Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Congregatie voor de geloofsleer
Dominus Jesus

IntraText CT - Text
Previous - Next

Click here to show the links to concordance

Op dezelfde wijze moet ook vast geloofd worden dat er slechts één enige, door de ene en drievuldige God gewilde heilsorde bestaat, waarvan de bron en het centrum het mysterie van de menswording van het Woord is, van de Middelaar van de goddelijke genade in de scheppings- en in de verlossingsorde (vgl. Kol. 1,15-20), in Wie alles verenigd is (vgl. Ef. 1,10), "die God voor ons tot wijsheid heeft gemaakt, tot gerechtigheid, heiliging en verlossing" (1Kor. 1,30). Het mysterie van Christus heeft een inwendige eenheid, die zich uitstrekt van zijn eeuwige verkiezing in God tot aan de wederkomst: "In Hem heeft Hij (de Vader) ons uitgekozen voor de schepping van de wereld, opdat wij heilig en vlekkeloos leven voor God" (Ef. 1,4). "Door Hem zijn wij ook voorbestemd tot erfgenamen en ingevoegd in het plan van Hem die alles zo tot stand brengt als Hij het in zijn wil beslist (vgl. Ef. 1,11). "Want wie Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd gelijkvormig te zijn aan het beeld van zijn Zoon, opdat deze de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Wie Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Wie Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en wie Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt" (Rom. 8,29-30).

Trouw aan de goddelijke openbaring bevestigt het Leergezag dat Jezus Christus de universele Middelaar en Verlosser is. "Gods Woord, waardoor alles geschapen is, is zelf vlees geworden om als volmaakte mens allen te redden en het al te omvatten. ( ... ) Hem heeft de Vader uit de doden doen opstaan, verheven en aan zijn rechterhand geplaatst; Hem heeft Hij tot Rechter over de levenden en de doden aangesteld." 34 Dit middelaarschap van het heil houdt ook de uniekheid in van het verlossende offer van Christus, de eeuwige Hogepriester (vgl. Hebr. 6,20; 9,11; 10,12-14).

    Sommigen nemen ook de hypothese aan van een heilsorde van de Heilige Geest, die een meer universeel karakter zou hebben dan de heilsorde van de mens geworden, gekruisigde en opgestane Heer. Ook deze bewering is in tegenspraak met het katholieke geloof, dat veeleer de menswording van het Woord tot ons heil beschouwt als een trinitaire gebeurtenis. In het Nieuwe Testament is het mysterie van Jezus, het vlees geworden Woord, de plaats van de tegenwoordigheid van de Heilige Geest en het beginsel van zijn uitstorting over de mensheid, en dat niet alleen in de Messiaanse tijd (vgl. Hand. 2,32-36; Joh. 7,39; 20,22; 1Kor. 15,45), maar ook in de tijd vóór zijn binnentreden in de geschiedenis (vgl. 1Kor. 10,4; 1Petr. 1,10-12).

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze fundamentele waarheid opnieuw aangescherpt in het geloofsbewustzijn van de Kerk. In de uiteenzetting over het heilsplan van de Vader voor de hele mensheid heeft het Concilie het mysterie van Christus en het mysterie van de Geest van het begin af nauw met elkaar verbonden. 35 Heel het werk van de opbouw van de Kerk door het Hoofd Jezus Christus in de loop der eeuwen wordt gezien als een werk dat Hij in gemeenschap met zijn Geest volbrengt. 36

Bovendien strekt het heilswerk van Jezus Christus met en door zijn Geest zich uit over de zichtbare grenzen van de Kerk heen, tot de hele mensheid. Over het Paasmysterie, waarin Christus nu reeds met de gelovige een levende gemeenschap vormt in de Geest, en hem de hoop op de verrijzenis schenkt, leert het Concilie: "Dit geldt niet alleen voor de christengelovigen, maar voor alle mensen van goede wil, in wier hart de genade op een onzichtbare wijze werkt. Aangezien immers Christus voor allen gestorven is en daar er voor alle mensen slechts één uiteindelijke roeping is, namelijk een goddelijke, moeten wij eraan vasthouden dat de Heilige Geest aan allen de mogelijkheid schenkt, op een wijze die aan God bekend is, aan dit Paasmysterie deel te hebben." 37

Het is dus duidelijk dat het heilsmysterie van het mens geworden Woord verbonden is met het heilsmysterie van de Geest. De Geest laat de heilbrengende invloed van de mens geworden Zoon werkelijkheid worden in het leven van alle mensen, die door God tot één enkel doel geroepen zijn, of zij nu aan de menswording van het Woord voorafgegaan zijn of na zijn komst in de geschiedenis leven: ze worden allemaal bewogen door de Geest van de Vader, die de Mensenzoon onbeperkt schenkt (vgl. Joh. 3,34).

Daarom heeft het Leergezag van de Kerk in de jongste tijd vast en helder de waarheid in herinnering geroepen dat er slechts één goddelijke heilsorde is: "De tegenwoordigheid en de activiteit van de Geest raken niet alleen de individuen, maar ook de maatschappij en de geschiedenis, de volkeren, de culturen en de godsdiensten. (...) Door de invloed van de Geest werkt de verrezen Christus in de harten van de mensen. (...) Het is ook de Geest die de 'zaden van het Woord' uitzaait, welke aanwezig zijn in de riten en culturen, en ze voorbereidt op hun rijping in Christus." 38 Het Leergezag erkent de heilshistorische functie van de Geest in het hele universum en in de hele geschiedenis van de mensheid39, maar beklemtoont tegelijkertijd: "Deze Geest is dezelfde als de Geest die gewerkt heeft in de menswording, het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus en die in de Kerk werkt. Hij is dus geen alternatief voor Christus en vult niet een soort leegte op die er zou bestaan tussen Christus en de Logos, zoals soms verondersteld wordt. Al wat de Geest bewerkt in het hart van de mensen en in de geschiedenis van de volken, in de culturen en in de godsdiensten, vervult een rol van voorbereiding op het evangelie en verwijst naar Christus, het Woord dat vlees is geworden door de werking van de Geest, 'zodat Hij als de volmaakte mens allen kon redden en alles in zich samenbrengen'." 40

Het werken van de Geest gebeurt dus niet buiten of naast het werken van Christus. Er bestaat slechts de ene heilsorde van de ene en drievuldige God, die in het mysterie van de menswording, van de dood en de verrijzenis van de Zoon van God, werkelijkheid wordt en die door de medewerking van de Heilige Geest tegenwoordig wordt gesteld en in zijn heilsbetekenis wordt uitgebreid tot de hele mensheid en het heelal: "De mensen kunnen dus alleen door Christus in gemeenschap met God treden onder de werking van de Geest." 41




34 Tweede Vaticaans Concilie, Pastorale Constitutie Gaudium et spes, 45; vgl. ook Concilie van Trente, Decreet over de Erfzonde, 3: DS 1513.



35 Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 3vlg.



36 Vgl. ibid., 7. De heilige Irenaeus schrijft, dat in de Kerk "de gemeenschap met Christus is neergelegd, dat wil zeggen de Heilige Geest" (Adversus haereses 3,24,1: SC 211, 472).



37 Tweede Vaticaans Concilie, Pastorale Constitutie Gaudium et spes, 22.



38 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 28: AAS 83 (1991) 274. Over de "zaden van het Woord" vgl. ook H. Justinus, Tweede Apologie 8, 1-2; 10, 1-3; 13, 3-6: E.J. Goodspeed (Uitg.), 84, 85, 88-89.



39 Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 28-29: AAS 83 (1991) 273-275.



40 Ibid., 29.



41 Ibid., 5.






Previous - Next

Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library

IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech