| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] hele 22 helemaal 1 helpen 1 hem 41 hemel 11 hemelen 1 hen 9 | Frequency [« »] 44 zij 42 rijk 42 uit 41 hem 39 worden 38 haar 36 1 | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances hem |
bold = Main text Chapter, Paragraph grey = Comment text
1 I,3 | van de Vader rust, heeft Hem geopenbaard" (Joh. 1,18). " 2 I,3 | geopenbaard" (Joh. 1,18). "Want in Hem alleen woont werkelijk de 3 I,3 | hele volheid van God. Door Hem zijt ook gij daarvan vervuld" ( 4 I,3 | heilswerk, dat de Vader Hem heeft opgedragen (vgl. Joh. 5 I,3 | vgl. Joh. 5,36; 17,4). Wie Hem ziet, ziet ook de Vader ( 6 I,4 | met de openbaring die door Hem gegeven wordt".15 Het geloof 7 I,4 | geschenk van God" en "een door Hem ingestorte bovennatuurlijke 8 I,4 | met de Waarheid, die door hem geopenbaard is, krachtens 9 II,5 | levende God" (Mt. 16,16); "in Hem alleen woont werkelijk de 10 II,5 | Vader" (Joh. 1,18). "Door Hem hebben wij de verlossing. (...) 11 II,5 | met zijn hele volheid in Hem wonen, om door Hem alles 12 II,5 | volheid in Hem wonen, om door Hem alles te verzoenen. Alles 13 II,5 | ons het leven verdiend: in Hem heeft God ons met zichzelf 14 II,6 | tot aan de wederkomst: "In Hem heeft Hij (de Vader) ons 15 II,6 | voor God" (Ef. 1,4). "Door Hem zijn wij ook voorbestemd 16 II,6 | ingevoegd in het plan van Hem die alles zo tot stand brengt 17 II,6 | al te omvatten. ( ... ) Hem heeft de Vader uit de doden 18 II,6 | zijn rechterhand geplaatst; Hem heeft Hij tot Rechter over 19 II,6 | gemeenschap vormt in de Geest, en hem de hoop op de verrijzenis 20 III,7 | heilsgeschiedenis, die in Hem haar volheid en haar middelpunt 21 III,7 | welke reden "ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam 22 III,7 | maar één God, de Vader. Uit hem komt alles voort en voor 23 III,7 | komt alles voort en voor Hem zijn wij bestemd. En één 24 III,7 | Heer: Jezus Christus. Door Hem is alles er, en wij zijn 25 III,7 | er, en wij zijn er door Hem" (1Kor. 8,5-6). Ook de apostel 26 III,7 | geschonken, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, 27 III,7 | maar opdat de wereld door Hem gered wordt" (Joh. 3,16- 28 III,8 | bijzondere en enige, slechts Hem eigen, uitsluitende, universele 29 III,8 | rechterhand deed plaatsnemen, Hem aanstellend tot Rechter 30 III,8 | bijzonderheid van Christus, die Hem een absolute en universele 31 III,8(45)| alles; doordat Hij allen die Hem volgen, uit het rijk van 32 IV | de Kerk en de Kerk is in Hem (vgl. Joh. 15,1 vlg; Gal. 33 IV | Kerk, die onlosmakelijk met Hem verbonden is. Want Jezus 34 IV | de uniekheid van de door Hem gestichte Kerk als waarheid 35 IV | toevertrouwd (vgl. Joh. 21,17). Aan hem en aan de andere apostelen 36 IV | opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen wordt 37 IV,9 | bisschoppen in gemeenschap met hem, wordt geleid. 58 De Kerken, 38 V,9(73) | dat het in zekere zin met Hem identiek is. Vgl. Origenes, 39 VI | Hoofd, verbonden en onder Hem gesteld, en heeft daarom 40 VI,11 | heeft God de Kerk, die door Hem was gesticht, middel voor 41 VI,11 | tegemoet komen en haar aan hem brengen. Omdat de Kerk gelooft