Artikel 25
Een
ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de
gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen
voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de
noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval
van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot,
ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van
omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
Moeder
en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan
niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.
|