Artikel 26
Een
ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans
wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht
zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar
worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe
de begaafdheid bezit.
Het
onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke
persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid
en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen
bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de
handhaving van de vrede steunen.
Aan
de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding
en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.
|