Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
elkaar 6
elke 1
emeritus 1
en 406
enarratio 1
encycliek 29
ene 13
Frequency    [«  »]
-----
951 de
525 van
406 en
391 het
260 in
167 is
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

en
                                                     bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                              grey = Comment text
1 Inl,1 | verkondigen aan de hele wereld en alle volken te dopen: "Ga 2 Inl,1 | Ga uit over de hele aarde en verkondig het Evangelie 3 Inl,1 | de schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal gered 4 Inl,1 | macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, onderwijst 5 Inl,1 | onderwijst alle volken en doopt hen in de Naam van 6 Inl,1 | in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige 7 Inl,1 | de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en 8 Inl,1 | en van de Heilige Geest, en leert hun te onderhouden 9 Inl,1 | gebod van Jezus Christus en in de loop der eeuwen gerealiseerd 10 Inl,1 | mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en van het 11 Inl,1 | Zoon en Heilige Geest, en van het mysterie van de 12 Inl,1 | Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar 13 Inl,1 | aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. Ik geloof 14 Inl,1 | één in wezen met de Vader en door Wie alles geschapen 15 Inl,1 | Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit 16 Inl,1 | Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden. Hij werd 17 Inl,1 | geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen 18 Inl,1 | om te oordelen levenden en doden, en aan zijn Rijk 19 Inl,1 | oordelen levenden en doden, en aan zijn Rijk komt geen 20 Inl,1 | Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, die voortkomt 21 Inl,1 | die voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met de Vader 22 Inl,1 | de Zoon. Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden 23 Inl,1 | Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt, die gesproken 24 Inl,1 | ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd 25 Inl,1 | opstanding van de doden en het leven van het komend 26 Inl,1 | Jezus Christus verkondigd en er getuigenis van afgelegd. 27 Inl,1 | om redenen te geven voor en ondersteuning aan de zending 28 Inl,1 | deze godsdiensten getuigen en die zij aan de mensheid 29 Inl,1 | Vaticaans Concilie met een open en positieve benadering ten 30 Inl,1 | verwerpt niets van wat waar en heilig is in deze godsdiensten. 31 Inl,1 | achting voor de levens- en gedragswijze, de voorschriften 32 Inl,1 | gedragswijze, de voorschriften en het onderricht die, ofschoon 33 Inl,1(3) | Concilie. Decreet Ad gentes en Verklaring Nostra aetate; 34 Inl,1 | Christus, "de weg, de waarheid en het leven" (Joh. 14,6), 35 Inl,1 | waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen die gered zijn, 36 Inl,1(5) | Interreligieuze Dialoog en Congregatie voor de Evangelisering 37 Inl,1(5) | Volkeren, Instructie Dialoog en verkondiging, 29: AAS 84 ( 38 Inl,1 | vereist een houding van begrip en een relatie van onderlinge 39 Inl,1 | relatie van onderlinge kennis en wederzijdse verrijking, 40 Inl,1 | gehoorzaamheid aan de waarheid en met achting voor de vrijheid. 7 ~ 41 Inl,1(7) | Interreligieuze Dialoog en Congregatie voor de Evangelisering 42 Inl,1(7) | Volkeren, Instructie Dialoog en verkondiging, 9: AAS 84 ( 43 Inl,2 | De praktijk en de theoretische verdieping 44 Inl,2 | het christelijke geloof en de andere godsdienstige 45 Inl,2 | voorstellen te ontwikkelen en gedragswijzen te stimuleren 46 Inl,2 | de bisschoppen, theologen en alle katholieke gelovigen 47 Inl,2 | overeenstemmen met het geloofsgoed en die antwoord geven op de 48 Inl,2 | problematiek van de uniciteit en de heilbrengende universaliteit 49 Inl,2 | universaliteit van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen 50 Inl,2 | thematiek opnieuw presenteren, en tegelijkertijd enkele wezenlijke 51 Inl,2 | voor verdere verdieping, en bepaalde onjuiste of tweeduidige 52 Inl,2 | bijvoorbeeld het definitieve en volledige karakter van de 53 Inl,2 | tussen het eeuwige Woord en Jezus van Nazareth, de eenheid 54 Inl,2 | het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest, de uniciteit 55 Inl,2 | Heilige Geest, de uniciteit en de heilbrengende universaliteit 56 Inl,2 | God, het rijk van Christus en de Kerk, de subsistentie 57 Inl,2 | theologische aard die het begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde 58 Inl,2 | waarheid niet te vatten en uit te spreken is, zelfs 59 Inl,2 | denkwijze in het Avondland en de symbolische denkwijze 60 Inl,2 | bron van kennis aanvaarden en die aldus het vermogen verliezen " 61 Inl,2 | moeilijkheid te begrijpen en te aanvaarden dat er in 62 Inl,2 | geschiedenis definitieve en eschatologische gebeurtenissen 63 Inl,2 | verschillende wijsgerige en religieuze stromingen stammen, 64 Inl,2 | bekommeren om hun logica en systematische samenhang 65 Inl,2 | heilige Schrift te lezen en te verklaren zonder rekening 66 Inl,2 | houden met de overlevering en het kerkelijke Leergezag. ~ 67 Inl,2 | christelijke openbaring en het mysterie van Jezus Christus 68 Inl,2 | mysterie van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter 69 Inl,2 | hun karakter als absolute en universele heilswaarheid 70 Inl,2 | een schaduw van twijfel en onzekerheid overheen werpen. ~ 71 I | I   De volheid en het definitieve karakter 72 I,3 | moet vooral het definitieve en volledige karakter van de 73 I,3 | die "de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14,6) is, 74 I,3 | de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij 75 I,3 | de Vader tenzij de Zoon en degene aan wie de Zoon het 76 I,3 | eengeboren Zoon, die God is en aan het hart van de Vader 77 I,3 | deze openbaring over God en over het heil van de mens 78 I,3 | tegelijkertijd de Middelaar en de Volheid van de hele Openbaring 79 I,3 | de hele Openbaring is." 9 En het omschrijft nader: "Jezus 80 I,3 | woorden van God' (Joh. 3,34) en voltooit het heilswerk, 81 I,3 | die door zijn hele bestaan en zijn hele verschijning, 82 I,3 | verschijning, door woorden en werken, door tekenen en 83 I,3 | en werken, door tekenen en wonderen, maar vooral door 84 I,3 | maar vooral door zijn dood en zijn heerlijke opstanding 85 I,3 | opstanding uit de doden, en tenslotte door het zenden 86 I,3 | waarheid de openbaring vervult en afsluit en bevestigt met 87 I,3 | openbaring vervult en afsluit en bevestigt met een goddelijk 88 I,3 | zal daarom nooit vergaan en wij verwachten thans geen 89 I,3 | heerlijkheid" (vgl. 1Tim. 6,14 en Tit. 2,13). 10 ~De encycliek 90 I,3 | geschiedenis een universele en laatste waarheid binnen, 91 I,3 | onvolledig, niet volmaakt en aanvullend aan die in andere 92 I,3 | God in haar universaliteit en volkomenheid door geen enkele 93 I,3 | niet door het christendom en zelfs niet door Jezus Christus, 94 I,3 | door Jezus Christus, bevat en verkondigd kan worden. 95 I,3 | heilsmysterie van God geheel en volledig geopenbaard is. 96 I,3 | geopenbaard is. De woorden en werken en de gehele historische 97 I,3 | is. De woorden en werken en de gehele historische gebeurtenis 98 I,3 | vleesgeworden Woord, "waarlijk God en waarlijk mens"13, en dragen 99 I,3 | God en waarlijk mens"13, en dragen daarom in zich, definitief 100 I,3 | daarom in zich, definitief en volledig, de openbaring 101 I,3 | mysterie op zich transcendent en onuitputtelijk blijft. De 102 I,3 | blijft veeleer uniek, heel en volledig, want degene die 103 I,3 | want degene die spreekt en handelt is de vleesgeworden 104 I,3 | het gedeeld met de Vader, en de vervulling van de hele 105 I,3 | God aan de mensheid is14, en dat de Heilige Geest, de 106 I,3 | van Christus, de apostelen en door hen de Kerk van alle 107 I,4 | onderwerping van verstand en wil aan God die openbaart' 108 I,4 | die openbaart' aanbiedt, en vrij instemt met de openbaring 109 I,4 | van God het eerste komen en hulp schenken; er moet ook 110 I,4 | zijn die het hart beroert en het tot God bekeert, die 111 I,4 | ogen van de geest opent en 'het voor iedereen gemakkelijk 112 I,4 | de waarheid in te stemmen en te geloven'." 16 ~De gehoorzaamheid 113 I,4 | binding van de mens aan God en tegelijkertijd, daarvan 114 I,4 | dat "een geschenk van God" en "een door Hem ingestorte 115 I,4 | met God, die openbaart, en met de Waarheid, die door 116 I,4 | aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".20 ~Daarom 117 I,4 | tussen het theologale geloof en de innerlijke overtuiging 118 I,4 | gezamenlijkheid van ervaringen en inzichten, die de menselijke 119 I,4 | schatten van de wijsheid en de religiositeit vormen, 120 I,4 | betrekking met het goddelijke en het absolute heeft verwezenlijkt. ~ 121 I,4 | aannemen van de door de ene en drievuldige God geopenbaarde 122 I,4 | naar de absolute waarheid en waaraan de instemming met 123 I,4 | verschillen tussen het christendom en de andere godsdiensten af 124 I,4 | godsdiensten af te vlakken, en soms zelfs op te heffen. 22 ~ 125 I,4 | de eeuwen in staat waren en vandaag de dag nog zijn 126 I,4 | levensband met God te voeden en te onderhouden. Daarom leert 127 I,4 | gewoonten, voorschriften en doctrines van de andere 128 I,4 | canonieke boeken van het Oude en van het Nieuwe Verbond, 129 I,4(23) | in de verschillende riten en culturen van de volkeren" 130 I,4(23) | gewezen wordt op het goede en ware onder de niet-christenen, 131 I,4 | openbaring deze traditie en leert: "Krachtens het apostolische 132 I,4 | al hun delen als heilig en canoniek, omdat ze, onder 133 I,4 | God als auteur hebben en als zodanig aan de Kerk 134 I,4(24) | aanvaarding van de heilige Boeken en van de overleveringen: DS 135 I,4 | onderwijzen zeker, trouw en zonder dwaling de waarheid, 136 I,4 | Christus tot Zich wil roepen en hun de volheid van zijn 137 I,4 | religies hun belangrijkste en wezenlijke uitdrukking vindt, 138 I,4 | hiaten, onvolkomenheden en dwalingen'".27 De heilige 139 I,4 | van hun aanhangers voeden en leiden, ontvangen zo van 140 I,4 | elementen van het goede en van de genade, die zij bevatten. ~ 141 II | De vleesgeworden logos en de Heilige Geest in het 142 II,5 | historische figuur die begrensd is en het goddelijke heeft geopenbaard 143 II,5 | zou zich op vele manieren en in vele historische figuren 144 II,5 | van het christelijke heil en anderzijds het feit van 145 II,5 | die ook buiten de Kerk en zonder betrekking met haar 146 II,5 | betrekking met haar zou gelden, en een heilsorde van het vleesgeworden 147 II,5 | Nazareth, de zoon van Maria, en alleen Hij, de Zoon en het 148 II,5 | en alleen Hij, de Zoon en het Woord van de Vader is. 149 II,5 | is "de Enige, die God is en die rust aan het hart van 150 II,5 | verzoenen. Alles in de hemel en op aarde wilde Hij naar 151 II,5 | 14; 19-20). Om onjuiste en versmallende interpretaties 152 II,5 | geschapen is wat in de hemel is en wat op de aarde is, die 153 II,5 | die omwille van ons mensen en omwille van ons heil is 154 II,5 | ons heil is nedergedaald en vlees en mens geworden is, 155 II,5 | is nedergedaald en vlees en mens geworden is, geleden 156 II,5 | geworden is, geleden heeft en is opgestaan op de derde 157 II,5 | opgestegen is naar de hemel en komt om levenden en doden 158 II,5 | hemel en komt om levenden en doden te oordelen".28 In 159 II,5 | Heer Jezus Christus als een en dezelfde Zoon: dezelfde 160 II,5 | dezelfde is volmaakt in godheid en dezelfde is volmaakt in 161 II,5 | dezelfde is waarlijk God en waarlijk mens (...); dezelfde 162 II,5 | één in wezen met de Vader en naar zijn mensheid één in 163 II,5 | de laatste dagen voor ons en omwille van ons heil geboren 164 II,5 | geboren uit de Maria de Maagd en Moeder van God." 29 ~Het 165 II,5 | vrijwillig zijn bloed gestort en daarmee voor ons het leven 166 II,5 | heeft God ons met zichzelf en met elkaar verzoend en ons 167 II,5 | zichzelf en met elkaar verzoend en ons aan de dienstbaarheid 168 II,5 | dienstbaarheid aan duivel en zonde ontrukt, zodat ieder 169 II,5 | God 'heeft mij liefgehad en zichzelf voor mij overgeleverd' ( 170 II,5 | voeren tussen het Woord en Jezus Christus (...) Jezus 171 II,5 | geworden Woord, een enkele en ondeelbare persoon. (...) 172 II,5 | anders dan Jezus van Nazareth en deze is het Woord van God 173 II,5 | soorten gaven gaan ontdekken en waarderen, vooral de geestelijke 174 II,5 | van de Logos als zodanig en het heilshandelen van het 175 II,5 | naturen - de goddelijke en de menselijke - handelt, 176 II,5(33) | Leo I: DS 318: "De godheid en de mensheid (werden) reeds 177 II,6 | slechts één enige, door de ene en drievuldige God gewilde 178 II,6 | bestaat, waarvan de bron en het centrum het mysterie 179 II,6 | genade in de scheppings- en in de verlossingsorde (vgl. 180 II,6 | gerechtigheid, heiliging en verlossing" (1Kor. 1,30). 181 II,6 | wereld, opdat wij heilig en vlekkeloos leven voor God" ( 182 II,6 | voorbestemd tot erfgenamen en ingevoegd in het plan van 183 II,6 | heeft Hij gerechtvaardigd, en wie Hij rechtvaardigde, 184 II,6 | de universele Middelaar en Verlosser is. "Gods Woord, 185 II,6 | volmaakte mens allen te redden en het al te omvatten. ( ... ) 186 II,6 | doden doen opstaan, verheven en aan zijn rechterhand geplaatst; 187 II,6 | Rechter over de levenden en de doden aangesteld." 34 188 II,6 | mens geworden, gekruisigde en opgestane Heer. Ook deze 189 II,6 | tegenwoordigheid van de Heilige Geest en het beginsel van zijn uitstorting 190 II,6 | uitstorting over de mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse 191 II,6 | het mysterie van Christus en het mysterie van de Geest 192 II,6 | heilswerk van Jezus Christus met en door zijn Geest zich uit 193 II,6 | gemeenschap vormt in de Geest, en hem de hoop op de verrijzenis 194 II,6 | voor allen gestorven is en daar er voor alle mensen 195 II,6 | in de jongste tijd vast en helder de waarheid in herinnering 196 II,6 | is: "De tegenwoordigheid en de activiteit van de Geest 197 II,6 | maar ook de maatschappij en de geschiedenis, de volkeren, 198 II,6 | de volkeren, de culturen en de godsdiensten. (...) Door 199 II,6 | aanwezig zijn in de riten en culturen, en ze voorbereidt 200 II,6 | in de riten en culturen, en ze voorbereidt op hun rijping 201 II,6 | Geest in het hele universum en in de hele geschiedenis 202 II,6 | menswording, het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus 203 II,6 | de verrijzenis van Jezus en die in de Kerk werkt. Hij 204 II,6 | alternatief voor Christus en vult niet een soort leegte 205 II,6 | bestaan tussen Christus en de Logos, zoals soms verondersteld 206 II,6 | in het hart van de mensen en in de geschiedenis van de 207 II,6 | de volken, in de culturen en in de godsdiensten, vervult 208 II,6 | voorbereiding op het evangelie en verwijst naar Christus, 209 II,6 | volmaakte mens allen kon redden en alles in zich samenbrengen'." 40 ~ 210 II,6 | ene heilsorde van de ene en drievuldige God, die in 211 II,6 | menswording, van de dood en de verrijzenis van de Zoon 212 II,6 | God, werkelijkheid wordt en die door de medewerking 213 II,6 | tegenwoordig wordt gesteld en in zijn heilsbetekenis wordt 214 II,6 | uitgebreid tot de hele mensheid en het heelal: "De mensen kunnen 215 III | III   De Uniekheid en de universaliteit van het 216 III,7 | theorie wordt ook de uniekheid en de universaliteit van het 217 III,7 | geloofsgoed van de Kerk en het moet vast geloofd worden 218 III,7 | de Zoon van God, de Heer en enige Verlosser is, die 219 III,7 | zijn menswording, zijn dood en zijn verrijzenis de heilsgeschiedenis, 220 III,7 | die in Hem haar volheid en haar middelpunt vindt, tot 221 III,7 | Rechter over de levenden en de doden", om welke reden " 222 III,7 | hemel hetzij op aarde - en zulke goden en heren zijn 223 III,7 | op aarde - en zulke goden en heren zijn er vele - toch 224 III,7 | Uit hem komt alles voort en voor Hem zijn wij bestemd. 225 III,7 | voor Hem zijn wij bestemd. En één Heer: Jezus Christus. 226 III,7 | Christus. Door Hem is alles er, en wij zijn er door Hem" (1Kor. 227 III,7 | alle mensen gered worden en tot kennis van de waarheid 228 III,7 | ook Middelaar tussen God en de mensen: de mens Christus 229 III,7 | zich bewust van deze unieke en universele, vanwege de Vader 230 III,7 | wendden zich tot Israël en wezen op de voleinding van 231 III,7 | Christus, voor allen gestorven en verrezen, door zijn Geest 232 III,7 | zijn Geest de mens licht en kracht kan verschaffen om 233 III,7 | roeping te beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan 234 III,7 | de sleutel, het centrum en de voltooiing van heel de 235 III,7 | vinden zijn in haar Heer en Meester." ~ Men moet daarom 236 III,7 | wil tot heil van de ene en drievuldige God eens en 237 III,7 | en drievuldige God eens en voor altijd in het mysterie 238 III,7 | menswording, van de dood en de opstanding van de Zoon 239 III,7 | Zoon van God is aangeboden en werkelijkheid geworden. 42 240 III,7 | andere religieuze ervaringen en over hun betekenis in het 241 III,7 | in het heilsplan van God, en te onderzoeken, of en hoe 242 III,7 | God, en te onderzoeken, of en hoe ook vormen en positieve 243 III,7 | onderzoeken, of en hoe ook vormen en positieve elementen van 244 III,7(42)| verworven, verwerft niemand het en zal niemand het ooit verwerven" ( 245 III,7 | van verschillende soort en orde zijn niet uitgesloten, 246 III,7 | deze ontlenen hun betekenis en waarde uitsluitend aan de 247 III,7 | bemiddeling van Christus en kunnen niet gezien worden 248 III,7 | gezien worden als parallelle en complementaire bemiddelingen." 44 249 III,7 | tegenstelling met het christelijke en katholieke geloof staan 250 III,8 | ontstaan dat de betekenis en de waarde van het heilsgebeuren 251 III,8 | mens geworden, gekruisigde en opgestane Zoon van God - 252 III,8 | de Vader heeft ontvangen, en in de kracht van de Heilige 253 III,8 | heeft, aan de hele mensheid en aan iedere mens de openbaring ( 254 III,8 | openbaring (vgl. Mt. 11,27) en het goddelijk leven (vgl. 255 III,8 | schenken. In deze zin kan en moet men zeggen dat Jezus 256 III,8 | het menselijke geslacht en zijn geschiedenis een bijzondere 257 III,8 | geschiedenis een bijzondere en enige, slechts Hem eigen, 258 III,8 | uitsluitende, universele en absolute betekenis en belang 259 III,8 | universele en absolute betekenis en belang heeft. Jezus is namelijk 260 III,8 | volmaakte mens allen kon redden en alles in zich recapituleren. 261 III,8 | verlangens van de geschiedenis en van de beschaving convergeren, 262 III,8 | vreugde van alle harten en de vervulling van hun verlangens. 263 III,8 | doden deed opstaan, verhief en aan zijn rechterhand deed 264 III,8 | tot Rechter over levenden en doden." 45 "Het is juist 265 III,8 | Christus, die Hem een absolute en universele betekenis verleent, 266 III,8 | geschiedenis staat, het centrum en het doel van onze geschiedenis 267 III,8 | geschiedenis is: 'Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de 268 III,8 | Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, de oorsprong 269 III,8 | de laatste, de oorsprong en het einde' (Openb. 22,13)." 46 ~ 270 III,8(45)| spes, 45. De noodzakelijke en absolute uniciteit en universaliteit 271 III,8(45)| noodzakelijke en absolute uniciteit en universaliteit van Christus 272 III,8(45)| Eerstgeborene: "In de hemel stuurt en leidt het volmaakte Woord 273 III,8(45)| de Maagd de rechtvaardige en heilige, de Dienaar van 274 III,8(45)| Eerstgeborene van de doden het Hoofd en de Bron van het goddelijk 275 IV | IV   De uniekheid en eenheid van de Kerk ~ De 276 IV | Hij zelf is in de Kerk en de Kerk is in Hem (vgl. 277 IV | zet zijn tegenwoordigheid en zijn heilswerk in de Kerk 278 IV | zijn heilswerk in de Kerk en door de Kerk voort (vgl. 279 IV | 18). 48 Zoals het hoofd en de ledematen van een levend 280 IV | worden, zo mogen Christus en de Kerk niet met elkaar 281 IV | samenhang met de uniekheid en de universaliteit van de 282 IV | Bruid van Christus: "de ene en enige katholieke en apostolische 283 IV | ene en enige katholieke en apostolische Kerk".51 De 284 IV | vgl. Mt. 16,18; 28,20) en haar met zijn Geest te leiden ( 285 IV | door Christus gestichte en de katholieke Kerk: "Dit 286 IV | vgl. Joh. 21,17). Aan hem en aan de andere apostelen 287 IV | heeft Hij haar uitbreiding en leiding opgedragen (vgl. 288 IV | eeuwig opgericht als pijler en grondslag van de waarheid ( 289 IV | in deze wereld ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, 290 IV | door de opvolger van Petrus en de met hem verenigde bisschoppen 291 IV | Kerk voortgaat te bestaan, en aan de andere kant, "dat 292 IV | bestanddelen van heiliging en waarheid te vinden zijn"55, 293 IV | namelijk in de Kerken en kerkelijke Gemeenschappen, 294 IV | betrekking tot deze Kerken en kerkelijke Gemeenschappen 295 IV | aan de volheid van genade en waarheid die aan de katholieke 296 IV,8(56) | de katholieke Kerk neigen en toeleiden" (Congregatie 297 IV,8(56) | het boek 'Kerk: Charisma en macht. Proeve van een militante 298 IV,9 | blijft bestaan (subsisteert) en die door de opvolger van 299 IV,9 | door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen in gemeenschap 300 IV,9 | de apostolische opvolging en de geldige Eucharistie, 301 IV,9 | in deze Kerken aanwezig en werkzaam, ofschoon zij niet 302 IV,9 | Gods wil objectief bezit en over de hele Kerk uitoefent. 60 ~ 303 IV,9(59) | Unitatis redintegratio, 14 en 15; Congregatie voor de 304 IV,9 | het geldige bisschopsambt en de oorspronkelijke en volledige 305 IV,9 | bisschopsambt en de oorspronkelijke en volledige werkelijkheid 306 IV,9 | doopsel bij Christus ingelijfd en staan dus in een zekere, 307 IV,9 | geloofsbelijdenis, de Eucharistie en de volle gemeenschap in 308 IV,9 | soort optelsom van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen - 309 IV,9 | beschouwen, dat alle Kerken en Gemeenschappen moeten zoeken." 64 310 IV,9 | volheid in de katholieke Kerk en nog zonder deze volheid 311 IV,9 | deze afgescheiden Kerken en Gemeenschappen, ook al hebben 312 IV,9 | aan de volheid van genade en waarheid, die aan de katholieke 313 V | V   Kerk, rijk van God en rijk van Christus ~ De Kerk 314 V | om het Rijk van Christus en van God aan te kondigen 315 V | van God aan te kondigen en in alle volken te vestigen. 316 V | vestigen. Zo vormt zij de kiem en het begin van dit Rijk op 317 V | sacrament, dat wil zeggen teken en werktuig voor de innigste 318 V | mensheid"69; ze is daarom teken en werktuig voor het Rijk, 319 V | roeping het te verkondigen en te vestigen. Aan de andere 320 V | de eenheid van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest 321 V | van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest verenigde 322 V | aanwezige Rijk van Christus"71 en vormt daarom de kiem en 323 V | en vormt daarom de kiem en aanvang ervan. Het Rijk 324 V | Rijk der hemelen, Rijk Gods en Rijk van Christus volkomen 325 V | Kerk, die zelf mysterie is en niet in haar totaliteit 326 V | tussen Christus, het Rijk en de Kerk loochenen of op 327 V | dat Hij geopenbaard heeft, en men misvormt tenslotte ofwel 328 V | waarvan zij kiem, teken en werktuig is. Maar terwijl 329 V | onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij met 330 V,9(72) | Gedenk, o Heer, Uw Kerk (...) en breng haar samen uit de 331 V,10 | onlosmakelijke betrekking tussen Kerk en Rijk onderstrepen, wil echter 332 V,10 | de Kerk in haar zichtbare en maatschappelijke werkelijkheid. ~ 333 V,10 | men het werk van Christus en van de Geest "binnen haar ( 334 V,10 | mensengeschiedenis aanwezig is en die deze omvormt, erkennen 335 V,10 | die deze omvormt, erkennen en bevorderen. Het Rijk opbouwen 336 V,10 | Rijk Gods is de uitdrukking en de totstandkoming van het 337 V,10 | van God, Rijk van Christus en Kerk is het noodzakelijk 338 V,10 | rijk-centrisch' noemen en het beeld tonen van een 339 V,10 | genomen door het getuigenis en de dienst van het Rijk. 340 V,10 | verschillende volkeren, culturen en godsdiensten elkaar kunnen 341 V,10 | verscheidenheid van culturen en geloven. Maar zij zwijgen 342 V,10 | kerk-centrisme' uit het verleden en omdat zij de Kerk zelf slechts 343 V,10 | tussen Christus, de Kerk en het Rijk van God. ~ 344 VI | VI   De Kerk en de religies in relatie tot 345 VI | betrekkingen van de Kerk en de religies met het eeuwige 346 VI | alleen immers is de Middelaar en de weg naar het heil en 347 VI | en de weg naar het heil en in de Kerk, die zijn lichaam 348 VI | noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel afgekondigd ( 349 VI | vgl. Mc. 16,16; Joh. 3,5) en daardoor de noodzakelijkheid 350 VI | Christus voor alle mensen en de noodzaak van de Kerk 351 VI | Christus, haar Hoofd, verbonden en onder Hem gesteld, en heeft 352 VI | verbonden en onder Hem gesteld, en heeft daarom in het plan 353 VI | Degenen die niet formeel en zichtbaar leden van de Kerk 354 VI | die past bij hun inwendige en uitwendige situatie. Deze 355 VI | een vrucht van zijn offer en wordt meegedeeld door de 356 VI | in de zending van de Zoon en de zending van de Heilige 357 VI,11 | Heilige Geest geschonken wordt en die in geheimvolle relatie 358 VI,11 | begrip van Gods heilsplannen en van de wegen tot verwerkelijking 359 VI,11 | middelaarschap van Jezus Christus en over de "bijzondere en unieke 360 VI,11 | Christus en over de "bijzondere en unieke relatie"84 tussen 361 VI,11 | relatie"84 tussen de Kerk en het Rijk Gods onder de mensen - 362 VI,11 | Rijk Gods. ~Zeker bevatten en bieden de verschillende 363 VI,11 | godsdienstigheid, die van God komen85 en deel uitmaken van hetgeen " 364 VI,11 | in het hart van de mensen en in de geschiedenis van de 365 VI,11 | volkeren, in de culturen en religies bewerkt".86 Sommige 366 VI,11(85)| door de Kerk met vreugde en eerbied worden erkend. Vgl. 367 VI,11 | bewerkt".86 Sommige gebeden en riten van de andere religies 368 VI,11 | zij gelegenheden bieden en ertoe opvoeden, dat de harten 369 VI,11 | beantwoorden met gedachte, woord en werk, zullen ze geenszins 370 VI,11 | Heer (vgl. Mt. 28,19-20) en als een taak die voortvloeit 371 VI,11 | voor allen "verkondigt, en onophoudelijk verkondigen 372 VI,11 | is 'de weg, de waarheid en het leven' (Joh. 14,6), 373 VI,11 | godsdienstig leven vinden en in wie God alles met zich 374 VI,11 | zending ad gentes "vandaag en altijd (...) haar volledige 375 VI,11 | haar volledige betekenis en belang".95 "God wil immers, ' 376 VI,11 | alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid 377 VI,11 | van de mens tegemoet komen en haar aan hem brengen. Omdat 378 VI,11 | op de inhoud van de leer en nog minder op Jezus Christus, 379 VI,11 | godsdiensten. Geleid door de liefde en door het respect voor de 380 VI,11 | geopenbaard, te verkondigen en hun duidelijk te maken dat 381 VI,11 | bekeren tot Jezus Christus, en het behoren tot de Kerk 382 VI,11 | de Kerk door het doopsel en de andere sacramenten, nodig 383 VI,11 | met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De plicht 384 VI,11 | Heilige Geest. De plicht en de urgentie het heil en 385 VI,11 | en de urgentie het heil en de bekering tot de Heer 386 Sl,12 | herinnering worden gebracht en uitgelegd, wil het voorbeeld 387 Sl,12 | Kerk opnieuw te beklemtonen en overtuigend en indringend 388 Sl,12 | beklemtonen en overtuigend en indringend rekenschap af 389 Sl,12 | Concilie vast: "Deze enige en ware godsdienst bevindt 390 Sl,12 | bevindt zich in de katholieke en apostolische Kerk, die van 391 Sl,12 | apostelen zei: 'Gaat dus en maakt alle volkeren tot 392 Sl,12 | volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van 393 Sl,12 | in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest 394 Sl,12 | van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en leert 395 Sl,12 | Zoon en de Heilige Geest en leert hun te onderhouden 396 Sl,12 | betrekking heeft op God en op zijn Kerk, te zoeken 397 Sl,12 | op zijn Kerk, te zoeken en haar, zodra zij haar kennen, 398 Sl,12 | haar kennen, aan te nemen en te bewaren." 99 ~De openbaring 399 Sl,12 | iedere afgrenzing van tijd en ruimte en brengt de eenheid 400 Sl,12 | afgrenzing van tijd en ruimte en brengt de eenheid van de 401 Sl,12 | Van verschillende plaatsen en tradities zijn allen er 402 Sl,12 | de scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging op 403 Sl,12 | medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God' (Ef. 404 Sl,12 | vastgesteld, met zekere kennis en met zijn apostolisch gezag 405 Sl,12 | apostolisch gezag bevestigd en bekrachtigd, en tot publicatie 406 Sl,12 | bevestigd en bekrachtigd, en tot publicatie ervan besloten. ~


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech