Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText CT - Text
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Er is dus één enige Kerk van Christus, die in de katholieke Kerk blijft bestaan (subsisteert) en die door de opvolger van Petrus en door de bisschoppen in gemeenschap met hem, wordt geleid. 58 De Kerken, die weliswaar niet in volledige gemeenschap met de katholieke Kerk staan, maar door zeer nauwe banden, zoals de apostolische opvolging en de geldige Eucharistie, met haar verbonden blijven, zijn echte deelkerken. 59 Daarom is de Kerk van Christus ook in deze Kerken aanwezig en werkzaam, ofschoon zij niet de volledige gemeenschap met de katholieke Kerk hebben, in zoverre zij de katholieke leer over het primaat niet aanvaarden, dat de bisschop van Rome volgens Gods wil objectief bezit en over de hele Kerk uitoefent. 60

De kerkelijke Gemeenschappen daarentegen, die het geldige bisschopsambt en de oorspronkelijke en volledige werkelijkheid van het eucharistische mysterie niet bewaard hebben61, zijn geen Kerken in de eigenlijke betekenis; degenen die in deze Gemeenschappen zijn gedoopt, zijn echter door het doopsel bij Christus ingelijfd en staan dus in een zekere, zij het niet volkomen, gemeenschap met de Kerk. 62 Het doopsel is immers gericht op de volledige ontplooiing van het leven in Christus door de volledige geloofsbelijdenis, de Eucharistie en de volle gemeenschap in de Kerk. 63

"Daarom mogen de christengelovigen zich niet voorstellen dat de Kerk van Christus niets anders is dan een soort optelsom van Kerken en kerkelijke Gemeenschappen - weliswaar gescheiden, maar in zekere zin nog één; het staat hun geenszins vrij aan te nemen dat de Kerk van Christus momenteel nergens meer waarlijk bestaat, maar alleen als een doel zou zijn te beschouwen, dat alle Kerken en Gemeenschappen moeten zoeken." 64 In werkelijkheid "bestaan de elementen van deze reeds gegeven Kerk in hun hele volheid in de katholieke Kerk en nog zonder deze volheid in de andere Gemeenschappen".65 Daarom "zijn deze afgescheiden Kerken en Gemeenschappen, ook al hebben zij vanuit onze geloofsovertuiging tekorten, van gewichtige betekenis in het heilsmysterie. De Geest van Christus weigert immers niet ze te gebruiken als heilsmiddelen, die hun kracht juist ontlenen aan de volheid van genade en waarheid, die aan de katholieke Kerk is toevertrouwd." 66

De ontbrekende eenheid onder de christenen is zeker een wonde voor de Kerk; maar niet in die zin, dat haar eenheid niet zou bestaan, maar, "voor zover zij haar belet, haar universaliteit in de geschiedenis volledig te verwezenlijken".67




58 Vgl. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring Mysterium ecclesiae, 1: AAS 65 (1973) 396-398.



59 Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 14 en 15; Congregatie voor de Geloofsleer, Brief Communionis notio, 17: AAS 85 (1993) 848.



60 Vgl. Eerste Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Pastor aeternus: DS 3053-3064; Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 22.



61 Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 22.



62 Vgl. ibid., 3.



63 Vgl. ibid., 22.



64 Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring Mysterium ecclesiae, 1: AAS 65 (1973) 398.



65 Johannes Paulus II, Encycliek Ut unum sint, 14: AAS 87 (1995) 929.



66 Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 3.



67 Congregatie voor de Geloofsleer, Brief Communionis notio, 17: AAS 85 (1993) 849; vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 4.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech