Book Chapter: Verse
1 Gen 16:10 | uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde.
2 Gen 16:12 | besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de
3 Gen 16:14 | 14 En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende,
4 Gen 16:23 | gekochten met zijn geld, al wat mannelijk was onder de lieden van
5 Gen 31:15 | u besneden worde al wat mannelijk is. ~
6 Gen 31:22 | volk te zijn; als al wat mannelijk is onder ons besneden wordt,
7 Gen 31:24 | werden besneden, al wat mannelijk was, allen, die ter zijner
8 Gen 31:25 | stad, en doodden al wat mannelijk was. ~
9 Exo 12:48 | houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde,
10 Exo 34:42 | Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende
11 Exo 34:46 | 23 Al wat mannelijk is onder u zal driemaal
12 Lev 6:18 | 18 Al wat mannelijk is onder de zonen van Aaron
13 Lev 6:29 | 29 Al wat mannelijk is onder de priesteren,
14 Lev 7:6 | 6 Al wat mannelijk is onder de priesteren zal
15 Num 1:2 | getal der namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd. ~
16 Num 1:20 | hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud
17 Num 1:22 | hoofd voor hoofd, al wat mannelijk was, van twintig jaren oud
18 Num 3:15 | naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en
19 Num 3:22 | in getal waren van al wat mannelijk was, van een maand oud en
20 Num 3:28 | 28 In getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en
21 Num 3:34 | getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en
22 Num 3:39 | geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en
23 Num 3:40 | alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels,
24 Num 3:43 | alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der
25 Num 18:23 | zult gij dat eten; al wat mannelijk is zal dat eten; het zal
26 Num 19:10 | zult gij dat eten; al wat mannelijk is zal dat eten; het zal
27 Num 26:62 | twintig duizend, al wat mannelijk is, van een maand oud en
28 Num 31:7 | had, en zij doodden al wat mannelijk was. ~
29 Num 31:17 | 17 Nu dan, doodt al wat mannelijk is onder de kinderkens;
30 Deu 4:16 | gelijkenis van enig beeld, van mannelijk of vrouwelijk gedaante, ~
31 Deu 15:19 | zal geboren worden, zijnde mannelijk, zult gij den HEERE, uw
32 Deu 16:16 | het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht
33 Deu 20:13 | en gij zult alles, wat mannelijk daarin is, slaan met de
34 Ric 20:11 | die gij doen zult; al wat mannelijk is, en alle vrouwen, die
35 1Sa 1:11 | geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den
36 1Sa 25:22 | tot morgen overlaat, dat mannelijk is! ~
37 1Sa 25:34 | ware van Nabal niemand, die mannelijk is, overgebleven tot het
38 1Kon 11:15| begraven, dat hij al wat mannelijk was in Edom sloeg; ~
39 1Kon 11:16| Israel, totdat hij al wat mannelijk was in Edom uitgeroeid had. ~
40 1Kon 14:10| Jerobeam uitroeien, wat mannelijk is, den beslotene en verlatene
41 1Kon 16:11| hij liet hem niet over die mannelijk was, noch zijn bloedverwanten,
42 1Kon 21:21| van Achab uitroeien, wat mannelijk is, mitsgaders den beslotene
43 2Kon 9:8 | van Achab uitroeien, wat mannelijk is, ook den beslotene en
44 Luk 2:23 | de wet des Heeren: Al wat mannelijk is, dat de moeder opent,
45 1Kor 16:13| staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk. ~
|