Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText CT - Text
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

VI   De Kerk en de religies in relatie tot het heil

    Uit hetgeen hierboven in herinnering is gebracht, vloeien ook enkele punten voort, die noodzakelijk zijn voor de richting die de theologische reflectie moet inslaan, om de betrekkingen van de Kerk en de religies met het eeuwige heil te verdiepen.

Vooral moet vast geloofd worden, dat de "pelgrimerende Kerk noodzakelijk is ter zaligheid. Christus alleen immers is de Middelaar en de weg naar het heil en in de Kerk, die zijn lichaam is, komt Hij onder ons tegenwoordig. Hijzelf heeft uitdrukkelijk de noodzakelijkheid van het geloof en het doopsel afgekondigd (vgl. Mc. 16,16; Joh. 3,5) en daardoor de noodzakelijkheid van de Kerk bevestigd, waarin de mensen door de poort van het doopsel binnengaan." 77 Deze leer mag niet tegenover de algemene heilswil van God gezet worden (vgl. 1Tim. 2,4); daarom "moet men deze beide waarheden samenhouden, namelijk de werkelijke mogelijkheid van het heil in Christus voor alle mensen en de noodzaak van de Kerk met betrekking tot het heil".78

De Kerk is het "alomvattende sacrament van het heil".79 Zij is steeds om geheimvolle wijze met de Verlosser Jezus Christus, haar Hoofd, verbonden en onder Hem gesteld, en heeft daarom in het plan van God een onontkoombare relatie met het heil van iedere mens. 80 Degenen die niet formeel en zichtbaar leden van de Kerk zijn "hebben toegang tot het heil in Christus krachtens een genade die, hoewel zij een geheimvolle band heeft met de Kerk, hen niet formeel in de Kerk binnenleidt, maar hen verlicht op een wijze die past bij hun inwendige en uitwendige situatie. Deze genade komt van Christus, is een vrucht van zijn offer en wordt meegedeeld door de Heilige Geest".81 Zij staat in relatie tot de Kerk, die "volgens het plan van God de Vader, haar oorsprong vindt in de zending van de Zoon en de zending van de Heilige Geest." 82




77 Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 14; vgl. Decreet Ad gentes, 7; Decreet Unitatis redintegratio, 3.



78 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 9: AAS 83 (1991) 258; vgl. Katechismus van de Katholieke Kerk, 846-847.



79 Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 48.



80 Vgl. H.Cyprianus, De catholicae unitate ecclesiae, 6: CCL 3, 253-254; H.Irenaeus, Adversus haereses, III, 24, 1: SC 211, 472-474.



81 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 10: AAS 83 (1991) 258.



82 Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Ad Gentes, 2. In de hier verhelderde betekenis moet ook de uitspraak "Extra Ecclesiam nullus omnino salvatur" ("Buiten de Kerk wordt helemaal niemand gered" -vert.) (Vierde Concilie van Lateranen, Hfdstk 1. Het katholieke geloof: DS 802) geïnterpreteerd worden. Vgl. ook de Brief van het H. Officie aan de aartsbisschop van Boston: DS 3866-3872.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech