| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText CT - Text |
De Heer Jezus gaf, voordat Hij opsteeg naar de hemel, aan zijn leerlingen de opdracht het Evangelie te verkondigen aan de hele wereld en alle volken te dopen: "Ga uit over de hele aarde en verkondig het Evangelie aan heel de schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal gered worden, wie niet gelooft, zal veroordeeld worden" (Mc. 16,15-16). "Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde. Gaat dan, onderwijst alle volken en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, en leert hun te onderhouden alles wat Ik u geboden heb. Zie, Ik zal met u zijn alle dagen tot aan het einde van de wereld" (Mt. 28,18-20; vgl. Lc. 24,46-48; Joh. 17,18; 20,21; Hand. 1,8).
De universele zending van de Kerk wordt geboren uit het gebod van Jezus Christus en in de loop der eeuwen gerealiseerd door de verkondiging van het mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige Geest, en van het mysterie van de menswording van de Zoon, als heil brengende gebeurtenis voor heel de mensheid. Dat is de fundamentele inhoud van de christelijke geloofsbelijdenis: "Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. Ik geloof in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader en door Wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag volgens de Schriften. Hij is opgestegen ten hemel, zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid, om te oordelen levenden en doden, en aan zijn Rijk komt geen einde. Ik geloof in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, die voortkomt uit de Vader en de Zoon. Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt, die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk."1
Met het oog op de waarden waarvan deze godsdiensten getuigen en die zij aan de mensheid aanbieden, verklaart het Tweede Vaticaans Concilie met een open en positieve benadering ten aanzien van de betrekking van de Kerk met niet-christelijke religies: "De katholieke Kerk verwerpt niets van wat waar en heilig is in deze godsdiensten. Zij heeft hoge achting voor de levens- en gedragswijze, de voorschriften en het onderricht die, ofschoon in vele opzichten verschillend van haar eigen leerstellingen, niettemin een straal weerspiegelen van die waarheid die alle mensen verlicht. 4 Voortgaande in deze gedachtelijn maakt de verkondiging van Jezus Christus, "de weg, de waarheid en het leven" (Joh. 14,6), door de Kerk, vandaag de dag ook gebruik van de interreligieuze dialoog. Een dergelijk gesprek vervangt zeker niet de missio ad gentes, maar begeleidt haar veeleer, in de richting van dat "mysterie van de eenheid" waaruit "volgt dat alle mannen en vrouwen die gered zijn, delen, weliswaar onderscheiden, in hetzelfde geheim van de verlossing in Jezus Christus door de Heilige Geest".5 Het gesprek tussen de godsdiensten, dat deel uitmaakt van de zending van de Kerk tot evangelisering6, vereist een houding van begrip en een relatie van onderlinge kennis en wederzijdse verrijking, in gehoorzaamheid aan de waarheid en met achting voor de vrijheid. 7