Artikel 11
Een
ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op
voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet
bewezen wordt in een openbare rechtzitting, waarbij hem alle waarborgen,
nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
Niemand
zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op
grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of
internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het
tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een
zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan
van het strafbare feit van toepassing was.
|