Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ik 13
immers 6
impuls 1
in 260
inachtneming 1
incarnatione 1
indien 1
Frequency    [«  »]
525 van
406 en
391 het
260 in
167 is
154 die
131 kerk
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

in
                                                     bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                              grey = Comment text
1 Inl,1 | Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat 2 Inl,1 | alle volken en doopt hen in de Naam van de Vader en 3 Inl,1 | gebod van Jezus Christus en in de loop der eeuwen gerealiseerd 4 Inl,1 | geloofsbelijdenis: "Ik geloof in één God, de almachtige Vader, 5 Inl,1 | onzichtbaar is. Ik geloof in één Heer, Jezus Christus, 6 Inl,1 | Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader en door 7 Inl,1 | Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen 8 Inl,1 | komt geen einde. Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer 9 Inl,1 | door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke 10 Inl,1 | van het komend rijk."1 ~ In de loop van de eeuwen heeft 11 Inl,1 | evangelisering, bovenal in relatie tot de religieuze 12 Inl,1 | van wat waar en heilig is in deze godsdiensten. Zij heeft 13 Inl,1 | onderricht die, ofschoon in vele opzichten verschillend 14 Inl,1 | verlicht. 4 Voortgaande in deze gedachtelijn maakt 15 Inl,1 | begeleidt haar veeleer, in de richting van dat "mysterie 16 Inl,1 | weliswaar onderscheiden, in hetzelfde geheim van de 17 Inl,1 | geheim van de verlossing in Jezus Christus door de Heilige 18 Inl,1 | wederzijdse verrijking, in gehoorzaamheid aan de waarheid 19 Inl,2 | vragen op waarop men probeert in te gaan door nieuwe wegen 20 Inl,2 | nieuwe wegen van onderzoek in te slaan, voorstellen te 21 Inl,2 | van de christelijke leer in herinnering brengen, die 22 Inl,2 | verklaring terug naar de leer die in vroegere documenten van 23 Inl,2 | facto, maar ook de iure (of in principe) willen rechtvaardigen. 24 Inl,2 | het christelijke geloof in verhouding tot de innerlijke 25 Inl,2 | de innerlijke overtuiging in de andere religies, de inspiratie 26 Inl,2 | onscheidbaarheid - zij het in onderscheid - tussen het 27 Inl,2 | de ene Kerk van Christus in de katholieke Kerk. De 28 Inl,2 | opvattingen zijn te vinden in bepaalde vooronderstellingen 29 Inl,2 | tussen de logische denkwijze in het Avondland en de symbolische 30 Inl,2 | de symbolische denkwijze in het Oosten bestaat; het 31 Inl,2 | en te aanvaarden dat er in de geschiedenis definitieve 32 Inl,2 | menswording van de eeuwige Logos in de tijd van haar metafysische 33 Inl,2 | loutere verschijning van God in de geschiedenis; het eclecticisme 34 Inl,2 | eclecticisme van hen die in het theologisch onderzoek 35 Inl,2 | vooronderstellingen uitgaat die in verschillende nuanceringen 36 I,3 | voor alles vast geloven dat in het mysterie van Jezus Christus, 37 I,3 | geopenbaard" (Joh. 1,18). "Want in Hem alleen woont werkelijk 38 I,3 | ontsloten, licht voor ons op in Christus, die tegelijkertijd 39 I,3 | onze Heer Jezus Christus in heerlijkheid" (vgl. 1Tim. 40 I,3 | waarheid te verkondigen: "In dit definitieve Woord van 41 I,3 | Jezus Christus "brengt dus in onze geschiedenis een universele 42 I,3 | nooit te blijven staan".12 ~ In tegenstelling tot het geloof 43 I,3 | volmaakt en aanvullend aan die in andere godsdiensten. De 44 I,3 | oorzaak van deze mening ligt in de bewering dat de waarheid 45 I,3 | dat de waarheid van God in haar universaliteit en volkomenheid 46 I,3 | worden. Deze opvatting is in radicale tegenspraak met 47 I,3 | geloofsuitspraken, volgens welke in Jezus Christus het heilsmysterie 48 I,3 | mens"13, en dragen daarom in zich, definitief en volledig, 49 I,3 | dat ze wordt uitgesproken in menselijke taal niet afgeschaft 50 I,3 | het vleesgeworden Woord in zijn hele mysterie dat reikt 51 I,4 | moet maken, met de waarheid in te stemmen en te geloven'." 16 ~ 52 I,4 | de innerlijke overtuiging in de andere religies. Het 53 I,4 | waarheid, die het toestaat, "in het inwendige van het mysterie 54 I,4 | het bevordert het inzicht in dit mysterie op aangepaste 55 I,4 | De innerlijke overtuiging in de andere religies is daarentegen 56 I,4 | zoektocht naar de waarheid in zijn betrekking met het 57 I,4 | Dit onderscheid wordt in de huidige discussie niet 58 I,4 | de innerlijke overtuiging in de andere religies, dus 59 I,4 | dat er bepaalde elementen in deze teksten voorkomen die 60 I,4 | zijn waarmee talloze mensen in de loop van de eeuwen in 61 I,4 | in de loop van de eeuwen in staat waren en vandaag de 62 I,4 | godsdiensten dat zij, "ofschoon in veel opzichten verschillend 63 I,4(23) | sprake is van het goede, dat "in de verschillende riten en 64 I,4 | Vaticaans Concilie herneemt in de dogmatische constitutie 65 I,4 | als het Nieuwe Testament in hun geheel met al hun delen 66 I,4 | God omwille van ons heil in heilige Schriften opgetekend 67 I,4 | Omdat God echter alle volken in Christus tot Zich wil roepen 68 I,4 | maar ook voor de volken in de rijkdom van hun spiritualiteit, 69 I,4 | hun spiritualiteit, die in de religies hun belangrijkste 70 II | logos en de Heilige Geest in het heilswerk ~ 71 II,5 | In het huidige theologische 72 II,5 | zich op vele manieren en in vele historische figuren 73 II,5 | gezichten zijn, die de Logos in de loop van de tijd zou 74 II,5 | zij het dat God daarin in rijkere mate aanwezig zou 75 II,5 | Deze opvattingen zijn in radicale tegenstelling met 76 II,5 | Vader is. Het Woord, dat "in het begin bij God was"' ( 77 II,5 | levende God" (Mt. 16,16); "in Hem alleen woont werkelijk 78 II,5 | wilde met zijn hele volheid in Hem wonen, om door Hem alles 79 II,5 | alles te verzoenen. Alles in de hemel en op aarde wilde 80 II,5 | het geloof gedefinieerd in "Jezus Christus, de Zoon 81 II,5 | geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, door 82 II,5 | Wie alles geschapen is wat in de hemel is en wat op de 83 II,5 | en doden te oordelen".28 In navolging van hetgeen de 84 II,5 | Zoon: dezelfde is volmaakt in godheid en dezelfde is volmaakt 85 II,5 | en dezelfde is volmaakt in mensheid; dezelfde is waarlijk 86 II,5 | is naar zijn godheid één in wezen met de Vader en naar 87 II,5 | en naar zijn mensheid één in wezen met ons (...); dezelfde 88 II,5 | anderzijds naar zijn mensheid in de laatste dagen voor ons 89 II,5 | ons het leven verdiend: in Hem heeft God ons met zichzelf 90 II,5 | overgeleverd' (Gal. 2,20)". 30 ~In dit verband heeft Johannes 91 II,5 | uitdrukkelijk verklaard: "Het is in strijd met het christelijk 92 II,5 | christelijk geloof een scheiding in te voeren tussen het Woord 93 II,5 | van Jezus Christus, die in het centrum van Gods heilsplan 94 II,5 | Gods heilsplan staat." 31 ~In tegenstelling met het katholieke 95 II,5 | het Woord van God steeds in eenheid met zijn menselijke 96 II,5 | aangenomen. Het enige subject dat in beide naturen - de goddelijke 97 II,5 | aan de Logos als zodanig in zijn Godheid een heilshandelen 98 II,5(33) | ontvangenis van de Maagd zelf in een zo grote eenheid verweven, 99 II,6 | van de goddelijke genade in de scheppings- en in de 100 II,6 | genade in de scheppings- en in de verlossingsorde (vgl. 101 II,6 | verlossingsorde (vgl. Kol. 1,15-20), in Wie alles verenigd is (vgl. 102 II,6 | zijn eeuwige verkiezing in God tot aan de wederkomst: " 103 II,6 | tot aan de wederkomst: "In Hem heeft Hij (de Vader) 104 II,6 | erfgenamen en ingevoegd in het plan van Hem die alles 105 II,6 | stand brengt als Hij het in zijn wil beslist (vgl. Ef. 106 II,6 | heil houdt ook de uniekheid in van het verlossende offer 107 II,6 | Heer. Ook deze bewering is in tegenspraak met het katholieke 108 II,6 | trinitaire gebeurtenis. In het Nieuwe Testament is 109 II,6 | mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse tijd (vgl. 110 II,6 | 1Kor. 15,45), maar ook in de tijd vóór zijn binnentreden 111 II,6 | tijd vóór zijn binnentreden in de geschiedenis (vgl. 1Kor. 112 II,6 | waarheid opnieuw aangescherpt in het geloofsbewustzijn van 113 II,6 | geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting over het 114 II,6 | het Hoofd Jezus Christus in de loop der eeuwen wordt 115 II,6 | gezien als een werk dat Hij in gemeenschap met zijn Geest 116 II,6 | levende gemeenschap vormt in de Geest, en hem de hoop 117 II,6 | alle mensen van goede wil, in wier hart de genade op een 118 II,6(36) | heilige Irenaeus schrijft, dat in de Kerk "de gemeenschap 119 II,6 | Zoon werkelijkheid worden in het leven van alle mensen, 120 II,6 | voorafgegaan zijn of na zijn komst in de geschiedenis leven: ze 121 II,6 | het Leergezag van de Kerk in de jongste tijd vast en 122 II,6 | vast en helder de waarheid in herinnering geroepen dat 123 II,6 | werkt de verrezen Christus in de harten van de mensen. (...) 124 II,6 | uitzaait, welke aanwezig zijn in de riten en culturen, en 125 II,6 | voorbereidt op hun rijping in Christus." 38 Het Leergezag 126 II,6 | heilshistorische functie van de Geest in het hele universum en in 127 II,6 | in het hele universum en in de hele geschiedenis van 128 II,6 | Geest die gewerkt heeft in de menswording, het leven, 129 II,6 | verrijzenis van Jezus en die in de Kerk werkt. Hij is dus 130 II,6 | Al wat de Geest bewerkt in het hart van de mensen en 131 II,6 | het hart van de mensen en in de geschiedenis van de volken, 132 II,6 | geschiedenis van de volken, in de culturen en in de godsdiensten, 133 II,6 | volken, in de culturen en in de godsdiensten, vervult 134 II,6 | allen kon redden en alles in zich samenbrengen'." 40 ~ 135 II,6 | en drievuldige God, die in het mysterie van de menswording, 136 II,6 | tegenwoordig wordt gesteld en in zijn heilsbetekenis wordt 137 II,6 | dus alleen door Christus in gemeenschap met God treden 138 III,7 | de heilsgeschiedenis, die in Hem haar volheid en haar 139 III,7 | rechtvaardiging van de genezing, in de Naam van Jezus, van de 140 III,7 | 8), verkondigt Petrus: "In geen ander is het heil te 141 III,7 | om welke reden "ieder die in Hem gelooft, door zijn Naam 142 III,7 | zogenaamde goden, hetzij in de hemel hetzij op aarde - 143 III,7 | geschonken, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren 144 III,7 | God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de 145 III,7 | gered wordt" (Joh. 3,16-17). In het Nieuwe Testament wordt 146 III,7 | Vader door Jezus Christus in de Geest aangeboden heilsgave. 147 III,7 | te beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan de mensen 148 III,7 | het mensdom te vinden zijn in haar Heer en Meester." ~ 149 III,7 | God eens en voor altijd in het mysterie van de menswording, 150 III,7 | ervaringen en over hun betekenis in het heilsplan van God, en 151 III,7 | complementaire bemiddelingen." 44 In tegenstelling met het christelijke 152 III,8 | zelden doet men het voorstel in de theologie uitdrukkingen 153 III,8 | wijze benadrukt zou worden. In werkelijkheid drukken deze 154 III,8 | Vader heeft ontvangen, en in de kracht van de Heilige 155 III,8 | 25-26; 17,2) te schenken. In deze zin kan en moet men 156 III,8 | allen kon redden en alles in zich recapituleren. De Heer 157 III,8 | waardoor Hij, terwijl Hij in de geschiedenis staat, het 158 III,8(45)| universaliteit van Christus in de menselijke geschiedenis 159 III,8(45)| door de heilige Irenaeus in de beschouwing over het 160 III,8(45)| Jezus als de Eerstgeborene: "In de hemel stuurt en leidt 161 III,8(45)| God welgevallig, volmaakt in alles; doordat Hij allen 162 IV | heilsgeheim gevestigd: Hij zelf is in de Kerk en de Kerk is in 163 IV | in de Kerk en de Kerk is in Hem (vgl. Joh. 15,1 vlg; 164 IV | tegenwoordigheid en zijn heilswerk in de Kerk en door de Kerk 165 IV | Deze onscheidbaarheid komt in het Nieuwe Testament ook 166 IV,8(49) | H. Augustinus, Enarratio in psalmos, Ps. 90, Sermo 2, 167 IV,8(49) | Gregorius de Grote, Moralia in Iob, Praefatio 6,14: PL 168 IV | 21,2.9). 50 Daarom moet in samenhang met de uniekheid 169 IV | de Heer, zijn Kerk nooit in de steek te laten (vgl. 170 IV | volgens het katholieke geloof in dat de uniekheid van de 171 IV | dat er een historische, in de apostolische opvolging 172 IV | 1Tim. 3,15). Deze Kerk, in deze wereld ingesteld en 173 IV | bevindt zich (subsistit) in de katholieke Kerk, die 174 IV | Met de term "subsistit in" wilde het Tweede Vaticaans 175 IV | leerstellingen met elkaar in overeenstemming brengen: 176 IV | bestaan, volledig slechts in de katholieke Kerk voortgaat 177 IV | vinden zijn"55, namelijk in de Kerken en kerkelijke 178 IV | Gemeenschappen, die niet in volledige gemeenschap met 179 IV,8(56) | Concilietekst is daarom in tegenspraak met de interpretatie 180 IV,8(56) | die uit de term "subsistit in" de mening afleiden, dat 181 IV,8(56) | enige Kerk van Christus ook in andere christelijke Kerken 182 IV,9 | enige Kerk van Christus, die in de katholieke Kerk blijft 183 IV,9 | Petrus en door de bisschoppen in gemeenschap met hem, wordt 184 IV,9 | Kerken, die weliswaar niet in volledige gemeenschap met 185 IV,9 | de Kerk van Christus ook in deze Kerken aanwezig en 186 IV,9 | katholieke Kerk hebben, in zoverre zij de katholieke 187 IV,9 | hebben61, zijn geen Kerken in de eigenlijke betekenis; 188 IV,9 | eigenlijke betekenis; degenen die in deze Gemeenschappen zijn 189 IV,9 | Christus ingelijfd en staan dus in een zekere, zij het niet 190 IV,9 | ontplooiing van het leven in Christus door de volledige 191 IV,9 | en de volle gemeenschap in de Kerk. 63 ~"Daarom mogen 192 IV,9 | weliswaar gescheiden, maar in zekere zin nog één; het 193 IV,9 | Gemeenschappen moeten zoeken." 64 In werkelijkheid "bestaan de 194 IV,9 | deze reeds gegeven Kerk in hun hele volheid in de katholieke 195 IV,9 | Kerk in hun hele volheid in de katholieke Kerk en nog 196 IV,9 | nog zonder deze volheid in de andere Gemeenschappen".65 197 IV,9 | van gewichtige betekenis in het heilsmysterie. De Geest 198 IV,9 | voor de Kerk; maar niet in die zin, dat haar eenheid 199 IV,9 | belet, haar universaliteit in de geschiedenis volledig 200 V | van God aan te kondigen en in alle volken te vestigen. 201 V | volk";70 ze is dus "het in het mysterie reeds aanwezige 202 V | eschatologische dimensie: het is een in de tijd aanwezige werkelijkheid, 203 V | zelf mysterie is en niet in haar totaliteit in een menselijk 204 V | niet in haar totaliteit in een menselijk begrip kan 205 V | loopt veranderd te worden in een zuiver menselijk of 206 V,9(72) | Een aan God gericht gebed in de Didaché 9,4 (SC 248, 207 V,9(72) | der aarde samengebracht in Uw Rijk." Ibid. 10,5 (SC 208 V,9(72) | windstreken, de geheiligde, in Uw Rijk, dat U voor haar 209 V,9(73) | Apostolische Brief Ecclesia in Asia, 17: L'0sservatore 210 V,9(73) | onscheidbaar van Christus, dat het in zekere zin met Hem identiek 211 V,9(73) | identiek is. Vgl. Origenes, In Mt. Hom., 14,7: PG 13, 1197; 212 V,10 | Rijk van God - ook als het in zijn historische fase wordt 213 V,10 | identiek is met de Kerk in haar zichtbare en maatschappelijke 214 V,10 | verengt".74 Men moet daarom in het oog houden, dat "het 215 V,10 | goddelijke dynamiek, die in de mensengeschiedenis aanwezig 216 V,10 | bevrijding uit het kwaad in al zijn vormen. Kortom, 217 V,10 | het goddelijke heilsplan in heel zijn volheid." 75 ~ 218 V,10 | zichzelf denkt, maar geheel in beslag wordt genomen door 219 V,10 | godsdiensten elkaar kunnen vinden in de ene goddelijke werkelijkheid, 220 V,10 | dat weerspiegeld wordt in de verscheidenheid van culturen 221 V,10 | of onderschat het deze, in reactie tegen een verondersteld ' 222 V,10 | Zulke opvattingen zijn in tegenspraak met het katholieke 223 VI | De Kerk en de religies in relatie tot het heil ~ Uit 224 VI | Uit hetgeen hierboven in herinnering is gebracht, 225 VI | de weg naar het heil en in de Kerk, die zijn lichaam 226 VI | mogelijkheid van het heil in Christus voor alle mensen 227 VI | gesteld, en heeft daarom in het plan van God een onontkoombare 228 VI | hebben toegang tot het heil in Christus krachtens een genade 229 VI | de Kerk, hen niet formeel in de Kerk binnenleidt, maar 230 VI | Heilige Geest".81 Zij staat in relatie tot de Kerk, die " 231 VI | Vader, haar oorsprong vindt in de zending van de Zoon en 232 VI,10(82)| Concilie, Decreet Ad Gentes, 2. In de hier verhelderde betekenis 233 VI,11 | die altijd door Christus in de Heilige Geest geschonken 234 VI,11 | geschonken wordt en die in geheimvolle relatie met 235 VI,11 | Gods onder de mensen - dat in wezen het Rijk van de universele 236 VI,11 | blijkt duidelijk dat het in tegenspraak met het katholieke 237 VI,11 | een weg tot heil naast die in andere religies, die complementair 238 VI,11 | gelijkwaardig aan haar, in zoverre ze met haar convergeerden 239 VI,11 | uitmaken van hetgeen "de Geest in het hart van de mensen en 240 VI,11 | het hart van de mensen en in de geschiedenis van de volkeren, 241 VI,11 | geschiedenis van de volkeren, in de culturen en religies 242 VI,11(88)| can. 8 over de sacramenten in het algemeen: DS 1608. ~ 243 VI,11 | zeker dat zij zich objectief in een staat van ernstig tekort 244 VI,11 | ernstig tekort bevinden in vergelijking met hen die 245 VI,11 | vergelijking met hen die in de Kerk de volheid van de 246 VI,11 | het leven' (Joh. 14,6), in wie de mensen de volheid 247 VI,11 | godsdienstig leven vinden en in wie God alles met zich heeft 248 VI,11 | heeft verzoend." 94 Ook in de interreligieuze dialoog 249 VI,11 | verkrijgen. Het heil ligt in de waarheid. Wie aan de 250 VI,11 | brengen. Omdat de Kerk gelooft in het alomvattende heilsplan 251 VI,11 | mens geworden Zoon van God, in vergelijking met de stichters 252 VI,11(97)| Apostolische Brief Ecclesia in Asia, 31: L'Osservatore 253 Sl,12 | geloofswaarheden opnieuw in herinnering worden gebracht 254 Sl,12 | volgen, die aan de gelovigen in Korinthe schrijft: "Want 255 Sl,12 | godsdienst bevindt zich in de katholieke en apostolische 256 Sl,12 | leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en 257 Sl,12 | openbaring van Jezus Christus zal in de geschiedenis "de ware 258 Sl,12 | tradities zijn allen er in Christus toe geroepen, aan 259 Sl,12 | Johannes Paulus II heeft in de audiëntie, die hij aan 260 Sl,12 | verleend, deze verklaring, die in de plenaire vergadering


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech