Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Sint Benedictus
BenedictusRegel

IntraText CT - Text

  • Hoofdstuk 55 OVER KLEDING EN SCHOEISEL VAN DE BROEDERS
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Hoofdstuk 55 OVER KLEDING EN SCHOEISEL VAN DE BROEDERS

 

1   Men verschaft de broeders kleren die aangepast zijn aan de gesteldheid van de plaats waar ze wonen en aan het klimaat,

2   want in koude streken heeft men meer nodig, in warme minder.

3   Het oordeel hierover berust dan bij de abt.

4   Zelf menen wij, dat in gematigde streken de monniken genoeg hebben aan elk een kovel en een tuniek -

5   's winters een ruige kovel, 's zomers een gladde of versletene -,

6   en verder aparte werkkleding en als schoeisel kousen en schoenen.

7   Over de kleur of de grofheid van al deze zaken moeten de monniken zich niet druk maken, maar ze nemen ze zoals ze in de landstreek waar ze verblijven te krijgen zijn of dingen die goedkoop kunnen worden aangeschaft.

8   Wel moet de abt op de maat letten, zodat de kleren niet te kort zijn voor hen die ze dragen, maar goed op maat.

9   Wie nieuwe kleren krijgt, geeft de oude altijd meteen terug om ze in de kleerkamer te laten opbergen voor de armen.

10            Want het is voldoende dat een monnik twee tunieken en twee kovels heeft (om van kleren te kunnen wisselen) voor de nacht en om ze te kunnen wassen.

11            Alles wat men méér heeft, is overdaad en moet verwijderd worden.

12            Ook hun kousen en alles wat versleten is leveren de broeders in, wanneer ze iets nieuws krijgen.

13            Zij die op reis gestuurd worden krijgen uit de kleerkamer een broek, die ze daar bij hun thuiskomst gewassen teruggeven.

14            Zowel hun kovels als hun tunieken moeten wat beter zijn dan die ze gewoonlijk dragen. Zij krijgen die uit de kleerkamer bij hun vertrek en geven ze daar bij hun thuiskomst weer terug.

15            Als beddegoed is voldoende een mat, een wollen deken, een laken en een hoofdkussen.

16            De bedden moeten door de abt vaak worden doorzocht, want er zouden zich dingen in kunnen bevinden die men zich heeft toegeëigend.

17            Als men bij iemand iets vindt wat hij niet van de abt gekregen heeft, ondergaat hij een zeer strenge straf.

18            En om deze ondeugd van de eigendom met wortel en al uit te roeien, moet de abt alles verstrekken wat men nodig heeft,

19            dat wil zeggen: kovel, tuniek, kousen, schoenen, gordel, mes, schrijfstift, naald, zakdoek en schrijfbordje, om de uitvlucht te voorkomen, dat men iets nodig had.

20            Maar de abt moet altijd deze tekst uit de Handelingen van de Apostelen in gedachte houden: "Dat aan iedereen gegeven werd naar zijn persoonlijke behoefte".

21            Zo moet ook de abt rekening houden met de zwakheid van de behoeftigen, niet met de kwaadwilligheid van de afgunstigen.

22            Maar bij al zijn oordelen denke hij aan de vergelding van God.

 

 




Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by Èulogos SpA - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License