| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] herinnering 4 herneemt 1 hersteld 1 het 391 heten 1 hetgeen 5 hetzelfde 2 | Frequency [« »] 951 de 525 van 406 en 391 het 260 in 167 is 154 die | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances het |
bold = Main text
Chapter, Paragraph grey = Comment text
1 Inl,1 | zijn leerlingen de opdracht het Evangelie te verkondigen
2 Inl,1 | hele aarde en verkondig het Evangelie aan heel de schepping.
3 Inl,1 | zijn alle dagen tot aan het einde van de wereld" (Mt.
4 Inl,1 | de Kerk wordt geboren uit het gebod van Jezus Christus
5 Inl,1 | door de verkondiging van het mysterie van God, Vader,
6 Inl,1 | en Heilige Geest, en van het mysterie van de menswording
7 Inl,1 | hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de
8 Inl,1 | Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, die voortkomt
9 Inl,1 | opstanding van de doden en het leven van het komend rijk."1 ~
10 Inl,1 | de doden en het leven van het komend rijk."1 ~ In de loop
11 Inl,1 | eeuwen heeft de Kerk trouw het Evangelie van Jezus Christus
12 Inl,1 | getuigenis van afgelegd. Maar aan het einde van het tweede millennium
13 Inl,1 | Maar aan het einde van het tweede millennium is die
14 Inl,1 | ooit: "De verkondiging van het Evangelie is voor mij geen
15 Inl,1 | mij geen reden te roemen, het is een plicht die op mij
16 Inl,1 | mij rust. Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!" (
17 Inl,1 | bijzondere aandacht van het Leergezag om redenen te
18 Inl,1 | tradities van de wereld3 Met het oog op de waarden waarvan
19 Inl,1 | mensheid aanbieden, verklaart het Tweede Vaticaans Concilie
20 Inl,1 | gedragswijze, de voorschriften en het onderricht die, ofschoon
21 Inl,1 | de weg, de waarheid en het leven" (Joh. 14,6), door
22 Inl,1 | door de Heilige Geest".5 Het gesprek tussen de godsdiensten,
23 Inl,2 | verdieping van de dialoog tussen het christelijke geloof en de
24 Inl,2 | herinnering brengen, die het theologisch onderzoek moeten
25 Inl,2 | onderzoek moeten helpen bij het ontwikkelen van oplossingen
26 Inl,2 | oplossingen die overeenstemmen met het geloofsgoed en die antwoord
27 Inl,2 | wil veeleer de leer van het katholieke geloof ten aanzien
28 Inl,2 | vroegere documenten van het Leergezag is onderwezen
29 Inl,2 | Leergezag is onderwezen met het doel die waarheden te bekrachtigen
30 Inl,2 | te bekrachtigen die tot het geloofsgoed van de Kerk
31 Inl,2 | relativistische theorieën, die het religieuze pluralisme niet
32 Inl,2 | achterhaald, zoals bijvoorbeeld het definitieve en volledige
33 Inl,2 | Jezus Christus, de aard van het christelijke geloof in verhouding
34 Inl,2 | personele eenheid tussen het eeuwige Woord en Jezus van
35 Inl,2 | eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden Woord en de
36 Inl,2 | universele bemiddeling van het heil door de Kerk, de onscheidbaarheid -
37 Inl,2 | de onscheidbaarheid - zij het in onderscheid - tussen
38 Inl,2 | in onderscheid - tussen het rijk van God, het rijk van
39 Inl,2 | tussen het rijk van God, het rijk van Christus en de
40 Inl,2 | alsook theologische aard die het begrip en de aanvaarding
41 Inl,2 | wat voor de een waar is, het voor een ander niet zou
42 Inl,2 | de logische denkwijze in het Avondland en de symbolische
43 Inl,2 | symbolische denkwijze in het Oosten bestaat; het subjectivisme
44 Inl,2 | denkwijze in het Oosten bestaat; het subjectivisme van hen die
45 Inl,2 | subjectivisme van hen die het verstand als enige bron
46 Inl,2 | aanvaarden en die aldus het vermogen verliezen "de blik
47 Inl,2 | blik naar boven te keren om het avontuur aan te gaan, tot
48 Inl,2 | gaan, tot de waarheid van het zijn te komen";8 de moeilijkheid
49 Inl,2 | eschatologische gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis
50 Inl,2 | God in de geschiedenis; het eclecticisme van hen die
51 Inl,2 | eclecticisme van hen die in het theologisch onderzoek ideeën
52 Inl,2 | houden met de overlevering en het kerkelijke Leergezag. ~Wanneer
53 Inl,2 | christelijke openbaring en het mysterie van Jezus Christus
54 I | I De volheid en het definitieve karakter van
55 I,3 | verder verbreidt, moet vooral het definitieve en volledige
56 I,3 | alles vast geloven dat in het mysterie van Jezus Christus,
57 I,3 | de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14,6) is, de
58 I,3 | en degene aan wie de Zoon het wil openbaren" (Mt. 11,27)."
59 I,3 | Zoon, die God is en aan het hart van de Vader rust,
60 I,3 | Kol. 2,9-10). ~Trouw aan het woord van God leert het
61 I,3 | het woord van God leert het Tweede Vaticaans Concilie: "
62 I,3 | openbaring over God en over het heil van de mens is ontsloten,
63 I,3 | hele Openbaring is." 9 En het omschrijft nader: "Jezus
64 I,3 | nader: "Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, als '
65 I,3 | Joh. 3,34) en voltooit het heilswerk, dat de Vader
66 I,3 | vgl. Joh. 14,9). Hij is het die door zijn hele bestaan
67 I,3 | doden, en tenslotte door het zenden van de Geest der
68 I,3 | Kerk de opdracht heeft, het evangelie als de volheid
69 I,3 | zelfopenbaring van God is het fundamentele motief waarom
70 I,3 | missionair is. Zij moet het evangelie verkondigen, d.
71 I,3 | laatste waarheid binnen, die het verstand van de mens ertoe
72 I,3 | In tegenstelling tot het geloof van de Kerk staat
73 I,3 | religie, dus ook niet door het christendom en zelfs niet
74 I,3 | welke in Jezus Christus het heilsmysterie van God geheel
75 I,3 | de goddelijke Persoon van het vleesgeworden Woord, "waarlijk
76 I,3 | ook wanneer de diepte van het goddelijke mysterie op zich
77 I,3 | waarheid over God wordt door het feit dat ze wordt uitgesproken
78 I,3 | Op grond hiervan verlangt het geloof de belijdenis dat
79 I,3 | geloof de belijdenis dat het vleesgeworden Woord in zijn
80 I,3 | de werkelijke bron, zij het gedeeld met de Vader, en
81 I,4 | Het gepaste antwoord op Gods
82 I,4 | de 'gehoorzaamheid van het geloof' (Rom. 1,5; vgl.
83 I,4 | door Hem gegeven wordt".15 Het geloof is een genadegave: "
84 I,4 | moet de genade van God het eerste komen en hulp schenken;
85 I,4 | de Heilige Geest zijn die het hart beroert en het tot
86 I,4 | die het hart beroert en het tot God bekeert, die de
87 I,4 | ogen van de geest opent en 'het voor iedereen gemakkelijk
88 I,4 | De gehoorzaamheid van het geloof leidt tot het aannemen
89 I,4 | van het geloof leidt tot het aannemen van de waarheid
90 I,4 | Waarheid zelf, borg staat17: "Het geloof is een persoonlijke
91 I,4 | geopenbaarde waarheid." 18 Het geloof, dat "een geschenk
92 I,4 | geopenbaard is, krachtens het vertrouwen dat de openbarende
93 I,4 | vastgehouden worden aan het onderscheid tussen het theologale
94 I,4 | aan het onderscheid tussen het theologale geloof en de
95 I,4 | overtuiging in de andere religies. Het geloof is de genadevolle
96 I,4 | geopenbaarde waarheid, die het toestaat, "in het inwendige
97 I,4 | waarheid, die het toestaat, "in het inwendige van het mysterie
98 I,4 | toestaat, "in het inwendige van het mysterie binnen te gaan;
99 I,4 | mysterie binnen te gaan; het bevordert het inzicht in
100 I,4 | binnen te gaan; het bevordert het inzicht in dit mysterie
101 I,4 | waarheid in zijn betrekking met het goddelijke en het absolute
102 I,4 | betrekking met het goddelijke en het absolute heeft verwezenlijkt. ~
103 I,4 | altijd voor ogen gehouden. Het theologale geloof, het aannemen
104 I,4 | Het theologale geloof, het aannemen van de door de
105 I,4 | neiging de verschillen tussen het christendom en de andere
106 I,4 | onderhouden. Daarom leert het Tweede Vaticaans Concilie -
107 I,4 | de canonieke boeken van het Oude en van het Nieuwe Verbond,
108 I,4 | boeken van het Oude en van het Nieuwe Verbond, aangezien
109 I,4(23) | gentes, 9, waar sprake is van het goede, dat "in de verschillende
110 I,4(23) | 16, waar gewezen wordt op het goede en ware onder de niet-christenen,
111 I,4(23) | beschouwd als voorbereiding voor het aannemen van het evangelie. ~
112 I,4(23) | voorbereiding voor het aannemen van het evangelie. ~
113 I,4 | Geest zijn geïnspireerd. 24 Het Tweede Vaticaans Concilie
114 I,4 | traditie en leert: "Krachtens het apostolische geloof gelden
115 I,4 | Kerk de boeken van zowel het Oude als het Nieuwe Testament
116 I,4 | boeken van zowel het Oude als het Nieuwe Testament in hun
117 I,4 | godsdiensten, die feitelijk het leven van hun aanhangers
118 I,4 | leiden, ontvangen zo van het mysterie van Christus die
119 I,4 | Christus die elementen van het goede en van de genade,
120 II | logos en de Heilige Geest in het heilswerk ~
121 II,5 | In het huidige theologische debat
122 II,5 | figuur die begrensd is en het goddelijke heeft geopenbaard
123 II,5 | openbaringen heilsfiguren. Het oneindige, het absolute,
124 II,5 | heilsfiguren. Het oneindige, het absolute, het laatste mysterie
125 II,5 | oneindige, het absolute, het laatste mysterie van God
126 II,5 | aangenomen om aan de mensheid het heil te bemiddelen. ~Om
127 II,5 | kant de universaliteit van het christelijke heil en anderzijds
128 II,5 | christelijke heil en anderzijds het feit van het religieuze
129 II,5 | anderzijds het feit van het religieuze pluralisme te
130 II,5 | tussen een heilsorde van het eeuwige Woord, die ook buiten
131 II,5 | gelden, en een heilsorde van het vleesgeworden Woord. De
132 II,5 | christenen zou beperken, zij het dat God daarin in rijkere
133 II,5 | radicale tegenstelling met het christelijk geloof. Men
134 II,5 | en alleen Hij, de Zoon en het Woord van de Vader is. Het
135 II,5 | het Woord van de Vader is. Het Woord, dat "in het begin
136 II,5 | Vader is. Het Woord, dat "in het begin bij God was"' (Joh.
137 II,5 | die God is en die rust aan het hart van de Vader" (Joh.
138 II,5 | vrede heeft gesticht aan het kruis door zijn Bloed" (
139 II,5 | interpretaties af te wijzen heeft het Eerste Concilie van Nicea
140 II,5 | heilige Schrift plechtig het geloof gedefinieerd in "
141 II,5 | hadden geleerd, beleed ook het Concilie van Chalcedon "
142 II,5 | en Moeder van God." 29 ~Het Tweede Vaticaans Concilie
143 II,5 | Christus, "de nieuwe Adam", "het beeld van de onzichtbare
144 II,5 | gestort en daarmee voor ons het leven verdiend: in Hem heeft
145 II,5 | uitdrukkelijk verklaard: "Het is in strijd met het christelijk
146 II,5 | verklaard: "Het is in strijd met het christelijk geloof een scheiding
147 II,5 | scheiding in te voeren tussen het Woord en Jezus Christus (...)
148 II,5 | Christus (...) Jezus is het mens geworden Woord, een
149 II,5 | van Nazareth en deze is het Woord van God dat mens is
150 II,5 | dat mens is geworden voor het heil van allen (...) Terwijl
151 II,5 | van Jezus Christus, die in het centrum van Gods heilsplan
152 II,5 | In tegenstelling met het katholieke geloof is ook
153 II,5 | ook de scheiding tussen het heilshandelen van de Logos
154 II,5 | de Logos als zodanig en het heilshandelen van het Woord
155 II,5 | en het heilshandelen van het Woord dat is vlees geworden.
156 II,5 | worden alle heilsdaden van het Woord van God steeds in
157 II,5 | menselijke natuur volbracht, die het tot heil van alle mensen
158 II,5 | mensen heeft aangenomen. Het enige subject dat in beide
159 II,5 | is de enige persoon van het Woord. 32 ~Daarom is de
160 II,6 | bestaat, waarvan de bron en het centrum het mysterie van
161 II,6 | waarvan de bron en het centrum het mysterie van de menswording
162 II,6 | mysterie van de menswording van het Woord is, van de Middelaar
163 II,6 | verlossing" (1Kor. 1,30). Het mysterie van Christus heeft
164 II,6 | erfgenamen en ingevoegd in het plan van Hem die alles zo
165 II,6 | tot stand brengt als Hij het in zijn wil beslist (vgl.
166 II,6 | gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat
167 II,6 | goddelijke openbaring bevestigt het Leergezag dat Jezus Christus
168 II,6 | mens allen te redden en het al te omvatten. ( ... )
169 II,6 | Dit middelaarschap van het heil houdt ook de uniekheid
170 II,6 | ook de uniekheid in van het verlossende offer van Christus,
171 II,6 | bewering is in tegenspraak met het katholieke geloof, dat veeleer
172 II,6 | veeleer de menswording van het Woord tot ons heil beschouwt
173 II,6 | trinitaire gebeurtenis. In het Nieuwe Testament is het
174 II,6 | het Nieuwe Testament is het mysterie van Jezus, het
175 II,6 | het mysterie van Jezus, het vlees geworden Woord, de
176 II,6 | van de Heilige Geest en het beginsel van zijn uitstorting
177 II,6 | 10,4; 1Petr. 1,10-12). Het Tweede Vaticaans Concilie
178 II,6 | opnieuw aangescherpt in het geloofsbewustzijn van de
179 II,6 | In de uiteenzetting over het heilsplan van de Vader voor
180 II,6 | voor de hele mensheid heeft het Concilie het mysterie van
181 II,6 | mensheid heeft het Concilie het mysterie van Christus en
182 II,6 | mysterie van Christus en het mysterie van de Geest van
183 II,6 | mysterie van de Geest van het begin af nauw met elkaar
184 II,6 | elkaar verbonden. 35 Heel het werk van de opbouw van de
185 II,6 | opbouw van de Kerk door het Hoofd Jezus Christus in
186 II,6 | volbrengt. 36 ~Bovendien strekt het heilswerk van Jezus Christus
187 II,6 | tot de hele mensheid. Over het Paasmysterie, waarin Christus
188 II,6 | verrijzenis schenkt, leert het Concilie: "Dit geldt niet
189 II,6 | Paasmysterie deel te hebben." 37 ~Het is dus duidelijk dat het
190 II,6 | Het is dus duidelijk dat het heilsmysterie van het mens
191 II,6 | dat het heilsmysterie van het mens geworden Woord verbonden
192 II,6 | geworden Woord verbonden is met het heilsmysterie van de Geest.
193 II,6 | werkelijkheid worden in het leven van alle mensen, die
194 II,6 | nu aan de menswording van het Woord voorafgegaan zijn
195 II,6 | Joh. 3,34). ~Daarom heeft het Leergezag van de Kerk in
196 II,6 | harten van de mensen. (...) Het is ook de Geest die de '
197 II,6 | Geest die de 'zaden van het Woord' uitzaait, welke aanwezig
198 II,6 | rijping in Christus." 38 Het Leergezag erkent de heilshistorische
199 II,6 | functie van de Geest in het hele universum en in de
200 II,6(38) | 274. Over de "zaden van het Woord" vgl. ook H. Justinus,
201 II,6 | heeft in de menswording, het leven, de dood en de verrijzenis
202 II,6 | wat de Geest bewerkt in het hart van de mensen en in
203 II,6 | rol van voorbereiding op het evangelie en verwijst naar
204 II,6 | verwijst naar Christus, het Woord dat vlees is geworden
205 II,6 | zich samenbrengen'." 40 ~Het werken van de Geest gebeurt
206 II,6 | dus niet buiten of naast het werken van Christus. Er
207 II,6 | drievuldige God, die in het mysterie van de menswording,
208 II,6 | tot de hele mensheid en het heelal: "De mensen kunnen
209 III | en de universaliteit van het heilsmysterie van Jezus
210 III,7 | en de universaliteit van het heilsmysterie van Jezus
211 III,7 | enkel bijbels fundament. Het hoort immers tot het blijvende
212 III,7 | fundament. Het hoort immers tot het blijvende geloofsgoed van
213 III,7 | geloofsgoed van de Kerk en het moet vast geloofd worden
214 III,7 | door de getuigenissen van het Nieuwe Testament bevestigd: "
215 III,7 | wereld" (1Joh. 4,14). "Ziet het Lam Gods, dat de zonden
216 III,7 | Petrus: "In geen ander is het heil te vinden. Want er
217 III,7 | niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Want
218 III,7 | wordt" (Joh. 3,16-17). In het Nieuwe Testament wordt de
219 III,7 | van God nauw verbonden met het enige Middelaarschap van
220 III,7 | wezen op de voleinding van het heil, dat uitgaat boven
221 III,7 | streefde. Dit geloofsgoed heeft het Leergezag van de Kerk opnieuw
222 III,7 | beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan de mensen
223 III,7 | gelooft zij dat de sleutel, het centrum en de voltooiing
224 III,7 | heel de geschiedenis van het mensdom te vinden zijn in
225 III,7 | daarom als waarheid van het katholieke geloof vast geloven
226 III,7 | God eens en voor altijd in het mysterie van de menswording,
227 III,7 | en over hun betekenis in het heilsplan van God, en te
228 III,7 | religies kunnen horen tot het goddelijke heilsplan. Op
229 III,7 | dit gebied ligt er voor het theologisch onderzoek onder
230 III,7 | onderzoek onder leiding van het Leergezag een breed werkveld.
231 III,7 | Leergezag een breed werkveld. Het Tweede Vaticaans Concilie
232 III,7 | heeft namelijk vastgesteld: "Het enig Middelaarschap van
233 III,7(42)| de universele weg tot het heil (...), die het menselijke
234 III,7(42)| tot het heil (...), die het menselijke geslacht nooit
235 III,7(42)| heeft (...) heeft niemand het heil verworven, verwerft
236 III,7(42)| verworven, verwerft niemand het en zal niemand het ooit
237 III,7(42)| niemand het en zal niemand het ooit verwerven" (De Stad
238 III,7 | genormeerd moet blijven door het enige Middelaarschap van
239 III,7 | In tegenstelling met het christelijke en katholieke
240 III,7 | heilshandelen van God buiten het enige Middelaarschap van
241 III,8 | Niet zelden doet men het voorstel in de theologie
242 III,8 | betekenis en de waarde van het heilsgebeuren van Jezus
243 III,8 | woorden alleen de trouw aan het openbaringsgoed uit, omdat
244 III,8 | geloofsbron zelf. Vanaf het begin heeft de gemeenschap
245 III,8 | kracht van de Heilige Geest het doel heeft, aan de hele
246 III,8 | openbaring (vgl. Mt. 11,27) en het goddelijk leven (vgl. Joh.
247 III,8 | dat Jezus Christus voor het menselijke geslacht en zijn
248 III,8 | heeft. Jezus is namelijk het Woord van God, dat voor
249 III,8 | Woord van God, dat voor het heil van allen mens is geworden.
250 III,8 | allen mens is geworden. Het Tweede Vaticaans Concilie
251 III,8 | dit geloofsbesef uit waar het leert: "Het Woord van God,
252 III,8 | geloofsbesef uit waar het leert: "Het Woord van God, waardoor
253 III,8 | zelf mens geworden, zodat Het als de volmaakte mens allen
254 III,8 | recapituleren. De Heer is het doel van de mensengeschiedenis,
255 III,8 | van de mensengeschiedenis, het punt waarnaar alle verlangens
256 III,8 | beschaving convergeren, het centrum van de mensheid,
257 III,8 | van hun verlangens. Hij is het die de Vader uit de doden
258 III,8 | levenden en doden." 45 "Het is juist deze unieke bijzonderheid
259 III,8 | in de geschiedenis staat, het centrum en het doel van
260 III,8 | geschiedenis staat, het centrum en het doel van onze geschiedenis
261 III,8 | laatste, de oorsprong en het einde' (Openb. 22,13)." 46 ~
262 III,8(45)| Irenaeus in de beschouwing over het primaat van Jezus als de
263 III,8(45)| de hemel stuurt en leidt het volmaakte Woord als de Eerstgeborene
264 III,8(45)| allen die Hem volgen, uit het rijk van de dood redt, is
265 III,8(45)| Eerstgeborene van de doden het Hoofd en de Bron van het
266 III,8(45)| het Hoofd en de Bron van het goddelijk leven" (Demonstratio
267 IV | daarom hoort de volheid van het heilsmysterie van Christus
268 IV | 27; Kol. 1,18). 48 Zoals het hoofd en de ledematen van
269 IV | onscheidbaarheid komt in het Nieuwe Testament ook door
270 IV | gestichte Kerk als waarheid van het katholieke geloof vast geloofd
271 IV | houden daarenboven volgens het katholieke geloof in dat
272 IV | term "subsistit in" wilde het Tweede Vaticaans Concilie
273 IV,8(56) | gerealiseerd kan zijn. "Het Concilie daarentegen heeft
274 IV,8(56) | Concilie daarentegen heeft het woord "subsistit" juist
275 IV,8(56) | Geloofsleer, Bekendmaking over het boek 'Kerk: Charisma en
276 IV,9 | de katholieke leer over het primaat niet aanvaarden,
277 IV,9 | Gemeenschappen daarentegen, die het geldige bisschopsambt en
278 IV,9 | volledige werkelijkheid van het eucharistische mysterie
279 IV,9 | gedoopt, zijn echter door het doopsel bij Christus ingelijfd
280 IV,9 | staan dus in een zekere, zij het niet volkomen, gemeenschap
281 IV,9 | gemeenschap met de Kerk. 62 Het doopsel is immers gericht
282 IV,9 | volledige ontplooiing van het leven in Christus door de
283 IV,9 | maar in zekere zin nog één; het staat hun geenszins vrij
284 IV,9 | gewichtige betekenis in het heilsmysterie. De Geest
285 V | De Kerk is gezonden "om het Rijk van Christus en van
286 V | Zo vormt zij de kiem en het begin van dit Rijk op aarde." 68
287 V | daarom teken en werktuig voor het Rijk, ze heeft de roeping
288 V | Rijk, ze heeft de roeping het te verkondigen en te vestigen.
289 V | andere kant is de Kerk "het door de eenheid van de Vader
290 V | verenigde volk";70 ze is dus "het in het mysterie reeds aanwezige
291 V | volk";70 ze is dus "het in het mysterie reeds aanwezige
292 V | de kiem en aanvang ervan. Het Rijk Gods heeft een eschatologische
293 V | eschatologische dimensie: het is een in de tijd aanwezige
294 V | verwerkelijking zal pas met het einde oftewel de vervulling
295 V | als uit de documenten van het Leergezag van de Kerk, kan
296 V | verbondenheid tussen Christus, het Rijk en de Kerk loochenen
297 V | wijze uithollen. Zeker kan "het Rijk Gods zoals wij het
298 V | het Rijk Gods zoals wij het uit de openbaring kennen
299 V | worden. ( ... ) Als men het Rijk van de persoon Jezus
300 V | persoon Jezus losmaakt, dan is het niet meer het Rijk Gods
301 V | losmaakt, dan is het niet meer het Rijk Gods dat Hij geopenbaard
302 V | tenslotte ofwel de zin van het Rijk, dat gevaar loopt veranderd
303 V | vgl. 1Kor. 15,27). Men kan het Rijk evenmin losmaken van
304 V | daar zij gericht staat op het Rijk van God, waarvan zij
305 V | onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij met beiden
306 V,9(72) | 10,5 (SC 248, 180) heet het: "Gedenk, o Heer, Uw Kerk (...)
307 V,9(73) | Romano, 7 november 1999, VII. Het Rijk is zozeer onscheidbaar
308 V,9(73) | onscheidbaar van Christus, dat het in zekere zin met Hem identiek
309 V,10 | niet zeggen: vergeten dat het Rijk van God - ook als het
310 V,10 | het Rijk van God - ook als het in zijn historische fase
311 V,10 | maatschappelijke werkelijkheid. ~Het is namelijk niet juist,
312 V,10 | niet juist, wanneer men het werk van Christus en van
313 V,10 | verengt".74 Men moet daarom in het oog houden, dat "het Rijk
314 V,10 | in het oog houden, dat "het Rijk allen aangaat: de individuen,
315 V,10 | de gehele wereld. Voor het Rijk werken wil zeggen:
316 V,10 | erkennen en bevorderen. Het Rijk opbouwen wil zeggen:
317 V,10 | werken voor de bevrijding uit het kwaad in al zijn vormen.
318 V,10 | al zijn vormen. Kortom, het Rijk Gods is de uitdrukking
319 V,10 | en de totstandkoming van het goddelijke heilsplan in
320 V,10 | heel zijn volheid." 75 ~Bij het beschouwen van de relatie
321 V,10 | van Christus en Kerk is het noodzakelijk eenzijdige
322 V,10 | accentueringen te vermijden, hetgeen het geval is bij die opvattingen "
323 V,10 | opvattingen "die bewust het accent leggen op het Rijk,
324 V,10 | bewust het accent leggen op het Rijk, zich 'rijk-centrisch'
325 V,10 | rijk-centrisch' noemen en het beeld tonen van een Kerk
326 V,10 | beslag wordt genomen door het getuigenis en de dienst
327 V,10 | getuigenis en de dienst van het Rijk. Het is een 'Kerk voor
328 V,10 | de dienst van het Rijk. Het is een 'Kerk voor de anderen',
329 V,10 | zwijgen zij over Christus. Het Rijk waarover zij spreken
330 V,10 | kan worden door wie niet het christelijk geloof bezit,
331 V,10 | geven zij de voorkeur aan het mysterie van de schepping,
332 V,10 | geloven. Maar zij zwijgen over het mysterie van de verlossing.
333 V,10 | verlossing. Bovendien sluit het Rijk, zoals zij het verstaan,
334 V,10 | sluit het Rijk, zoals zij het verstaan, tenslotte de Kerk
335 V,10 | de Kerk uit of onderschat het deze, in reactie tegen een
336 V,10 | verondersteld 'kerk-centrisme' uit het verleden en omdat zij de
337 V,10 | zijn in tegenspraak met het katholieke geloof, omdat
338 V,10 | tussen Christus, de Kerk en het Rijk van God. ~
339 VI | religies in relatie tot het heil ~ Uit hetgeen hierboven
340 VI | Kerk en de religies met het eeuwige heil te verdiepen.
341 VI | Middelaar en de weg naar het heil en in de Kerk, die
342 VI | de noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel afgekondigd (
343 VI | noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel afgekondigd (vgl.
344 VI | mensen door de poort van het doopsel binnengaan." 77
345 VI | werkelijke mogelijkheid van het heil in Christus voor alle
346 VI | Kerk met betrekking tot het heil".78 ~De Kerk is het "
347 VI | het heil".78 ~De Kerk is het "alomvattende sacrament
348 VI | alomvattende sacrament van het heil".79 Zij is steeds om
349 VI | gesteld, en heeft daarom in het plan van God een onontkoombare
350 VI | onontkoombare relatie met het heil van iedere mens. 80
351 VI | zijn "hebben toegang tot het heil in Christus krachtens
352 VI | tot de Kerk, die "volgens het plan van God de Vader, haar
353 VI,10(82)| van Lateranen, Hfdstk 1. Het katholieke geloof: DS 802)
354 VI,10(82)| worden. Vgl. ook de Brief van het H. Officie aan de aartsbisschop
355 VI,11 | niet-christenen bereikt, stelt het Tweede Vaticaans Concilie
356 VI,11 | langs wegen die Hij kent".83 Het is de taak van de theologie,
357 VI,11 | aangemoedigd worden, want het is zonder twijfel nuttig
358 VI,11 | tot hiertoe gezegd is over het middelaarschap van Jezus
359 VI,11 | relatie"84 tussen de Kerk en het Rijk Gods onder de mensen -
360 VI,11 | de mensen - dat in wezen het Rijk van de universele Verlosser
361 VI,11 | is - blijkt duidelijk dat het in tegenspraak met het katholieke
362 VI,11 | dat het in tegenspraak met het katholieke geloof zou zijn,
363 VI,11 | met haar convergeerden tot het eschatologische Rijk Gods. ~
364 VI,11 | van hetgeen "de Geest in het hart van de mensen en in
365 VI,11(85)| Dit zijn de zaden van het goddelijk Woord ("semina
366 VI,11 | feitelijk de aanneming van het evangelie voorbereiden,
367 VI,11 | eerder een belemmering voor het heil vormen. 89 ~ Met de
368 VI,11(88)| 8 over de sacramenten in het algemeen: DS 1608. ~
369 VI,11 | was gesticht, middel voor het heil van alle mensen doen
370 VI,11 | geloofswaarheid neemt niets weg van het feit dat de Kerk de godsdiensten
371 VI,11 | waard is als de andere'".91 Het is waar dat de niet-christenen
372 VI,11 | de weg, de waarheid en het leven' (Joh. 14,6), in wie
373 VI,11 | de mensen de volheid van het godsdienstig leven vinden
374 VI,11 | de kennis van de waarheid het heil verkrijgen. Het heil
375 VI,11 | waarheid het heil verkrijgen. Het heil ligt in de waarheid.
376 VI,11 | gehoorzaamt, is al op de weg naar het heil; de Kerk echter, waaraan
377 VI,11 | is toevertrouwd, moet aan het verlangen van de mens tegemoet
378 VI,11 | Omdat de Kerk gelooft in het alomvattende heilsplan van
379 VI,11 | Geleid door de liefde en door het respect voor de vrijheid98
380 VI,11 | hun duidelijk te maken dat het zich bekeren tot Jezus Christus,
381 VI,11 | bekeren tot Jezus Christus, en het behoren tot de Kerk door
382 VI,11 | behoren tot de Kerk door het doopsel en de andere sacramenten,
383 VI,11 | De plicht en de urgentie het heil en de bekering tot
384 Sl,12 | gebracht en uitgelegd, wil het voorbeeld van de apostel
385 Sl,12 | ontvangen heb" (1Kor. 15,3). Met het oog op enkele problematische
386 Sl,12 | onjuiste theorieën wordt het theologisch onderzoek ertoe
387 Sl,12 | onderzoek ertoe opgeroepen het geloof van de Kerk opnieuw
388 Sl,12 | Toen zij spraken over het thema van de ware godsdienst,
389 Sl,12 | godsdienst, stelden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie
390 Sl,12 | universele autoriteit." 101 Het christelijke mysterie overwint
391 Sl,12 | Geloofsleer, op 6 augustus, het feest van de Gedaanteverandering