Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText CT - Text
Previous - Next

Click here to hide the links to concordance

Met betrekking tot de manier waarop de heilbrengende genade van God, die altijd door Christus in de Heilige Geest geschonken wordt en die in geheimvolle relatie met de Kerk staat, de afzonderlijke niet-christenen bereikt, stelt het Tweede Vaticaans Concilie enkel vast dat God haar schenkt "langs wegen die Hij kent".83 Het is de taak van de theologie, dit thema uit te diepen. Dit theologische werk moet aangemoedigd worden, want het is zonder twijfel nuttig voor een groeiend begrip van Gods heilsplannen en van de wegen tot verwerkelijking ervan. Maar uit hetgeen tot hiertoe gezegd is over het middelaarschap van Jezus Christus en over de "bijzondere en unieke relatie"84 tussen de Kerk en het Rijk Gods onder de mensen - dat in wezen het Rijk van de universele Verlosser Jezus Christus is - blijkt duidelijk dat het in tegenspraak met het katholieke geloof zou zijn, de Kerk te beschouwen als een weg tot heil naast die in andere religies, die complementair aan de Kerk zouden zijn, ja ten diepste gelijkwaardig aan haar, in zoverre ze met haar convergeerden tot het eschatologische Rijk Gods.

Zeker bevatten en bieden de verschillende religieuze tradities elementen van godsdienstigheid, die van God komen85 en deel uitmaken van hetgeen "de Geest in het hart van de mensen en in de geschiedenis van de volkeren, in de culturen en religies bewerkt".86 Sommige gebeden en riten van de andere religies kunnen feitelijk de aanneming van het evangelie voorbereiden, voor zover zij gelegenheden bieden en ertoe opvoeden, dat de harten van de mensen ertoe worden aangezet zich open te stellen voor de werkzaamheid van God. 87 Men kan hun echter niet een goddelijke oorsprong of een heilswerkzaamheid ex opere operato toeschrijven, die aan de christelijke sacramenten eigen is. 88 Men kan ook niet ontkennen dat andere riten, voor zover zij afhankelijk zijn van bijgelovige praktijken of andere dwalingen (vgl. 1Kor. 10,20-21), eerder een belemmering voor het heil vormen. 89

    Met de komst van Jezus Christus, de Verlosser, heeft God de Kerk, die door Hem was gesticht, middel voor het heil van alle mensen doen zijn (vgl. Hand. 17,30-31). 90 Deze geloofswaarheid neemt niets weg van het feit dat de Kerk de godsdiensten van de wereld beziet met oprechte eerbied, maar sluit tegelijkertijd radicaal de mentaliteit van indifferentisme uit, die "doordrongen is van een religieus relativisme, dat leidt tot de mening dat 'de ene religie even veel waard is als de andere'".91 Het is waar dat de niet-christenen de goddelijke genade kunnen ontvangen, maar evenzeer is zeker dat zij zich objectief in een staat van ernstig tekort bevinden in vergelijking met hen die in de Kerk de volheid van de heilsmiddelen bezitten. 92 "Alle kinderen van de Kerk dienen daarenboven te bedenken dat zij hun verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten maar aan een bijzondere genade van Christus te danken hebben. Indien zij aan die genade niet beantwoorden met gedachte, woord en werk, zullen ze geenszins gered, maar veeleer strenger geoordeeld worden." 93 Men begrijpt dus, dat de Kerk trouw aan de opdracht van de Heer (vgl. Mt. 28,19-20) en als een taak die voortvloeit uit de liefde voor allen "verkondigt, en onophoudelijk verkondigen moet de Christus, die is 'de weg, de waarheid en het leven' (Joh. 14,6), in wie de mensen de volheid van het godsdienstig leven vinden en in wie God alles met zich heeft verzoend." 94

Ook in de interreligieuze dialoog behoudt de zending ad gentes "vandaag en altijd (...) haar volledige betekenis en belang".95 "God wil immers, 'dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen' (1Tim. 2,4). God wil dat allen door de kennis van de waarheid het heil verkrijgen. Het heil ligt in de waarheid. Wie aan de impuls van de Geest van de waarheid gehoorzaamt, is al op de weg naar het heil; de Kerk echter, waaraan deze waarheid is toevertrouwd, moet aan het verlangen van de mens tegemoet komen en haar aan hem brengen. Omdat de Kerk gelooft in het alomvattende heilsplan van God, moet zij missionair zijn." 96 Daarom is de dialoog die hoort bij de opdracht tot evangelisering, slechts een van de activiteiten van de Kerk bij haar zending ad gentes. 97 De gelijkheid, die een voorwaarde is voor de dialoog, heeft betrekking op de gelijke persoonlijke waardigheid van de partners, maar niet op de inhoud van de leer en nog minder op Jezus Christus, de mens geworden Zoon van God, in vergelijking met de stichters van de andere godsdiensten. Geleid door de liefde en door het respect voor de vrijheid98 moet de Kerk zich met voorrang ertoe inspannen, aan alle mensen de waarheid, die door de Heer definitief werd geopenbaard, te verkondigen en hun duidelijk te maken dat het zich bekeren tot Jezus Christus, en het behoren tot de Kerk door het doopsel en de andere sacramenten, nodig zijn, om volledig deel te hebben aan de gemeenschap met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De plicht en de urgentie het heil en de bekering tot de Heer Jezus Christus te verkondigen, worden door de zekerheid van de universele heilswil van God niet afgezwakt, maar eerder versterkt.




83 Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Ad gentes, 7.



84 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 18: AAS 83 (1991) 266.



85 Dit zijn de zaden van het goddelijk Woord ("semina Verbi") die door de Kerk met vreugde en eerbied worden erkend. Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Ad gentes, 11; Verklaring Nostra aetate, 2.



86 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 29: AAS 83 (1991) 275.



87 Vgl. ibid.; Katechismus van de Katholieke Kerk, 843.



88 Vgl. Concilie van Trente, Decreet over de sacramenten, can. 8 over de sacramenten in het algemeen: DS 1608.



89 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 55: AAS 83 (1991) 302-304.



90 Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 17; Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 11: AAS 83 (1991) 259vlg.



91 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 36: AAS 83 (1991) 281.



92 Vgl. Pius XII, Encycliek Mystici corporis: DS 3821.



93 Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 14.



94 Tweede Vaticaans Concilie, Verklaring Nostra aetate, 2.



95 Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Ad gentes, 7.



96 Katechismus van de Katholieke Kerk, 851; vgl. ook ibid., 849-856.



97 Vgl. Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 55: AAS 83 (1991) 302-304; Apostolische Brief Ecclesia in Asia, 31: L'Osservatore Romano, 7 november 1999, XIII.



98 Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Verklaring Dignitatis humanae, l.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech