Book Chapter: Verse
1 Gen 39:8 | tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo
2 Exo 4:13 | Doch hij zeide: Och, Heere! zend toch door de hand desgenen,
3 Exo 9:19 | 19 En nu, zend heen, vergader uw vee, en
4 Num 13:2 | 2 Zend u mannen uit: die het land
5 1Sa 16:11 | Samuel nu zeide tot Isai: Zend heen en laat hem halen;
6 1Sa 16:19 | boden tot Isai, en zeide: Zend uw zoon David tot mij, die
7 2Sa 11:6 | David tot Joab, zeggende: Zend Uria, den Hethiet, tot mij.
8 1Kon 15:19| tussen uw vader; zie, ik zend u een geschenk, zilver en
9 1Kon 18:19| 19 Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het
10 2Kon 4:22| riep om haar man, en zeide: Zend mij toch een van de jongens,
11 2Kon 9:17| Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet,
12 2Kro 2:7 | 7 Zo zend mij nu een wijzen man, om
13 2Kro 2:8 | 8 Zend mij ook cederen, dennen,
14 2Kro 2:13| 13 Zo zend ik nu een wijzen man, kloek
15 2Kro 17:3 | tussen uw vader; zie, ik zend u zilver en goud, ga heen,
16 Psa 144:6 | bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe
17 Jes 6:8 | zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen. ~
18 Jer 8:17 | 17 Want ziet, Ik zend slangen, basilisken onder
19 Jer 27:3 | 3 En zend ze tot den koning van Edom,
20 Jer 29:31 | 31 Zend henen tot allen, die gevankelijk
21 Eze 2:3 | tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen Israels,
22 Eze 2:4 | aangezicht, en stijf van hart; Ik zend u tot hen, en gij zult tot
23 Joe 2:19 | Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den
24 Matt 10:16| 16 Ziet, Ik zend u als schapen in het midden
25 Matt 11:10| geschreven staat: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht,
26 Matt 23:34| 34 Daarom ziet, Ik zend tot u profeten, en wijzen,
27 Mark 1:2 | in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht,
28 Mark 5:12| duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat
29 Luk 10:3 | 3 Gaat henen; ziet, Ik zend u als lammeren in het midden
30 Luk 16:24 | Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste
31 Hand 5:5 | 5 En nu, zend mannen naar Joppe, en ontbied
32 Hand 5:32| 32 Zend dan naar Joppe, en ontbied
33 Hand 6:13| stond, en tot hem zeide: Zend mannen naar Joppe, en ontbied
34 Open 1:11| schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten,
35 Open 14:15| Dengene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai; want
36 Open 14:18| scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel, en snijd
|