Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk 53 HOE MEN GASTEN MOET ONTVANGEN
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Hoofdstuk 53 HOE MEN GASTEN MOET ONTVANGEN

 

1   Alle gasten die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal eens zeggen: "Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen".

2   Aan ieder wordt de eer bewezen die men hem verschuldigd is, maar heel in het bijzonder aan de geloofsgenoten en aan de vreemdelingen.

3   Zodra dus een gast wordt gemeld, gaan de overste en de broeders hem tegemoet met de meest liefdevolle voorkomendheid.

4   Eerst moeten zij samen bidden en dan begroeten zij elkaar met de vredekus.

5   Deze vredekus mag niet worden aangeboden voordat men gebeden heeft, om alle bedrog van de duivel te voorkomen.

6   De wijze van begroeten zelf moet getuigen van grote nederigheid ten opzichte van alle gasten die komen of vertrekken.

7   Door het hoofd te buigen of zich plat ter aarde te werpen moet men Christus in hen aanbidden, zoals men die ook in hen ontvangt.

8   Na hun ontvangst worden de gasten meegenomen voor een gezamenlijk gebed en daarna houdt de overste of wie deze het heeft opgedragen hen gezelschap.

9   Ter stichting leest men hun iets voor uit de goddelijke Wet; en daarna laat men het hun aan geen goede zorg ontbreken.

10            Omwille van de gast breekt de overste de vasten, tenzij het juist een voorname vastendag is die niet geschonden mag worden;

11            maar de broeders gaan door met hun gewone vasten.

12            De abt giet het water uit over de handen van de gast.

13            De voetwassing van alle gasten wordt verricht zowel door de abt als door de gehele gemeente

14            en na deze voetwassing zegt men het vers: "Wij hebben, o God, uw barmhartigheid ontvangen in het midden van uw tempel".

15            Vooral aan het opnemen van armen en vreemdelingen moet men de grootste zorg besteden, omdat men in hen Christus meer in het bijzonder ontvangt; want het ontzag dat de rijken inboezemen leidt vanzelf wel tot eerbetoon.

16            De abt en de gasten hebben een afzonderlijke keuken, zodat gasten die onverwachts in het klooster aankomen - en er komen er altijd - de broeders niet hoeven te ontrieven.

17            Twee broeders die vakbekwaam zijn, worden voor een jaar belast met de zorg voor deze keuken.

18            Hebben zij hulp nodig dan wordt hun die gegeven, zodat zij zonder ontevredenheid hun taak kunnen verrichten. Hebben ze daarentegen niets te doen, dan gaan ze elders werken naargelang het hun wordt opgedragen.

19            Deze regel geldt niet alleen voor hen maar voor alles wat er in het klooster te doen is:

20            heeft men hulp nodig dan krijgt men die, heeft men daarentegen niets te doen, dan ontvangt men een opdracht en gehoorzaamt.

21            Een broeder, wiens ziel vervuld is van de vreze Gods, wordt belast met het gastenverblijf;

22            een voldoende aantal bedden moet daar altijd gereed staan. En het huis Gods moet door wijzen met wijsheid beheerd worden.

23            Wie er geen opdracht toe heeft, mag zich beslist niet met de gasten inlaten of met hen spreken.

24            Ontmoet hij er of ziet hij er, dan groet hij hen nederig - zoals wij gezegd hebben - vraagt de zegen en gaat voorbij, zeggende, dat hij geen verlof heeft om met een gast te spreken.

 

 




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License