Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
christendom 2
christenen 4
christengelovigen 2
christus 117
communionis 2
complementair 1
complementaire 1
Frequency    [«  »]
154 die
131 kerk
118 zijn
117 christus
114 god
97 dat
96 aan
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

christus
                                                   bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                            grey = Comment text
1 Inl,1 | uit het gebod van Jezus Christus en in de loop der eeuwen 2 Inl,1 | geloof in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, 3 Inl,1 | het Evangelie van Jezus Christus verkondigd en er getuigenis 4 Inl,1 | de verkondiging van Jezus Christus, "de weg, de waarheid en 5 Inl,1 | van de verlossing in Jezus Christus door de Heilige Geest".5 6 Inl,2 | universaliteit van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen 7 Inl,2 | de openbaring van Jezus Christus, de aard van het christelijke 8 Inl,2 | universaliteit van Jezus Christus, de universele bemiddeling 9 Inl,2 | rijk van God, het rijk van Christus en de Kerk, de subsistentie 10 Inl,2 | subsistentie van de ene Kerk van Christus in de katholieke Kerk. 11 Inl,2 | en het mysterie van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter 12 I | de openbaring van Jezus Christus ~ 13 I,3 | de openbaring van Jezus Christus worden bekrachtigd. Men 14 I,3 | in het mysterie van Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van 15 I,3 | ontsloten, licht voor ons op in Christus, die tegelijkertijd de Middelaar 16 I,3 | omschrijft nader: "Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, 17 I,3 | verschijning van onze Heer Jezus Christus in heerlijkheid" (vgl. 1Tim. 18 I,3 | de openbaring van Jezus Christus "brengt dus in onze geschiedenis 19 I,3 | de openbaring van Jezus Christus begrensd zou zijn, onvolledig, 20 I,3 | en zelfs niet door Jezus Christus, bevat en verkondigd kan 21 I,3 | volgens welke in Jezus Christus het heilsmysterie van God 22 I,3 | Heilige Geest, de Geest van Christus, de apostelen en door hen 23 I,4 | aannemen van de waarheid van Christus' openbaring, waarvoor God, 24 I,4 | God echter alle volken in Christus tot Zich wil roepen en hun 25 I,4 | zo van het mysterie van Christus die elementen van het goede 26 II,5 | op aarde wilde Hij naar Christus voeren, die vrede heeft 27 II,5 | geloof gedefinieerd in "Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene 28 II,5 | Chalcedon "onze Heer Jezus Christus als een en dezelfde Zoon: 29 II,5 | Concilie onderstreept dat Christus, "de nieuwe Adam", "het 30 II,5 | tussen het Woord en Jezus Christus (...) Jezus is het mens 31 II,5 | ondeelbare persoon. (...) Christus is niemand anders dan Jezus 32 II,5 | niet losmaken van Jezus Christus, die in het centrum van 33 II,6 | 1,30). Het mysterie van Christus heeft een inwendige eenheid, 34 II,6 | het Leergezag dat Jezus Christus de universele Middelaar 35 II,6 | het verlossende offer van Christus, de eeuwige Hogepriester ( 36 II,6 | Concilie het mysterie van Christus en het mysterie van de Geest 37 II,6 | Kerk door het Hoofd Jezus Christus in de loop der eeuwen wordt 38 II,6 | het heilswerk van Jezus Christus met en door zijn Geest zich 39 II,6 | het Paasmysterie, waarin Christus nu reeds met de gelovige 40 II,6 | werkt. Aangezien immers Christus voor allen gestorven is 41 II,6(36) | Kerk "de gemeenschap met Christus is neergelegd, dat wil zeggen 42 II,6 | Geest werkt de verrezen Christus in de harten van de mensen. (...) 43 II,6 | voorbereidt op hun rijping in Christus." 38 Het Leergezag erkent 44 II,6 | dus geen alternatief voor Christus en vult niet een soort leegte 45 II,6 | die er zou bestaan tussen Christus en de Logos, zoals soms 46 II,6 | evangelie en verwijst naar Christus, het Woord dat vlees is 47 II,6 | of naast het werken van Christus. Er bestaat slechts de ene 48 II,6 | mensen kunnen dus alleen door Christus in gemeenschap met God treden 49 III | heilsmysterie van Jezus Christus ~ 50 III,7 | heilsmysterie van Jezus Christus geloochend. Deze opvatting 51 III,7 | geloofd worden dat Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer 52 III,7 | apostel getuigt dat Jezus Christus "de Heer van allen" is, " 53 III,7 | bestemd. En één Heer: Jezus Christus. Door Hem is alles er, en 54 III,7 | enige Middelaarschap van Christus: "Hij (God) wil dat alle 55 III,7 | God en de mensen: de mens Christus Jezus, die zich als losgeld 56 III,7 | vanwege de Vader door Jezus Christus in de Geest aangeboden heilsgave. 57 III,7 | gepresenteerd: "De Kerk gelooft dat Christus, voor allen gestorven en 58 III,7 | enig Middelaarschap van Christus verhindert de menigvuldige 59 III,7(42)| die schrijft dat buiten Christus, "de universele weg tot 60 III,7 | enige Middelaarschap van Christus: "Gedeeltelijke bemiddelingen 61 III,7 | uitsluitend aan de bemiddeling van Christus en kunnen niet gezien worden 62 III,7 | enige Middelaarschap van Christus aannemen. ~ 63 III,8 | heilsgebeuren van Jezus Christus tegenover de andere religies 64 III,8 | moet men zeggen dat Jezus Christus voor het menselijke geslacht 65 III,8 | unieke bijzonderheid van Christus, die Hem een absolute en 66 III,8(45)| uniciteit en universaliteit van Christus in de menselijke geschiedenis 67 IV | van het heilsmysterie van Christus ook tot de Kerk, die onlosmakelijk 68 IV | verbonden is. Want Jezus Christus zet zijn tegenwoordigheid 69 IV | kunnen worden, zo mogen Christus en de Kerk niet met elkaar 70 IV | vormen samen de enige "gehele Christus".49 Deze onscheidbaarheid 71 IV | van de Kerk als Bruid van Christus tot uitdrukking (vgl. 2Kor. 72 IV | heilsbemiddeling van Jezus Christus de uniekheid van de door 73 IV | Zoals er slechts één enige Christus bestaat, zo bestaat er slechts 74 IV | Lichaam, één enige Bruid van Christus: "de ene en enige katholieke 75 IV | bestaat tussen de door Christus gestichte en de katholieke 76 IV | Dit is de enige Kerk van Christus. (...) Onze Verlosser heeft 77 IV | ene kant, dat de Kerk van Christus ondanks de verdeeldheden 78 IV,8(56) | afleiden, dat de enige Kerk van Christus ook in andere christelijke 79 IV,9 | is dus één enige Kerk van Christus, die in de katholieke Kerk 80 IV,9 | Daarom is de Kerk van Christus ook in deze Kerken aanwezig 81 IV,9 | echter door het doopsel bij Christus ingelijfd en staan dus in 82 IV,9 | ontplooiing van het leven in Christus door de volledige geloofsbelijdenis, 83 IV,9 | voorstellen dat de Kerk van Christus niets anders is dan een 84 IV,9 | te nemen dat de Kerk van Christus momenteel nergens meer waarlijk 85 IV,9 | heilsmysterie. De Geest van Christus weigert immers niet ze te 86 V | rijk van God en rijk van Christus ~ De Kerk is gezonden "om 87 V | gezonden "om het Rijk van Christus en van God aan te kondigen 88 V | reeds aanwezige Rijk van Christus"71 en vormt daarom de kiem 89 V | hemelen, Rijk Gods en Rijk van Christus volkomen eenduidige betekenisinhouden 90 V | innige verbondenheid tussen Christus, het Rijk en de Kerk loochenen 91 V | openbaring kennen noch van Christus, noch van de Kerk losgemaakt 92 V | vervalst de identiteit van Christus, die niet meer de Heer blijkt 93 V | Kerk onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij 94 V,9(73) | zozeer onscheidbaar van Christus, dat het in zekere zin met 95 V,10 | wanneer men het werk van Christus en van de Geest "binnen 96 V,10 | tussen Rijk van God, Rijk van Christus en Kerk is het noodzakelijk 97 V,10 | anderen', naar men zegt, zoals Christus de 'mens voor de anderen' 98 V,10 | plaats zwijgen zij over Christus. Het Rijk waarover zij spreken 99 V,10 | omdat, zoals zij zeggen, Christus niet begrepen kan worden 100 V,10 | loochenen die bestaat tussen Christus, de Kerk en het Rijk van 101 VI | noodzakelijk is ter zaligheid. Christus alleen immers is de Middelaar 102 VI | mogelijkheid van het heil in Christus voor alle mensen en de noodzaak 103 VI | wijze met de Verlosser Jezus Christus, haar Hoofd, verbonden en 104 VI | toegang tot het heil in Christus krachtens een genade die, 105 VI | situatie. Deze genade komt van Christus, is een vrucht van zijn 106 VI,11 | van God, die altijd door Christus in de Heilige Geest geschonken 107 VI,11 | middelaarschap van Jezus Christus en over de "bijzondere en 108 VI,11 | universele Verlosser Jezus Christus is - blijkt duidelijk dat 109 VI,11 | Met de komst van Jezus Christus, de Verlosser, heeft God 110 VI,11 | een bijzondere genade van Christus te danken hebben. Indien 111 VI,11 | onophoudelijk verkondigen moet de Christus, die is 'de weg, de waarheid 112 VI,11 | leer en nog minder op Jezus Christus, de mens geworden Zoon van 113 VI,11 | het zich bekeren tot Jezus Christus, en het behoren tot de Kerk 114 VI,11 | bekering tot de Heer Jezus Christus te verkondigen, worden door 115 Sl,12 | De openbaring van Jezus Christus zal in de geschiedenis " 116 Sl,12 | De waarheid, die Jezus Christus is, blijkt nodig als universele 117 Sl,12 | tradities zijn allen er in Christus toe geroepen, aan de eenheid


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech