Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
inzichten 1
iob 1
irenaeus 4
is 167
israël 1
iure 1
iv 2
Frequency    [«  »]
406 en
391 het
260 in
167 is
154 die
131 kerk
118 zijn
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

is
                                                     bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                              grey = Comment text
1 Inl,1 | worden" (Mc. 16,15-16). "Mij is alle macht gegeven in de 2 Inl,1 | voor heel de mensheid. Dat is de fundamentele inhoud van 3 Inl,1 | zichtbaar en onzichtbaar is. Ik geloof in één Heer, 4 Inl,1 | door Wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, 5 Inl,1 | alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille 6 Inl,1 | Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden. Hij werd 7 Inl,1 | onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen 8 Inl,1 | Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag 9 Inl,1 | volgens de Schriften. Hij is opgestegen ten hemel, zit 10 Inl,1 | Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, die 11 Inl,1 | van het tweede millennium is die zending nog verre van 12 Inl,1 | verkondiging van het Evangelie is voor mij geen reden te roemen, 13 Inl,1 | geen reden te roemen, het is een plicht die op mij rust. 14 Inl,1 | niets van wat waar en heilig is in deze godsdiensten. Zij 15 Inl,2 | taal waarin deze verklaring is opgesteld komt overeen met 16 Inl,2 | overeen met haar doel. Dit is niet: op organische wijze 17 Inl,2 | documenten van het Leergezag is onderwezen met het doel 18 Inl,2 | vatten en uit te spreken is, zelfs niet door de christelijke 19 Inl,2 | dat wat voor de een waar is, het voor een ander niet 20 I,3 | en het Leven" (Joh. 14,6) is, de volheid van de goddelijke 21 I,3 | goddelijke waarheid geopenbaard is: "Niemand kent de Zoon tenzij 22 I,3 | eengeboren Zoon, die God is en aan het hart van de Vader 23 I,3 | over het heil van de mens is ontsloten, licht voor ons 24 I,3 | Volheid van de hele Openbaring is." 9 En het omschrijft nader: " 25 I,3 | Vader (vgl. Joh. 14,9). Hij is het die door zijn hele bestaan 26 I,3 | mensheid gezegd wie Hij is. Deze definitieve zelfopenbaring 27 I,3 | definitieve zelfopenbaring van God is het fundamentele motief 28 I,3 | krachtens haar natuur missionair is. Zij moet het evangelie 29 I,3 | worden. Deze opvatting is in radicale tegenspraak 30 I,3 | en volledig geopenbaard is. De woorden en werken en 31 I,3 | degene die spreekt en handelt is de vleesgeworden Zoon van 32 I,3 | van God aan de mensheid is14, en dat de Heilige Geest, 33 I,4 | antwoord op Gods openbaring is "de 'gehoorzaamheid van 34 I,4 | gegeven wordt".15 Het geloof is een genadegave: "Om geloof 35 I,4 | borg staat17: "Het geloof is een persoonlijke binding 36 I,4 | bovennatuurlijke deugd"19 is, leidt dus tot een dubbele 37 I,4 | die door hem geopenbaard is, krachtens het vertrouwen 38 I,4 | andere religies. Het geloof is de genadevolle aanneming 39 I,4 | overtuiging in de andere religies is daarentegen die gezamenlijkheid 40 I,4 | ervaring die nog op zoek is naar de absolute waarheid 41 I,4(23) | Ad gentes, 9, waar sprake is van het goede, dat "in de 42 II,5 | historische figuur die begrensd is en het goddelijke heeft 43 II,5 | manier die niet exclusief is, maar aanvullend aan andere 44 II,5 | en het Woord van de Vader is. Het Woord, dat "in het 45 II,5 | bij God was"' (Joh. 1,2), is hetzelfde dat "vlees geworden 46 II,5 | hetzelfde dat "vlees geworden is" (Joh. 1,14). Jezus is " 47 II,5 | geworden is" (Joh. 1,14). Jezus is "de Messias, de Zoon van 48 II,5 | van God" (Kol. 2,9). Hij is "de Enige, die God is en 49 II,5 | Hij is "de Enige, die God is en die rust aan het hart 50 II,5 | door Wie alles geschapen is wat in de hemel is en wat 51 II,5 | geschapen is wat in de hemel is en wat op de aarde is, die 52 II,5 | hemel is en wat op de aarde is, die omwille van ons mensen 53 II,5 | en omwille van ons heil is nedergedaald en vlees en 54 II,5 | en vlees en mens geworden is, geleden heeft en is opgestaan 55 II,5 | geworden is, geleden heeft en is opgestaan op de derde dag, 56 II,5 | de derde dag, opgestegen is naar de hemel en komt om 57 II,5 | dezelfde Zoon: dezelfde is volmaakt in godheid en dezelfde 58 II,5 | volmaakt in godheid en dezelfde is volmaakt in mensheid; dezelfde 59 II,5 | volmaakt in mensheid; dezelfde is waarlijk God en waarlijk 60 II,5 | waarlijk mens (...); dezelfde is naar zijn godheid één in 61 II,5 | 15), "de volmaakte mens is, die de godsgelijkheid van 62 II,5 | uitdrukkelijk verklaard: "Het is in strijd met het christelijk 63 II,5 | Jezus Christus (...) Jezus is het mens geworden Woord, 64 II,5 | persoon. (...) Christus is niemand anders dan Jezus 65 II,5 | Jezus van Nazareth en deze is het Woord van God dat mens 66 II,5 | het Woord van God dat mens is geworden voor het heil van 67 II,5 | met het katholieke geloof is ook de scheiding tussen 68 II,5 | heilshandelen van het Woord dat is vlees geworden. Met de menswording 69 II,5 | de menselijke - handelt, is de enige persoon van het 70 II,5 | van het Woord. 32 ~Daarom is de theorie die aan de Logos 71 II,6 | menswording van het Woord is, van de Middelaar van de 72 II,6 | in Wie alles verenigd is (vgl. Ef. 1,10), "die God 73 II,6 | universele Middelaar en Verlosser is. "Gods Woord, waardoor alles 74 II,6 | waardoor alles geschapen is, is zelf vlees geworden 75 II,6 | waardoor alles geschapen is, is zelf vlees geworden om als 76 II,6 | Heer. Ook deze bewering is in tegenspraak met het katholieke 77 II,6 | In het Nieuwe Testament is het mysterie van Jezus, 78 II,6 | Christus voor allen gestorven is en daar er voor alle mensen 79 II,6 | één uiteindelijke roeping is, namelijk een goddelijke, 80 II,6 | wijze die aan God bekend is, aan dit Paasmysterie deel 81 II,6(36) | gemeenschap met Christus is neergelegd, dat wil zeggen 82 II,6 | deel te hebben." 37 ~Het is dus duidelijk dat het heilsmysterie 83 II,6 | geworden Woord verbonden is met het heilsmysterie van 84 II,6 | één goddelijke heilsorde is: "De tegenwoordigheid en 85 II,6 | van de mensen. (...) Het is ook de Geest die de 'zaden 86 II,6 | tegelijkertijd: "Deze Geest is dezelfde als de Geest die 87 II,6 | die in de Kerk werkt. Hij is dus geen alternatief voor 88 II,6 | Christus, het Woord dat vlees is geworden door de werking 89 III,7 | Heer en enige Verlosser is, die door zijn menswording, 90 III,7 | verkondigt Petrus: "In geen ander is het heil te vinden. Want 91 III,7 | heil te vinden. Want er is aan ons mensen geen andere 92 III,7 | Christus "de Heer van allen" is, "de door God aangestelde 93 III,7 | Jezus Christus. Door Hem is alles er, en wij zijn er 94 III,7 | waarheid komen. Want: God is één, één ook Middelaar tussen 95 III,7 | geen andere naam gegeven is waardoor zij moeten worden 96 III,7 | opstanding van de Zoon van God is aangeboden en werkelijkheid 97 III,7 | deelachtig te maken." 43 Er is een verhevigde inspanning 98 III,8 | betekenis en belang heeft. Jezus is namelijk het Woord van God, 99 III,8 | het heil van allen mens is geworden. Het Tweede Vaticaans 100 III,8 | van God, waardoor alles is geschapen, is zelf mens 101 III,8 | waardoor alles is geschapen, is zelf mens geworden, zodat 102 III,8 | zich recapituleren. De Heer is het doel van de mensengeschiedenis, 103 III,8 | van hun verlangens. Hij is het die de Vader uit de 104 III,8 | levenden en doden." 45 "Het is juist deze unieke bijzonderheid 105 III,8 | doel van onze geschiedenis is: 'Ik ben de Alfa en de Omega, 106 III,8(45)| alle dingen; op de aarde is Hij als de Eerstgeborene 107 III,8(45)| het rijk van de dood redt, is Hij als de Eerstgeborene 108 IV | heilsgeheim gevestigd: Hij zelf is in de Kerk en de Kerk is 109 IV | is in de Kerk en de Kerk is in Hem (vgl. Joh. 15,1 vlg; 110 IV | onlosmakelijk met Hem verbonden is. Want Jezus Christus zet 111 IV | 27) 47, die zijn lichaam is (vgl. 1Kor. 12,12-13.27; 112 IV | de katholieke Kerk: "Dit is de enige Kerk van Christus. (...) 113 IV | die aan de katholieke Kerk is toevertrouwd".57 ~ 114 IV,8(56) | betekenis van de Concilietekst is daarom in tegenspraak met 115 IV,9 | Er is dus één enige Kerk van Christus, 116 IV,9 | echte deelkerken. 59 Daarom is de Kerk van Christus ook 117 IV,9 | de Kerk. 62 Het doopsel is immers gericht op de volledige 118 IV,9 | van Christus niets anders is dan een soort optelsom van 119 IV,9 | die aan de katholieke Kerk is toevertrouwd." 66 ~De ontbrekende 120 IV,9 | eenheid onder de christenen is zeker een wonde voor de 121 V | rijk van Christus ~ De Kerk is gezonden "om het Rijk van 122 V | aarde." 68 Aan de ene kant is de Kerk "sacrament, dat 123 V | de hele mensheid"69; ze is daarom teken en werktuig 124 V | vestigen. Aan de andere kant is de Kerk "het door de eenheid 125 V | Geest verenigde volk";70 ze is dus "het in het mysterie 126 V | eschatologische dimensie: het is een in de tijd aanwezige 127 V | Kerk, die zelf mysterie is en niet in haar totaliteit 128 V | persoon Jezus losmaakt, dan is het niet meer het Rijk Gods 129 V | losmaken van de Kerk. Deze is zeker geen doel op zich, 130 V | kiem, teken en werktuig is. Maar terwijl de Kerk onderscheiden 131 V | terwijl de Kerk onderscheiden is van Christus en van het 132 V | Christus en van het Rijk, is zij met beiden onlosmakelijk 133 V,9(73) | november 1999, VII. Het Rijk is zozeer onscheidbaar van 134 V,9(73) | zekere zin met Hem identiek is. Vgl. Origenes, In Mt. Hom., 135 V,10 | beschouwd - niet identiek is met de Kerk in haar zichtbare 136 V,10 | maatschappelijke werkelijkheid. ~Het is namelijk niet juist, wanneer 137 V,10 | mensengeschiedenis aanwezig is en die deze omvormt, erkennen 138 V,10 | vormen. Kortom, het Rijk Gods is de uitdrukking en de totstandkoming 139 V,10 | Rijk van Christus en Kerk is het noodzakelijk eenzijdige 140 V,10 | vermijden, hetgeen het geval is bij die opvattingen "die 141 V,10 | dienst van het Rijk. Het is een 'Kerk voor de anderen', 142 V,10 | de 'mens voor de anderen' is. (...) Deze opvattingen 143 V,10 | Rijk waarover zij spreken is gebaseerd op een 'theo-centrisme', 144 V,10 | dat overigens niet vrij is van dubbelzinnigheid." 76 145 VI | hierboven in herinnering is gebracht, vloeien ook enkele 146 VI | pelgrimerende Kerk noodzakelijk is ter zaligheid. Christus 147 VI | Christus alleen immers is de Middelaar en de weg naar 148 VI | de Kerk, die zijn lichaam is, komt Hij onder ons tegenwoordig. 149 VI | tot het heil".78 ~De Kerk is het "alomvattende sacrament 150 VI | sacrament van het heil".79 Zij is steeds om geheimvolle wijze 151 VI | genade komt van Christus, is een vrucht van zijn offer 152 VI,11 | wegen die Hij kent".83 Het is de taak van de theologie, 153 VI,11 | aangemoedigd worden, want het is zonder twijfel nuttig voor 154 VI,11 | hetgeen tot hiertoe gezegd is over het middelaarschap 155 VI,11 | Verlosser Jezus Christus is - blijkt duidelijk dat het 156 VI,11 | christelijke sacramenten eigen is. 88 Men kan ook niet ontkennen 157 VI,11 | indifferentisme uit, die "doordrongen is van een religieus relativisme, 158 VI,11 | religie even veel waard is als de andere'".91 Het is 159 VI,11 | is als de andere'".91 Het is waar dat de niet-christenen 160 VI,11 | ontvangen, maar evenzeer is zeker dat zij zich objectief 161 VI,11 | verkondigen moet de Christus, die is 'de weg, de waarheid en 162 VI,11 | de waarheid gehoorzaamt, is al op de weg naar het heil; 163 VI,11 | echter, waaraan deze waarheid is toevertrouwd, moet aan het 164 VI,11 | missionair zijn." 96 Daarom is de dialoog die hoort bij 165 VI,11 | gelijkheid, die een voorwaarde is voor de dialoog, heeft betrekking 166 Sl,12 | waarheid, die Jezus Christus is, blijkt nodig als universele 167 Sl,12 | zijn mysterie. Deze eenheid is zo diep, dat de Kerk met


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech