Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dagen 3
dan 9
danken 1
dat 97
de 951
debat 1
decreet 18
Frequency    [«  »]
118 zijn
117 christus
114 god
97 dat
96 aan
95 met
92 te
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

dat
                                                      bold = Main text
   Chapter,  Paragraph                                grey = Comment text
1 Inl,1 | gebeurtenis voor heel de mensheid. Dat is de fundamentele inhoud 2 Inl,1 | veeleer, in de richting van dat "mysterie van de eenheid" 3 Inl,1 | eenheid" waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen die 4 Inl,1 | tussen de godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending 5 Inl,2 | daarvan zijn: de overtuiging dat de goddelijke waarheid niet 6 Inl,2 | waarheid, volgens welke dat wat voor de een waar is, 7 Inl,2 | begrijpen en te aanvaarden dat er in de geschiedenis definitieve 8 I,3 | voor alles vast geloven dat in het mysterie van Jezus 9 I,3 | voltooit het heilswerk, dat de Vader Hem heeft opgedragen ( 10 I,3 | Redemptoris Missio onderstreept dat de Kerk de opdracht heeft, 11 I,3 | Kerk staat dus de mening dat de openbaring van Jezus 12 I,3 | mening ligt in de bewering dat de waarheid van God in haar 13 I,3 | God wordt door het feit dat ze wordt uitgesproken in 14 I,3 | het geloof de belijdenis dat het vleesgeworden Woord 15 I,3 | Woord in zijn hele mysterie dat reikt van de menswording 16 I,3 | aan de mensheid is14, en dat de Heilige Geest, de Geest 17 I,4 | waarheid." 18 Het geloof, dat "een geschenk van God" en " 18 I,4 | krachtens het vertrouwen dat de openbarende Persoon geschonken 19 I,4 | Zeker, erkend moet worden dat er bepaalde elementen in 20 I,4 | van de andere godsdiensten dat zij, "ofschoon in veel opzichten 21 I,4(23) | sprake is van het goede, dat "in de verschillende riten 22 I,4(23) | onder de niet-christenen, dat kan worden beschouwd als 23 II,5 | christenen zou beperken, zij het dat God daarin in rijkere mate 24 II,5 | moet namelijk vast geloven dat Jezus van Nazareth, de zoon 25 II,5 | de Vader is. Het Woord, dat "in het begin bij God was"' ( 26 II,5 | Joh. 1,2), is hetzelfde dat "vlees geworden is" (Joh. 27 II,5 | de Vader voortgebracht, dat wil zeggen uit de substantie 28 II,5 | Vaticaans Concilie onderstreept dat Christus, "de nieuwe Adam", " 29 II,5 | deze is het Woord van God dat mens is geworden voor het 30 II,5 | heilshandelen van het Woord dat is vlees geworden. Met de 31 II,5 | aangenomen. Het enige subject dat in beide naturen - de goddelijke 32 II,5 | heilshandelen toeschrijft dat Hij - ook na de menswording - " 33 II,5(33) | grote eenheid verweven, dat noch de goddelijke werken 34 II,6 | ook vast geloofd worden dat er slechts één enige, door 35 II,6 | bevestigt het Leergezag dat Jezus Christus de universele 36 II,6 | met het katholieke geloof, dat veeleer de menswording van 37 II,6 | uitstorting over de mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse 38 II,6 | wordt gezien als een werk dat Hij in gemeenschap met zijn 39 II,6 | moeten wij eraan vasthouden dat de Heilige Geest aan allen 40 II,6(36) | heilige Irenaeus schrijft, dat in de Kerk "de gemeenschap 41 II,6(36) | Christus is neergelegd, dat wil zeggen de Heilige Geest" ( 42 II,6 | Het is dus duidelijk dat het heilsmysterie van het 43 II,6 | in herinnering geroepen dat er slechts één goddelijke 44 II,6 | naar Christus, het Woord dat vlees is geworden door de 45 III,7 | moet vast geloofd worden dat Jezus Christus, de Zoon 46 III,7 | 14). "Ziet het Lam Gods, dat de zonden van de wereld 47 III,7 | Dezelfde apostel getuigt dat Jezus Christus "de Heer 48 III,7 | God de wereld liefgehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft 49 III,7 | Christus: "Hij (God) wil dat alle mensen gered worden 50 III,7 | voleinding van het heil, dat uitgaat boven de wet. Ze 51 III,7 | gepresenteerd: "De Kerk gelooft dat Christus, voor allen gestorven 52 III,7 | roeping te beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan de 53 III,7 | gered. Tevens gelooft zij dat de sleutel, het centrum 54 III,7 | katholieke geloof vast geloven dat de universele wil tot heil 55 III,7(42)| Augustinus, die schrijft dat buiten Christus, "de universele 56 III,7 | middelaarschap betekent, dat echter altijd genormeerd 57 III,8 | daardoor de indruk zou ontstaan dat de betekenis en de waarde 58 III,8 | zin kan en moet men zeggen dat Jezus Christus voor het 59 III,8 | namelijk het Woord van God, dat voor het heil van allen 60 IV | het katholieke geloof in dat de uniekheid van de Kerk 61 IV | ertoe gehouden te belijden dat er een historische, in de 62 IV | brengen: aan de ene kant, dat de Kerk van Christus ondanks 63 IV | en aan de andere kant, "dat er ook buiten haar schoot 64 IV | moet men eraan vasthouden dat "zij hun werkzaamheid juist 65 IV,8(56) | in" de mening afleiden, dat de enige Kerk van Christus 66 IV,8(56) | om duidelijk te maken, dat er slechts één enige "subsistentie" 67 IV,9 | primaat niet aanvaarden, dat de bisschop van Rome volgens 68 IV,9 | christengelovigen zich niet voorstellen dat de Kerk van Christus niets 69 IV,9 | geenszins vrij aan te nemen dat de Kerk van Christus momenteel 70 IV,9 | zou zijn te beschouwen, dat alle Kerken en Gemeenschappen 71 IV,9 | Kerk; maar niet in die zin, dat haar eenheid niet zou bestaan, 72 V | kant is de Kerk "sacrament, dat wil zeggen teken en werktuig 73 V | niet meer het Rijk Gods dat Hij geopenbaard heeft, en 74 V | ofwel de zin van het Rijk, dat gevaar loopt veranderd te 75 V,9(72) | geheiligde, in Uw Rijk, dat U voor haar hebt bereid." ~ 76 V,9(73) | onscheidbaar van Christus, dat het in zekere zin met Hem 77 V,10 | echter niet zeggen: vergeten dat het Rijk van God - ook als 78 V,10 | daarom in het oog houden, dat "het Rijk allen aangaat: 79 V,10 | mysterie van de schepping, dat weerspiegeld wordt in de 80 V,10 | slechts als een teken zien, dat overigens niet vrij is van 81 VI | moet vast geloofd worden, dat de "pelgrimerende Kerk noodzakelijk 82 VI,11 | Vaticaans Concilie enkel vast dat God haar schenkt "langs 83 VI,11 | Rijk Gods onder de mensen - dat in wezen het Rijk van de 84 VI,11 | Christus is - blijkt duidelijk dat het in tegenspraak met het 85 VI,11 | bieden en ertoe opvoeden, dat de harten van de mensen 86 VI,11 | Men kan ook niet ontkennen dat andere riten, voor zover 87 VI,11 | neemt niets weg van het feit dat de Kerk de godsdiensten 88 VI,11 | een religieus relativisme, dat leidt tot de mening dat ' 89 VI,11 | dat leidt tot de mening dat 'de ene religie even veel 90 VI,11 | andere'".91 Het is waar dat de niet-christenen de goddelijke 91 VI,11 | maar evenzeer is zeker dat zij zich objectief in een 92 VI,11 | daarenboven te bedenken dat zij hun verheven levensstaat 93 VI,11 | worden." 93 Men begrijpt dus, dat de Kerk trouw aan de opdracht 94 VI,11 | belang".95 "God wil immers, 'dat alle mensen gered worden 95 VI,11 | komen' (1Tim. 2,4). God wil dat allen door de kennis van 96 VI,11 | en hun duidelijk te maken dat het zich bekeren tot Jezus 97 Sl,12 | Deze eenheid is zo diep, dat de Kerk met de heilige Paulus


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech