Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
priesterambt 30
priesterdom 10
priesterdoms 2
priesteren 172
priesterlijk 2
priesterlijke 2
priesterrokken 3
Frequency    [«  »]
173 zon
172 hemelen
172 menigte
172 priesteren
171 39
171 efraim
171 zilver

Bijbel

IntraText - Concordances

priesteren

    Book Chapter: Verse
1 Gen 43:22 | 22 Alleen het land der priesteren kocht hij niet, want de 2 Gen 43:26 | dat alleen het land der priesteren van Farao niet werd. ~ 3 Lev 6:29 | wat mannelijk is onder de priesteren, zal dat eten; het is een 4 Lev 7:6 | wat mannelijk is onder de priesteren zal dat eten; in de heilige 5 Lev 13:2 | tot een uit zijn zonen, de priesteren, gebracht worden. ~ 6 Lev 16:33 | verzoenen; desgelijks voor de priesteren, en voor al het volk der 7 Num 3:3 | der zonen van Aaron, der priesteren, die gezalfd waren, welker 8 Deu 17:18 | aangezicht der Levietische priesteren is; ~ 9 Deu 18:1 | 1 De Levietische priesteren, de ganse stam van Levi, 10 Deu 24:8 | alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk 11 Deu 27:9 | zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: 12 Deu 31:9 | deze wet, en gaf ze aan de priesteren, de zonen van Levi, die 13 Joz 3:8 | 8 Gij dan zult den priesteren, die de ark des verbonds 14 Joz 3:13 | met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, 15 Joz 3:15 | waren, en de voeten der priesteren, dragende de ark, ingedoopt 16 Joz 4:3 | standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, 17 Joz 4:9 | standplaats van de voeten der priesteren, die de ark des verbonds 18 Joz 4:16 | 16 Gebied den priesteren, die de ark der getuigenis 19 Joz 4:17 | 17 Toen gebood Jozua den priesteren, zeggende: Klimt op uit 20 Joz 4:18 | waren, en de voetzolen der priesteren afgetrokken waren tot op 21 Joz 6:9 | voor het aangezicht der priesteren, die de bazuinen bliezen; 22 Joz 8:33 | ark, voor de Levietische priesteren, die de ark des verbonds 23 Joz 21:19 | der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en 24 1Sa 22:21 | boodschapte het David, dat Saul de priesteren des HEEREN gedood had. ~ 25 2Sa 15:35 | konings huis zult horen, den priesteren, Zadok en Abjathar, zult 26 2Sa 19:11 | Zadok en tot Abjathar, de priesteren, zeggende: Spreekt tot de 27 1Kon 8:6 | 6 Alzo brachten de priesteren de ark des verbonds des 28 1Kon 12:31 | huis der hoogten; en maakte priesteren van de geringsten des volks, 29 1Kon 12:32 | hij stelde ook te Beth-El priesteren der hoogten, die hij gemaakt 30 2Kon 10:11 | en zijn bekenden, en zijn priesteren; totdat hij hem geen overigen 31 2Kon 10:19 | zijn dienaren, en al zijn priesteren tot mij, dat niemand gemist 32 2Kon 12:4 | 4 En Joas zeide tot de priesteren: Al het geld der geheiligde 33 2Kon 12:7 | priester Jojada en de andere priesteren, en zeide tot hen: Waarom 34 2Kon 12:16 | gebracht; het was voor de priesteren. ~ 35 2Kon 13:4 | 4 En Joas zeide tot de priesteren: Al het geld der geheiligde 36 2Kon 13:7 | priester Jojada en de andere priesteren, en zeide tot hen: Waarom 37 2Kon 13:16 | gebracht; het was voor de priesteren. ~ 38 2Kon 19:27 | zeggende: Brengt een der priesteren daarheen, die gijlieden 39 2Kon 19:28 | 28 Zo kwam een uit de priesteren, die zij van Samaria weggevoerd 40 2Kon 19:32 | zich van hun geringsten priesteren der hoogten, dewelke voor 41 2Kon 21:2 | schrijver, en de oudsten der priesteren, met zakken bedekt, tot 42 2Kon 25:4 | hogepriester Hilkia, en den priesteren der tweede ordening, en 43 2Kon 25:20 | 20 En hij slachtte al de priesteren der hoogten, die daar waren, 44 1Kro 9:10 | 10 Van de priesteren nu, Jedaja, en Jojarib, 45 1Kro 9:30 | 30 En uit de zonen der priesteren waren de bereiders van het 46 1Kro 25:31 | hoofden der vaderen onder de priesteren en onder de Levieten; het 47 1Kro 29:13 | En van de verdelingen der priesteren en der Levieten, en van 48 1Kro 29:21 | zijn de verdelingen der priesteren en der Levieten, tot allen 49 2Kro 4:9 | maakte hij het voorhof der priesteren, en het grote voorhof, mitsgaders 50 2Kro 5:12 | hen tot honderd en twintig priesteren toe, trompettende met trompetten.) ~ 51 2Kro 6:12 | hen tot honderd en twintig priesteren toe, trompettende met trompetten.) ~ 52 2Kro 9:14 | Davids, de verdelingen der priesteren over hun dienst, en der 53 2Kro 9:14 | God te prijzen, en voor de priesteren te dienen, naar den eis 54 2Kro 9:15 | des konings gebod aan de priesteren en de Levieten, aangaande 55 2Kro 12:13 | 13 Daartoe de priesteren en de Levieten, die in het 56 2Kro 12:15 | 15 En hij had zich priesteren gesteld voor de hoogte, 57 2Kro 14:9 | 9 Hebt gij niet de priesteren des HEEREN, de zonen van 58 2Kro 14:9 | Levieten uitgedreven, en hebt u priesteren gemaakt, gelijk de volken 59 2Kro 14:12 | ons aan de spitse, en Zijn priesteren met de trompetten des geklanks, 60 2Kro 20:8 | van de Levieten, en van de priesteren, en van de hoofden der vaderen 61 2Kro 23:17 | den sabbat ingaan, van de priesteren en van de Levieten, zullen 62 2Kro 23:19 | huis des HEEREN, dan de priesteren en de Levieten, die dienen; 63 2Kro 23:31 | de hand der Levietische priesteren, die David in het huis des 64 2Kro 24:5 | 5 Zo vergaderde hij de priesteren en de Levieten, en zeide 65 2Kro 26:18 | HEERE te roken, maar den priesteren, Aarons zonen, die geheiligd 66 2Kro 26:19 | nu toornig werd tegen de priesteren, rees de melaatsheid op 67 2Kro 26:19 | voor het aangezicht der priesteren in het huis des HEEREN, 68 2Kro 26:20 | Azaria op hem, en al de priesteren en ziet, hij was melaats 69 2Kro 29:4 | 4 En hij bracht de priesteren en de Levieten in, en hij 70 2Kro 29:16 | 16 Maar de priesteren gingen binnen in het huis 71 2Kro 29:21 | tot de zonen van Aaron, de priesteren, dat zij die op het altaar 72 2Kro 29:24 | 24 En de priesteren slachtten ze, en ontzondigden 73 2Kro 29:34 | 34 Doch van de priesteren waren er te weinig, en zij 74 2Kro 29:34 | zich te heiligen, dan de priesteren. ~ 75 2Kro 30:3 | dierzelfder tijd, omdat de priesteren zich niet genoeg geheiligd 76 2Kro 30:21 | blijdschap. De Levieten nu en de priesteren prezen den HEERE, dag op 77 2Kro 30:24 | tien duizend schapen; de priesteren nu hadden zich in menigte 78 2Kro 30:25 | verblijdde zich, mitsgaders de priesteren en de Levieten, en de gehele 79 2Kro 30:27 | Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; 80 2Kro 31:2 | bestelde de verdelingen der priesteren en der Levieten, naar hun 81 2Kro 31:2 | ieder naar zijn dienst, de priesteren en de Levieten tot het brandoffer 82 2Kro 31:4 | Jeruzalem, dat zij het deel der priesteren en Levieten geven zouden, 83 2Kro 31:9 | Jehizkia ondervraagde de priesteren en de Levieten aangaande 84 2Kro 31:15 | Sechanja, in de steden der priesteren, met getrouwigheid, om aan 85 2Kro 31:17 | het geslachtsregister der priesteren naar het huis hunner vaderen, 86 2Kro 31:19 | de kinderen van Aaron, de priesteren, op de velden der voorsteden 87 2Kro 31:19 | alle manspersonen onder de priesteren en aan allen, die in het 88 2Kro 34:5 | 5 En de beenderen der priesteren verbrandde hij op hun altaren; 89 2Kro 35:2 | 2 En hij stelde de priesteren op hun wachten; en hij sterkte 90 2Kro 35:8 | offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, 91 2Kro 35:8 | het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend 92 2Kro 35:10 | dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, 93 2Kro 35:14 | voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen 94 2Kro 35:14 | voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron. ~ 95 2Kro 36:2 | 2 En hij stelde de priesteren op hun wachten; en hij sterkte 96 2Kro 36:8 | offer voor het volk, voor de priesteren, en voor de Levieten; Hilkia, 97 2Kro 36:8 | het huis Gods, gaven den priesteren tot paasofferen, twee duizend 98 2Kro 36:10 | dienst toebereid; en de priesteren stonden in hun standplaats, 99 2Kro 36:14 | voor zichzelven en voor de priesteren; want de priesters, de zonen 100 2Kro 36:14 | voor zichzelven, en voor de priesteren, de zonen van Aaron. ~ 101 2Kro 37:14 | maakten alle oversten der priesteren, en het volk, der overtredingen 102 Ezra 1:5 | Juda en Benjamin, en de priesteren en de Levieten, benevens 103 Ezra 2:61 | 61 En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, 104 Ezra 3:10 | legden, zo stelden zij de priesteren, aangekleed zijnde, met 105 Ezra 3:12 | 12 Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden 106 Ezra 6:9 | olie, naar het zeggen der priesteren, die te Jeruzalem zijn, 107 Ezra 6:16 | de kinderen Israels, de priesteren en Levieten, en de overige 108 Ezra 6:18 | 18 En zij stelden de priesteren in hun onderscheidingen, 109 Ezra 6:20 | en voor hun broederen, de priesteren, en voor zichzelven. ~ 110 Ezra 7:7 | kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, 111 Ezra 7:13 | Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan 112 Ezra 7:16 | vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, 113 Ezra 7:24 | ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, 114 Ezra 8:15 | lette ik op het volk en de priesteren, en vond aldaar geen van 115 Ezra 8:24 | uit van de oversten der priesteren: Serebja Hasabja, en tien 116 Ezra 8:29 | tegenwoordigheid van de oversten der priesteren en Levieten, en der vorsten 117 Ezra 10:5 | en deed de oversten der priesteren, de Levieten en gans Israel 118 Ezra 10:18 | gevonden van de zonen der priesteren, die vreemde vrouwen bij 119 Neh 2:16 | nog toe den Joden, en den priesteren, en den edelen, en overheden, 120 Neh 3:1 | op met zijn broederen, de priesteren, en zij bouwden de Schaapspoort; 121 Neh 3:22 | En na hem verbeterden de priesteren, wonende in de vlakke velden. ~ 122 Neh 3:28 | Paardenpoort verbeterden de priesteren, een iegelijk tegenover 123 Neh 5:12 | gij zegt. En ik riep de priesteren, en deed hen zweren, dat 124 Neh 7:63 | 63 En van de priesteren, de kinderen van Habaja, 125 Neh 9:32 | koningen, onze vorsten, en onze priesteren; en onze profeten, en onze 126 Neh 9:38 | vorsten, onze Levieten en onze priesteren zullen het verzegelen. ~  ~  ~  127 Neh 10:28 | het overige des volks, de priesteren, de Levieten, de poortiers, 128 Neh 10:36 | huize onzes Gods, tot de priesteren, die in het huis onzes Gods 129 Neh 10:37 | olie, zouden brengen tot de priesteren, in de kameren van het huis 130 Neh 10:39 | des heiligdoms zijn, en de priesteren, die dienen, en de poortiers, 131 Neh 11:10 | 10 Van de priesteren: Jedaja, de zoon van Jojarib, 132 Neh 12:7 | dat waren de hoofden der priesteren, en hun broederen, in de 133 Neh 12:22 | beschreven; mitsgaders de priesteren, tot het koninkrijk van 134 Neh 12:44 | de delen der wet, voor de priesteren en voor de Levieten; want 135 Neh 12:44 | Juda was vrolijk over de priesteren en over de Levieten, die 136 Neh 13:5 | mitsgaders het hefoffer der priesteren. ~ 137 Neh 13:30 | bestelde de wachten der priesteren en der Levieten, elk op 138 Jes 37:2 | schrijver, en de oudsten der priesteren, met zakken bedekt, tot 139 Jer 1:1 | zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, 140 Jer 1:18 | vorsten, tegen haar      priesteren, en tegen het volk van het 141 Jer 8:1 | vorsten, en de beenderen der priesteren, en de beenderen der      142 Jer 19:1 | volks, en van de oudsten der priesteren. ~ 143 Jer 26:16 | vorsten en al het volk tot de priesteren en tot de profeten: Aan 144 Jer 27:16 | Ook sprak ik tot de priesteren, en tot dit ganse volk, 145 Jer 28:1 | HEEREN, voor de ogen der priesteren en des gansen volks, zeggende: 146 Jer 28:5 | Hananja, voor de ogen der priesteren, en voor de ogen des gansen 147 Jer 29:1 | weggevoerd, mitsgaders tot de priesteren, en tot      de profeten, 148 Jer 29:25 | den priester, en tot al de priesteren, zeggende: ~ 149 Jer 31:14 | En Ik zal de ziel der priesteren met vettigheid dronken maken; 150 Jer 32:32 | koningen, hun vorsten, hun priesteren, en hun profeten,      en 151 Jer 33:18 | Ook zal den Levietischen priesteren, van voor Mijn aangezicht, 152 Jer 33:21 | en met de Levieten, de priesteren, Mijn dienaren. ~ 153 Jer 34:19 | Jeruzalem, de kamerlingen, en de priesteren, en al het volk des lands, 154 Jer 48:7 | uitgaan in gevangenis, zijn priesteren en zijn vorsten te zamen. ~ 155 Jer 49:3 | in gevangenis, zijn      priesteren en zijn vorsten te zamen. ~ 156 Klaa 1:123| profeten, en de misdaden harer priesteren, die in het midden van haar 157 Klaa 1:126| hebben het aangezicht der priesteren niet geeerd, zij hebben 158 Eze 40:45 | het zuiden is, is voor de priesteren, die de wacht des huizes 159 Eze 40:46 | het noorden is, is voor de priesteren, die de wacht des altaars 160 Eze 43:19 | zult aan de Levietische priesteren, dewelke uit het zaad van 161 Eze 43:24 | aangezicht des HEEREN; en de priesteren zullen zout daarop werpen, 162 Eze 44:30 | uw hefofferen, zullen der priesteren zijn; ook zult gij de eerstelingen 163 Eze 45:4 | land; zij zal zijn voor de priesteren, die het heiligdom bedienen, 164 Eze 46:19 | de heilige kameren, den priesteren toe behorende, die naar 165 Eze 48:10 | heilig hefoffer zijn voor de priesteren, noordwaarts de lengte van 166 Eze 48:11 | Het zal zijn voor de priesteren, die geheiligd zijn uit 167 Eze 48:13 | tegenover de landpale der priesteren hebben de lengte van vijf 168 Hos 6:9 | alzo is het gezelschap der priesteren; zij moorden op den weg 169 Matt 12:4 | met hem waren, maar den priesteren alleen. ~ 170 Mark 2:26 | geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, 171 Luk 6:4 | te eten, dan alleen den priesteren. ~ 172 Open 5:10 | gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License