| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] 928vlg 1 929 1 a 1 aan 96 aanbeden 1 aanbieden 1 aanbiedt 1 | Frequency [« »] 117 christus 114 god 97 dat 96 aan 95 met 92 te 86 een | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances aan |
bold = Main text Chapter, Paragraph grey = Comment text
1 Inl,1 | Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen de opdracht 2 Inl,1 | Evangelie te verkondigen aan de hele wereld en alle volken 3 Inl,1 | verkondig het Evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft 4 Inl,1 | met u zijn alle dagen tot aan het einde van de wereld" ( 5 Inl,1 | opgestegen ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader. 6 Inl,1 | oordelen levenden en doden, en aan zijn Rijk komt geen einde. 7 Inl,1 | getuigenis van afgelegd. Maar aan het einde van het tweede 8 Inl,1 | geven voor en ondersteuning aan de zending van de Kerk tot 9 Inl,1 | godsdiensten getuigen en die zij aan de mensheid aanbieden, verklaart 10 Inl,1 | verrijking, in gehoorzaamheid aan de waarheid en met achting 11 Inl,2 | behandelen of oplossingen aan te dragen voor vragen die 12 Inl,2 | te keren om het avontuur aan te gaan, tot de waarheid 13 I,3 | tenzij de Zoon en degene aan wie de Zoon het wil openbaren" ( 14 I,3 | eengeboren Zoon, die God is en aan het hart van de Vader rust, 15 I,3 | vervuld" (Kol. 2,9-10). ~Trouw aan het woord van God leert 16 I,3 | wijze doen kennen; hij heeft aan de mensheid gezegd wie Hij 17 I,3 | niet volmaakt en aanvullend aan die in andere godsdiensten. 18 I,3 | heilsopenbaring van God aan de mensheid is14, en dat 19 I,4 | de mens zich geheel vrij aan God toevertrouwt waarbij 20 I,4 | onderwerping van verstand en wil aan God die openbaart' aanbiedt, 21 I,4 | persoonlijke binding van de mens aan God en tegelijkertijd, daarvan 22 I,4 | wordt. Daarom moeten wij "aan niemand anders geloven dan 23 I,4 | niemand anders geloven dan aan God, de Vader, de Zoon en 24 I,4 | beslistheid vastgehouden worden aan het onderscheid tussen het 25 I,4 | geïnspireerde geschriften voor aan de canonieke boeken van 26 I,4 | auteur hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgegeven." 25 27 II,5 | exclusief is, maar aanvullend aan andere openbaringen heilsfiguren. 28 II,5 | vele historische figuren aan de mensheid tonen, Jezus 29 II,5 | zou hebben aangenomen om aan de mensheid het heil te 30 II,5 | die God is en die rust aan het hart van de Vader" ( 31 II,5 | die vrede heeft gesticht aan het kruis door zijn Bloed" ( 32 II,5 | Concilie van Nicea trouw aan de heilige Schrift plechtig 33 II,5 | met elkaar verzoend en ons aan de dienstbaarheid aan duivel 34 II,5 | ons aan de dienstbaarheid aan duivel en zonde ontrukt, 35 II,5 | geestelijke rijkdommen die God aan ieder volk heeft uitgedeeld, 36 II,5 | Daarom is de theorie die aan de Logos als zodanig in 37 II,5(32) | Lectis dilectionis tuae aan Flavianus: DS 294. ~ 38 II,5(33) | Brief Promisisse me memini aan keizer Leo I: DS 318: "De 39 II,6 | eeuwige verkiezing in God tot aan de wederkomst: "In Hem heeft 40 II,6 | bestemd gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, 41 II,6 | Rom. 8,29-30). ~Trouw aan de goddelijke openbaring 42 II,6 | doen opstaan, verheven en aan zijn rechterhand geplaatst; 43 II,6 | Sommigen nemen ook de hypothese aan van een heilsorde van de 44 II,6 | vasthouden dat de Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt, 45 II,6 | schenkt, op een wijze die aan God bekend is, aan dit Paasmysterie 46 II,6 | wijze die aan God bekend is, aan dit Paasmysterie deel te 47 II,6 | geroepen zijn, of zij nu aan de menswording van het Woord 48 III,7 | heil te vinden. Want er is aan ons mensen geen andere naam 49 III,7 | 42.43). ~Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe: " 50 III,7 | middel van een veelheid aan heil brengende goden naar 51 III,7 | kracht kan verschaffen om aan zijn hoge roeping te beantwoorden; 52 III,7 | en dat in het ondermaanse aan de mensen geen andere naam 53 III,7 | maar wekt deze op door ze aan de enige bron deelachtig 54 III,7 | betekenis en waarde uitsluitend aan de bemiddeling van Christus 55 III,8 | woorden alleen de trouw aan het openbaringsgoed uit, 56 III,8 | gemeenschap van de gelovigen aan Jezus een heilsbetekenis 57 III,8 | Heilige Geest het doel heeft, aan de hele mensheid en aan 58 III,8 | aan de hele mensheid en aan iedere mens de openbaring ( 59 III,8 | deed opstaan, verhief en aan zijn rechterhand deed plaatsnemen, 60 III,8(45)| heilige, de Dienaar van God, aan God welgevallig, volmaakt 61 IV | haar, na zijn verrijzenis, aan Petrus als herder toevertrouwd ( 62 IV | toevertrouwd (vgl. Joh. 21,17). Aan hem en aan de andere apostelen 63 IV | Joh. 21,17). Aan hem en aan de andere apostelen heeft 64 IV | overeenstemming brengen: aan de ene kant, dat de Kerk 65 IV | voortgaat te bestaan, en aan de andere kant, "dat er 66 IV | werkzaamheid juist ontlenen aan de volheid van genade en 67 IV | van genade en waarheid die aan de katholieke Kerk is toevertrouwd".57 ~ 68 IV,9 | staat hun geenszins vrij aan te nemen dat de Kerk van 69 IV,9 | hun kracht juist ontlenen aan de volheid van genade en 70 IV,9 | genade en waarheid, die aan de katholieke Kerk is toevertrouwd." 66 ~ 71 V | van Christus en van God aan te kondigen en in alle volken 72 V | van dit Rijk op aarde." 68 Aan de ene kant is de Kerk " 73 V | verkondigen en te vestigen. Aan de andere kant is de Kerk " 74 V | meer de Heer blijkt te zijn aan wie alles onderworpen moet 75 V,9(72) | Vgl. ibid., 9. Een aan God gericht gebed in de 76 V,10 | tonen van een Kerk die niet aan zichzelf denkt, maar geheel 77 V,10 | reden geven zij de voorkeur aan het mysterie van de schepping, 78 VI,10(82)| Brief van het H. Officie aan de aartsbisschop van Boston: 79 VI,11 | religies, die complementair aan de Kerk zouden zijn, ja 80 VI,11 | ten diepste gelijkwaardig aan haar, in zoverre ze met 81 VI,11 | operato toeschrijven, die aan de christelijke sacramenten 82 VI,11 | verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten maar 83 VI,11 | hun eigen verdiensten maar aan een bijzondere genade van 84 VI,11 | danken hebben. Indien zij aan die genade niet beantwoorden 85 VI,11 | begrijpt dus, dat de Kerk trouw aan de opdracht van de Heer ( 86 VI,11 | ligt in de waarheid. Wie aan de impuls van de Geest van 87 VI,11 | waarheid is toevertrouwd, moet aan het verlangen van de mens 88 VI,11 | mens tegemoet komen en haar aan hem brengen. Omdat de Kerk 89 VI,11 | voorrang ertoe inspannen, aan alle mensen de waarheid, 90 VI,11 | volledig deel te hebben aan de gemeenschap met God de 91 Sl,12 | van de apostel volgen, die aan de gelovigen in Korinthe 92 Sl,12 | ontvangen deze godsdienst aan alle mensen te verkondigen, 93 Sl,12 | zodra zij haar kennen, aan te nemen en te bewaren." 99 ~ 94 Sl,12 | in Christus toe geroepen, aan de eenheid van de familie 95 Sl,12 | manier door de deelname aan zijn mysterie. Deze eenheid 96 Sl,12 | in de audiëntie, die hij aan de ondergetekende kardinaal-prefect