Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk 35 OVER HEN DIE DE WEEKBEURT HEBBEN IN DE KEUKEN
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Hoofdstuk 35 OVER HEN DIE DE WEEKBEURT HEBBEN IN DE KEUKEN

 

1   De broeders moeten elkander dienen en niemand mag dan ook ontslagen worden van de keukendienst, tenzij hij ziek is of in beslag genomen door bezigheden van groot belang.

2   Want dit is een bron van rijke beloning en liefde.

3   Aan zwakken wordt hulp gegeven, opdat zij het niet met tegenzin doen.

4   Trouwens, iedereen krijgt hulp naarmate de grootte van de gemeenschap en de plaatselijke gesteldheid dit eisen.

5   Als de gemeente talrijk is, wordt de kellenaar vrijgesteld van de keukendienst; en eveneens zij, die zoals we gezegd hebben belangrijke bezigheden hebben.

6   De overigen dienen elkaar met liefde.

7   Wie zijn week gaat beëindigen, houdt 's zaterdags schoonmaak:

8   hij wast het linnen waarmee de broeders hun handen en voeten afdrogen.

9   De voetwassing van allen verrichten zowel hij die zijn week beëindigt als hij die zijn week begint.

10            De voorwerpen die hij voor zijn werk gekregen heeft levert hij schoon en in goede staat weer bij de kellenaar in.

11            De kellenaar op zijn beurt wijst ze weer toe aan hem die de nieuwe week ingaat: zo weet hij wat hij geeft en wat hij terugkrijgt.

12            Zij die de weekbeurt hebben, krijgen, als er maar één maaltijd is, van te voren buiten het vastgesteld rantsoen iets te drinken met wat brood,

13            zodat zij tijdens de maaltijd hun broeders zonder ontevredenheid en zonder grote inspanning kunnen dienen.

14            Op dagen dat niet gevast wordt echter moeten zij daarmee wachten tot na het slotgebed.

15            Zij die hun week beginnen en zij die haar beëindigen werpen zich 's zondags onmiddellijk na de ochtendgetijden in het koor voor de voeten van allen neer om hun gebed te vragen.

16            Hij die zijn week beëindigt zegt het vers: "Gezegend zijt Gij, God en Heer, die mij hebt bijgestaan en geholpen".

17            Als hij die de week beëindigt dit vers driemaal herhaald heeft en de zegen ontvangen heeft, volgt hij die zijn week begint en zegt: "God, kom mij te hulp; Heer, haast u mij te helpen".

18            Dit wordt eveneens door allen tot driemaal toe herhaald en, nadat hij de zegen ontvangen heeft, begint hij zijn weekdienst.

 

 




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License