Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText CT - Text
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

De praktijk en de theoretische verdieping van de dialoog tussen het christelijke geloof en de andere godsdienstige tradities werpen nieuwe vragen op waarop men probeert in te gaan door nieuwe wegen van onderzoek in te slaan, voorstellen te ontwikkelen en gedragswijzen te stimuleren die een nauwgezet onderscheidingsvermogen vereisen. De thans voorliggende verklaring wil de bisschoppen, theologen en alle katholieke gelovigen ten aanzien van deze thematiek enkele fundamentele elementen van de christelijke leer in herinnering brengen, die het theologisch onderzoek moeten helpen bij het ontwikkelen van oplossingen die overeenstemmen met het geloofsgoed en die antwoord geven op de culturele behoeften van onze tijd.

De taal waarin deze verklaring is opgesteld komt overeen met haar doel. Dit is niet: op organische wijze de problematiek van de uniciteit en de heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en van de Kerk te behandelen of oplossingen aan te dragen voor vragen die door de theologen vrij bediscussieerd worden. De verklaring wil veeleer de leer van het katholieke geloof ten aanzien van deze thematiek opnieuw presenteren, en tegelijkertijd enkele wezenlijke problemen aanstippen die open blijven staan voor verdere verdieping, en bepaalde onjuiste of tweeduidige posities afwijzen. Om die reden grijpt de verklaring terug naar de leer die in vroegere documenten van het Leergezag is onderwezen met het doel die waarheden te bekrachtigen die tot het geloofsgoed van de Kerk horen.

    De voortdurende missionaire verkondiging van de Kerk wordt tegenwoordig bedreigd door relativistische theorieën, die het religieuze pluralisme niet slechts de facto, maar ook de iure (of in principe) willen rechtvaardigen. Als gevolg daarvan worden waarheden beschouwd als achterhaald, zoals bijvoorbeeld het definitieve en volledige karakter van de openbaring van Jezus Christus, de aard van het christelijke geloof in verhouding tot de innerlijke overtuiging in de andere religies, de inspiratie van de boeken van de heilige Schrift, de personele eenheid tussen het eeuwige Woord en Jezus van Nazareth, de eenheid van de heilsorde van het vleesgeworden Woord en de Heilige Geest, de uniciteit en de heilbrengende universaliteit van Jezus Christus, de universele bemiddeling van het heil door de Kerk, de onscheidbaarheid - zij het in onderscheid - tussen het rijk van God, het rijk van Christus en de Kerk, de subsistentie van de ene Kerk van Christus in de katholieke Kerk.

De wortels van deze opvattingen zijn te vinden in bepaalde vooronderstellingen van zowel wijsgerige alsook theologische aard die het begrip en de aanvaarding van de geopenbaarde waarheid belemmeren. Enkele daarvan zijn: de overtuiging dat de goddelijke waarheid niet te vatten en uit te spreken is, zelfs niet door de christelijke openbaring; de relativistische houding tegenover de waarheid, volgens welke dat wat voor de een waar is, het voor een ander niet zou zijn; de radicale tegenstelling die tussen de logische denkwijze in het Avondland en de symbolische denkwijze in het Oosten bestaat; het subjectivisme van hen die het verstand als enige bron van kennis aanvaarden en die aldus het vermogen verliezen "de blik naar boven te keren om het avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te komen";8 de moeilijkheid te begrijpen en te aanvaarden dat er in de geschiedenis definitieve en eschatologische gebeurtenissen zijn; het beroven van de gebeurtenis van de menswording van de eeuwige Logos in de tijd van haar metafysische dimensie, die wordt teruggebracht tot een loutere verschijning van God in de geschiedenis; het eclecticisme van hen die in het theologisch onderzoek ideeën overnemen die uit verschillende wijsgerige en religieuze stromingen stammen, zonder zich te bekommeren om hun logica en systematische samenhang alsmede om de verenigbaarheid met de christelijke waarheid; tenslotte de tendens de heilige Schrift te lezen en te verklaren zonder rekening te houden met de overlevering en het kerkelijke Leergezag.

Wanneer men van dergelijke vooronderstellingen uitgaat die in verschillende nuanceringen nu eens als beweringen, dan weer als hypothesen optreden, worden theologische voorstellen uitgewerkt waarin de christelijke openbaring en het mysterie van Jezus Christus en van de Kerk hun karakter als absolute en universele heilswaarheid verliezen of er minstens een schaduw van twijfel en onzekerheid overheen werpen.




8 Johannes Paulus II, Encycliek Fides et ratio, 5: AAS 91 (1999) 9.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech