| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library | ||
| Alphabetical [« »] nergens 1 nicea 3 niemand 9 niet 66 niet-christelijke 1 niet-christenen 3 niets 3 | Frequency [« »] 82 vgl 77 voor 74 heeft 66 niet 64 concilie 64 jezus 62 tot | Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances niet |
Chapter, Paragraph
1 Inl,1| dopen, zal gered worden, wie niet gelooft, zal veroordeeld 2 Inl,1| uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen 3 Inl,1| mij als ik het Evangelie niet verkondig!" (Kor. 9,16). 4 Inl,1| dergelijk gesprek vervangt zeker niet de missio ad gentes, maar 5 Inl,2| overeen met haar doel. Dit is niet: op organische wijze de 6 Inl,2| het religieuze pluralisme niet slechts de facto, maar ook 7 Inl,2| dat de goddelijke waarheid niet te vatten en uit te spreken 8 Inl,2| uit te spreken is, zelfs niet door de christelijke openbaring; 9 Inl,2| waar is, het voor een ander niet zou zijn; de radicale tegenstelling 10 I,3 | begrensd zou zijn, onvolledig, niet volmaakt en aanvullend aan 11 I,3 | historische religie, dus ook niet door het christendom en 12 I,3 | het christendom en zelfs niet door Jezus Christus, bevat 13 I,3 | uitgesproken in menselijke taal niet afgeschaft of begrensd. 14 I,4 | tegelijkertijd, daarvan niet te scheiden, vrije instemming 15 I,4 | in de huidige discussie niet altijd voor ogen gehouden. 16 I,4 | wil meedelen, houdt Hij niet op zich op veelvoudige wijze 17 I,4 | wijze aanwezig te stellen, "niet alleen voor de afzonderlijke 18 II,5 | geopenbaard op een manier die niet exclusief is, maar aanvullend 19 II,5 | uit de ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen 20 II,5 | uitgedeeld, mogen wij ze niet losmaken van Jezus Christus, 21 II,6 | over de mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse 22 II,6 | het Concilie: "Dit geldt niet alleen voor de christengelovigen, 23 II,6 | activiteit van de Geest raken niet alleen de individuen, maar 24 II,6 | alternatief voor Christus en vult niet een soort leegte op die 25 II,6 | van de Geest gebeurt dus niet buiten of naast het werken 26 III,7| ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het 27 III,7| Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om 28 III,7| medewerking van de schepselen niet, maar wekt deze op door 29 III,7| verschillende soort en orde zijn niet uitgesloten, maar deze ontlenen 30 III,7| bemiddeling van Christus en kunnen niet gezien worden als parallelle 31 III,8| Niet zelden doet men het voorstel 32 IV | de enige Verlosser, heeft niet louter een gemeenschap van 33 IV | levend lichaam weliswaar niet identiek zijn, maar ook 34 IV | identiek zijn, maar ook niet gescheiden kunnen worden, 35 IV | mogen Christus en de Kerk niet met elkaar verwisseld worden, 36 IV | verwisseld worden, maar ook niet van elkaar gescheiden. Ze 37 IV | kerkelijke Gemeenschappen, die niet in volledige gemeenschap 38 IV,9 | De Kerken, die weliswaar niet in volledige gemeenschap 39 IV,9 | en werkzaam, ofschoon zij niet de volledige gemeenschap 40 IV,9 | katholieke leer over het primaat niet aanvaarden, dat de bisschop 41 IV,9 | eucharistische mysterie niet bewaard hebben61, zijn geen 42 IV,9 | dus in een zekere, zij het niet volkomen, gemeenschap met 43 IV,9 | de christengelovigen zich niet voorstellen dat de Kerk 44 IV,9 | Christus weigert immers niet ze te gebruiken als heilsmiddelen, 45 IV,9 | wonde voor de Kerk; maar niet in die zin, dat haar eenheid 46 IV,9 | die zin, dat haar eenheid niet zou bestaan, maar, "voor 47 V | betekenisinhouden afleiden, ook niet van hun relatie tot de Kerk, 48 V | die zelf mysterie is en niet in haar totaliteit in een 49 V | Jezus losmaakt, dan is het niet meer het Rijk Gods dat Hij 50 V | identiteit van Christus, die niet meer de Heer blijkt te zijn 51 V,10| onderstrepen, wil echter niet zeggen: vergeten dat het 52 V,10| historische fase wordt beschouwd - niet identiek is met de Kerk 53 V,10| werkelijkheid. ~Het is namelijk niet juist, wanneer men het werk 54 V,10| beeld tonen van een Kerk die niet aan zichzelf denkt, maar 55 V,10| zoals zij zeggen, Christus niet begrepen kan worden door 56 V,10| begrepen kan worden door wie niet het christelijk geloof bezit, 57 V,10| teken zien, dat overigens niet vrij is van dubbelzinnigheid." 76 58 VI | binnengaan." 77 Deze leer mag niet tegenover de algemene heilswil 59 VI | iedere mens. 80 Degenen die niet formeel en zichtbaar leden 60 VI | band heeft met de Kerk, hen niet formeel in de Kerk binnenleidt, 61 VI,11| God. 87 Men kan hun echter niet een goddelijke oorsprong 62 VI,11| eigen is. 88 Men kan ook niet ontkennen dat andere riten, 63 VI,11| hun verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten 64 VI,11| Indien zij aan die genade niet beantwoorden met gedachte, 65 VI,11| waardigheid van de partners, maar niet op de inhoud van de leer 66 VI,11| universele heilswil van God niet afgezwakt, maar eerder versterkt. ~