Book Chapter: Verse
1 Gen 7:22 | wat op het droge was, is gestorven. ~
2 Gen 42:12 | Zerah. Doch Er en Onan waren gestorven in het land van Kanaan;
3 Gen 44:7 | kwam, zo is Rachel bij mij gestorven in het land Kanaan, op den
4 Exo 1:6 | 6 Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders,
5 Exo 2:23 | als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels
6 Exo 9:7 | Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao
7 Exo 16:3 | Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN,
8 Lev 11:39 | tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood
9 Lev 16:1 | de twee zonen van Aaron gestorven waren, als zij genaderd
10 Lev 16:1 | aangezicht des HEEREN, en gestorven waren; ~
11 Num 6:9 | hem onvoorziens haastelijk gestorven ware, dat hij het hoofd
12 Num 14:2 | Och, of wij in Egypteland gestorven waren! of, och, of wij in
13 Num 14:2 | of wij in deze woestijn gestorven waren! ~
14 Num 16:49 | 49 Die nu aan die plaag gestorven zijn, waren veertien duizend
15 Num 16:49 | zevenhonderd, behalve die gestorven waren om de zaak van Korach. ~
16 Num 26:61 | Nadab nu en Abihu waren gestorven, toen zij vreemd vuur brachten
17 Num 27:3 | 3 Onze vader is gestorven in de woestijn, en hij is
18 Num 27:3 | maar hij is in zijn zonde gestorven, en had geen zonen. ~
19 Num 34:16 | geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij;
20 Num 34:17 | geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij;
21 Num 34:18 | geslagen heeft, dat hij gestorven zij, een doodslager is hij;
22 Num 34:20 | geworpen heeft, dat hij gestorven zij; ~
23 Num 34:21 | geslagen heeft, dat hij gestorven zij; de slager zal zekerlijk
24 Num 34:23 | heeft doen vallen, dat hij gestorven zij, zo hij hem toch geen
25 Deu 24:3 | vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn; ~
26 Joz 1:2 | 2 Mijn knecht Mozes is gestorven; zo maak u nu op, trek over
27 Joz 5:4 | alle krijgslieden, waren gestorven in de woestijn, op den weg,
28 Ric 2:8 | Nun, de knecht des HEEREN, gestorven was, honderd en tien jaren
29 Ric 4:1 | ogen des HEEREN, als Ehud gestorven was. ~
30 Ric 7:33 | het geschiedde, als Gideon gestorven was, dat de kinderen Israels
31 Ric 19:5 | zij geschonden, dat zij gestorven is. ~
32 1Sa 4:17 | zonen, Hofni en Pinehas, gestorven, en de ark Gods is genomen. ~
33 1Sa 4:19 | was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde
34 1Sa 28:3 | 3 Samuel nu was gestorven, en gans Israel had rouw
35 2Sa 1:4 | van het volk gevallen en gestorven waren, dat ook Saul en zijn
36 2Sa 2:7 | dapper, dewijl uw heer Saul gestorven is; en ook hebben mij die
37 2Sa 2:23 | alwaar Asahel gevallen en gestorven was, staan bleven. ~
38 2Sa 3:33 | en zeide: Is dan Abner gestorven, als een dwaas sterft? ~
39 2Sa 4:1 | hoorde, dat Abner te Hebron gestorven was, werden zijn handen
40 2Sa 12:21 | geweend; maar nadat het kind gestorven is, zijt gij opgestaan en
41 2Sa 14:5 | weduwvrouw, en mijn man is gestorven. ~
42 2Sa 18:33 | Och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon,
43 2Sa 19:10 | hadden, is in den strijd gestorven; nu dan, waarom zwijgt gijlieden
44 1Kon 3:19| dezer vrouw is des nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen
45 1Kon 13:31| zonen, zeggende: Als ik zal gestorven zijn, zo begraaft mij in
46 2Kon 3:5 | het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten
47 2Kon 4:1 | Uw knecht, mijn man, is gestorven, en gij weet, dat uw knecht
48 1Kro 2:19| 19 Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath,
49 1Kro 2:32| en Jonathan; en Jether is gestorven zonder kinderen. ~
50 1Kro 10:6 | zijn ganse huis is tegelijk gestorven. ~
51 Job 3:11 | 11 Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en
52 Job 14:14 | 14 Als een man gestorven is, zal hij weder leven?
53 Pred 4:2 | ik de doden, die alrede gestorven waren, boven de levenden,
54 Jes 22:2 | verslagen met het zwaard, noch gestorven in den strijd. ~
55 Jer 38:9 | in zijn plaats zou gestorven zijn vanwege den honger,
56 Hos 13:1 | geworden aan den Baal en is gestorven. ~
57 Matt 2:19| 19 Toen Herodes nu gestorven was, ziet, de engel des
58 Matt 2:20| land Israels; want zij zijn gestorven, die de ziel van het Kindeken
59 Matt 9:18| Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand
60 Matt 22:27| na allen, is ook de vrouw gestorven. ~
61 Mark 5:35| zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester
62 Mark 5:39| weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt. ~
63 Mark 9:26| dat velen zeiden, dat het gestorven was. ~
64 Mark 12:21| tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad
65 Mark 12:22| van allen is ook de vrouw gestorven. ~
66 Mark 15:44| verwonderde zich, dat Hij alrede gestorven was; en den hoofdman over
67 Mark 15:44| vraagde hem, of Hij lang gestorven was. ~
68 Luk 8:49 | zeggende tot hem: Uw dochter is gestorven; zijt den Meester niet moeilijk. ~
69 Luk 8:52 | Schreit niet; zij is niet gestorven; maar zij slaapt. ~
70 Luk 8:53 | belachten Hem, wetende, dat zij gestorven was. ~
71 Luk 20:31 | kinderen nagelaten, en zijn gestorven. ~
72 Joha 6:49| de woestijn, en zij zijn gestorven. ~
73 Joha 6:58| gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal
74 Joha 8:52| duivel hebt. Abraham is gestorven, en de profeten; en zegt
75 Joha 8:53| onze vader Abraham, welke gestorven is, en de profeten zijn
76 Joha 8:53| is, en de profeten zijn gestorven; wien maakt Gij Uzelven? ~
77 Joha 11:14| hen vrijuit: Lazarus is gestorven.
78 Joha 11:21| zo ware mijn broeder niet gestorven; ~
79 Joha 11:25| zal leven, al ware hij ook gestorven; ~
80 Joha 11:32| zo ware mijn broeder niet gestorven. ~
81 Joha 11:37| maken, dat ook deze niet gestorven ware? ~
82 Joha 12:1 | Bethanie, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij
83 Joha 19:33| als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn
84 Hand 2:29| patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn
85 Hand 19:19| en van zekeren Jezus, Die gestorven was, Welken Paulus zeide
86 Rom 5:6 | tijd voor de goddelozen gestorven. ~
87 Rom 5:8 | ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars
88 Rom 5:15 | de misdaad van een, velen gestorven zijn, zo is veel meer de
89 Rom 6:2 | verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog
90 Rom 6:7 | 7 Want die gestorven is, die is gerechtvaardigd
91 Rom 6:8 | Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat
92 Rom 6:10 | 10 Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde
93 Rom 6:10 | is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft
94 Rom 7:2 | wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt
95 Rom 7:3 | worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de
96 Rom 7:6 | de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden
97 Rom 7:9 | levend geworden, doch ik ben gestorven. ~
98 Rom 8:34 | verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die
99 Rom 14:9 | daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder
100 Rom 14:15 | spijze, voor welken Christus gestorven is. ~
101 1Kor 8:11| gaan, om welken Christus gestorven is? ~
102 1Kor 15:3 | ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar
103 1Kor 15:36| niet levend, tenzij dat het gestorven is; ~
104 2Kor 5:15| dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven
105 2Kor 5:15| gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen
106 2Kor 5:15| zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven,
107 2Kor 5:15| maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is. ~
108 Gal 2:19 | ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou. ~
109 Gal 2:21 | dan Christus tevergeefs gestorven. ~ ~
110 Kol 3:3 | 3 Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus
111 1The 4:14| indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal
112 1The 4:16| hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; ~
113 1The 5:10| 10 Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat
114 1Tim 5:6 | wellust volgt, die is levende gestorven. ~
115 2Tim 2:11| want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook
116 Heb 11:4 | spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. ~
117 Heb 11:13 | allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen
118 Open 8:9 | zee, die leven hadden, is gestorven; en het derde deel der schepen
119 Open 8:11| alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij
120 Open 16:3 | en alle levende ziel is gestorven in de zee. ~
|