Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
gezien 3
gezonden 4
gij 1
god 114
goddelijk 4
goddelijke 19
goden 3
Frequency    [«  »]
131 kerk
118 zijn
117 christus
114 god
97 dat
96 aan
95 met
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

god
                                                    bold = Main text
    Chapter,  Paragraph                             grey = Comment text
1 Inl,1 | verkondiging van het mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige 2 Inl,1 | geloofsbelijdenis: "Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper 3 Inl,1 | Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren 4 Inl,1 | tijden geboren uit de Vader. God uit God, Licht uit Licht, 5 Inl,1 | geboren uit de Vader. God uit God, Licht uit Licht, ware God 6 Inl,1 | God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God. Geboren, 7 Inl,1 | Licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, 8 Inl,2 | onderscheid - tussen het rijk van God, het rijk van Christus en 9 Inl,2 | loutere verschijning van God in de geschiedenis; het 10 I,3 | de vleesgeworden Zoon van God, die "de Weg, de Waarheid 11 I,3 | Mt. 11,27)."Niemand heeft God gezien. De eengeboren Zoon, 12 I,3 | De eengeboren Zoon, die God is en aan het hart van de 13 I,3 | werkelijk de hele volheid van God. Door Hem zijt ook gij daarvan 14 I,3 | Trouw aan het woord van God leert het Tweede Vaticaans 15 I,3 | door deze openbaring over God en over het heil van de 16 I,3 | verkondigt de woorden van God' (Joh. 3,34) en voltooit 17 I,3 | van zijn openbaring heeft God zich op de meest volledige 18 I,3 | definitieve zelfopenbaring van God is het fundamentele motief 19 I,3 | volheid van de waarheid die God ons over zichzelf heeft 20 I,3 | bewering dat de waarheid van God in haar universaliteit en 21 I,3 | Christus het heilsmysterie van God geheel en volledig geopenbaard 22 I,3 | vleesgeworden Woord, "waarlijk God en waarlijk mens"13, en 23 I,3 | blijft. De waarheid over God wordt door het feit dat 24 I,3 | de vleesgeworden Zoon van God. Op grond hiervan verlangt 25 I,3 | hele heilsopenbaring van God aan de mensheid is14, en 26 I,4 | mens zich geheel vrij aan God toevertrouwt waarbij hij ' 27 I,4 | van verstand en wil aan God die openbaart' aanbiedt, 28 I,4 | hebben, moet de genade van God het eerste komen en hulp 29 I,4 | hart beroert en het tot God bekeert, die de ogen van 30 I,4 | Christus' openbaring, waarvoor God, de Waarheid zelf, borg 31 I,4 | binding van de mens aan God en tegelijkertijd, daarvan 32 I,4 | instemming met de hele door God geopenbaarde waarheid." 18 33 I,4 | geloof, dat "een geschenk van God" en "een door Hem ingestorte 34 I,4 | dubbele instemming: met God, die openbaart, en met de 35 I,4 | niemand anders geloven dan aan God, de Vader, de Zoon en de 36 I,4 | door de ene en drievuldige God geopenbaarde waarheid, wordt 37 I,4 | met de zich openbarende God ontbreekt. Daarin schuilt 38 I,4 | zijn hun levensband met God te voeden en te onderhouden. 39 I,4 | 2Petr. 1,19-21; 3,15-16), God als auteur hebben en als 40 I,4 | dwaling de waarheid, die God omwille van ons heil in 41 I,4 | wilde hebben".26 ~Omdat God echter alle volken in Christus 42 II,5 | het laatste mysterie van God zou zich op vele manieren 43 II,5 | zou beperken, zij het dat God daarin in rijkere mate aanwezig 44 II,5 | Woord, dat "in het begin bij God was"' (Joh. 1,2), is hetzelfde 45 II,5 | de Zoon van de levende God" (Mt. 16,16); "in Hem alleen 46 II,5 | werkelijk de hele volheid van God" (Kol. 2,9). Hij is "de 47 II,5 | Hij is "de Enige, die God is en die rust aan het hart 48 II,5 | de verlossing. (...) Want God wilde met zijn hele volheid 49 II,5 | Jezus Christus, de Zoon van God, als eniggeborene uit de 50 II,5 | substantie van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, 51 II,5 | substantie van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, ware God 52 II,5 | God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God, geboren, 53 II,5 | Licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen, 54 II,5 | mensheid; dezelfde is waarlijk God en waarlijk mens (...); 55 II,5 | Maria de Maagd en Moeder van God." 29 ~Het Tweede Vaticaans 56 II,5 | beeld van de onzichtbare God" (Kol. 1,15), "de volmaakte 57 II,5 | leven verdiend: in Hem heeft God ons met zichzelf en met 58 II,5 | kan zeggen: de Zoon van God 'heeft mij liefgehad en 59 II,5 | en deze is het Woord van God dat mens is geworden voor 60 II,5 | geestelijke rijkdommen die God aan ieder volk heeft uitgedeeld, 61 II,5 | heilsdaden van het Woord van God steeds in eenheid met zijn 62 II,5(33) | menselijke werken zonder God gedaan werden." Vgl. ook 63 II,6 | door de ene en drievuldige God gewilde heilsorde bestaat, 64 II,6 | is (vgl. Ef. 1,10), "die God voor ons tot wijsheid heeft 65 II,6 | zijn eeuwige verkiezing in God tot aan de wederkomst: " 66 II,6 | en vlekkeloos leven voor God" (Ef. 1,4). "Door Hem zijn 67 II,6 | schenkt, op een wijze die aan God bekend is, aan dit Paasmysterie 68 II,6 | van alle mensen, die door God tot één enkel doel geroepen 69 II,6 | van de ene en drievuldige God, die in het mysterie van 70 II,6 | verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid wordt en 71 II,6 | Christus in gemeenschap met God treden onder de werking 72 III,7 | Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer en enige Verlosser 73 III,7 | van allen" is, "de door God aangestelde Rechter over 74 III,7 | toch hebben wij maar één God, de Vader. Uit hem komt 75 III,7 | bevestigt: "Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat 76 III,7 | eeuwige leven heeft. Want God heeft zijn Zoon niet in 77 III,7 | universele heilswil van God nauw verbonden met het enige 78 III,7 | Middelaarschap van Christus: "Hij (God) wil dat alle mensen gered 79 III,7 | de waarheid komen. Want: God is één, één ook Middelaar 80 III,7 | één ook Middelaar tussen God en de mensen: de mens Christus 81 III,7 | van de ene en drievuldige God eens en voor altijd in het 82 III,7 | opstanding van de Zoon van God is aangeboden en werkelijkheid 83 III,7 | betekenis in het heilsplan van God, en te onderzoeken, of en 84 III,7 | die een heilshandelen van God buiten het enige Middelaarschap 85 III,8 | gekruisigde en opgestane Zoon van God - door de zending die Hij 86 III,8 | is namelijk het Woord van God, dat voor het heil van allen 87 III,8 | het leert: "Het Woord van God, waardoor alles is geschapen, 88 III,8(45)| heilige, de Dienaar van God, aan God welgevallig, volmaakt 89 III,8(45)| de Dienaar van God, aan God welgevallig, volmaakt in 90 V | V   Kerk, rijk van God en rijk van Christus ~ De 91 V | Rijk van Christus en van God aan te kondigen en in alle 92 V | innigste vereniging met God alsook voor de eenheid van 93 V | gericht staat op het Rijk van God, waarvan zij kiem, teken 94 V,9(72) | Vgl. ibid., 9. Een aan God gericht gebed in de Didaché 95 V,10 | vergeten dat het Rijk van God - ook als het in zijn historische 96 V,10 | relatie tussen Rijk van God, Rijk van Christus en Kerk 97 V,10 | de Kerk en het Rijk van God. ~ 98 VI | de algemene heilswil van God gezet worden (vgl. 1Tim. 99 VI | heeft daarom in het plan van God een onontkoombare relatie 100 VI | die "volgens het plan van God de Vader, haar oorsprong 101 VI,11 | heilbrengende genade van God, die altijd door Christus 102 VI,11 | Concilie enkel vast dat God haar schenkt "langs wegen 103 VI,11 | godsdienstigheid, die van God komen85 en deel uitmaken 104 VI,11 | voor de werkzaamheid van God. 87 Men kan hun echter niet 105 VI,11 | Christus, de Verlosser, heeft God de Kerk, die door Hem was 106 VI,11 | godsdienstig leven vinden en in wie God alles met zich heeft verzoend." 94 107 VI,11 | betekenis en belang".95 "God wil immers, 'dat alle mensen 108 VI,11 | waarheid komen' (1Tim. 2,4). God wil dat allen door de kennis 109 VI,11 | alomvattende heilsplan van God, moet zij missionair zijn." 96 110 VI,11 | de mens geworden Zoon van God, in vergelijking met de 111 VI,11 | hebben aan de gemeenschap met God de Vader, de Zoon en de 112 VI,11 | universele heilswil van God niet afgezwakt, maar eerder 113 Sl,12 | deze betrekking heeft op God en op zijn Kerk, te zoeken 114 Sl,12 | heiligen en huisgenoten van God' (Ef. 2,19)". 102 ~Paus


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech