Artikel 21
Een
ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land,
rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
Een
ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot
de overheidsdiensten van zijn land.
De
wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze
wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die
gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en
bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid
van de stemmen verzekert.
|