| Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library |
| Congregatie voor de geloofsleer Dominus Jesus IntraText CT - Text |
Het gepaste antwoord op Gods openbaring is "de 'gehoorzaamheid van het geloof' (Rom. 1,5; vgl. Rom. 16,26; 2Kor. 10,5-6) waardoor de mens zich geheel vrij aan God toevertrouwt waarbij hij 'de volledige onderwerping van verstand en wil aan God die openbaart' aanbiedt, en vrij instemt met de openbaring die door Hem gegeven wordt".15 Het geloof is een genadegave: "Om geloof te hebben, moet de genade van God het eerste komen en hulp schenken; er moet ook de innerlijke hulp van de Heilige Geest zijn die het hart beroert en het tot God bekeert, die de ogen van de geest opent en 'het voor iedereen gemakkelijk moet maken, met de waarheid in te stemmen en te geloven'." 16
De gehoorzaamheid van het geloof leidt tot het aannemen van de waarheid van Christus' openbaring, waarvoor God, de Waarheid zelf, borg staat17: "Het geloof is een persoonlijke binding van de mens aan God en tegelijkertijd, daarvan niet te scheiden, vrije instemming met de hele door God geopenbaarde waarheid." 18 Het geloof, dat "een geschenk van God" en "een door Hem ingestorte bovennatuurlijke deugd"19 is, leidt dus tot een dubbele instemming: met God, die openbaart, en met de Waarheid, die door hem geopenbaard is, krachtens het vertrouwen dat de openbarende Persoon geschonken wordt. Daarom moeten wij "aan niemand anders geloven dan aan God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest".20
Daarom moet met beslistheid vastgehouden worden aan het onderscheid tussen het theologale geloof en de innerlijke overtuiging in de andere religies. Het geloof is de genadevolle aanneming van de geopenbaarde waarheid, die het toestaat, "in het inwendige van het mysterie binnen te gaan; het bevordert het inzicht in dit mysterie op aangepaste wijze".21 De innerlijke overtuiging in de andere religies is daarentegen die gezamenlijkheid van ervaringen en inzichten, die de menselijke schatten van de wijsheid en de religiositeit vormen, die de mens op zijn zoektocht naar de waarheid in zijn betrekking met het goddelijke en het absolute heeft verwezenlijkt.
Dit onderscheid wordt in de huidige discussie niet altijd voor ogen gehouden. Het theologale geloof, het aannemen van de door de ene en drievuldige God geopenbaarde waarheid, wordt daarom vaak gelijkgesteld met de innerlijke overtuiging in de andere religies, dus met een religieuze ervaring die nog op zoek is naar de absolute waarheid en waaraan de instemming met de zich openbarende God ontbreekt. Daarin schuilt één van de oorzaken voor de neiging de verschillen tussen het christendom en de andere godsdiensten af te vlakken, en soms zelfs op te heffen. 22
De traditie van de Kerk echter behoudt de benaming geïnspireerde geschriften voor aan de canonieke boeken van het Oude en van het Nieuwe Verbond, aangezien zij door de Heilige Geest zijn geïnspireerd. 24 Het Tweede Vaticaans Concilie herneemt in de dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring deze traditie en leert: "Krachtens het apostolische geloof gelden voor onze Moeder de Kerk de boeken van zowel het Oude als het Nieuwe Testament in hun geheel met al hun delen als heilig en canoniek, omdat ze, onder de inwerking van de Heilige Geest zijn geschreven, (vgl. Joh. 20,31; 2Tim. 3,16; 2Petr. 1,19-21; 3,15-16), God als auteur hebben en als zodanig aan de Kerk zijn overgegeven." 25 Deze boeken "onderwijzen zeker, trouw en zonder dwaling de waarheid, die God omwille van ons heil in heilige Schriften opgetekend wilde hebben".26
Omdat God echter alle volken in Christus tot Zich wil roepen en hun de volheid van zijn liefde wil meedelen, houdt Hij niet op zich op veelvoudige wijze aanwezig te stellen, "niet alleen voor de afzonderlijke mens, maar ook voor de volken in de rijkdom van hun spiritualiteit, die in de religies hun belangrijkste en wezenlijke uitdrukking vindt, ook al bevatten zij 'hiaten, onvolkomenheden en dwalingen'".27 De heilige boeken van andere godsdiensten, die feitelijk het leven van hun aanhangers voeden en leiden, ontvangen zo van het mysterie van Christus die elementen van het goede en van de genade, die zij bevatten.