gezeten zijn, lezen 35 9, 7 | aanheft, staan allen van hun banken op uit eerbied en 36 11, 4 | in numerieke volgorde met hun antifonen evenals de voorafgaande, 37 17, 7 | beperkt tot vier psalmen met hun antifonen. ~ 38 21, 2 | moeten in alle opzichten voor hun dekanieën zorg dragen volgens 39 21, 2 | en de voorschriften van hun abt. ~ 40 21, 3 | mannen gekozen, dat de abt hun veilig een deel van zijn 41 21, 4 | worden dan ook niet volgens hun rang gekozen, maar met het 42 21, 4 | oog op de verdienste van hun levenswandel en de wijsheid 43 21, 4 | levenswandel en de wijsheid van hun denkbeelden. ~ 44 22, 2 | volgens de beschikking van hun abt beddegoed, dat in overeenstemming 45 22, 3 | vertrek; wanneer echter hun aantal dit niet toelaat, 46 22, 5 | koord, maar zo, dat zij hun messen niet bij zich hebben 47 22, 5 | voorkomen dat zij er zich in hun slaap mee verwonden. ~ 48 31, 16 | Hij verstrekt de broeders hun vastgestelde rantsoenen 49 31, 16 | en zonder vertraging om hun geen reden tot ontevredenheid 50 33, 4 | vrije beschikkingsrecht over hun lichaam en over hun wil. ~ 51 33, 4 | over hun lichaam en over hun wil. ~ 52 33, 5 | beschikking hebben dat de abt hun niet heeft gegeven of toegestaan.~ 53 35, 8 | linnen waarmee de broeders hun handen en voeten afdrogen. ~ 54 35, 13 | zij tijdens de maaltijd hun broeders zonder ontevredenheid 55 35, 15 | 15 Zij die hun week beginnen en zij die 56 35, 15 | voeten van allen neer om hun gebed te vragen. ~ 57 36, 4 | 4 De zieken van hun kant moeten er dan ook aan 58 36, 4 | worden, en zij mogen het hun broeders niet moeilijk maken 59 36, 4 | niet moeilijk maken door hun veeleisendheid. ~ 60 37, 1 | het gezag van de Regel in hun geval voorzien.~ 61 37, 2 | 2 Altijd moet hun zwakheid in aanmerking genomen 62 38, 12 | diegenen die in staat zijn hun toehoorders te stichten.~ ~ ~ 63 39, 5 | pond om het de broeders bij hun avondmaal te geven.~ 64 41, 5 | tevens bij het verrichten van hun werk geen reden tot klagen 65 43, 11 | gebracht, tenzij de abt hun er toestemming voor geeft 66 43, 11 | toestemming voor geeft doordat hij hun kwijtschelding schenkt. ~ 67 44, 4 | vervolgens voor al de anderen om hun gebed te vragen. ~ 68 47, 2 | worden na de abt volgens hun rangorde door hen ingezet 69 48, 4 | zingen houden zij vrij voor hun lezing.~ 70 48, 5 | in alle stilte rusten op hun bed; als iemand soms liever 71 48, 7 | plaatselijke gesteldheid of hun armoede van dien aard is, 72 48, 8 | als zij van het werk van hun handen leven zoals onze 73 48, 10 | vasten moeten de broeders hun tijd tot aan het einde van 74 48, 11 | verrichten allen het werk dat hun wordt opgedragen. ~ 75 48, 13 | het eten benutten zij om hun lessen en psalmen te leren.~ 76 48, 14 | het derde uur bezig met hun lezing en tot aan het einde 77 48, 14 | uur doen zij het werk dat hun wordt opgedragen.~ 78 48, 18 | schaadt, maar ook anderen van hun plicht afhoudt. ~ 79 48, 25 | 25 Hun onvermogen moet door de 80 50 | DIE VER VAN DE BIDPLAATS HUN WERK HEBBEN OF DIE OP REIS 81 50, 3 | ze bezig zijn en buigen hun knieën met de vreze Gods.~ 82 53, 8 | 8 Na hun ontvangst worden de gasten 83 53, 9 | Ter stichting leest men hun iets voor uit de goddelijke 84 53, 9 | en daarna laat men het hun aan geen goede zorg ontbreken. ~ 85 53, 11 | de broeders gaan door met hun gewone vasten.~ 86 53, 18 | zij hulp nodig dan wordt hun die gegeven, zodat zij zonder 87 53, 18 | zij zonder ontevredenheid hun taak kunnen verrichten. 88 53, 18 | elders werken naargelang het hun wordt opgedragen. ~ 89 55, 12 | 12 Ook hun kousen en alles wat versleten 90 55, 13 | een broek, die ze daar bij hun thuiskomst gewassen teruggeven. ~ 91 55, 14 | 14 Zowel hun kovels als hun tunieken 92 55, 14 | 14 Zowel hun kovels als hun tunieken moeten wat beter 93 55, 14 | die uit de kleerkamer bij hun vertrek en geven ze daar 94 55, 14 | vertrek en geven ze daar bij hun thuiskomst weer terug.~ 95 57, 1 | ambachtslieden zijn kunnen zij hun ambacht in alle nederigheid 96 58, 6 | 6 Met hun zorg wordt een ouderling 97 58, 6 | belast die de kunst verstaat hun zielen te winnen en die 98 58, 23 | van allen neerwerpen om hun gebed te vragen: en van 99 59, 3 | 3 Met betrekking tot hun bezittingen beloven zij 100 59, 8 | de offerande dragen zij hun zoon op in aanwezigheid 101 61, 12 | hogere plaats geven dan hun intrede meebrengt, als hij 102 61, 12 | meebrengt, als hij ziet dat hun gedrag dit rechtvaardigt. ~ 103 63, 1 | hen moment van intrede, hun verdiensten en de beschikking 104 63, 6 | en Daniël hebben ondanks hun jeugd ouderlingen geoordeeld. ~ 105 63, 7 | behouden allen de rang die hun volgens hun intrede toekomt. ~ 106 63, 7 | de rang die hun volgens hun intrede toekomt. ~ 107 63, 10 | 10 De jongeren moeten dus hun ouderen eren, de ouderen 108 63, 10 | ouderen eren, de ouderen hun jongeren liefhebben. ~ 109 63, 12 | 12 maar de ouderen noemen hun jongeren "broeder" en de 110 63, 12 | broeder" en de jongeren hun ouderen "nonnus", wat "eerwaarde" 111 63, 18 | aan tafel in goede orde hun vaste plaats innemen. ~ 112 65, 8 | onvermijdelijk, dat niet alleen hun eigen zielen, zolang die 113 65, 9 | 9 maar ook hun onderhorigen hun ondergang 114 65, 9 | maar ook hun onderhorigen hun ondergang tegemoet gaan 115 66, 2 | altijd iemand vinden om hun te woord te staan. ~ 116 66, 7 | volstrekt niet goed voor hun zielen.~ 117 67, 3 | Wanneer de broeders van hun reis terugkeren, moeten 118 67, 3 | zich op de dag zelf van hun thuiskomst in alle getijden, 119 67, 4 | 4 en allen om hun gebed vragen omwille van 120 67, 4 | gebed vragen omwille van hun fouten; want ze zouden onderweg 121 70, 4 | De kinderen staan wel tot hun vijftiende jaar onder het 122 72, 10 | 10 Hun abt beminnen zij met een 123 73, 5 | Gesprekken van de Vaders, hun Instellingen en hun levensbeschrijvingen 124 73, 5 | Vaders, hun Instellingen en hun levensbeschrijvingen en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License