Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zien 1
ziet 3
zij 44
zijn 118
zijnde 1
zijt 1
zin 5
Frequency    [«  »]
167 is
154 die
131 kerk
118 zijn
117 christus
114 god
97 dat
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

zijn
                                                       bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                                grey = Comment text
1 Inl,1 | opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen de opdracht het 2 Inl,1 | geboden heb. Zie, Ik zal met u zijn alle dagen tot aan het einde 3 Inl,1 | levenden en doden, en aan zijn Rijk komt geen einde. Ik 4 Inl,1 | verre van voltooid. 2 Daarom zijn de woorden van de apostel 5 Inl,1 | mannen en vrouwen die gered zijn, delen, weliswaar onderscheiden, 6 Inl,2 | wortels van deze opvattingen zijn te vinden in bepaalde vooronderstellingen 7 Inl,2 | belemmeren. Enkele daarvan zijn: de overtuiging dat de goddelijke 8 Inl,2 | voor een ander niet zou zijn; de radicale tegenstelling 9 Inl,2 | tot de waarheid van het zijn te komen";8 de moeilijkheid 10 Inl,2 | eschatologische gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis 11 I,3 | 9). Hij is het die door zijn hele bestaan en zijn hele 12 I,3 | door zijn hele bestaan en zijn hele verschijning, door 13 I,3 | wonderen, maar vooral door zijn dood en zijn heerlijke opstanding 14 I,3 | vooral door zijn dood en zijn heerlijke opstanding uit 15 I,3 | dit definitieve Woord van zijn openbaring heeft God zich 16 I,3 | Jezus Christus begrensd zou zijn, onvolledig, niet volmaakt 17 I,3 | menselijke werkelijkheden beperkt zijn, als bron de goddelijke 18 I,3 | het vleesgeworden Woord in zijn hele mysterie dat reikt 19 I,4 | hulp van de Heilige Geest zijn die het hart beroert en 20 I,4 | religiositeit vormen, die de mens op zijn zoektocht naar de waarheid 21 I,4 | zoektocht naar de waarheid in zijn betrekking met het goddelijke 22 I,4 | de facto middelen kunnen zijn waarmee talloze mensen in 23 I,4 | waren en vandaag de dag nog zijn hun levensband met God te 24 I,4 | hierboven vermeld - bij zijn beschouwing van de gewoonten, 25 I,4 | zij door de Heilige Geest zijn geïnspireerd. 24 Het Tweede 26 I,4 | inwerking van de Heilige Geest zijn geschreven, (vgl. Joh. 20, 27 I,4 | als zodanig aan de Kerk zijn overgegeven." 25 Deze boeken " 28 I,4 | roepen en hun de volheid van zijn liefde wil meedelen, houdt 29 II,5 | Nazareth zou één van hen zijn. Nog concreter: hij zou 30 II,5 | één van de vele gezichten zijn, die de Logos in de loop 31 II,5 | heilsorde zou universeler zijn dan de tweede, die zich 32 II,5 | rijkere mate aanwezig zou zijn. ~ Deze opvattingen zijn 33 II,5 | zijn. ~ Deze opvattingen zijn in radicale tegenstelling 34 II,5 | Want God wilde met zijn hele volheid in Hem wonen, 35 II,5 | gesticht aan het kruis door zijn Bloed" (Kol. 1,13-14; 19- 36 II,5 | dezelfde is naar zijn godheid één in wezen met 37 II,5 | wezen met de Vader en naar zijn mensheid één in wezen met 38 II,5 | dezelfde werd enerzijds naar zijn godheid vóór de tijden geboren 39 II,5 | de Vader, anderzijds naar zijn mensheid in de laatste dagen 40 II,5 | lam heeft Hij vrijwillig zijn bloed gestort en daarmee 41 II,5 | God steeds in eenheid met zijn menselijke natuur volbracht, 42 II,5 | de Logos als zodanig in zijn Godheid een heilshandelen 43 II,5 | menswording - "boven" of "voorbij" zijn mensheid zou uitoefenen, 44 II,6 | die zich uitstrekt van zijn eeuwige verkiezing in God 45 II,6 | God" (Ef. 1,4). "Door Hem zijn wij ook voorbestemd tot 46 II,6 | stand brengt als Hij het in zijn wil beslist (vgl. Ef. 1, 47 II,6 | bestemd gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, 48 II,6 | te zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat deze de Eerstgeborene 49 II,6 | deze de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Wie 50 II,6 | opstaan, verheven en aan zijn rechterhand geplaatst; Hem 51 II,6 | Geest en het beginsel van zijn uitstorting over de mensheid, 52 II,6 | maar ook in de tijd vóór zijn binnentreden in de geschiedenis ( 53 II,6 | dat Hij in gemeenschap met zijn Geest volbrengt. 36 ~Bovendien 54 II,6 | Jezus Christus met en door zijn Geest zich uit over de zichtbare 55 II,6 | één enkel doel geroepen zijn, of zij nu aan de menswording 56 II,6 | van het Woord voorafgegaan zijn of na zijn komst in de geschiedenis 57 II,6 | voorafgegaan zijn of na zijn komst in de geschiedenis 58 II,6 | uitzaait, welke aanwezig zijn in de riten en culturen, 59 II,6 | tegenwoordig wordt gesteld en in zijn heilsbetekenis wordt uitgebreid 60 III,7 | enige Verlosser is, die door zijn menswording, zijn dood en 61 III,7 | die door zijn menswording, zijn dood en zijn verrijzenis 62 III,7 | menswording, zijn dood en zijn verrijzenis de heilsgeschiedenis, 63 III,7 | Jezus, van de man die vanaf zijn geboorte verlamd was (vgl. 64 III,7 | die in Hem gelooft, door zijn Naam de vergeving van de 65 III,7 | gemeente van Korinthe: "Want al zijn er ook zogenaamde goden, 66 III,7 | en zulke goden en heren zijn er vele - toch hebben wij 67 III,7 | alles voort en voor Hem zijn wij bestemd. En één Heer: 68 III,7 | Hem is alles er, en wij zijn er door Hem" (1Kor. 8,5- 69 III,7 | wereld liefgehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft geschonken, 70 III,7 | leven heeft. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden 71 III,7 | gestorven en verrezen, door zijn Geest de mens licht en kracht 72 III,7 | kracht kan verschaffen om aan zijn hoge roeping te beantwoorden; 73 III,7 | van het mensdom te vinden zijn in haar Heer en Meester." ~ 74 III,7 | verschillende soort en orde zijn niet uitgesloten, maar deze 75 III,8 | het menselijke geslacht en zijn geschiedenis een bijzondere 76 III,8 | opstaan, verhief en aan zijn rechterhand deed plaatsnemen, 77 IV | Want Jezus Christus zet zijn tegenwoordigheid en zijn 78 IV | zijn tegenwoordigheid en zijn heilswerk in de Kerk en 79 IV | vgl. Kol. 1,24-27) 47, die zijn lichaam is (vgl. 1Kor. 12, 80 IV | weliswaar niet identiek zijn, maar ook niet gescheiden 81 IV | De beloften van de Heer, zijn Kerk nooit in de steek te 82 IV | 16,18; 28,20) en haar met zijn Geest te leiden (vgl. Joh. 83 IV | worden. 52 ~De gelovigen zijn ertoe gehouden te belijden 84 IV | Verlosser heeft haar, na zijn verrijzenis, aan Petrus 85 IV | heiliging en waarheid te vinden zijn"55, namelijk in de Kerken 86 IV | gemeenschap met de katholieke Kerk zijn. 56 Met betrekking tot deze 87 IV,8(56) | Kerken gerealiseerd kan zijn. "Het Concilie daarentegen 88 IV,8(56) | elementen van dezelfde Kerk zijn - naar de katholieke Kerk 89 IV,9 | haar verbonden blijven, zijn echte deelkerken. 59 Daarom 90 IV,9 | mysterie niet bewaard hebben61, zijn geen Kerken in de eigenlijke 91 IV,9 | die in deze Gemeenschappen zijn gedoopt, zijn echter door 92 IV,9 | Gemeenschappen zijn gedoopt, zijn echter door het doopsel 93 IV,9 | alleen als een doel zou zijn te beschouwen, dat alle 94 IV,9 | Gemeenschappen".65 Daarom "zijn deze afgescheiden Kerken 95 V | aanwezige werkelijkheid, maar zijn volledige verwerkelijking 96 V | kan worden omvat. Daarom zijn er verschillende theologische 97 V | niet meer de Heer blijkt te zijn aan wie alles onderworpen 98 V,10 | van God - ook als het in zijn historische fase wordt beschouwd - 99 V,10 | bevrijding uit het kwaad in al zijn vormen. Kortom, het Rijk 100 V,10 | goddelijke heilsplan in heel zijn volheid." 75 ~Bij het beschouwen 101 V,10 | dubbelzinnigheid." 76 Zulke opvattingen zijn in tegenspraak met het katholieke 102 VI | voort, die noodzakelijk zijn voor de richting die de 103 VI | heil en in de Kerk, die zijn lichaam is, komt Hij onder 104 VI | zichtbaar leden van de Kerk zijn "hebben toegang tot het 105 VI | Christus, is een vrucht van zijn offer en wordt meegedeeld 106 VI,11 | het katholieke geloof zou zijn, de Kerk te beschouwen als 107 VI,11 | complementair aan de Kerk zouden zijn, ja ten diepste gelijkwaardig 108 VI,11(85)| Dit zijn de zaden van het goddelijk 109 VI,11 | voor zover zij afhankelijk zijn van bijgelovige praktijken 110 VI,11 | heil van alle mensen doen zijn (vgl. Hand. 17,30-31). 90 111 VI,11 | God, moet zij missionair zijn." 96 Daarom is de dialoog 112 VI,11 | andere sacramenten, nodig zijn, om volledig deel te hebben 113 Sl,12 | 28,19-20). Van hun kant zijn alle mensen ertoe gehouden 114 Sl,12 | betrekking heeft op God en op zijn Kerk, te zoeken en haar, 115 Sl,12 | verschillende plaatsen en tradities zijn allen er in Christus toe 116 Sl,12 | manier door de deelname aan zijn mysterie. Deze eenheid is 117 Sl,12 | Paulus kan zeggen: 'Jullie zijn dus geen vreemden meer, 118 Sl,12 | met zekere kennis en met zijn apostolisch gezag bevestigd


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech