| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText CT - Text |
I De volheid en het definitieve karakter van de openbaring van Jezus Christus
Als remedie tegen deze relativistische mentaliteit die zich steeds verder verbreidt, moet vooral het definitieve en volledige karakter van de openbaring van Jezus Christus worden bekrachtigd. Men moet voor alles vast geloven dat in het mysterie van Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van God, die "de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14,6) is, de volheid van de goddelijke waarheid geopenbaard is: "Niemand kent de Zoon tenzij de Vader, en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en degene aan wie de Zoon het wil openbaren" (Mt. 11,27)."Niemand heeft God gezien. De eengeboren Zoon, die God is en aan het hart van de Vader rust, heeft Hem geopenbaard" (Joh. 1,18). "Want in Hem alleen woont werkelijk de hele volheid van God. Door Hem zijt ook gij daarvan vervuld" (Kol. 2,9-10).
Trouw aan het woord van God leert het Tweede Vaticaans Concilie: "De diepte van de waarheid die door deze openbaring over God en over het heil van de mens is ontsloten, licht voor ons op in Christus, die tegelijkertijd de Middelaar en de Volheid van de hele Openbaring is." 9 En het omschrijft nader: "Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, als 'Mens tot de mensen' gezonden, 'verkondigt de woorden van God' (Joh. 3,34) en voltooit het heilswerk, dat de Vader Hem heeft opgedragen (vgl. Joh. 5,36; 17,4). Wie Hem ziet, ziet ook de Vader (vgl. Joh. 14,9). Hij is het die door zijn hele bestaan en zijn hele verschijning, door woorden en werken, door tekenen en wonderen, maar vooral door zijn dood en zijn heerlijke opstanding uit de doden, en tenslotte door het zenden van de Geest der waarheid de openbaring vervult en afsluit en bevestigt met een goddelijk zijnde getuigenis. (...) De christelijke heilseconomie, definitieve verbond, zal daarom nooit vergaan en wij verwachten thans geen verdere nieuwe publieke openbaring voor de verschijning van onze Heer Jezus Christus in heerlijkheid" (vgl. 1Tim. 6,14 en Tit. 2,13). 10
De encycliek Redemptoris Missio onderstreept dat de Kerk de opdracht heeft, het evangelie als de volheid der waarheid te verkondigen: "In dit definitieve Woord van zijn openbaring heeft God zich op de meest volledige wijze doen kennen; hij heeft aan de mensheid gezegd wie Hij is. Deze definitieve zelfopenbaring van God is het fundamentele motief waarom de Kerk krachtens haar natuur missionair is. Zij moet het evangelie verkondigen, d.w.z. de volheid van de waarheid die God ons over zichzelf heeft doen kennen." 11 Alleen de openbaring van Jezus Christus "brengt dus in onze geschiedenis een universele en laatste waarheid binnen, die het verstand van de mens ertoe uitdaagt nooit te blijven staan".12
Deze opvatting is in radicale tegenspraak met de voorafgaande geloofsuitspraken, volgens welke in Jezus Christus het heilsmysterie van God geheel en volledig geopenbaard is. De woorden en werken en de gehele historische gebeurtenis van Jezus hebben namelijk, ook wanneer ze als menselijke werkelijkheden beperkt zijn, als bron de goddelijke Persoon van het vleesgeworden Woord, "waarlijk God en waarlijk mens"13, en dragen daarom in zich, definitief en volledig, de openbaring van Gods heilswegen, ook wanneer de diepte van het goddelijke mysterie op zich transcendent en onuitputtelijk blijft. De waarheid over God wordt door het feit dat ze wordt uitgesproken in menselijke taal niet afgeschaft of begrensd. Ze blijft veeleer uniek, heel en volledig, want degene die spreekt en handelt is de vleesgeworden Zoon van God. Op grond hiervan verlangt het geloof de belijdenis dat het vleesgeworden Woord in zijn hele mysterie dat reikt van de menswording tot de verheerlijking, de werkelijke bron, zij het gedeeld met de Vader, en de vervulling van de hele heilsopenbaring van God aan de mensheid is14, en dat de Heilige Geest, de Geest van Christus, de apostelen en door hen de Kerk van alle tijden deze "hele waarheid" (Joh. 6,13) leert.