Art.
1 Pream| Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid
2 Pream| inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare
3 Pream| onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap
4 Pream| onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag
5 Pream| Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten
6 Pream| minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot
7 Pream| handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben
8 Pream| aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen
9 Pream| waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof
10 Pream| genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd
11 Pream| verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens; ~Overwegende,
12 Pream| mens; ~Overwegende, dat het van het grootste belang is,
13 Pream| belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden
14 Pream| worden door de suprematie van het recht, opdat de mens
15 Pream| onderdrukking; ~Overwegende, dat het van het grootste belang is om
16 Pream| belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen
17 Pream| Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het
18 Pream| de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid
19 Pream| waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke
20 Pream| en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw
21 Pream| de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich
22 Pream| samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal
23 Pream| eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en
24 Pream| inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele
25 Pream| bevorderen; ~Overwegende, dat het van het grootste belang is voor
26 Pream| voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een
27 Pream| deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als
28 Pream| Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk
29 Pream| ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze
30 Pream| zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde
31 Pream| volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn,
32 Pream| zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun
33 1 | jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. ~
34 2 | zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras,
35 2 | of internationale status van het land of gebied, waartoe
36 2 | er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat. ~
37 3 | vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. ~
38 8 | daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke
39 10 | en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke
40 10 | instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen
41 10 | verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen
42 10 | bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde
43 11 | strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig
44 11 | dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare
45 11 | ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing
46 11 | begaan van het strafbare feit van toepassing was.
47 12 | noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam.
48 13 | vertoeven binnen de grenzen van elke Staat. Een ieder heeft
49 13 | welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en
50 14 | beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens
51 14 | strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen
52 14 | doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.
53 15 | recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.
54 16 | enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst,
55 16 | hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht
56 16 | en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
57 16 | fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft
58 17 | Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.
59 18 | heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;
60 18 | omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging
61 18 | eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften. ~
62 19 | heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting.
63 20 | heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en
64 21 | te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks
65 21 | rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
66 21 | heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten
67 21 | tot de overheidsdiensten van zijn land. De wil van het
68 21 | overheidsdiensten van zijn land. De wil van het volk zal de grondslag
69 21 | volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering;
70 21 | grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal
71 21 | die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.
72 22 | Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op
73 22 | aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en
74 22 | organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de
75 22 | voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt
76 23 | op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en
77 23 | nodig met andere middelen van sociale bescherming zal
78 23 | sluiten ter bescherming van zijn belangen.
79 24 | vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking
80 24 | een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke
81 24 | periodieke vakanties met behoud van loon. ~
82 25 | gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin,
83 25 | op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit,
84 25 | invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom
85 25 | bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk
86 25 | omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. Moeder en kind
87 26 | op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid
88 26 | persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten
89 26 | eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele
90 26 | het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor
91 26 | Naties voor de handhaving van de vrede steunen. Aan de
92 26 | het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te
93 27 | aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten
94 27 | gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben
95 27 | recht op de bescherming van de geestelijke en materiële
96 28 | heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke
97 29 | en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet
98 29 | mogelijk is. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden
99 29 | uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en
100 29 | erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden
101 29 | de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen
102 29 | de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare
103 29 | doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.
104 30 | ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten,
105 30 | verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden,
106 30 | die vernietiging van een van de rechten en vrijheden,
|