| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] dan 9 danken 1 dat 97 de 951 debat 1 decreet 18 deed 2 | Frequency [« »] ----- ----- ----- 951 de 525 van 406 en 391 het | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances de |
bold = Main text
Chapter, Paragraph grey = Comment text
1 Inl,1 | De Heer Jezus gaf, voordat
2 Inl,1 | voordat Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen
3 Inl,1 | hemel, aan zijn leerlingen de opdracht het Evangelie te
4 Inl,1 | Evangelie te verkondigen aan de hele wereld en alle volken
5 Inl,1 | volken te dopen: "Ga uit over de hele aarde en verkondig
6 Inl,1 | verkondig het Evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en
7 Inl,1 | is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat
8 Inl,1 | alle volken en doopt hen in de Naam van de Vader en van
9 Inl,1 | doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en
10 Inl,1 | Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,
11 Inl,1 | Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert
12 Inl,1 | dagen tot aan het einde van de wereld" (Mt. 28,18-20; vgl.
13 Inl,1 | 18; 20,21; Hand. 1,8). ~De universele zending van de
14 Inl,1 | De universele zending van de Kerk wordt geboren uit het
15 Inl,1 | van Jezus Christus en in de loop der eeuwen gerealiseerd
16 Inl,1 | eeuwen gerealiseerd door de verkondiging van het mysterie
17 Inl,1 | en van het mysterie van de menswording van de Zoon,
18 Inl,1 | mysterie van de menswording van de Zoon, als heil brengende
19 Inl,1 | brengende gebeurtenis voor heel de mensheid. Dat is de fundamentele
20 Inl,1 | heel de mensheid. Dat is de fundamentele inhoud van
21 Inl,1 | fundamentele inhoud van de christelijke geloofsbelijdenis: "
22 Inl,1 | Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper
23 Inl,1 | alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, Licht
24 Inl,1 | uit Licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet
25 Inl,1 | geschapen, één in wezen met de Vader en door Wie alles
26 Inl,1 | omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft
27 Inl,1 | het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd
28 Inl,1 | door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden.
29 Inl,1 | begraven. Hij is verrezen op de derde dag volgens de Schriften.
30 Inl,1 | op de derde dag volgens de Schriften. Hij is opgestegen
31 Inl,1 | opgestegen ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader.
32 Inl,1 | zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen
33 Inl,1 | geen einde. Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer
34 Inl,1 | geeft, die voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met
35 Inl,1 | voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met de Vader en
36 Inl,1 | Vader en de Zoon. Die met de Vader en de Zoon tezamen
37 Inl,1 | Zoon. Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden
38 Inl,1 | die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de
39 Inl,1 | de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke
40 Inl,1 | doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding
41 Inl,1 | van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden
42 Inl,1 | verwacht de opstanding van de doden en het leven van het
43 Inl,1 | het komend rijk."1 ~ In de loop van de eeuwen heeft
44 Inl,1 | rijk."1 ~ In de loop van de eeuwen heeft de Kerk trouw
45 Inl,1 | loop van de eeuwen heeft de Kerk trouw het Evangelie
46 Inl,1 | voltooid. 2 Daarom zijn de woorden van de apostel Paulus
47 Inl,1 | Daarom zijn de woorden van de apostel Paulus over de missionaire
48 Inl,1 | van de apostel Paulus over de missionaire opdracht van
49 Inl,1 | gelovige nu actueler dan ooit: "De verkondiging van het Evangelie
50 Inl,1 | verkondig!" (Kor. 9,16). Vandaar de bijzondere aandacht van
51 Inl,1 | voor en ondersteuning aan de zending van de Kerk tot
52 Inl,1 | ondersteuning aan de zending van de Kerk tot evangelisering,
53 Inl,1 | bovenal in relatie tot de religieuze tradities van
54 Inl,1 | religieuze tradities van de wereld3 Met het oog op
55 Inl,1 | wereld3 Met het oog op de waarden waarvan deze godsdiensten
56 Inl,1 | getuigen en die zij aan de mensheid aanbieden, verklaart
57 Inl,1 | benadering ten aanzien van de betrekking van de Kerk met
58 Inl,1 | aanzien van de betrekking van de Kerk met niet-christelijke
59 Inl,1 | niet-christelijke religies: "De katholieke Kerk verwerpt
60 Inl,1 | heeft hoge achting voor de levens- en gedragswijze,
61 Inl,1 | levens- en gedragswijze, de voorschriften en het onderricht
62 Inl,1 | deze gedachtelijn maakt de verkondiging van Jezus Christus, "
63 Inl,1 | verkondiging van Jezus Christus, "de weg, de waarheid en het
64 Inl,1 | Jezus Christus, "de weg, de waarheid en het leven" (
65 Inl,1 | leven" (Joh. 14,6), door de Kerk, vandaag de dag ook
66 Inl,1 | door de Kerk, vandaag de dag ook gebruik van de interreligieuze
67 Inl,1 | vandaag de dag ook gebruik van de interreligieuze dialoog.
68 Inl,1 | gesprek vervangt zeker niet de missio ad gentes, maar begeleidt
69 Inl,1 | begeleidt haar veeleer, in de richting van dat "mysterie
70 Inl,1 | richting van dat "mysterie van de eenheid" waaruit "volgt
71 Inl,1 | in hetzelfde geheim van de verlossing in Jezus Christus
72 Inl,1 | verlossing in Jezus Christus door de Heilige Geest".5 Het gesprek
73 Inl,1 | Geest".5 Het gesprek tussen de godsdiensten, dat deel uitmaakt
74 Inl,1 | godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk tot
75 Inl,1 | uitmaakt van de zending van de Kerk tot evangelisering6,
76 Inl,1(5) | Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog
77 Inl,1(5) | Dialoog en Congregatie voor de Evangelisering van de Volkeren,
78 Inl,1(5) | voor de Evangelisering van de Volkeren, Instructie Dialoog
79 Inl,1 | verrijking, in gehoorzaamheid aan de waarheid en met achting
80 Inl,1 | waarheid en met achting voor de vrijheid. 7 ~
81 Inl,1(7) | Vgl. Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog
82 Inl,1(7) | Dialoog en Congregatie voor de Evangelisering van de Volkeren,
83 Inl,1(7) | voor de Evangelisering van de Volkeren, Instructie Dialoog
84 Inl,2 | De praktijk en de theoretische
85 Inl,2 | De praktijk en de theoretische verdieping
86 Inl,2 | theoretische verdieping van de dialoog tussen het christelijke
87 Inl,2 | het christelijke geloof en de andere godsdienstige tradities
88 Inl,2 | onderscheidingsvermogen vereisen. De thans voorliggende verklaring
89 Inl,2 | voorliggende verklaring wil de bisschoppen, theologen en
90 Inl,2 | fundamentele elementen van de christelijke leer in herinnering
91 Inl,2 | en die antwoord geven op de culturele behoeften van
92 Inl,2 | behoeften van onze tijd. ~De taal waarin deze verklaring
93 Inl,2 | niet: op organische wijze de problematiek van de uniciteit
94 Inl,2 | wijze de problematiek van de uniciteit en de heilbrengende
95 Inl,2 | problematiek van de uniciteit en de heilbrengende universaliteit
96 Inl,2 | van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen of oplossingen
97 Inl,2 | dragen voor vragen die door de theologen vrij bediscussieerd
98 Inl,2 | vrij bediscussieerd worden. De verklaring wil veeleer de
99 Inl,2 | De verklaring wil veeleer de leer van het katholieke
100 Inl,2 | afwijzen. Om die reden grijpt de verklaring terug naar de
101 Inl,2 | de verklaring terug naar de leer die in vroegere documenten
102 Inl,2 | tot het geloofsgoed van de Kerk horen. ~ De voortdurende
103 Inl,2 | geloofsgoed van de Kerk horen. ~ De voortdurende missionaire
104 Inl,2 | missionaire verkondiging van de Kerk wordt tegenwoordig
105 Inl,2 | pluralisme niet slechts de facto, maar ook de iure (
106 Inl,2 | slechts de facto, maar ook de iure (of in principe) willen
107 Inl,2 | en volledige karakter van de openbaring van Jezus Christus,
108 Inl,2 | openbaring van Jezus Christus, de aard van het christelijke
109 Inl,2 | geloof in verhouding tot de innerlijke overtuiging in
110 Inl,2 | innerlijke overtuiging in de andere religies, de inspiratie
111 Inl,2 | overtuiging in de andere religies, de inspiratie van de boeken
112 Inl,2 | religies, de inspiratie van de boeken van de heilige Schrift,
113 Inl,2 | inspiratie van de boeken van de heilige Schrift, de personele
114 Inl,2 | van de heilige Schrift, de personele eenheid tussen
115 Inl,2 | Woord en Jezus van Nazareth, de eenheid van de heilsorde
116 Inl,2 | Nazareth, de eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden
117 Inl,2 | het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest, de uniciteit
118 Inl,2 | Woord en de Heilige Geest, de uniciteit en de heilbrengende
119 Inl,2 | Heilige Geest, de uniciteit en de heilbrengende universaliteit
120 Inl,2 | universaliteit van Jezus Christus, de universele bemiddeling van
121 Inl,2 | bemiddeling van het heil door de Kerk, de onscheidbaarheid -
122 Inl,2 | van het heil door de Kerk, de onscheidbaarheid - zij het
123 Inl,2 | het rijk van Christus en de Kerk, de subsistentie van
124 Inl,2 | van Christus en de Kerk, de subsistentie van de ene
125 Inl,2 | Kerk, de subsistentie van de ene Kerk van Christus in
126 Inl,2 | ene Kerk van Christus in de katholieke Kerk. De wortels
127 Inl,2 | in de katholieke Kerk. De wortels van deze opvattingen
128 Inl,2 | theologische aard die het begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde
129 Inl,2 | begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde waarheid belemmeren.
130 Inl,2 | belemmeren. Enkele daarvan zijn: de overtuiging dat de goddelijke
131 Inl,2 | zijn: de overtuiging dat de goddelijke waarheid niet
132 Inl,2 | spreken is, zelfs niet door de christelijke openbaring;
133 Inl,2 | christelijke openbaring; de relativistische houding
134 Inl,2 | relativistische houding tegenover de waarheid, volgens welke
135 Inl,2 | volgens welke dat wat voor de een waar is, het voor een
136 Inl,2 | een ander niet zou zijn; de radicale tegenstelling die
137 Inl,2 | tegenstelling die tussen de logische denkwijze in het
138 Inl,2 | denkwijze in het Avondland en de symbolische denkwijze in
139 Inl,2 | het vermogen verliezen "de blik naar boven te keren
140 Inl,2 | avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te
141 Inl,2 | van het zijn te komen";8 de moeilijkheid te begrijpen
142 Inl,2 | te aanvaarden dat er in de geschiedenis definitieve
143 Inl,2 | gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis van de menswording
144 Inl,2 | beroven van de gebeurtenis van de menswording van de eeuwige
145 Inl,2 | gebeurtenis van de menswording van de eeuwige Logos in de tijd
146 Inl,2 | van de eeuwige Logos in de tijd van haar metafysische
147 Inl,2 | verschijning van God in de geschiedenis; het eclecticisme
148 Inl,2 | systematische samenhang alsmede om de verenigbaarheid met de christelijke
149 Inl,2 | om de verenigbaarheid met de christelijke waarheid; tenslotte
150 Inl,2 | christelijke waarheid; tenslotte de tendens de heilige Schrift
151 Inl,2 | waarheid; tenslotte de tendens de heilige Schrift te lezen
152 Inl,2 | zonder rekening te houden met de overlevering en het kerkelijke
153 Inl,2 | voorstellen uitgewerkt waarin de christelijke openbaring
154 Inl,2 | van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter als absolute
155 I | I De volheid en het definitieve
156 I | definitieve karakter van de openbaring van Jezus Christus ~
157 I,3 | en volledige karakter van de openbaring van Jezus Christus
158 I,3 | mysterie van Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van God,
159 I,3 | vleesgeworden Zoon van God, die "de Weg, de Waarheid en het
160 I,3 | Zoon van God, die "de Weg, de Waarheid en het Leven" (
161 I,3 | het Leven" (Joh. 14,6) is, de volheid van de goddelijke
162 I,3 | 14,6) is, de volheid van de goddelijke waarheid geopenbaard
163 I,3 | geopenbaard is: "Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en
164 I,3 | Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de
165 I,3 | de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en
166 I,3 | niemand kent de Vader tenzij de Zoon en degene aan wie de
167 I,3 | de Zoon en degene aan wie de Zoon het wil openbaren" (
168 I,3 | Niemand heeft God gezien. De eengeboren Zoon, die God
169 I,3 | God is en aan het hart van de Vader rust, heeft Hem geopenbaard" (
170 I,3 | Hem alleen woont werkelijk de hele volheid van God. Door
171 I,3 | Tweede Vaticaans Concilie: "De diepte van de waarheid die
172 I,3 | Concilie: "De diepte van de waarheid die door deze openbaring
173 I,3 | God en over het heil van de mens is ontsloten, licht
174 I,3 | Christus, die tegelijkertijd de Middelaar en de Volheid
175 I,3 | tegelijkertijd de Middelaar en de Volheid van de hele Openbaring
176 I,3 | Middelaar en de Volheid van de hele Openbaring is." 9 En
177 I,3 | vleesgeworden Woord, als 'Mens tot de mensen' gezonden, 'verkondigt
178 I,3 | mensen' gezonden, 'verkondigt de woorden van God' (Joh. 3,
179 I,3 | voltooit het heilswerk, dat de Vader Hem heeft opgedragen (
180 I,3 | Wie Hem ziet, ziet ook de Vader (vgl. Joh. 14,9).
181 I,3 | heerlijke opstanding uit de doden, en tenslotte door
182 I,3 | tenslotte door het zenden van de Geest der waarheid de openbaring
183 I,3 | van de Geest der waarheid de openbaring vervult en afsluit
184 I,3 | zijnde getuigenis. (...) De christelijke heilseconomie,
185 I,3 | publieke openbaring voor de verschijning van onze Heer
186 I,3 | 6,14 en Tit. 2,13). 10 ~De encycliek Redemptoris Missio
187 I,3 | Missio onderstreept dat de Kerk de opdracht heeft,
188 I,3 | onderstreept dat de Kerk de opdracht heeft, het evangelie
189 I,3 | heeft, het evangelie als de volheid der waarheid te
190 I,3 | openbaring heeft God zich op de meest volledige wijze doen
191 I,3 | doen kennen; hij heeft aan de mensheid gezegd wie Hij
192 I,3 | fundamentele motief waarom de Kerk krachtens haar natuur
193 I,3 | evangelie verkondigen, d.w.z. de volheid van de waarheid
194 I,3 | verkondigen, d.w.z. de volheid van de waarheid die God ons over
195 I,3 | doen kennen." 11 Alleen de openbaring van Jezus Christus "
196 I,3 | binnen, die het verstand van de mens ertoe uitdaagt nooit
197 I,3 | tegenstelling tot het geloof van de Kerk staat dus de mening
198 I,3 | geloof van de Kerk staat dus de mening dat de openbaring
199 I,3 | staat dus de mening dat de openbaring van Jezus Christus
200 I,3 | in andere godsdiensten. De diepste oorzaak van deze
201 I,3 | van deze mening ligt in de bewering dat de waarheid
202 I,3 | ligt in de bewering dat de waarheid van God in haar
203 I,3 | radicale tegenspraak met de voorafgaande geloofsuitspraken,
204 I,3 | volledig geopenbaard is. De woorden en werken en de
205 I,3 | De woorden en werken en de gehele historische gebeurtenis
206 I,3 | werkelijkheden beperkt zijn, als bron de goddelijke Persoon van het
207 I,3 | definitief en volledig, de openbaring van Gods heilswegen,
208 I,3 | heilswegen, ook wanneer de diepte van het goddelijke
209 I,3 | en onuitputtelijk blijft. De waarheid over God wordt
210 I,3 | die spreekt en handelt is de vleesgeworden Zoon van God.
211 I,3 | hiervan verlangt het geloof de belijdenis dat het vleesgeworden
212 I,3 | hele mysterie dat reikt van de menswording tot de verheerlijking,
213 I,3 | reikt van de menswording tot de verheerlijking, de werkelijke
214 I,3 | menswording tot de verheerlijking, de werkelijke bron, zij het
215 I,3 | bron, zij het gedeeld met de Vader, en de vervulling
216 I,3 | gedeeld met de Vader, en de vervulling van de hele heilsopenbaring
217 I,3 | Vader, en de vervulling van de hele heilsopenbaring van
218 I,3 | heilsopenbaring van God aan de mensheid is14, en dat de
219 I,3(13) | Athanasius van Alexandrië, De Incarnatione, 54, 3: SC
220 I,3 | de mensheid is14, en dat de Heilige Geest, de Geest
221 I,3 | en dat de Heilige Geest, de Geest van Christus, de apostelen
222 I,3 | de Geest van Christus, de apostelen en door hen de
223 I,3 | de apostelen en door hen de Kerk van alle tijden deze "
224 I,4 | antwoord op Gods openbaring is "de 'gehoorzaamheid van het
225 I,4 | 2Kor. 10,5-6) waardoor de mens zich geheel vrij aan
226 I,4 | toevertrouwt waarbij hij 'de volledige onderwerping van
227 I,4 | aanbiedt, en vrij instemt met de openbaring die door Hem
228 I,4 | Om geloof te hebben, moet de genade van God het eerste
229 I,4 | hulp schenken; er moet ook de innerlijke hulp van de Heilige
230 I,4 | ook de innerlijke hulp van de Heilige Geest zijn die het
231 I,4 | het tot God bekeert, die de ogen van de geest opent
232 I,4 | bekeert, die de ogen van de geest opent en 'het voor
233 I,4 | gemakkelijk moet maken, met de waarheid in te stemmen en
234 I,4 | stemmen en te geloven'." 16 ~De gehoorzaamheid van het geloof
235 I,4 | leidt tot het aannemen van de waarheid van Christus' openbaring,
236 I,4 | openbaring, waarvoor God, de Waarheid zelf, borg staat17: "
237 I,4 | persoonlijke binding van de mens aan God en tegelijkertijd,
238 I,4 | scheiden, vrije instemming met de hele door God geopenbaarde
239 I,4(17) | Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 144. ~
240 I,4 | God, die openbaart, en met de Waarheid, die door hem geopenbaard
241 I,4 | krachtens het vertrouwen dat de openbarende Persoon geschonken
242 I,4 | anders geloven dan aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige
243 I,4 | geloven dan aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".20 ~
244 I,4 | God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".20 ~Daarom
245 I,4 | het theologale geloof en de innerlijke overtuiging in
246 I,4 | innerlijke overtuiging in de andere religies. Het geloof
247 I,4 | religies. Het geloof is de genadevolle aanneming van
248 I,4 | genadevolle aanneming van de geopenbaarde waarheid, die
249 I,4 | op aangepaste wijze".21 De innerlijke overtuiging in
250 I,4 | innerlijke overtuiging in de andere religies is daarentegen
251 I,4 | ervaringen en inzichten, die de menselijke schatten van
252 I,4 | menselijke schatten van de wijsheid en de religiositeit
253 I,4 | schatten van de wijsheid en de religiositeit vormen, die
254 I,4 | religiositeit vormen, die de mens op zijn zoektocht naar
255 I,4 | mens op zijn zoektocht naar de waarheid in zijn betrekking
256 I,4 | Dit onderscheid wordt in de huidige discussie niet altijd
257 I,4 | geloof, het aannemen van de door de ene en drievuldige
258 I,4 | het aannemen van de door de ene en drievuldige God geopenbaarde
259 I,4 | daarom vaak gelijkgesteld met de innerlijke overtuiging in
260 I,4 | innerlijke overtuiging in de andere religies, dus met
261 I,4 | die nog op zoek is naar de absolute waarheid en waaraan
262 I,4 | absolute waarheid en waaraan de instemming met de zich openbarende
263 I,4 | waaraan de instemming met de zich openbarende God ontbreekt.
264 I,4 | Daarin schuilt één van de oorzaken voor de neiging
265 I,4 | één van de oorzaken voor de neiging de verschillen tussen
266 I,4 | oorzaken voor de neiging de verschillen tussen het christendom
267 I,4 | tussen het christendom en de andere godsdiensten af te
268 I,4 | zelfs op te heffen. 22 ~ De hypothese van de geïnspireerde
269 I,4 | heffen. 22 ~ De hypothese van de geïnspireerde waarde van
270 I,4 | geïnspireerde waarde van de heilige geschriften van
271 I,4 | deze teksten voorkomen die de facto middelen kunnen zijn
272 I,4 | waarmee talloze mensen in de loop van de eeuwen in staat
273 I,4 | talloze mensen in de loop van de eeuwen in staat waren en
274 I,4 | in staat waren en vandaag de dag nog zijn hun levensband
275 I,4 | bij zijn beschouwing van de gewoonten, voorschriften
276 I,4 | voorschriften en doctrines van de andere godsdiensten dat
277 I,4 | alle mensen verlicht".23 De traditie van de Kerk echter
278 I,4 | verlicht".23 De traditie van de Kerk echter behoudt de benaming
279 I,4 | van de Kerk echter behoudt de benaming geïnspireerde geschriften
280 I,4 | geïnspireerde geschriften voor aan de canonieke boeken van het
281 I,4 | Verbond, aangezien zij door de Heilige Geest zijn geïnspireerd. 24
282 I,4(23) | is van het goede, dat "in de verschillende riten en culturen
283 I,4(23) | verschillende riten en culturen van de volkeren" voorkomt; Dogmatische
284 I,4(23) | het goede en ware onder de niet-christenen, dat kan
285 I,4 | Vaticaans Concilie herneemt in de dogmatische constitutie
286 I,4 | dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring deze
287 I,4 | gelden voor onze Moeder de Kerk de boeken van zowel
288 I,4 | voor onze Moeder de Kerk de boeken van zowel het Oude
289 I,4 | canoniek, omdat ze, onder de inwerking van de Heilige
290 I,4 | onder de inwerking van de Heilige Geest zijn geschreven, (
291 I,4 | hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgegeven." 25
292 I,4(24) | van Trente, Decreet over de aanvaarding van de heilige
293 I,4(24) | over de aanvaarding van de heilige Boeken en van de
294 I,4(24) | de heilige Boeken en van de overleveringen: DS 1501;
295 I,4 | trouw en zonder dwaling de waarheid, die God omwille
296 I,4 | tot Zich wil roepen en hun de volheid van zijn liefde
297 I,4 | stellen, "niet alleen voor de afzonderlijke mens, maar
298 I,4 | afzonderlijke mens, maar ook voor de volken in de rijkdom van
299 I,4 | maar ook voor de volken in de rijkdom van hun spiritualiteit,
300 I,4 | hun spiritualiteit, die in de religies hun belangrijkste
301 I,4 | onvolkomenheden en dwalingen'".27 De heilige boeken van andere
302 I,4 | elementen van het goede en van de genade, die zij bevatten. ~
303 II | II De vleesgeworden logos en de
304 II | De vleesgeworden logos en de Heilige Geest in het heilswerk ~
305 II,5 | historische figuren aan de mensheid tonen, Jezus van
306 II,5 | concreter: hij zou één van de vele gezichten zijn, die
307 II,5 | vele gezichten zijn, die de Logos in de loop van de
308 II,5 | gezichten zijn, die de Logos in de loop van de tijd zou hebben
309 II,5 | de Logos in de loop van de tijd zou hebben aangenomen
310 II,5 | hebben aangenomen om aan de mensheid het heil te bemiddelen. ~
311 II,5 | heil te bemiddelen. ~Om van de ene kant de universaliteit
312 II,5 | bemiddelen. ~Om van de ene kant de universaliteit van het christelijke
313 II,5 | eeuwige Woord, die ook buiten de Kerk en zonder betrekking
314 II,5 | het vleesgeworden Woord. De eerstgenoemde heilsorde
315 II,5 | zou universeler zijn dan de tweede, die zich alleen
316 II,5 | tweede, die zich alleen tot de christenen zou beperken,
317 II,5 | dat Jezus van Nazareth, de zoon van Maria, en alleen
318 II,5 | van Maria, en alleen Hij, de Zoon en het Woord van de
319 II,5 | de Zoon en het Woord van de Vader is. Het Woord, dat "
320 II,5 | Joh. 1,14). Jezus is "de Messias, de Zoon van de
321 II,5 | Jezus is "de Messias, de Zoon van de levende God" (
322 II,5 | de Messias, de Zoon van de levende God" (Mt. 16,16); "
323 II,5 | Hem alleen woont werkelijk de hele volheid van God" (Kol.
324 II,5 | God" (Kol. 2,9). Hij is "de Enige, die God is en die
325 II,5 | die rust aan het hart van de Vader" (Joh. 1,18). "Door
326 II,5 | 18). "Door Hem hebben wij de verlossing. (...) Want God
327 II,5 | alles te verzoenen. Alles in de hemel en op aarde wilde
328 II,5 | Concilie van Nicea trouw aan de heilige Schrift plechtig
329 II,5 | gedefinieerd in "Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene
330 II,5 | God, als eniggeborene uit de Vader voortgebracht, dat
331 II,5 | voortgebracht, dat wil zeggen uit de substantie van de Vader,
332 II,5 | zeggen uit de substantie van de Vader, God uit God, Licht
333 II,5 | uit Licht, ware God uit de ware God, geboren, niet
334 II,5 | geschapen, één in wezen met de Vader, door Wie alles geschapen
335 II,5 | alles geschapen is wat in de hemel is en wat op de aarde
336 II,5 | in de hemel is en wat op de aarde is, die omwille van
337 II,5 | heeft en is opgestaan op de derde dag, opgestegen is
338 II,5 | dag, opgestegen is naar de hemel en komt om levenden
339 II,5 | In navolging van hetgeen de vaders hadden geleerd, beleed
340 II,5 | godheid één in wezen met de Vader en naar zijn mensheid
341 II,5 | enerzijds naar zijn godheid vóór de tijden geboren uit de Vader,
342 II,5 | vóór de tijden geboren uit de Vader, anderzijds naar zijn
343 II,5 | anderzijds naar zijn mensheid in de laatste dagen voor ons en
344 II,5 | van ons heil geboren uit de Maria de Maagd en Moeder
345 II,5 | heil geboren uit de Maria de Maagd en Moeder van God." 29 ~
346 II,5 | onderstreept dat Christus, "de nieuwe Adam", "het beeld
347 II,5 | nieuwe Adam", "het beeld van de onzichtbare God" (Kol. 1,
348 II,5 | onzichtbare God" (Kol. 1,15), "de volmaakte mens is, die de
349 II,5 | de volmaakte mens is, die de godsgelijkheid van de kinderen
350 II,5 | die de godsgelijkheid van de kinderen van Adam, die door
351 II,5 | kinderen van Adam, die door de eerste zonde was misvormd,
352 II,5 | elkaar verzoend en ons aan de dienstbaarheid aan duivel
353 II,5 | zodat ieder van ons met de apostel kan zeggen: de Zoon
354 II,5 | met de apostel kan zeggen: de Zoon van God 'heeft mij
355 II,5 | ontdekken en waarderen, vooral de geestelijke rijkdommen die
356 II,5 | katholieke geloof is ook de scheiding tussen het heilshandelen
357 II,5 | tussen het heilshandelen van de Logos als zodanig en het
358 II,5 | dat is vlees geworden. Met de menswording worden alle
359 II,5 | subject dat in beide naturen - de goddelijke en de menselijke -
360 II,5 | naturen - de goddelijke en de menselijke - handelt, is
361 II,5 | menselijke - handelt, is de enige persoon van het Woord. 32 ~
362 II,5 | het Woord. 32 ~Daarom is de theorie die aan de Logos
363 II,5 | Daarom is de theorie die aan de Logos als zodanig in zijn
364 II,5 | toeschrijft dat Hij - ook na de menswording - "boven" of "
365 II,5 | uitoefenen, onverenigbaar met de leer van de Kerk. 33 ~
366 II,5 | onverenigbaar met de leer van de Kerk. 33 ~
367 II,5(32) | Vgl. H. Leo de Grote, Brief Lectis dilectionis
368 II,5(33) | Vgl. H. Leo de Grote, Brief Promisisse
369 II,5(33) | aan keizer Leo I: DS 318: "De godheid en de mensheid (
370 II,5(33) | DS 318: "De godheid en de mensheid (werden) reeds
371 II,5(33) | mensheid (werden) reeds bij de ontvangenis van de Maagd
372 II,5(33) | reeds bij de ontvangenis van de Maagd zelf in een zo grote
373 II,5(33) | eenheid verweven, dat noch de goddelijke werken zonder
374 II,5(33) | goddelijke werken zonder de Mens, noch de menselijke
375 II,5(33) | werken zonder de Mens, noch de menselijke werken zonder
376 II,6 | slechts één enige, door de ene en drievuldige God gewilde
377 II,6 | heilsorde bestaat, waarvan de bron en het centrum het
378 II,6 | centrum het mysterie van de menswording van het Woord
379 II,6 | menswording van het Woord is, van de Middelaar van de goddelijke
380 II,6 | is, van de Middelaar van de goddelijke genade in de
381 II,6 | de goddelijke genade in de scheppings- en in de verlossingsorde (
382 II,6 | in de scheppings- en in de verlossingsorde (vgl. Kol.
383 II,6 | verkiezing in God tot aan de wederkomst: "In Hem heeft
384 II,6 | wederkomst: "In Hem heeft Hij (de Vader) ons uitgekozen voor
385 II,6 | Vader) ons uitgekozen voor de schepping van de wereld,
386 II,6 | uitgekozen voor de schepping van de wereld, opdat wij heilig
387 II,6 | van zijn Zoon, opdat deze de Eerstgeborene zou zijn onder
388 II,6 | Rom. 8,29-30). ~Trouw aan de goddelijke openbaring bevestigt
389 II,6 | Leergezag dat Jezus Christus de universele Middelaar en
390 II,6 | omvatten. ( ... ) Hem heeft de Vader uit de doden doen
391 II,6 | Hem heeft de Vader uit de doden doen opstaan, verheven
392 II,6 | heeft Hij tot Rechter over de levenden en de doden aangesteld." 34
393 II,6 | Rechter over de levenden en de doden aangesteld." 34 Dit
394 II,6 | middelaarschap van het heil houdt ook de uniekheid in van het verlossende
395 II,6 | verlossende offer van Christus, de eeuwige Hogepriester (vgl.
396 II,6 | 14). ~ Sommigen nemen ook de hypothese aan van een heilsorde
397 II,6 | aan van een heilsorde van de Heilige Geest, die een meer
398 II,6 | karakter zou hebben dan de heilsorde van de mens geworden,
399 II,6 | hebben dan de heilsorde van de mens geworden, gekruisigde
400 II,6 | katholieke geloof, dat veeleer de menswording van het Woord
401 II,6 | het vlees geworden Woord, de plaats van de tegenwoordigheid
402 II,6 | geworden Woord, de plaats van de tegenwoordigheid van de
403 II,6 | de tegenwoordigheid van de Heilige Geest en het beginsel
404 II,6 | van zijn uitstorting over de mensheid, en dat niet alleen
405 II,6 | mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse tijd (vgl. Hand.
406 II,6 | 1Kor. 15,45), maar ook in de tijd vóór zijn binnentreden
407 II,6 | vóór zijn binnentreden in de geschiedenis (vgl. 1Kor.
408 II,6 | het geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting
409 II,6 | geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting over het heilsplan
410 II,6 | uiteenzetting over het heilsplan van de Vader voor de hele mensheid
411 II,6 | heilsplan van de Vader voor de hele mensheid heeft het
412 II,6 | Christus en het mysterie van de Geest van het begin af nauw
413 II,6(34) | van Trente, Decreet over de Erfzonde, 3: DS 1513. ~
414 II,6 | verbonden. 35 Heel het werk van de opbouw van de Kerk door
415 II,6 | het werk van de opbouw van de Kerk door het Hoofd Jezus
416 II,6 | Hoofd Jezus Christus in de loop der eeuwen wordt gezien
417 II,6 | zijn Geest zich uit over de zichtbare grenzen van de
418 II,6 | de zichtbare grenzen van de Kerk heen, tot de hele mensheid.
419 II,6 | grenzen van de Kerk heen, tot de hele mensheid. Over het
420 II,6 | waarin Christus nu reeds met de gelovige een levende gemeenschap
421 II,6 | levende gemeenschap vormt in de Geest, en hem de hoop op
422 II,6 | vormt in de Geest, en hem de hoop op de verrijzenis schenkt,
423 II,6 | Geest, en hem de hoop op de verrijzenis schenkt, leert
424 II,6 | Dit geldt niet alleen voor de christengelovigen, maar
425 II,6 | goede wil, in wier hart de genade op een onzichtbare
426 II,6 | wij eraan vasthouden dat de Heilige Geest aan allen
427 II,6 | Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt, op
428 II,6(36) | Vgl. ibid., 7. De heilige Irenaeus schrijft,
429 II,6(36) | Irenaeus schrijft, dat in de Kerk "de gemeenschap met
430 II,6(36) | schrijft, dat in de Kerk "de gemeenschap met Christus
431 II,6(36) | neergelegd, dat wil zeggen de Heilige Geest" (Adversus
432 II,6 | met het heilsmysterie van de Geest. De Geest laat de
433 II,6 | heilsmysterie van de Geest. De Geest laat de heilbrengende
434 II,6 | de Geest. De Geest laat de heilbrengende invloed van
435 II,6 | heilbrengende invloed van de mens geworden Zoon werkelijkheid
436 II,6 | geroepen zijn, of zij nu aan de menswording van het Woord
437 II,6 | zijn of na zijn komst in de geschiedenis leven: ze worden
438 II,6 | worden allemaal bewogen door de Geest van de Vader, die
439 II,6 | bewogen door de Geest van de Vader, die de Mensenzoon
440 II,6 | Geest van de Vader, die de Mensenzoon onbeperkt schenkt (
441 II,6 | heeft het Leergezag van de Kerk in de jongste tijd
442 II,6 | Leergezag van de Kerk in de jongste tijd vast en helder
443 II,6 | jongste tijd vast en helder de waarheid in herinnering
444 II,6 | goddelijke heilsorde is: "De tegenwoordigheid en de activiteit
445 II,6 | De tegenwoordigheid en de activiteit van de Geest
446 II,6 | tegenwoordigheid en de activiteit van de Geest raken niet alleen
447 II,6 | Geest raken niet alleen de individuen, maar ook de
448 II,6 | de individuen, maar ook de maatschappij en de geschiedenis,
449 II,6 | maar ook de maatschappij en de geschiedenis, de volkeren,
450 II,6 | maatschappij en de geschiedenis, de volkeren, de culturen en
451 II,6 | geschiedenis, de volkeren, de culturen en de godsdiensten. (...)
452 II,6 | volkeren, de culturen en de godsdiensten. (...) Door
453 II,6 | godsdiensten. (...) Door de invloed van de Geest werkt
454 II,6 | Door de invloed van de Geest werkt de verrezen
455 II,6 | invloed van de Geest werkt de verrezen Christus in de
456 II,6 | de verrezen Christus in de harten van de mensen. (...)
457 II,6 | Christus in de harten van de mensen. (...) Het is ook
458 II,6 | mensen. (...) Het is ook de Geest die de 'zaden van
459 II,6 | Het is ook de Geest die de 'zaden van het Woord' uitzaait,
460 II,6 | welke aanwezig zijn in de riten en culturen, en ze
461 II,6 | Het Leergezag erkent de heilshistorische functie
462 II,6 | heilshistorische functie van de Geest in het hele universum
463 II,6 | het hele universum en in de hele geschiedenis van de
464 II,6 | de hele geschiedenis van de mensheid39, maar beklemtoont
465 II,6(38) | AAS 83 (1991) 274. Over de "zaden van het Woord" vgl.
466 II,6 | Deze Geest is dezelfde als de Geest die gewerkt heeft
467 II,6 | Geest die gewerkt heeft in de menswording, het leven,
468 II,6 | menswording, het leven, de dood en de verrijzenis van
469 II,6 | menswording, het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus en
470 II,6 | verrijzenis van Jezus en die in de Kerk werkt. Hij is dus geen
471 II,6 | bestaan tussen Christus en de Logos, zoals soms verondersteld
472 II,6 | verondersteld wordt. Al wat de Geest bewerkt in het hart
473 II,6 | bewerkt in het hart van de mensen en in de geschiedenis
474 II,6 | hart van de mensen en in de geschiedenis van de volken,
475 II,6 | en in de geschiedenis van de volken, in de culturen en
476 II,6 | geschiedenis van de volken, in de culturen en in de godsdiensten,
477 II,6 | volken, in de culturen en in de godsdiensten, vervult een
478 II,6 | dat vlees is geworden door de werking van de Geest, 'zodat
479 II,6 | geworden door de werking van de Geest, 'zodat Hij als de
480 II,6 | de Geest, 'zodat Hij als de volmaakte mens allen kon
481 II,6 | samenbrengen'." 40 ~Het werken van de Geest gebeurt dus niet buiten
482 II,6 | Christus. Er bestaat slechts de ene heilsorde van de ene
483 II,6 | slechts de ene heilsorde van de ene en drievuldige God,
484 II,6 | die in het mysterie van de menswording, van de dood
485 II,6 | van de menswording, van de dood en de verrijzenis van
486 II,6 | menswording, van de dood en de verrijzenis van de Zoon
487 II,6 | dood en de verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid
488 II,6 | werkelijkheid wordt en die door de medewerking van de Heilige
489 II,6 | door de medewerking van de Heilige Geest tegenwoordig
490 II,6 | heilsbetekenis wordt uitgebreid tot de hele mensheid en het heelal: "
491 II,6 | mensheid en het heelal: "De mensen kunnen dus alleen
492 II,6 | gemeenschap met God treden onder de werking van de Geest." 41 ~
493 II,6 | treden onder de werking van de Geest." 41 ~
494 III | III De Uniekheid en de universaliteit
495 III | III De Uniekheid en de universaliteit van het heilsmysterie
496 III,7 | opduikende theorie wordt ook de uniekheid en de universaliteit
497 III,7 | wordt ook de uniekheid en de universaliteit van het heilsmysterie
498 III,7 | blijvende geloofsgoed van de Kerk en het moet vast geloofd
499 III,7 | worden dat Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer en
500 III,7 | Christus, de Zoon van God, de Heer en enige Verlosser