| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] zonde 2 zonden 3 zonder 9 zoon 33 zou 19 zouden 1 zover 3 | Frequency [« »] 34 geloof 34 paulus 33 wordt 33 zoon 32 katholieke 32 woord 31 alle | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances zoon |
Chapter, Paragraph
1 Inl,1| Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, 2 Inl,1| mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en van 3 Inl,1| van de menswording van de Zoon, als heil brengende gebeurtenis 4 Inl,1| Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden 5 Inl,1| voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met de Vader en de 6 Inl,1| Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en 7 I,3 | Christus, de vleesgeworden Zoon van God, die "de Weg, de 8 I,3 | geopenbaard is: "Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand 9 I,3 | kent de Vader tenzij de Zoon en degene aan wie de Zoon 10 I,3 | Zoon en degene aan wie de Zoon het wil openbaren" (Mt. 11 I,3 | God gezien. De eengeboren Zoon, die God is en aan het hart 12 I,3 | handelt is de vleesgeworden Zoon van God. Op grond hiervan 13 I,4 | dan aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".20 ~ 14 II,5 | dat Jezus van Nazareth, de zoon van Maria, en alleen Hij, 15 II,5 | Maria, en alleen Hij, de Zoon en het Woord van de Vader 16 II,5 | Jezus is "de Messias, de Zoon van de levende God" (Mt. 17 II,5 | gedefinieerd in "Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene 18 II,5 | Christus als een en dezelfde Zoon: dezelfde is volmaakt in 19 II,5 | de apostel kan zeggen: de Zoon van God 'heeft mij liefgehad 20 II,6 | zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat deze de Eerstgeborene 21 II,6 | invloed van de mens geworden Zoon werkelijkheid worden in 22 II,6 | en de verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid wordt 23 III,7| worden dat Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer en enige 24 III,7| bevestigd: "De Vader heeft de Zoon gezonden als de Redder van 25 III,7| liefgehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken, opdat 26 III,7| heeft. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden 27 III,7| en de opstanding van de Zoon van God is aangeboden en 28 III,8| gekruisigde en opgestane Zoon van God - door de zending 29 V | eenheid van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verenigde 30 VI | vindt in de zending van de Zoon en de zending van de Heilige 31 VI,11| Christus, de mens geworden Zoon van God, in vergelijking 32 VI,11| gemeenschap met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De 33 Sl,12| naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert