Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
vaak 3
vader 36
vaders 3
van 525
vanaf 2
vandaag 3
vandaar 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
951 de
525 van
406 en
391 het
260 in
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

van
1-500 | 501-525

                                                        bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                                 grey = Comment text
1 Inl,1 | en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon 2 Inl,1 | de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige 3 Inl,1 | Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert 4 Inl,1 | dagen tot aan het einde van de wereld" (Mt. 28,18-20; 5 Inl,1 | De universele zending van de Kerk wordt geboren uit 6 Inl,1 | wordt geboren uit het gebod van Jezus Christus en in de 7 Inl,1 | gerealiseerd door de verkondiging van het mysterie van God, Vader, 8 Inl,1 | verkondiging van het mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige 9 Inl,1 | Zoon en Heilige Geest, en van het mysterie van de menswording 10 Inl,1 | Geest, en van het mysterie van de menswording van de Zoon, 11 Inl,1 | mysterie van de menswording van de Zoon, als heil brengende 12 Inl,1 | is de fundamentele inhoud van de christelijke geloofsbelijdenis: " 13 Inl,1 | almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat 14 Inl,1 | Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar 15 Inl,1 | Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren 16 Inl,1 | ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. 17 Inl,1 | zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen 18 Inl,1 | één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de 19 Inl,1 | Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van 20 Inl,1 | van de doden en het leven van het komend rijk."1 ~ In 21 Inl,1 | komend rijk."1 ~ In de loop van de eeuwen heeft de Kerk 22 Inl,1 | Kerk trouw het Evangelie van Jezus Christus verkondigd 23 Inl,1 | verkondigd en er getuigenis van afgelegd. Maar aan het einde 24 Inl,1 | afgelegd. Maar aan het einde van het tweede millennium is 25 Inl,1 | is die zending nog verre van voltooid. 2 Daarom zijn 26 Inl,1(1) | Eerste Concilie van Constantinopel, Geloofsbelijdenis 27 Inl,1(1) | Constantinopel, Geloofsbelijdenis van Constantinopel: DS 150. ~ 28 Inl,1 | Daarom zijn de woorden van de apostel Paulus over de 29 Inl,1 | de missionaire opdracht van elke gedoopte gelovige nu 30 Inl,1 | dan ooit: "De verkondiging van het Evangelie is voor mij 31 Inl,1 | Vandaar de bijzondere aandacht van het Leergezag om redenen 32 Inl,1 | ondersteuning aan de zending van de Kerk tot evangelisering, 33 Inl,1 | de religieuze tradities van de wereld3 Met het oog 34 Inl,1 | positieve benadering ten aanzien van de betrekking van de Kerk 35 Inl,1 | aanzien van de betrekking van de Kerk met niet-christelijke 36 Inl,1 | katholieke Kerk verwerpt niets van wat waar en heilig is in 37 Inl,1 | vele opzichten verschillend van haar eigen leerstellingen, 38 Inl,1 | een straal weerspiegelen van die waarheid die alle mensen 39 Inl,1 | gedachtelijn maakt de verkondiging van Jezus Christus, "de weg, 40 Inl,1 | vandaag de dag ook gebruik van de interreligieuze dialoog. 41 Inl,1 | veeleer, in de richting van dat "mysterie van de eenheid" 42 Inl,1 | richting van dat "mysterie van de eenheid" waaruit "volgt 43 Inl,1 | onderscheiden, in hetzelfde geheim van de verlossing in Jezus Christus 44 Inl,1 | godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk tot 45 Inl,1 | uitmaakt van de zending van de Kerk tot evangelisering6, 46 Inl,1(5) | Congregatie voor de Evangelisering van de Volkeren, Instructie 47 Inl,1 | evangelisering6, vereist een houding van begrip en een relatie van 48 Inl,1 | van begrip en een relatie van onderlinge kennis en wederzijdse 49 Inl,1(7) | Congregatie voor de Evangelisering van de Volkeren, Instructie 50 Inl,2 | theoretische verdieping van de dialoog tussen het christelijke 51 Inl,2 | te gaan door nieuwe wegen van onderzoek in te slaan, voorstellen 52 Inl,2 | katholieke gelovigen ten aanzien van deze thematiek enkele fundamentele 53 Inl,2 | enkele fundamentele elementen van de christelijke leer in 54 Inl,2 | helpen bij het ontwikkelen van oplossingen die overeenstemmen 55 Inl,2 | op de culturele behoeften van onze tijd. ~De taal waarin 56 Inl,2 | organische wijze de problematiek van de uniciteit en de heilbrengende 57 Inl,2 | heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en van de 58 Inl,2 | universaliteit van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen of 59 Inl,2 | verklaring wil veeleer de leer van het katholieke geloof ten 60 Inl,2 | katholieke geloof ten aanzien van deze thematiek opnieuw presenteren, 61 Inl,2 | die in vroegere documenten van het Leergezag is onderwezen 62 Inl,2 | die tot het geloofsgoed van de Kerk horen. ~ De voortdurende 63 Inl,2 | missionaire verkondiging van de Kerk wordt tegenwoordig 64 Inl,2 | definitieve en volledige karakter van de openbaring van Jezus 65 Inl,2 | karakter van de openbaring van Jezus Christus, de aard 66 Inl,2 | Jezus Christus, de aard van het christelijke geloof 67 Inl,2 | religies, de inspiratie van de boeken van de heilige 68 Inl,2 | inspiratie van de boeken van de heilige Schrift, de personele 69 Inl,2 | het eeuwige Woord en Jezus van Nazareth, de eenheid van 70 Inl,2 | van Nazareth, de eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden 71 Inl,2 | eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden Woord 72 Inl,2 | heilbrengende universaliteit van Jezus Christus, de universele 73 Inl,2 | de universele bemiddeling van het heil door de Kerk, de 74 Inl,2 | onderscheid - tussen het rijk van God, het rijk van Christus 75 Inl,2 | het rijk van God, het rijk van Christus en de Kerk, de 76 Inl,2 | de Kerk, de subsistentie van de ene Kerk van Christus 77 Inl,2 | subsistentie van de ene Kerk van Christus in de katholieke 78 Inl,2 | katholieke Kerk. De wortels van deze opvattingen zijn te 79 Inl,2 | bepaalde vooronderstellingen van zowel wijsgerige alsook 80 Inl,2 | begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde waarheid 81 Inl,2 | bestaat; het subjectivisme van hen die het verstand als 82 Inl,2 | verstand als enige bron van kennis aanvaarden en die 83 Inl,2 | te gaan, tot de waarheid van het zijn te komen";8 de 84 Inl,2 | gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis van de menswording 85 Inl,2 | beroven van de gebeurtenis van de menswording van de eeuwige 86 Inl,2 | gebeurtenis van de menswording van de eeuwige Logos in de tijd 87 Inl,2 | eeuwige Logos in de tijd van haar metafysische dimensie, 88 Inl,2 | een loutere verschijning van God in de geschiedenis; 89 Inl,2 | geschiedenis; het eclecticisme van hen die in het theologisch 90 Inl,2 | Leergezag. ~Wanneer men van dergelijke vooronderstellingen 91 Inl,2 | openbaring en het mysterie van Jezus Christus en van de 92 Inl,2 | mysterie van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter als 93 Inl,2 | er minstens een schaduw van twijfel en onzekerheid overheen 94 I | het definitieve karakter van de openbaring van Jezus 95 I | karakter van de openbaring van Jezus Christus ~ 96 I,3 | definitieve en volledige karakter van de openbaring van Jezus 97 I,3 | karakter van de openbaring van Jezus Christus worden bekrachtigd. 98 I,3 | geloven dat in het mysterie van Jezus Christus, de vleesgeworden 99 I,3 | Christus, de vleesgeworden Zoon van God, die "de Weg, de Waarheid 100 I,3 | Joh. 14,6) is, de volheid van de goddelijke waarheid geopenbaard 101 I,3 | die God is en aan het hart van de Vader rust, heeft Hem 102 I,3 | werkelijk de hele volheid van God. Door Hem zijt ook gij 103 I,3 | 10). ~Trouw aan het woord van God leert het Tweede Vaticaans 104 I,3 | Vaticaans Concilie: "De diepte van de waarheid die door deze 105 I,3 | over God en over het heil van de mens is ontsloten, licht 106 I,3 | Middelaar en de Volheid van de hele Openbaring is." 9 107 I,3 | verkondigt de woorden van God' (Joh. 3,34) en voltooit 108 I,3 | tenslotte door het zenden van de Geest der waarheid de 109 I,3 | openbaring voor de verschijning van onze Heer Jezus Christus 110 I,3 | In dit definitieve Woord van zijn openbaring heeft God 111 I,3 | definitieve zelfopenbaring van God is het fundamentele 112 I,3 | verkondigen, d.w.z. de volheid van de waarheid die God ons 113 I,3 | Alleen de openbaring van Jezus Christus "brengt dus 114 I,3 | binnen, die het verstand van de mens ertoe uitdaagt nooit 115 I,3 | tegenstelling tot het geloof van de Kerk staat dus de mening 116 I,3 | mening dat de openbaring van Jezus Christus begrensd 117 I,3 | godsdiensten. De diepste oorzaak van deze mening ligt in de bewering 118 I,3 | bewering dat de waarheid van God in haar universaliteit 119 I,3 | Christus het heilsmysterie van God geheel en volledig geopenbaard 120 I,3 | historische gebeurtenis van Jezus hebben namelijk, ook 121 I,3 | bron de goddelijke Persoon van het vleesgeworden Woord, " 122 I,3 | volledig, de openbaring van Gods heilswegen, ook wanneer 123 I,3 | heilswegen, ook wanneer de diepte van het goddelijke mysterie 124 I,3 | is de vleesgeworden Zoon van God. Op grond hiervan verlangt 125 I,3 | hele mysterie dat reikt van de menswording tot de verheerlijking, 126 I,3 | Vader, en de vervulling van de hele heilsopenbaring 127 I,3 | de hele heilsopenbaring van God aan de mensheid is14, 128 I,3(13) | Concilie van Chalcedon, Geloofsbelijdenis 129 I,3(13) | Chalcedon, Geloofsbelijdenis van Chalcedon: DS 301; vgl. 130 I,3(13) | 301; vgl. H. Athanasius van Alexandrië, De Incarnatione, 131 I,3 | Heilige Geest, de Geest van Christus, de apostelen en 132 I,3 | apostelen en door hen de Kerk van alle tijden deze "hele waarheid" ( 133 I,4 | openbaring is "de 'gehoorzaamheid van het geloof' (Rom. 1,5; vgl. 134 I,4 | de volledige onderwerping van verstand en wil aan God 135 I,4 | te hebben, moet de genade van God het eerste komen en 136 I,4 | moet ook de innerlijke hulp van de Heilige Geest zijn die 137 I,4 | God bekeert, die de ogen van de geest opent en 'het voor 138 I,4 | De gehoorzaamheid van het geloof leidt tot het 139 I,4 | geloof leidt tot het aannemen van de waarheid van Christus' 140 I,4 | aannemen van de waarheid van Christus' openbaring, waarvoor 141 I,4 | een persoonlijke binding van de mens aan God en tegelijkertijd, 142 I,4(17) | Vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 144. ~ 143 I,4 | geloof, dat "een geschenk van God" en "een door Hem ingestorte 144 I,4 | de genadevolle aanneming van de geopenbaarde waarheid, 145 I,4 | toestaat, "in het inwendige van het mysterie binnen te gaan; 146 I,4 | daarentegen die gezamenlijkheid van ervaringen en inzichten, 147 I,4 | die de menselijke schatten van de wijsheid en de religiositeit 148 I,4 | theologale geloof, het aannemen van de door de ene en drievuldige 149 I,4 | ontbreekt. Daarin schuilt één van de oorzaken voor de neiging 150 I,4 | heffen. 22 ~ De hypothese van de geïnspireerde waarde 151 I,4 | de geïnspireerde waarde van de heilige geschriften van 152 I,4 | van de heilige geschriften van andere godsdiensten doet 153 I,4 | talloze mensen in de loop van de eeuwen in staat waren 154 I,4 | vermeld - bij zijn beschouwing van de gewoonten, voorschriften 155 I,4 | voorschriften en doctrines van de andere godsdiensten dat 156 I,4 | veel opzichten verschillend van haar eigen leer (...) niettemin 157 I,4 | niettemin dikwijls een straal van die waarheid weerspiegelen 158 I,4 | verlicht".23 De traditie van de Kerk echter behoudt de 159 I,4 | aan de canonieke boeken van het Oude en van het Nieuwe 160 I,4 | canonieke boeken van het Oude en van het Nieuwe Verbond, aangezien 161 I,4(23) | gentes, 9, waar sprake is van het goede, dat "in de verschillende 162 I,4(23) | verschillende riten en culturen van de volkeren" voorkomt; Dogmatische 163 I,4(23) | voorbereiding voor het aannemen van het evangelie. ~ 164 I,4 | Moeder de Kerk de boeken van zowel het Oude als het Nieuwe 165 I,4 | omdat ze, onder de inwerking van de Heilige Geest zijn geschreven, ( 166 I,4(24) | Vgl. Concilie van Trente, Decreet over de 167 I,4(24) | Decreet over de aanvaarding van de heilige Boeken en van 168 I,4(24) | van de heilige Boeken en van de overleveringen: DS 1501; 169 I,4 | waarheid, die God omwille van ons heil in heilige Schriften 170 I,4 | roepen en hun de volheid van zijn liefde wil meedelen, 171 I,4 | de volken in de rijkdom van hun spiritualiteit, die 172 I,4 | dwalingen'".27 De heilige boeken van andere godsdiensten, die 173 I,4 | die feitelijk het leven van hun aanhangers voeden en 174 I,4 | en leiden, ontvangen zo van het mysterie van Christus 175 I,4 | ontvangen zo van het mysterie van Christus die elementen van 176 I,4 | van Christus die elementen van het goede en van de genade, 177 I,4 | elementen van het goede en van de genade, die zij bevatten. ~ 178 II,5 | theologische debat wordt Jezus van Nazareth vaak benaderd als 179 II,5 | absolute, het laatste mysterie van God zou zich op vele manieren 180 II,5 | de mensheid tonen, Jezus van Nazareth zou één van hen 181 II,5 | Jezus van Nazareth zou één van hen zijn. Nog concreter: 182 II,5 | Nog concreter: hij zou één van de vele gezichten zijn, 183 II,5 | die de Logos in de loop van de tijd zou hebben aangenomen 184 II,5 | heil te bemiddelen. ~Om van de ene kant de universaliteit 185 II,5 | ene kant de universaliteit van het christelijke heil en 186 II,5 | heil en anderzijds het feit van het religieuze pluralisme 187 II,5 | gemaakt tussen een heilsorde van het eeuwige Woord, die ook 188 II,5 | gelden, en een heilsorde van het vleesgeworden Woord. 189 II,5 | namelijk vast geloven dat Jezus van Nazareth, de zoon van Maria, 190 II,5 | Jezus van Nazareth, de zoon van Maria, en alleen Hij, de 191 II,5 | Hij, de Zoon en het Woord van de Vader is. Het Woord, 192 II,5 | is "de Messias, de Zoon van de levende God" (Mt. 16, 193 II,5 | werkelijk de hele volheid van God" (Kol. 2,9). Hij is " 194 II,5 | en die rust aan het hart van de Vader" (Joh. 1,18). " 195 II,5 | heeft het Eerste Concilie van Nicea trouw aan de heilige 196 II,5 | Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene uit 197 II,5 | zeggen uit de substantie van de Vader, God uit God, Licht 198 II,5 | de aarde is, die omwille van ons mensen en omwille van 199 II,5 | van ons mensen en omwille van ons heil is nedergedaald 200 II,5 | oordelen".28 In navolging van hetgeen de vaders hadden 201 II,5 | beleed ook het Concilie van Chalcedon "onze Heer Jezus 202 II,5 | dagen voor ons en omwille van ons heil geboren uit de 203 II,5 | Maria de Maagd en Moeder van God." 29 ~Het Tweede Vaticaans 204 II,5(28) | Eerste Concilie van Nicea, Geloofsbelijdenis 205 II,5(28) | Nicea, Geloofsbelijdenis van Nicea: DS 25. ~ 206 II,5 | nieuwe Adam", "het beeld van de onzichtbare God" (Kol. 207 II,5 | is, die de godsgelijkheid van de kinderen van Adam, die 208 II,5 | godsgelijkheid van de kinderen van Adam, die door de eerste 209 II,5 | zonde ontrukt, zodat ieder van ons met de apostel kan zeggen: 210 II,5 | apostel kan zeggen: de Zoon van God 'heeft mij liefgehad 211 II,5(29) | Concilie van Chalcedon, Geloofsbelijdenis 212 II,5(29) | Chalcedon, Geloofsbelijdenis van Chalcedon: DS 301. ~ 213 II,5 | niemand anders dan Jezus van Nazareth en deze is het 214 II,5 | Nazareth en deze is het Woord van God dat mens is geworden 215 II,5 | is geworden voor het heil van allen (...) Terwijl wij 216 II,5 | mogen wij ze niet losmaken van Jezus Christus, die in het 217 II,5 | Christus, die in het centrum van Gods heilsplan staat." 31 ~ 218 II,5 | tussen het heilshandelen van de Logos als zodanig en 219 II,5 | zodanig en het heilshandelen van het Woord dat is vlees geworden. 220 II,5 | menswording worden alle heilsdaden van het Woord van God steeds 221 II,5 | heilsdaden van het Woord van God steeds in eenheid met 222 II,5 | volbracht, die het tot heil van alle mensen heeft aangenomen. 223 II,5 | handelt, is de enige persoon van het Woord. 32 ~Daarom is 224 II,5 | onverenigbaar met de leer van de Kerk. 33 ~ 225 II,5(33) | reeds bij de ontvangenis van de Maagd zelf in een zo 226 II,6 | het centrum het mysterie van de menswording van het Woord 227 II,6 | mysterie van de menswording van het Woord is, van de Middelaar 228 II,6 | menswording van het Woord is, van de Middelaar van de goddelijke 229 II,6 | Woord is, van de Middelaar van de goddelijke genade in 230 II,6 | 1Kor. 1,30). Het mysterie van Christus heeft een inwendige 231 II,6 | eenheid, die zich uitstrekt van zijn eeuwige verkiezing 232 II,6 | uitgekozen voor de schepping van de wereld, opdat wij heilig 233 II,6 | en ingevoegd in het plan van Hem die alles zo tot stand 234 II,6 | gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat deze de 235 II,6 | Dit middelaarschap van het heil houdt ook de uniekheid 236 II,6 | houdt ook de uniekheid in van het verlossende offer van 237 II,6 | van het verlossende offer van Christus, de eeuwige Hogepriester ( 238 II,6 | nemen ook de hypothese aan van een heilsorde van de Heilige 239 II,6 | hypothese aan van een heilsorde van de Heilige Geest, die een 240 II,6 | hebben dan de heilsorde van de mens geworden, gekruisigde 241 II,6 | dat veeleer de menswording van het Woord tot ons heil beschouwt 242 II,6 | Testament is het mysterie van Jezus, het vlees geworden 243 II,6 | geworden Woord, de plaats van de tegenwoordigheid van 244 II,6 | van de tegenwoordigheid van de Heilige Geest en het 245 II,6 | Heilige Geest en het beginsel van zijn uitstorting over de 246 II,6 | in het geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting 247 II,6 | uiteenzetting over het heilsplan van de Vader voor de hele mensheid 248 II,6 | het Concilie het mysterie van Christus en het mysterie 249 II,6 | Christus en het mysterie van de Geest van het begin af 250 II,6 | het mysterie van de Geest van het begin af nauw met elkaar 251 II,6(34) | spes, 45; vgl. ook Concilie van Trente, Decreet over de 252 II,6 | verbonden. 35 Heel het werk van de opbouw van de Kerk door 253 II,6 | Heel het werk van de opbouw van de Kerk door het Hoofd Jezus 254 II,6 | Bovendien strekt het heilswerk van Jezus Christus met en door 255 II,6 | over de zichtbare grenzen van de Kerk heen, tot de hele 256 II,6 | christengelovigen, maar voor alle mensen van goede wil, in wier hart 257 II,6 | duidelijk dat het heilsmysterie van het mens geworden Woord 258 II,6 | is met het heilsmysterie van de Geest. De Geest laat 259 II,6 | de heilbrengende invloed van de mens geworden Zoon werkelijkheid 260 II,6 | werkelijkheid worden in het leven van alle mensen, die door God 261 II,6 | zij nu aan de menswording van het Woord voorafgegaan zijn 262 II,6 | allemaal bewogen door de Geest van de Vader, die de Mensenzoon 263 II,6 | Daarom heeft het Leergezag van de Kerk in de jongste tijd 264 II,6 | tegenwoordigheid en de activiteit van de Geest raken niet alleen 265 II,6 | godsdiensten. (...) Door de invloed van de Geest werkt de verrezen 266 II,6 | verrezen Christus in de harten van de mensen. (...) Het is 267 II,6 | ook de Geest die de 'zaden van het Woord' uitzaait, welke 268 II,6 | heilshistorische functie van de Geest in het hele universum 269 II,6 | in de hele geschiedenis van de mensheid39, maar beklemtoont 270 II,6(38) | 1991) 274. Over de "zaden van het Woord" vgl. ook H. Justinus, 271 II,6 | de dood en de verrijzenis van Jezus en die in de Kerk 272 II,6 | Geest bewerkt in het hart van de mensen en in de geschiedenis 273 II,6 | mensen en in de geschiedenis van de volken, in de culturen 274 II,6 | godsdiensten, vervult een rol van voorbereiding op het evangelie 275 II,6 | geworden door de werking van de Geest, 'zodat Hij als 276 II,6 | samenbrengen'." 40 ~Het werken van de Geest gebeurt dus niet 277 II,6 | buiten of naast het werken van Christus. Er bestaat slechts 278 II,6 | slechts de ene heilsorde van de ene en drievuldige God, 279 II,6 | God, die in het mysterie van de menswording, van de dood 280 II,6 | mysterie van de menswording, van de dood en de verrijzenis 281 II,6 | de dood en de verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid 282 II,6 | verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid wordt 283 II,6 | die door de medewerking van de Heilige Geest tegenwoordig 284 II,6 | treden onder de werking van de Geest." 41 ~ 285 III | Uniekheid en de universaliteit van het heilsmysterie van Jezus 286 III | universaliteit van het heilsmysterie van Jezus Christus ~ 287 III,7 | uniekheid en de universaliteit van het heilsmysterie van Jezus 288 III,7 | universaliteit van het heilsmysterie van Jezus Christus geloochend. 289 III,7 | het blijvende geloofsgoed van de Kerk en het moet vast 290 III,7 | Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer en enige Verlosser 291 III,7 | duidelijk door de getuigenissen van het Nieuwe Testament bevestigd: " 292 III,7 | Zoon gezonden als de Redder van de wereld" (1Joh. 4,14). " 293 III,7 | Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt" (Joh. 294 III,7 | 29). Ter rechtvaardiging van de genezing, in de Naam 295 III,7 | de genezing, in de Naam van Jezus, van de man die vanaf 296 III,7 | genezing, in de Naam van Jezus, van de man die vanaf zijn geboorte 297 III,7 | Jezus Christus "de Heer van allen" is, "de door God 298 III,7 | door zijn Naam de vergeving van de zonden ontvangt" (Hand. 299 III,7 | schrijft aan de gemeente van Korinthe: "Want al zijn 300 III,7 | wordt de universele heilswil van God nauw verbonden met het 301 III,7 | het enige Middelaarschap van Christus: "Hij (God) wil 302 III,7 | gered worden en tot kennis van de waarheid komen. Want: 303 III,7 | christenen waren zich bewust van deze unieke en universele, 304 III,7 | en wezen op de voleinding van het heil, dat uitgaat boven 305 III,7 | tegemoet, die door middel van een veelheid aan heil brengende 306 III,7 | geloofsgoed heeft het Leergezag van de Kerk opnieuw gepresenteerd: " 307 III,7 | centrum en de voltooiing van heel de geschiedenis van 308 III,7 | van heel de geschiedenis van het mensdom te vinden zijn 309 III,7 | moet daarom als waarheid van het katholieke geloof vast 310 III,7 | universele wil tot heil van de ene en drievuldige God 311 III,7 | voor altijd in het mysterie van de menswording, van de dood 312 III,7 | mysterie van de menswording, van de dood en de opstanding 313 III,7 | de dood en de opstanding van de Zoon van God is aangeboden 314 III,7 | de opstanding van de Zoon van God is aangeboden en werkelijkheid 315 III,7 | geworden. 42 Met inachtneming van dit geloofsgegeven wordt 316 III,7 | geloofsgegeven wordt de theologie van onze dagen uitgenodigd na 317 III,7 | denken over de aanwezigheid van andere religieuze ervaringen 318 III,7 | betekenis in het heilsplan van God, en te onderzoeken, 319 III,7 | vormen en positieve elementen van andere religies kunnen horen 320 III,7 | onderzoek onder leiding van het Leergezag een breed 321 III,7 | Het enig Middelaarschap van Christus verhindert de menigvuldige 322 III,7 | menigvuldige medewerking van de schepselen niet, maar 323 III,7 | het enige Middelaarschap van Christus: "Gedeeltelijke 324 III,7 | Gedeeltelijke bemiddelingen van verschillende soort en orde 325 III,7 | uitsluitend aan de bemiddeling van Christus en kunnen niet 326 III,7 | oplossing, die een heilshandelen van God buiten het enige Middelaarschap 327 III,7 | het enige Middelaarschap van Christus aannemen. ~ 328 III,8 | de betekenis en de waarde van het heilsgebeuren van Jezus 329 III,8 | waarde van het heilsgebeuren van Jezus Christus tegenover 330 III,8 | begin heeft de gemeenschap van de gelovigen aan Jezus een 331 III,8 | gekruisigde en opgestane Zoon van God - door de zending die 332 III,8 | door de zending die Hij van de Vader heeft ontvangen, 333 III,8 | ontvangen, en in de kracht van de Heilige Geest het doel 334 III,8 | Jezus is namelijk het Woord van God, dat voor het heil van 335 III,8 | van God, dat voor het heil van allen mens is geworden. 336 III,8 | waar het leert: "Het Woord van God, waardoor alles is geschapen, 337 III,8 | recapituleren. De Heer is het doel van de mensengeschiedenis, het 338 III,8 | waarnaar alle verlangens van de geschiedenis en van de 339 III,8 | verlangens van de geschiedenis en van de beschaving convergeren, 340 III,8 | convergeren, het centrum van de mensheid, de vreugde 341 III,8 | de mensheid, de vreugde van alle harten en de vervulling 342 III,8 | harten en de vervulling van hun verlangens. Hij is het 343 III,8 | deze unieke bijzonderheid van Christus, die Hem een absolute 344 III,8 | het centrum en het doel van onze geschiedenis is: 'Ik 345 III,8(45)| uniciteit en universaliteit van Christus in de menselijke 346 III,8(45)| beschouwing over het primaat van Jezus als de Eerstgeborene: " 347 III,8(45)| Eerstgeborene uit de gedachte van de Vader alle dingen; op 348 III,8(45)| Hij als de Eerstgeborene van de Maagd de rechtvaardige 349 III,8(45)| rechtvaardige en heilige, de Dienaar van God, aan God welgevallig, 350 III,8(45)| Hem volgen, uit het rijk van de dood redt, is Hij als 351 III,8(45)| Hij als de Eerstgeborene van de doden het Hoofd en de 352 III,8(45)| doden het Hoofd en de Bron van het goddelijk leven" (Demonstratio 353 IV | De uniekheid en eenheid van de Kerk ~ De Heer Jezus, 354 IV | niet louter een gemeenschap van gelovigen gesticht. Hij 355 IV | daarom hoort de volheid van het heilsmysterie van Christus 356 IV | volheid van het heilsmysterie van Christus ook tot de Kerk, 357 IV | het hoofd en de ledematen van een levend lichaam weliswaar 358 IV | verwisseld worden, maar ook niet van elkaar gescheiden. Ze vormen 359 IV | Testament ook door de analogie van de Kerk als Bruid van Christus 360 IV | analogie van de Kerk als Bruid van Christus tot uitdrukking ( 361 IV,8(49) | 14: PL 75, 525; H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, 362 IV | uniekheid en de universaliteit van de heilsbemiddeling van 363 IV | van de heilsbemiddeling van Jezus Christus de uniekheid 364 IV | Jezus Christus de uniekheid van de door Hem gestichte Kerk 365 IV | gestichte Kerk als waarheid van het katholieke geloof vast 366 IV | Lichaam, één enige Bruid van Christus: "de ene en enige 367 IV | apostolische Kerk".51 De beloften van de Heer, zijn Kerk nooit 368 IV | geloof in dat de uniekheid van de Kerk alsmede alles, wat 369 IV,8(51) | Grote geloofsbelijdenis van de Armeense Kerk: DS 48; 370 IV | Kerk: "Dit is de enige Kerk van Christus. (...) Onze Verlosser 371 IV | als pijler en grondslag van de waarheid (vgl. 1Tim. 372 IV | Kerk, die door de opvolger van Petrus en de met hem verenigde 373 IV | de ene kant, dat de Kerk van Christus ondanks de verdeeldheden 374 IV | schoot meerdere bestanddelen van heiliging en waarheid te 375 IV | ontlenen aan de volheid van genade en waarheid die aan 376 IV,8(56) | De authentieke betekenis van de Concilietekst is daarom 377 IV,8(56) | tegenspraak met de interpretatie van degenen die uit de term " 378 IV,8(56) | afleiden, dat de enige Kerk van Christus ook in andere christelijke 379 IV,8(56) | één enige "subsistentie" van de ware Kerk bestaat, terwijl 380 IV,8(56) | structuur enkel 'elementen van kerkzijn' bestaan, die - 381 IV,8(56) | aangezien zij elementen van dezelfde Kerk zijn - naar 382 IV,8(56) | Charisma en macht. Proeve van een militante ecclesiologie' 383 IV,8(56) | militante ecclesiologie' van P. Leonardo Boff OFM : AAS 384 IV,9 | Er is dus één enige Kerk van Christus, die in de katholieke 385 IV,9 | en die door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen 386 IV,9 | deelkerken. 59 Daarom is de Kerk van Christus ook in deze Kerken 387 IV,9 | aanvaarden, dat de bisschop van Rome volgens Gods wil objectief 388 IV,9 | volledige werkelijkheid van het eucharistische mysterie 389 IV,9 | de volledige ontplooiing van het leven in Christus door 390 IV,9 | voorstellen dat de Kerk van Christus niets anders is 391 IV,9 | is dan een soort optelsom van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen - 392 IV,9 | aan te nemen dat de Kerk van Christus momenteel nergens 393 IV,9 | werkelijkheid "bestaan de elementen van deze reeds gegeven Kerk 394 IV,9 | geloofsovertuiging tekorten, van gewichtige betekenis in 395 IV,9 | heilsmysterie. De Geest van Christus weigert immers 396 IV,9 | ontlenen aan de volheid van genade en waarheid, die 397 V | V   Kerk, rijk van God en rijk van Christus ~ 398 V | Kerk, rijk van God en rijk van Christus ~ De Kerk is gezonden " 399 V | is gezonden "om het Rijk van Christus en van God aan 400 V | het Rijk van Christus en van God aan te kondigen en in 401 V | zij de kiem en het begin van dit Rijk op aarde." 68 Aan 402 V | God alsook voor de eenheid van de hele mensheid"69; ze 403 V | Kerk "het door de eenheid van de Vader en de Zoon en de 404 V | mysterie reeds aanwezige Rijk van Christus"71 en vormt daarom 405 V | einde oftewel de vervulling van de geschiedenis komen. 72 406 V | noch uit de getuigenissen van de Vaders, evenmin als uit 407 V | evenmin als uit de documenten van het Leergezag van de Kerk, 408 V | documenten van het Leergezag van de Kerk, kan men voor de 409 V | hemelen, Rijk Gods en Rijk van Christus volkomen eenduidige 410 V | betekenisinhouden afleiden, ook niet van hun relatie tot de Kerk, 411 V | theologische verklaringen van deze themata toelaatbaar. 412 V | themata toelaatbaar. Geen van deze mogelijke verklaringen 413 V | de openbaring kennen noch van Christus, noch van de Kerk 414 V | noch van Christus, noch van de Kerk losgemaakt worden. ( ... ) 415 V | Als men het Rijk van de persoon Jezus losmaakt, 416 V | misvormt tenslotte ofwel de zin van het Rijk, dat gevaar loopt 417 V | men vervalst de identiteit van Christus, die niet meer 418 V | het Rijk evenmin losmaken van de Kerk. Deze is zeker geen 419 V | gericht staat op het Rijk van God, waarvan zij kiem, teken 420 V | de Kerk onderscheiden is van Christus en van het Rijk, 421 V | onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij met beiden 422 V,9(72) | 176) luidt: "Uw Kerk worde van de uiteinden der aarde samengebracht 423 V,9(73) | Rijk is zozeer onscheidbaar van Christus, dat het in zekere 424 V,10 | zeggen: vergeten dat het Rijk van God - ook als het in zijn 425 V,10 | juist, wanneer men het werk van Christus en van de Geest " 426 V,10 | het werk van Christus en van de Geest "binnen haar (van 427 V,10 | van de Geest "binnen haar (van de Kerk) zichtbare grenzen 428 V,10 | uitdrukking en de totstandkoming van het goddelijke heilsplan 429 V,10 | Bij het beschouwen van de relatie tussen Rijk van 430 V,10 | van de relatie tussen Rijk van God, Rijk van Christus en 431 V,10 | tussen Rijk van God, Rijk van Christus en Kerk is het 432 V,10 | noemen en het beeld tonen van een Kerk die niet aan zichzelf 433 V,10 | getuigenis en de dienst van het Rijk. Het is een 'Kerk 434 V,10 | voorkeur aan het mysterie van de schepping, dat weerspiegeld 435 V,10 | wordt in de verscheidenheid van culturen en geloven. Maar 436 V,10 | zwijgen over het mysterie van de verlossing. Bovendien 437 V,10 | dat overigens niet vrij is van dubbelzinnigheid." 76 Zulke 438 V,10 | Christus, de Kerk en het Rijk van God. ~ 439 VI | inslaan, om de betrekkingen van de Kerk en de religies met 440 VI | uitdrukkelijk de noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel 441 VI | daardoor de noodzakelijkheid van de Kerk bevestigd, waarin 442 VI | de mensen door de poort van het doopsel binnengaan." 77 443 VI | tegenover de algemene heilswil van God gezet worden (vgl. 1Tim. 444 VI | werkelijke mogelijkheid van het heil in Christus voor 445 VI | alle mensen en de noodzaak van de Kerk met betrekking tot 446 VI | alomvattende sacrament van het heil".79 Zij is steeds 447 VI,10(78)| 1991) 258; vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 846- 448 VI | heeft daarom in het plan van God een onontkoombare relatie 449 VI | onontkoombare relatie met het heil van iedere mens. 80 Degenen 450 VI | formeel en zichtbaar leden van de Kerk zijn "hebben toegang 451 VI | situatie. Deze genade komt van Christus, is een vrucht 452 VI | Christus, is een vrucht van zijn offer en wordt meegedeeld 453 VI | Kerk, die "volgens het plan van God de Vader, haar oorsprong 454 VI | oorsprong vindt in de zending van de Zoon en de zending van 455 VI | van de Zoon en de zending van de Heilige Geest." 82 ~ 456 VI,10(82)| vert.) (Vierde Concilie van Lateranen, Hfdstk 1. Het 457 VI,10(82)| worden. Vgl. ook de Brief van het H. Officie aan de aartsbisschop 458 VI,10(82)| Officie aan de aartsbisschop van Boston: DS 3866-3872. ~ 459 VI,11 | de heilbrengende genade van God, die altijd door Christus 460 VI,11 | kent".83 Het is de taak van de theologie, dit thema 461 VI,11 | voor een groeiend begrip van Gods heilsplannen en van 462 VI,11 | van Gods heilsplannen en van de wegen tot verwerkelijking 463 VI,11 | over het middelaarschap van Jezus Christus en over de " 464 VI,11 | dat in wezen het Rijk van de universele Verlosser 465 VI,11 | religieuze tradities elementen van godsdienstigheid, die van 466 VI,11 | van godsdienstigheid, die van God komen85 en deel uitmaken 467 VI,11 | komen85 en deel uitmaken van hetgeen "de Geest in het 468 VI,11 | hetgeen "de Geest in het hart van de mensen en in de geschiedenis 469 VI,11 | mensen en in de geschiedenis van de volkeren, in de culturen 470 VI,11(85)| Dit zijn de zaden van het goddelijk Woord ("semina 471 VI,11 | Sommige gebeden en riten van de andere religies kunnen 472 VI,11 | kunnen feitelijk de aanneming van het evangelie voorbereiden, 473 VI,11 | opvoeden, dat de harten van de mensen ertoe worden aangezet 474 VI,11 | stellen voor de werkzaamheid van God. 87 Men kan hun echter 475 VI,11(87)| Vgl. ibid.; Katechismus van de Katholieke Kerk, 843. ~ 476 VI,11 | zover zij afhankelijk zijn van bijgelovige praktijken of 477 VI,11(88)| Vgl. Concilie van Trente, Decreet over de 478 VI,11 | vormen. 89 ~ Met de komst van Jezus Christus, de Verlosser, 479 VI,11 | gesticht, middel voor het heil van alle mensen doen zijn (vgl. 480 VI,11 | geloofswaarheid neemt niets weg van het feit dat de Kerk de 481 VI,11 | de Kerk de godsdiensten van de wereld beziet met oprechte 482 VI,11 | radicaal de mentaliteit van indifferentisme uit, die " 483 VI,11 | uit, die "doordrongen is van een religieus relativisme, 484 VI,11 | zich objectief in een staat van ernstig tekort bevinden 485 VI,11 | die in de Kerk de volheid van de heilsmiddelen bezitten. 92 " 486 VI,11 | bezitten. 92 "Alle kinderen van de Kerk dienen daarenboven 487 VI,11 | aan een bijzondere genade van Christus te danken hebben. 488 VI,11 | Kerk trouw aan de opdracht van de Heer (vgl. Mt. 28,19- 489 VI,11 | wie de mensen de volheid van het godsdienstig leven vinden 490 VI,11 | worden en tot de kennis van de waarheid komen' (1Tim. 491 VI,11 | dat allen door de kennis van de waarheid het heil verkrijgen. 492 VI,11 | waarheid. Wie aan de impuls van de Geest van de waarheid 493 VI,11 | aan de impuls van de Geest van de waarheid gehoorzaamt, 494 VI,11 | moet aan het verlangen van de mens tegemoet komen en 495 VI,11 | het alomvattende heilsplan van God, moet zij missionair 496 VI,11 | evangelisering, slechts een van de activiteiten van de Kerk 497 VI,11 | een van de activiteiten van de Kerk bij haar zending 498 VI,11(96)| Katechismus van de Katholieke Kerk, 851; 499 VI,11 | persoonlijke waardigheid van de partners, maar niet op 500 VI,11 | maar niet op de inhoud van de leer en nog minder op


1-500 | 501-525

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech