| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText - Concordances (Hapax - words occurring once) |
bold = Main text
Chapter, Paragraph grey = Comment text
501 Inl,2 | in de andere religies, de inspiratie van de boeken van de heilige
502 I,4 | openbaart' aanbiedt, en vrij instemt met de openbaring die door
503 IV | alsmede alles, wat tot haar integriteit behoort, nooit vernietigd
504 IV,8(56) | daarom in tegenspraak met de interpretatie van degenen die uit de term "
505 II,5 | onjuiste en versmallende interpretaties af te wijzen heeft het Eerste
506 I,4 | canoniek, omdat ze, onder de inwerking van de Heilige Geest zijn
507 I,4 | gaan; het bevordert het inzicht in dit mysterie op aangepaste
508 I,4 | gezamenlijkheid van ervaringen en inzichten, die de menselijke schatten
509 IV,8(49) | Gregorius de Grote, Moralia in Iob, Praefatio 6,14: PL 75,
510 III,7 | heilsgave. Ze wendden zich tot Israël en wezen op de voleinding
511 Inl,2 | slechts de facto, maar ook de iure (of in principe) willen
512 II,6(38) | 1-2; 10, 1-3; 13, 3-6: E.J. Goodspeed (Uitg.), 84,
513 VI,11 | aan de Kerk zouden zijn, ja ten diepste gelijkwaardig
514 II,6 | Leergezag van de Kerk in de jongste tijd vast en helder de waarheid
515 Sl,12 | Gedaanteverandering van de Heer. ~Joseph Kardinaal Ratzinger~Prefect ~
516 Sl,12 | heilige Paulus kan zeggen: 'Jullie zijn dus geen vreemden meer,
517 Sl,12 | kardinaal-prefect op 16 juni 2000 heeft verleend, deze
518 II,6(38) | van het Woord" vgl. ook H. Justinus, Tweede Apologie 8, 1-2;
519 Sl,12 | Gedaanteverandering van de Heer. ~Joseph Kardinaal Ratzinger~Prefect ~Tarcisio
520 Sl,12 | hij aan de ondergetekende kardinaal-prefect op 16 juni 2000 heeft verleend,
521 II,5(33) | Promisisse me memini aan keizer Leo I: DS 318: "De godheid
522 Inl,2 | verliezen "de blik naar boven te keren om het avontuur aan te gaan,
523 V,10 | tegen een verondersteld 'kerk-centrisme' uit het verleden en omdat
524 IV,8(56) | structuur enkel 'elementen van kerkzijn' bestaan, die - aangezien
525 Inl,1 | doden en het leven van het komend rijk."1 ~ In de loop van
526 V | Christus en van God aan te kondigen en in alle volken te vestigen.
527 Inl,1 | Evangelie niet verkondig!" (Kor. 9,16). Vandaar de bijzondere
528 V,10 | kwaad in al zijn vormen. Kortom, het Rijk Gods is de uitdrukking
529 II,5 | vrede heeft gesticht aan het kruis door zijn Bloed" (Kol. 1,
530 V,10 | voor de bevrijding uit het kwaad in al zijn vormen. Kortom,
531 VI,11 | vast dat God haar schenkt "langs wegen die Hij kent".83 Het
532 IV | Kerk nooit in de steek te laten (vgl. Mt. 16,18; 28,20)
533 VI,10(82) | vert.) (Vierde Concilie van Lateranen, Hfdstk 1. Het katholieke
534 Inl,1 | wereld" (Mt. 28,18-20; vgl. Lc. 24,46-48; Joh. 17,18; 20,
535 II,5(32) | H. Leo de Grote, Brief Lectis dilectionis tuae aan Flavianus:
536 IV | Zoals het hoofd en de ledematen van een levend lichaam weliswaar
537 VI | niet formeel en zichtbaar leden van de Kerk zijn "hebben
538 II,6 | Christus en vult niet een soort leegte op die er zou bestaan tussen
539 IV,8(53) | Augustinus, Contra advers. legis et prophet. , 1, 20, 39:
540 Sl,12 | de geschiedenis "de ware leid-ster"100 voor de hele mensheid
541 IV,8(56) | militante ecclesiologie' van P. Leonardo Boff OFM : AAS 77 [1985]
542 IV | en de ledematen van een levend lichaam weliswaar niet identiek
543 Inl,1 | heeft hoge achting voor de levens- en gedragswijze, de voorschriften
544 I,4 | vandaag de dag nog zijn hun levensband met God te voeden en te
545 VI,11 | bedenken dat zij hun verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten
546 Inl,2 | tendens de heilige Schrift te lezen en te verklaren zonder rekening
547 Inl,2 | zich te bekommeren om hun logica en systematische samenhang
548 Inl,2 | tegenstelling die tussen de logische denkwijze in het Avondland
549 V | van het Rijk, dat gevaar loopt veranderd te worden in een
550 III,7 | Christus Jezus, die zich als losgeld heeft prijsgegeven voor
551 V | Christus, noch van de Kerk losgemaakt worden. ( ... ) Als men
552 V | Rijk van de persoon Jezus losmaakt, dan is het niet meer het
553 IV | enige Verlosser, heeft niet louter een gemeenschap van gelovigen
554 Inl,2 | wordt teruggebracht tot een loutere verschijning van God in
555 V,9(72) | Didaché 9,4 (SC 248, 176) luidt: "Uw Kerk worde van de uiteinden
556 V,10 | Kerk in haar zichtbare en maatschappelijke werkelijkheid. ~Het is namelijk
557 III,7 | de Naam van Jezus, van de man die vanaf zijn geboorte
558 II,5 | van God zou zich op vele manieren en in vele historische figuren
559 Inl,1 | waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen die gered zijn,
560 V,9(73) | Tertullianus, Adversus Marcionem, IV, 33, 8: CCL 1, 634. ~
561 II,5 | dat God daarin in rijkere mate aanwezig zou zijn. ~ Deze
562 II,5(33) | Grote, Brief Promisisse me memini aan keizer Leo I:
563 Sl,12 | zonder burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten
564 I,4 | volheid van zijn liefde wil meedelen, houdt Hij niet op zich
565 VI | van zijn offer en wordt meegedeeld door de Heilige Geest".81
566 IV | er ook buiten haar schoot meerdere bestanddelen van heiliging
567 I,3 | openbaring heeft God zich op de meest volledige wijze doen kennen;
568 III,7 | vinden zijn in haar Heer en Meester." ~ Men moet daarom als
569 II,5(33) | Grote, Brief Promisisse me memini aan keizer Leo I: DS 318: "
570 III,7 | van Christus verhindert de menigvuldige medewerking van de schepselen
571 III,7 | de geschiedenis van het mensdom te vinden zijn in haar Heer
572 Sl,12 | brengt de eenheid van de mensenfamilie tot stand: "Van verschillende
573 II,6 | Geest van de Vader, die de Mensenzoon onbeperkt schenkt (vgl.
574 II,6 | en dat niet alleen in de Messiaanse tijd (vgl. Hand. 2,32-36;
575 II,5 | Joh. 1,14). Jezus is "de Messias, de Zoon van de levende
576 Inl,2 | Logos in de tijd van haar metafysische dimensie, die wordt teruggebracht
577 I,4 | teksten voorkomen die de facto middelen kunnen zijn waarmee talloze
578 III,7 | Hem haar volheid en haar middelpunt vindt, tot voltooiing heeft
579 Sl,12 | maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen
580 IV,8(56) | en macht. Proeve van een militante ecclesiologie' van P. Leonardo
581 Inl,1 | het einde van het tweede millennium is die zending nog verre
582 VI,11 | inhoud van de leer en nog minder op Jezus Christus, de mens
583 Inl,2 | heilswaarheid verliezen of er minstens een schaduw van twijfel
584 II,5 | door de eerste zonde was misvormd, heeft hersteld. (...) Als
585 V | geopenbaard heeft, en men misvormt tenslotte ofwel de zin van
586 Inl,2 | het zijn te komen";8 de moeilijkheid te begrijpen en te aanvaarden
587 V | toelaatbaar. Geen van deze mogelijke verklaringen mag echter
588 IV,9 | dat de Kerk van Christus momenteel nergens meer waarlijk bestaat,
589 IV,8(49) | 1266; H.Gregorius de Grote, Moralia in Iob, Praefatio 6,14:
590 I,3 | God is het fundamentele motief waarom de Kerk krachtens
591 VI,11(92) | Vgl. Pius XII, Encycliek Mystici corporis: DS 3821. ~
592 I,4(27) | 302vlg. ; vgl. ook ibid., 56: n.304vlg.; Paulus VI, Apostolische
593 I,3 | is." 9 En het omschrijft nader: "Jezus Christus, het vleesgeworden
594 II,5 | enige subject dat in beide naturen - de goddelijke en de menselijke -
595 IV,9 | Kerk staan, maar door zeer nauwe banden, zoals de apostolische
596 Inl,2 | gedragswijzen te stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen
597 II,5 | doden te oordelen".28 In navolging van hetgeen de vaders hadden
598 II,5 | omwille van ons heil is nedergedaald en vlees en mens geworden
599 VI,11 | Deze geloofswaarheid neemt niets weg van het feit dat
600 Inl,1 | van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen
601 II,6(36) | gemeenschap met Christus is neergelegd, dat wil zeggen de Heilige
602 V,10 | naast positieve vaak ook negatieve aspecten. Op de eerste plaats
603 IV,8(56) | naar de katholieke Kerk neigen en toeleiden" (Congregatie
604 I,4 | van de oorzaken voor de neiging de verschillen tussen het
605 IV,9 | Kerk van Christus momenteel nergens meer waarlijk bestaat, maar
606 Inl,1 | betrekking van de Kerk met niet-christelijke religies: "De katholieke
607 V,10 | Rijk, zich 'rijk-centrisch' noemen en het beeld tonen van een
608 VI | Christus voor alle mensen en de noodzaak van de Kerk met betrekking
609 III,8(45) | Gaudium et spes, 45. De noodzakelijke en absolute uniciteit en
610 Inl,2 | uitgaat die in verschillende nuanceringen nu eens als beweringen,
611 VI,10(82) | uitspraak "Extra Ecclesiam nullus omnino salvatur" ("Buiten
612 VI,11 | want het is zonder twijfel nuttig voor een groeiend begrip
613 V,9(72) | 180) heet het: "Gedenk, o Heer, Uw Kerk (...) en breng
614 V | menselijk of ideologisch object, of men vervalst de identiteit
615 VI,10(82) | ook de Brief van het H. Officie aan de aartsbisschop van
616 IV,8(56) | ecclesiologie' van P. Leonardo Boff OFM : AAS 77 [1985] 758vlg.). ~
617 V | verwerkelijking zal pas met het einde oftewel de vervulling van de geschiedenis
618 V | en men misvormt tenslotte ofwel de zin van het Rijk, dat
619 III,8 | is: 'Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste,
620 Sl,12 | haalt de scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging
621 VI,10(82) | Extra Ecclesiam nullus omnino salvatur" ("Buiten de Kerk
622 I,3 | Openbaring is." 9 En het omschrijft nader: "Jezus Christus,
623 V | menselijk begrip kan worden omvat. Daarom zijn er verschillende
624 II,6 | allen te redden en het al te omvatten. ( ... ) Hem heeft de Vader
625 V,10 | aanwezig is en die deze omvormt, erkennen en bevorderen.
626 II,6 | Vader, die de Mensenzoon onbeperkt schenkt (vgl. Joh. 3,34). ~
627 IV | dat de Kerk van Christus ondanks de verdeeldheden die onder
628 II,5 | geworden Woord, een enkele en ondeelbare persoon. (...) Christus
629 Sl,12 | audiëntie, die hij aan de ondergetekende kardinaal-prefect op 16
630 Inl,1 | begrip en een relatie van onderlinge kennis en wederzijdse verrijking,
631 III,7 | beantwoorden; en dat in het ondermaanse aan de mensen geen andere
632 Inl,1 | de voorschriften en het onderricht die, ofschoon in vele opzichten
633 V,10 | tenslotte de Kerk uit of onderschat het deze, in reactie tegen
634 Inl,2 | stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen vereisen. De thans voorliggende
635 Inl,1 | redenen te geven voor en ondersteuning aan de zending van de Kerk
636 V,10 | betrekking tussen Kerk en Rijk onderstrepen, wil echter niet zeggen:
637 I,4 | waarbij hij 'de volledige onderwerping van verstand en wil aan
638 Inl,2 | documenten van het Leergezag is onderwezen met het doel die waarheden
639 Inl,1 | hemel en op aarde. Gaat dan, onderwijst alle volken en doopt hen
640 I,4 | overgegeven." 25 Deze boeken "onderwijzen zeker, trouw en zonder dwaling
641 V | blijkt te zijn aan wie alles onderworpen moet worden (vgl. 1Kor.
642 III,7 | heilsplan van God, en te onderzoeken, of en hoe ook vormen en
643 II,5 | openbaringen heilsfiguren. Het oneindige, het absolute, het laatste
644 V,10 | De onlosmakelijke betrekking tussen Kerk en
645 VI | in het plan van God een onontkoombare relatie met het heil van
646 VI,11 | voor allen "verkondigt, en onophoudelijk verkondigen moet de Christus,
647 V,9(73) | VII. Het Rijk is zozeer onscheidbaar van Christus, dat het in
648 II,5 | hersteld. (...) Als een onschuldig lam heeft Hij vrijwillig
649 I,4 | de zich openbarende God ontbreekt. Daarin schuilt één van
650 IV,9 | is toevertrouwd." 66 ~De ontbrekende eenheid onder de christenen
651 III,7(42) | menselijke geslacht nooit ontbroken heeft (...) heeft niemand
652 II,5 | alle soorten gaven gaan ontdekken en waarderen, vooral de
653 VI,11 | is. 88 Men kan ook niet ontkennen dat andere riten, voor zover
654 IV,9 | gericht op de volledige ontplooiing van het leven in Christus
655 II,5 | dienstbaarheid aan duivel en zonde ontrukt, zodat ieder van ons met
656 I,3 | het heil van de mens is ontsloten, licht voor ons op in Christus,
657 III,8 | omdat daardoor de indruk zou ontstaan dat de betekenis en de waarde
658 II,5(33) | mensheid (werden) reeds bij de ontvangenis van de Maagd zelf in een
659 III,7 | vergeving van de zonden ontvangt" (Hand. 10,36.42.43). ~Paulus
660 I,3 | op zich transcendent en onuitputtelijk blijft. De waarheid over
661 II,5 | mensheid zou uitoefenen, onverenigbaar met de leer van de Kerk. 33 ~
662 I,4 | al bevatten zij 'hiaten, onvolkomenheden en dwalingen'".27 De heilige
663 I,3 | Christus begrensd zou zijn, onvolledig, niet volmaakt en aanvullend
664 Inl,2 | een schaduw van twijfel en onzekerheid overheen werpen. ~
665 Inl,1 | van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. Ik geloof in één Heer,
666 IV,9 | geldige bisschopsambt en de oorspronkelijke en volledige werkelijkheid
667 I,3 | godsdiensten. De diepste oorzaak van deze mening ligt in
668 I,4 | Daarin schuilt één van de oorzaken voor de neiging de verschillen
669 Inl,2 | symbolische denkwijze in het Oosten bestaat; het subjectivisme
670 II,6 | Heel het werk van de opbouw van de Kerk door het Hoofd
671 V,10 | en bevorderen. Het Rijk opbouwen wil zeggen: werken voor
672 III,7 | Volgens een telkens weer opduikende theorie wordt ook de uniekheid
673 I,3 | aan wie de Zoon het wil openbaren" (Mt. 11,27)."Niemand heeft
674 II,5 | maar aanvullend aan andere openbaringen heilsfiguren. Het oneindige,
675 III,8 | alleen de trouw aan het openbaringsgoed uit, omdat zij voortkomen
676 I,4 | die de ogen van de geest opent en 'het voor iedereen gemakkelijk
677 VI,11 | heilswerkzaamheid ex opere operato toeschrijven, die aan de
678 VI,11 | een heilswerkzaamheid ex opere operato toeschrijven, die
679 I,4 | andere godsdiensten doet ook opgeld. Zeker, erkend moet worden
680 IV | Haar heeft Hij voor eeuwig opgericht als pijler en grondslag
681 Sl,12 | theologisch onderzoek ertoe opgeroepen het geloof van de Kerk opnieuw
682 II,5 | is, geleden heeft en is opgestaan op de derde dag, opgestegen
683 Inl,2 | waarin deze verklaring is opgesteld komt overeen met haar doel.
684 I,4 | heil in heilige Schriften opgetekend wilde hebben".26 ~Omdat
685 III,7 | echter voorstellen tot een oplossing, die een heilshandelen van
686 VI,11 | van de wereld beziet met oprechte eerbied, maar sluit tegelijkertijd
687 Inl,1 | Heer Jezus gaf, voordat Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn
688 IV,9 | anders is dan een soort optelsom van Kerken en kerkelijke
689 Inl,2 | dan weer als hypothesen optreden, worden theologische voorstellen
690 VI,11 | gelegenheden bieden en ertoe opvoeden, dat de harten van de mensen
691 V,9(70) | Cyprianus, De dominica oratione, 23: CCL 3A, 105. ~
692 III,7 | van verschillende soort en orde zijn niet uitgesloten, maar
693 Inl,2 | haar doel. Dit is niet: op organische wijze de problematiek van
694 V,9(73) | met Hem identiek is. Vgl. Origenes, In Mt. Hom., 14,7: PG 13,
695 VI,11(97) | Ecclesia in Asia, 31: L'Osservatore Romano, 7 november 1999,
696 III,8 | tegenover de andere religies op overdreven wijze benadrukt zou worden.
697 Inl,2 | verklaring is opgesteld komt overeen met haar doel. Dit is niet:
698 Inl,2 | ontwikkelen van oplossingen die overeenstemmen met het geloofsgoed en die
699 IV | leerstellingen met elkaar in overeenstemming brengen: aan de ene kant,
700 I,4 | zodanig aan de Kerk zijn overgegeven." 25 Deze boeken "onderwijzen
701 Inl,2 | van twijfel en onzekerheid overheen werpen. ~
702 V,10 | als een teken zien, dat overigens niet vrij is van dubbelzinnigheid." 76
703 Inl,2 | rekening te houden met de overlevering en het kerkelijke Leergezag. ~
704 I,4(24) | heilige Boeken en van de overleveringen: DS 1501; Eerste Vaticaans
705 Inl,2 | theologisch onderzoek ideeën overnemen die uit verschillende wijsgerige
706 Sl,12 | opnieuw te beklemtonen en overtuigend en indringend rekenschap
707 Sl,12 | Het christelijke mysterie overwint iedere afgrenzing van tijd
708 IV,8(56) | militante ecclesiologie' van P. Leonardo Boff OFM : AAS
709 III,7 | kunnen niet gezien worden als parallelle en complementaire bemiddelingen." 44
710 III,7 | te doorgronden, wat dit participerende middelaarschap betekent,
711 VI,11 | persoonlijke waardigheid van de partners, maar niet op de inhoud
712 V | volledige verwerkelijking zal pas met het einde oftewel de
713 VI | verlicht op een wijze die past bij hun inwendige en uitwendige
714 IV,9(60) | Dogmatische Constitutie Pastor aeternus: DS 3053-3064;
715 Sl,12 | van God' (Ef. 2,19)". 102 ~Paus Johannes Paulus II heeft
716 VI | geloofd worden, dat de "pelgrimerende Kerk noodzakelijk is ter
717 Inl,2 | van de heilige Schrift, de personele eenheid tussen het eeuwige
718 V,9(73) | Origenes, In Mt. Hom., 14,7: PG 13, 1197; Tertullianus,
719 IV | voor eeuwig opgericht als pijler en grondslag van de waarheid (
720 Inl,1 | heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen
721 VI,11(92) | Vgl. Pius XII, Encycliek Mystici corporis:
722 IV,8(49) | in Iob, Praefatio 6,14: PL 75, 525; H. Thomas van Aquino,
723 Sl,12 | stand: "Van verschillende plaatsen en tradities zijn allen
724 III,8 | aan zijn rechterhand deed plaatsnemen, Hem aanstellend tot Rechter
725 II,5 | trouw aan de heilige Schrift plechtig het geloof gedefinieerd
726 Sl,12 | deze verklaring, die in de plenaire vergadering van de Congregatie
727 Inl,1 | Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven.
728 VI | waarin de mensen door de poort van het doopsel binnengaan." 77
729 Inl,2 | onjuiste of tweeduidige posities afwijzen. Om die reden grijpt
730 IV,8(49) | de Grote, Moralia in Iob, Praefatio 6,14: PL 75, 525; H. Thomas
731 Inl,2 | De praktijk en de theoretische verdieping
732 VI,11 | afhankelijk zijn van bijgelovige praktijken of andere dwalingen (vgl.
733 Sl,12 | Joseph Kardinaal Ratzinger~Prefect ~Tarcisio Bertone, S.D.B.~
734 Inl,2 | van deze thematiek opnieuw presenteren, en tegelijkertijd enkele
735 III,7 | die zich als losgeld heeft prijsgegeven voor allen" (1Tim. 2,4-6). ~
736 Inl,2 | maar ook de iure (of in principe) willen rechtvaardigen.
737 Inl,2 | nieuwe vragen op waarop men probeert in te gaan door nieuwe wegen
738 Inl,2 | op organische wijze de problematiek van de uniciteit en de heilbrengende
739 Sl,12 | Met het oog op enkele problematische of ook onjuiste theorieën
740 Inl,2 | tegelijkertijd enkele wezenlijke problemen aanstippen die open blijven
741 IV,8(56) | Kerk: Charisma en macht. Proeve van een militante ecclesiologie'
742 Inl,1 | gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige,
743 II,5(33) | H. Leo de Grote, Brief Promisisse me memini aan keizer Leo
744 IV,8(53) | Contra advers. legis et prophet. , 1, 20, 39: CCL 49, 70. ~
745 IV,8(49) | Augustinus, Enarratio in psalmos, Ps. 90, Sermo 2,1: CCL 39,
746 IV,8(49) | Augustinus, Enarratio in psalmos, Ps. 90, Sermo 2,1: CCL
747 Sl,12 | bevestigd en bekrachtigd, en tot publicatie ervan besloten. ~Rome, bij
748 I,3 | thans geen verdere nieuwe publieke openbaring voor de verschijning
749 III,8 | mensengeschiedenis, het punt waarnaar alle verlangens
750 VI | gebracht, vloeien ook enkele punten voort, die noodzakelijk
751 IV,8(49) | Summa Theologiae, III, q. 48, a. 2 ad 1. ~
752 VI,11 | maar sluit tegelijkertijd radicaal de mentaliteit van indifferentisme
753 II,6 | activiteit van de Geest raken niet alleen de individuen,
754 Sl,12 | Heer. ~Joseph Kardinaal Ratzinger~Prefect ~Tarcisio Bertone,
755 V,10 | onderschat het deze, in reactie tegen een verondersteld '
756 III,8 | redden en alles in zich recapituleren. De Heer is het doel van
757 II,6 | gerechtvaardigd, en wie Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt" (
758 III,8(45) | Eerstgeborene van de Maagd de rechtvaardige en heilige, de Dienaar van
759 III,7 | wegneemt" (Joh. 1,29). Ter rechtvaardiging van de genezing, in de Naam
760 III,7 | de Zoon gezonden als de Redder van de wereld" (1Joh. 4,
761 Inl,1 | aandacht van het Leergezag om redenen te geven voor en ondersteuning
762 III,8(45) | uit het rijk van de dood redt, is Hij als de Eerstgeborene
763 VI | richting die de theologische reflectie moet inslaan, om de betrekkingen
764 I,3 | in zijn hele mysterie dat reikt van de menswording tot de
765 Inl,2 | lezen en te verklaren zonder rekening te houden met de overlevering
766 Sl,12 | overtuigend en indringend rekenschap af te leggen van haar hoop. ~
767 VI,11 | doordrongen is van een religieus relativisme, dat leidt tot de mening
768 VI,11 | doordrongen is van een religieus relativisme, dat leidt tot
769 I,4 | schatten van de wijsheid en de religiositeit vormen, die de mens op zijn
770 I,3 | Als remedie tegen deze relativistische
771 VI,11 | door de liefde en door het respect voor de vrijheid98 moet
772 II,6 | Hij ook geroepen. Wie Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd,
773 V,10 | leggen op het Rijk, zich 'rijk-centrisch' noemen en het beeld tonen
774 I,4 | ook voor de volken in de rijkdom van hun spiritualiteit,
775 II,5 | waarderen, vooral de geestelijke rijkdommen die God aan ieder volk heeft
776 II,5 | zij het dat God daarin in rijkere mate aanwezig zou zijn. ~
777 II,6 | en ze voorbereidt op hun rijping in Christus." 38 Het Leergezag
778 Inl,1 | is voor mij geen reden te roemen, het is een plicht die op
779 I,4 | in Christus tot Zich wil roepen en hun de volheid van zijn
780 II,6 | godsdiensten, vervult een rol van voorbereiding op het
781 Sl,12 | iedere afgrenzing van tijd en ruimte en brengt de eenheid van
782 Sl,12 | Prefect ~Tarcisio Bertone, S.D.B.~Aartsbisschop emeritus
783 VI,10(82) | Ecclesiam nullus omnino salvatur" ("Buiten de Kerk wordt
784 II,6 | redden en alles in zich samenbrengen'." 40 ~Het werken van de
785 V,9(72) | van de uiteinden der aarde samengebracht in Uw Rijk." Ibid. 10,5 (
786 VI | men deze beide waarheden samenhouden, namelijk de werkelijke
787 IV,8(51) | Bonifatius VIII, Bulle Unam Sanctam: DS 870-872; Tweede Vaticaans
788 Inl,2 | verliezen of er minstens een schaduw van twijfel en onzekerheid
789 I,4 | inzichten, die de menselijke schatten van de wijsheid en de religiositeit
790 I,4 | tegelijkertijd, daarvan niet te scheiden, vrije instemming met de
791 Sl,12 | hebben. (...) Jezus haalt de scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging
792 Inl,1 | God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van
793 II,6 | goddelijke genade in de scheppings- en in de verlossingsorde (
794 III,7 | menigvuldige medewerking van de schepselen niet, maar wekt deze op
795 IV | dat er ook buiten haar schoot meerdere bestanddelen van
796 I,4 | openbarende God ontbreekt. Daarin schuilt één van de oorzaken voor
797 Sl,12 | Aartsbisschop emeritus van Vercelli~Secretaris ~
798 VI,11(85) | van het goddelijk Woord ("semina Verbi") die door de Kerk
799 IV,8(49) | Enarratio in psalmos, Ps. 90, Sermo 2,1: CCL 39, 1266; H.Gregorius
800 VI | inwendige en uitwendige situatie. Deze genade komt van Christus,
801 Inl,2 | wegen van onderzoek in te slaan, voorstellen te ontwikkelen
802 III,7 | Tevens gelooft zij dat de sleutel, het centrum en de voltooiing
803 Sl | Slot ~
804 VI,11 | en religies bewerkt".86 Sommige gebeden en riten van de
805 II,6 | 6,20; 9,11; 10,12-14). ~ Sommigen nemen ook de hypothese aan
806 II,5 | allen (...) Terwijl wij alle soorten gaven gaan ontdekken en
807 I,4 | volken in de rijkdom van hun spiritualiteit, die in de religies hun
808 I,4(23) | Decreet Ad gentes, 9, waar sprake is van het goede, dat "in
809 Sl,12 | van haar hoop. ~Toen zij spraken over het thema van de ware
810 I,3 | volledig, want degene die spreekt en handelt is de vleesgeworden
811 III,7(42) | het ooit verwerven" (De Stad Gods 10, 32, 2: CCL 47,
812 Inl,2 | en religieuze stromingen stammen, zonder zich te bekommeren
813 IV | Heer, zijn Kerk nooit in de steek te laten (vgl. Mt. 16,18;
814 Sl,12 | van de ware godsdienst, stelden de Vaders van het Tweede
815 VI,11 | niet-christenen bereikt, stelt het Tweede Vaticaans Concilie
816 I,4 | maken, met de waarheid in te stemmen en te geloven'." 16 ~De
817 VI,11 | in vergelijking met de stichters van de andere godsdiensten.
818 Inl,2 | ontwikkelen en gedragswijzen te stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen
819 III,7 | brengende goden naar verlossing streefde. Dit geloofsgoed heeft het
820 II,6 | volbrengt. 36 ~Bovendien strekt het heilswerk van Jezus
821 VI,11 | geenszins gered, maar veeleer strenger geoordeeld worden." 93 Men
822 II,5 | uitdrukkelijk verklaard: "Het is in strijd met het christelijk geloof
823 Inl,2 | wijsgerige en religieuze stromingen stammen, zonder zich te
824 IV,8(56) | er buiten haar zichtbare structuur enkel 'elementen van kerkzijn'
825 III,8(45) | Eerstgeborene: "In de hemel stuurt en leidt het volmaakte Woord
826 II,5 | heeft aangenomen. Het enige subject dat in beide naturen - de
827 Inl,2 | het Oosten bestaat; het subjectivisme van hen die het verstand
828 IV,9 | katholieke Kerk blijft bestaan (subsisteert) en die door de opvolger
829 II,5 | voortgebracht, dat wil zeggen uit de substantie van de Vader, God uit God,
830 IV,8(49) | 525; H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q. 48,
831 Inl,2 | denkwijze in het Avondland en de symbolische denkwijze in het Oosten
832 Inl,2 | bekommeren om hun logica en systematische samenhang alsmede om de
833 I,4 | middelen kunnen zijn waarmee talloze mensen in de loop van de
834 Sl,12 | Kardinaal Ratzinger~Prefect ~Tarcisio Bertone, S.D.B.~Aartsbisschop
835 I,3 | woorden en werken, door tekenen en wonderen, maar vooral
836 VI,11 | in een staat van ernstig tekort bevinden in vergelijking
837 IV,9 | onze geloofsovertuiging tekorten, van gewichtige betekenis
838 III,7 | Volgens een telkens weer opduikende theorie
839 Inl,2 | christelijke waarheid; tenslotte de tendens de heilige Schrift te lezen
840 V | de Kerk, kan men voor de termen Rijk der hemelen, Rijk Gods
841 V,9(73) | Hom., 14,7: PG 13, 1197; Tertullianus, Adversus Marcionem, IV,
842 Inl,2 | reden grijpt de verklaring terug naar de leer die in vroegere
843 Inl,2 | metafysische dimensie, die wordt teruggebracht tot een loutere verschijning
844 III,7 | zij moeten worden gered. Tevens gelooft zij dat de sleutel,
845 Inl,1 | met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt,
846 V | theologische verklaringen van deze themata toelaatbaar. Geen van deze
847 V,10 | spreken is gebaseerd op een 'theo-centrisme', omdat, zoals zij zeggen,
848 IV,8(49) | Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q. 48, a. 2 ad 1. ~
849 Inl,2 | De praktijk en de theoretische verdieping van de dialoog
850 IV,8(49) | Praefatio 6,14: PL 75, 525; H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae,
851 I,3 | heerlijkheid" (vgl. 1Tim. 6,14 en Tit. 2,13). 10 ~De encycliek
852 III,7 | en heren zijn er vele - toch hebben wij maar één God,
853 Sl,12 | zijn allen er in Christus toe geroepen, aan de eenheid
854 VI | van de Kerk zijn "hebben toegang tot het heil in Christus
855 III,8 | Jezus een heilsbetekenis toegekend, krachtens welke Hij alleen -
856 V | verklaringen van deze themata toelaatbaar. Geen van deze mogelijke
857 IV,8(56) | katholieke Kerk neigen en toeleiden" (Congregatie voor de Geloofsleer,
858 III,7 | de wet. Ze traden ook de toenmalige heidense wereld tegemoet,
859 II,5 | Godheid een heilshandelen toeschrijft dat Hij - ook na de menswording - "
860 VI,11 | heilswerkzaamheid ex opere operato toeschrijven, die aan de christelijke
861 I,4 | geopenbaarde waarheid, die het toestaat, "in het inwendige van het
862 I,4 | zich geheel vrij aan God toevertrouwt waarbij hij 'de volledige
863 V | mysterie is en niet in haar totaliteit in een menselijk begrip
864 V,10 | is de uitdrukking en de totstandkoming van het goddelijke heilsplan
865 III,7 | uitgaat boven de wet. Ze traden ook de toenmalige heidense
866 I,3 | goddelijke mysterie op zich transcendent en onuitputtelijk blijft.
867 II,6 | Christus in gemeenschap met God treden onder de werking van de
868 III,8(45) | geschiedenis wordt zeer treffend tot uitdrukking gebracht
869 II,6 | ons heil beschouwt als een trinitaire gebeurtenis. In het Nieuwe
870 II,5(32) | Brief Lectis dilectionis tuae aan Flavianus: DS 294. ~
871 IV | Tweede Vaticaans Concilie twee leerstellingen met elkaar
872 Inl,2 | en bepaalde onjuiste of tweeduidige posities afwijzen. Om die
873 IV | apostelen heeft Hij haar uitbreiding en leiding opgedragen (vgl.
874 I,3 | verstand van de mens ertoe uitdaagt nooit te blijven staan".12 ~
875 III,8 | voorstel in de theologie uitdrukkingen als "uniciteit", "universaliteit"
876 II,6 | geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting over het heilsplan van de
877 II,6 | alle mensen slechts één uiteindelijke roeping is, namelijk een
878 V,9(72) | luidt: "Uw Kerk worde van de uiteinden der aarde samengebracht
879 II,6(38) | 13, 3-6: E.J. Goodspeed (Uitg.), 84, 85, 88-89. ~
880 IV | deze wereld ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, bevindt
881 II,6 | zijn heilsbetekenis wordt uitgebreid tot de hele mensheid en
882 II,5 | God aan ieder volk heeft uitgedeeld, mogen wij ze niet losmaken
883 II,6 | heeft Hij (de Vader) ons uitgekozen voor de schepping van de
884 Sl,12 | herinnering worden gebracht en uitgelegd, wil het voorbeeld van de
885 III,7 | theologie van onze dagen uitgenodigd na te denken over de aanwezigheid
886 III,7 | soort en orde zijn niet uitgesloten, maar deze ontlenen hun
887 I,3 | door het feit dat ze wordt uitgesproken in menselijke taal niet
888 Inl,2 | theologische voorstellen uitgewerkt waarin de christelijke openbaring
889 V | loochenen of op enigerlei wijze uithollen. Zeker kan "het Rijk Gods
890 Inl,1 | de godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk
891 VI,11 | van God komen85 en deel uitmaken van hetgeen "de Geest in
892 II,5 | voorbij" zijn mensheid zou uitoefenen, onverenigbaar met de leer
893 IV,9 | bezit en over de hele Kerk uitoefent. 60 ~De kerkelijke Gemeenschappen
894 III,7 | hun betekenis en waarde uitsluitend aan de bemiddeling van Christus
895 III,8 | enige, slechts Hem eigen, uitsluitende, universele en absolute
896 VI,10(82) | verhelderde betekenis moet ook de uitspraak "Extra Ecclesiam nullus
897 II,6 | en het beginsel van zijn uitstorting over de mensheid, en dat
898 II,6 | inwendige eenheid, die zich uitstrekt van zijn eeuwige verkiezing
899 VI | past bij hun inwendige en uitwendige situatie. Deze genade komt
900 II,6 | de 'zaden van het Woord' uitzaait, welke aanwezig zijn in
901 IV,8(51) | Bonifatius VIII, Bulle Unam Sanctam: DS 870-872; Tweede
902 I,3 | begrensd. Ze blijft veeleer uniek, heel en volledig, want
903 VI,10(80) | Cyprianus, De catholicae unitate ecclesiae, 6: CCL 3, 253-
904 II,6 | Heilige Geest, die een meer universeel karakter zou hebben dan
905 II,5 | eerstgenoemde heilsorde zou universeler zijn dan de tweede, die
906 II,6 | van de Geest in het hele universum en in de hele geschiedenis
907 VI,11 | Heilige Geest. De plicht en de urgentie het heil en de bekering
908 V | V Kerk, rijk van God en
909 Inl,1 | verkondig!" (Kor. 9,16). Vandaar de bijzondere aandacht van
910 IV,9 | Gemeenschappen, ook al hebben zij vanuit onze geloofsovertuiging
911 III,7 | deze unieke en universele, vanwege de Vader door Jezus Christus
912 I,4 | Daarom moet met beslistheid vastgehouden worden aan het onderscheid
913 Inl,2 | goddelijke waarheid niet te vatten en uit te spreken is, zelfs
914 III,7 | die door middel van een veelheid aan heil brengende goden
915 I,4 | houdt Hij niet op zich op veelvoudige wijze aanwezig te stellen, "
916 V | het Rijk, dat gevaar loopt veranderd te worden in een zuiver
917 II,5 | Gal. 2,20)". 30 ~In dit verband heeft Johannes Paulus II
918 VI,11(85) | goddelijk Woord ("semina Verbi") die door de Kerk met vreugde
919 V | verklaringen mag echter de innige verbondenheid tussen Christus, het Rijk
920 I,3 | mentaliteit die zich steeds verder verbreidt, moet vooral het definitieve
921 Sl,12 | Aartsbisschop emeritus van Vercelli~Secretaris ~
922 IV | van Christus ondanks de verdeeldheden die onder christenen bestaan,
923 I,3 | mentaliteit die zich steeds verder verbreidt, moet vooral het
924 II,5 | daarmee voor ons het leven verdiend: in Hem heeft God ons met
925 VI,11 | levensstaat niet aan hun eigen verdiensten maar aan een bijzondere
926 VI | met het eeuwige heil te verdiepen. Vooral moet vast geloofd
927 Inl,2 | onderscheidingsvermogen vereisen. De thans voorliggende verklaring
928 Inl,1 | Kerk tot evangelisering6, vereist een houding van begrip en
929 V,10 | Kerk) zichtbare grenzen verengt".74 Men moet daarom in het
930 Inl,2 | samenhang alsmede om de verenigbaarheid met de christelijke waarheid;
931 II,6 | 1,15-20), in Wie alles verenigd is (vgl. Ef. 1,10), "die
932 I,3 | verbond, zal daarom nooit vergaan en wij verwachten thans
933 Sl,12 | verklaring, die in de plenaire vergadering van de Congregatie voor
934 V,10 | wil echter niet zeggen: vergeten dat het Rijk van God - ook
935 I,3 | van de menswording tot de verheerlijking, de werkelijke bron, zij
936 VI,10(82) | Ad Gentes, 2. In de hier verhelderde betekenis moet ook de uitspraak "
937 III,7 | te maken." 43 Er is een verhevigde inspanning nodig om te doorgronden,
938 III,8 | uit de doden deed opstaan, verhief en aan zijn rechterhand
939 III,7 | Middelaarschap van Christus verhindert de menigvuldige medewerking
940 Inl,2 | het christelijke geloof in verhouding tot de innerlijke overtuiging
941 II,6 | uitstrekt van zijn eeuwige verkiezing in God tot aan de wederkomst: "
942 II,5 | Paulus II uitdrukkelijk verklaard: "Het is in strijd met het
943 Inl,1 | aan de mensheid aanbieden, verklaart het Tweede Vaticaans Concilie
944 Inl,2 | heilige Schrift te lezen en te verklaren zonder rekening te houden
945 VI,11 | van de waarheid het heil verkrijgen. Het heil ligt in de waarheid.
946 III,7 | die vanaf zijn geboorte verlamd was (vgl. Hand. 3,1-8),
947 VI,11 | toevertrouwd, moet aan het verlangen van de mens tegemoet komen
948 I,3 | van God. Op grond hiervan verlangt het geloof de belijdenis
949 V,10 | kerk-centrisme' uit het verleden en omdat zij de Kerk zelf
950 Sl,12 | kardinaal-prefect op 16 juni 2000 heeft verleend, deze verklaring, die in
951 III,8 | en universele betekenis verleent, waardoor Hij, terwijl Hij
952 III,7 | die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven
953 II,6 | de uniekheid in van het verlossende offer van Christus, de eeuwige
954 II,6 | de scheppings- en in de verlossingsorde (vgl. Kol. 1,15-20), in
955 I,4 | Concilie - zoals hierboven vermeld - bij zijn beschouwing van
956 Inl,2 | aanvaarden en die aldus het vermogen verliezen "de blik naar
957 IV | integriteit behoort, nooit vernietigd worden. 52 ~De gelovigen
958 Inl,1 | worden, wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Mc. 16,15-16). "
959 Inl,1 | millennium is die zending nog verre van voltooid. 2 Daarom zijn
960 Inl,1 | onderlinge kennis en wederzijdse verrijking, in gehoorzaamheid aan de
961 III,7 | mens licht en kracht kan verschaffen om aan zijn hoge roeping
962 V,10 | weerspiegeld wordt in de verscheidenheid van culturen en geloven.
963 I,4 | oorzaken voor de neiging de verschillen tussen het christendom en
964 II,5 | 19-20). Om onjuiste en versmallende interpretaties af te wijzen
965 V,10 | het Rijk, zoals zij het verstaan, tenslotte de Kerk uit of
966 VI,11 | niet afgezwakt, maar eerder versterkt. ~
967 VI,10(82) | helemaal niemand gered" -vert.) (Vierde Concilie van Lateranen,
968 V,10 | Deze opvattingen vertonen naast positieve vaak ook
969 I,4 | geopenbaard is, krachtens het vertrouwen dat de openbarende Persoon
970 V | ideologisch object, of men vervalst de identiteit van Christus,
971 Inl,1 | dialoog. Een dergelijk gesprek vervangt zeker niet de missio ad
972 I,3 | Hem zijt ook gij daarvan vervuld" (Kol. 2,9-10). ~Trouw aan
973 Inl,1 | vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden
974 I,3 | daarom nooit vergaan en wij verwachten thans geen verdere nieuwe
975 III,7(42) | niemand het heil verworven, verwerft niemand het en zal niemand
976 Inl,1 | religies: "De katholieke Kerk verwerpt niets van wat waar en heilig
977 III,7(42) | en zal niemand het ooit verwerven" (De Stad Gods 10, 32, 2:
978 II,5(33) | in een zo grote eenheid verweven, dat noch de goddelijke
979 IV,9 | geschiedenis volledig te verwezenlijken".67 ~
980 I,4 | goddelijke en het absolute heeft verwezenlijkt. ~Dit onderscheid wordt
981 II,6 | voorbereiding op het evangelie en verwijst naar Christus, het Woord
982 IV | de Kerk niet met elkaar verwisseld worden, maar ook niet van
983 III,7(42) | heeft niemand het heil verworven, verwerft niemand het en
984 II,5 | wonen, om door Hem alles te verzoenen. Alles in de hemel en op
985 V,9(72) | breng haar samen uit de vier windstreken, de geheiligde,
986 VI,10(82) | niemand gered" -vert.) (Vierde Concilie van Lateranen,
987 V,9(73) | Romano, 7 november 1999, VII. Het Rijk is zozeer onscheidbaar
988 IV,8(51) | DS 48; vgl. Bonifatius VIII, Bulle Unam Sanctam: DS
989 I,4 | andere godsdiensten af te vlakken, en soms zelfs op te heffen. 22 ~
990 II,6 | wereld, opdat wij heilig en vlekkeloos leven voor God" (Ef. 1,4). "
991 VI | herinnering is gebracht, vloeien ook enkele punten voort,
992 II,5 | met zijn menselijke natuur volbracht, die het tot heil van alle
993 II,6 | gemeenschap met zijn Geest volbrengt. 36 ~Bovendien strekt het
994 III,7 | tot Israël en wezen op de voleinding van het heil, dat uitgaat
995 Inl,1 | van de eenheid" waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen
996 I,3 | in haar universaliteit en volkomenheid door geen enkele historische
997 IV,9 | geloofsbelijdenis, de Eucharistie en de volle gemeenschap in de Kerk. 63 ~"
998 Inl,1 | die zending nog verre van voltooid. 2 Daarom zijn de woorden
999 I,3 | van God' (Joh. 3,34) en voltooit het heilswerk, dat de Vader
1000 Sl,12 | scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging op een unieke,