Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
echte 1
echter 9
eclecticisme 1
een 86
één 24
eenduidige 1
eengeboren 1
Frequency    [«  »]
96 aan
95 met
92 te
86 een
83 door
82 vgl
77 voor
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText - Concordances

een
                                                 bold = Main text
   Chapter,  Paragraph                           grey = Comment text
1 Inl,1 | reden te roemen, het is een plicht die op mij rust. 2 Inl,1 | Tweede Vaticaans Concilie met een open en positieve benadering 3 Inl,1 | leerstellingen, niettemin een straal weerspiegelen van 4 Inl,1 | interreligieuze dialoog. Een dergelijk gesprek vervangt 5 Inl,1 | evangelisering6, vereist een houding van begrip en een 6 Inl,1 | een houding van begrip en een relatie van onderlinge kennis 7 Inl,2 | gedragswijzen te stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen 8 Inl,2 | volgens welke dat wat voor de een waar is, het voor een ander 9 Inl,2 | de een waar is, het voor een ander niet zou zijn; de 10 Inl,2 | wordt teruggebracht tot een loutere verschijning van 11 Inl,2 | verliezen of er minstens een schaduw van twijfel en onzekerheid 12 I,3 | afsluit en bevestigt met een goddelijk zijnde getuigenis. (...) 13 I,3 | dus in onze geschiedenis een universele en laatste waarheid 14 I,4 | wordt".15 Het geloof is een genadegave: "Om geloof te 15 I,4 | staat17: "Het geloof is een persoonlijke binding van 16 I,4 | waarheid." 18 Het geloof, dat "een geschenk van God" en "een 17 I,4 | een geschenk van God" en "een door Hem ingestorte bovennatuurlijke 18 I,4 | deugd"19 is, leidt dus tot een dubbele instemming: met 19 I,4 | andere religies, dus met een religieuze ervaring die 20 I,4 | niettemin dikwijls een straal van die waarheid 21 II,5 | Nazareth vaak benaderd als een bijzondere historische figuur 22 II,5 | goddelijke heeft geopenbaard op een manier die niet exclusief 23 II,5 | onderscheid gemaakt tussen een heilsorde van het eeuwige 24 II,5 | met haar zou gelden, en een heilsorde van het vleesgeworden 25 II,5 | Heer Jezus Christus als een en dezelfde Zoon: dezelfde 26 II,5 | heeft hersteld. (...) Als een onschuldig lam heeft Hij 27 II,5 | met het christelijk geloof een scheiding in te voeren tussen 28 II,5 | het mens geworden Woord, een enkele en ondeelbare persoon. (...) 29 II,5 | zodanig in zijn Godheid een heilshandelen toeschrijft 30 II,5(33)| ontvangenis van de Maagd zelf in een zo grote eenheid verweven, 31 II,6 | mysterie van Christus heeft een inwendige eenheid, die zich 32 II,6 | ook de hypothese aan van een heilsorde van de Heilige 33 II,6 | van de Heilige Geest, die een meer universeel karakter 34 II,6 | tot ons heil beschouwt als een trinitaire gebeurtenis. 35 II,6 | eeuwen wordt gezien als een werk dat Hij in gemeenschap 36 II,6 | nu reeds met de gelovige een levende gemeenschap vormt 37 II,6 | in wier hart de genade op een onzichtbare wijze werkt. 38 II,6 | uiteindelijke roeping is, namelijk een goddelijke, moeten wij eraan 39 II,6 | mogelijkheid schenkt, op een wijze die aan God bekend 40 II,6 | voor Christus en vult niet een soort leegte op die er zou 41 II,6 | de godsdiensten, vervult een rol van voorbereiding op 42 III,7 | Volgens een telkens weer opduikende 43 III,7 | tegemoet, die door middel van een veelheid aan heil brengende 44 III,7 | leiding van het Leergezag een breed werkveld. Het Tweede 45 III,7 | deelachtig te maken." 43 Er is een verhevigde inspanning nodig 46 III,7 | staan echter voorstellen tot een oplossing, die een heilshandelen 47 III,7 | voorstellen tot een oplossing, die een heilshandelen van God buiten 48 III,8 | van de gelovigen aan Jezus een heilsbetekenis toegekend, 49 III,8 | geslacht en zijn geschiedenis een bijzondere en enige, slechts 50 III,8 | bijzonderheid van Christus, die Hem een absolute en universele betekenis 51 IV | Verlosser, heeft niet louter een gemeenschap van gelovigen 52 IV | hoofd en de ledematen van een levend lichaam weliswaar 53 IV | gehouden te belijden dat er een historische, in de apostolische 54 IV | ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, bevindt zich ( 55 IV,8(56)| Charisma en macht. Proeve van een militante ecclesiologie' 56 IV,9 | ingelijfd en staan dus in een zekere, zij het niet volkomen, 57 IV,9 | Christus niets anders is dan een soort optelsom van Kerken 58 IV,9 | bestaat, maar alleen als een doel zou zijn te beschouwen, 59 IV,9 | onder de christenen is zeker een wonde voor de Kerk; maar 60 V | ervan. Het Rijk Gods heeft een eschatologische dimensie: 61 V | eschatologische dimensie: het is een in de tijd aanwezige werkelijkheid, 62 V | niet in haar totaliteit in een menselijk begrip kan worden 63 V | loopt veranderd te worden in een zuiver menselijk of ideologisch 64 V,9(72)| Vgl. ibid., 9. Een aan God gericht gebed in 65 V,10 | noemen en het beeld tonen van een Kerk die niet aan zichzelf 66 V,10 | dienst van het Rijk. Het is een 'Kerk voor de anderen', 67 V,10 | spreken is gebaseerd op een 'theo-centrisme', omdat, 68 V,10 | het deze, in reactie tegen een verondersteld 'kerk-centrisme' 69 V,10 | de Kerk zelf slechts als een teken zien, dat overigens 70 VI | daarom in het plan van God een onontkoombare relatie met 71 VI | heil in Christus krachtens een genade die, hoewel zij een 72 VI | een genade die, hoewel zij een geheimvolle band heeft met 73 VI | binnenleidt, maar hen verlicht op een wijze die past bij hun inwendige 74 VI | genade komt van Christus, is een vrucht van zijn offer en 75 VI,11 | zonder twijfel nuttig voor een groeiend begrip van Gods 76 VI,11 | de Kerk te beschouwen als een weg tot heil naast die in 77 VI,11 | Men kan hun echter niet een goddelijke oorsprong of 78 VI,11 | goddelijke oorsprong of een heilswerkzaamheid ex opere 79 VI,11 | 1Kor. 10,20-21), eerder een belemmering voor het heil 80 VI,11 | die "doordrongen is van een religieus relativisme, dat 81 VI,11 | dat zij zich objectief in een staat van ernstig tekort 82 VI,11 | eigen verdiensten maar aan een bijzondere genade van Christus 83 VI,11 | vgl. Mt. 28,19-20) en als een taak die voortvloeit uit 84 VI,11 | evangelisering, slechts een van de activiteiten van 85 VI,11 | gentes. 97 De gelijkheid, die een voorwaarde is voor de dialoog, 86 Sl,12 | voltrekt de vereniging op een unieke, verheven manier


IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech