- IV De uniekheid en eenheid van de Kerk
Previous - Next
Click here to show the links to concordance
IV De uniekheid en eenheid van de Kerk
De Heer Jezus, de enige
Verlosser, heeft niet louter een gemeenschap van gelovigen gesticht. Hij
heeft de Kerk als heilsgeheim gevestigd: Hij zelf is in de Kerk en
de Kerk is in Hem (vgl. Joh. 15,1 vlg; Gal. 3,28; Ef.
4,15-16; Hand. 9,5); daarom hoort de volheid van het heilsmysterie
van Christus ook tot de Kerk, die onlosmakelijk met Hem verbonden is. Want
Jezus Christus zet zijn tegenwoordigheid en zijn heilswerk in de Kerk en
door de Kerk voort (vgl. Kol. 1,24-27) 47, die zijn lichaam
is (vgl. 1Kor. 12,12-13.27; Kol. 1,18). 48 Zoals het
hoofd en de ledematen van een levend lichaam weliswaar niet identiek zijn,
maar ook niet gescheiden kunnen worden, zo mogen Christus en de Kerk niet
met elkaar verwisseld worden, maar ook niet van elkaar gescheiden. Ze
vormen samen de enige "gehele Christus".49 Deze
onscheidbaarheid komt in het Nieuwe Testament ook door de analogie van de
Kerk als Bruid van Christus tot uitdrukking (vgl. 2Kor.
11,2; Ef. 5,25-29; Openb. 21,2.9). 50
Daarom moet in samenhang
met de uniekheid en de universaliteit van de heilsbemiddeling van Jezus
Christus de uniekheid van de door Hem gestichte Kerk als waarheid van het
katholieke geloof vast geloofd worden. Zoals er slechts één
enige Christus bestaat, zo bestaat er slechts één enig Lichaam, één
enige Bruid van Christus: "de ene en enige katholieke en apostolische
Kerk".51 De beloften van de Heer, zijn Kerk nooit in de steek te
laten (vgl. Mt. 16,18; 28,20) en haar met zijn Geest te leiden (vgl. Joh.
16,13), houden daarenboven volgens het katholieke geloof in dat de uniekheid
van de Kerk alsmede alles, wat tot haar integriteit behoort, nooit vernietigd
worden. 52
De gelovigen zijn ertoe gehouden
te belijden dat er een historische, in de apostolische opvolging gewortelde
continuïteit53 bestaat tussen de door Christus gestichte en de
katholieke Kerk: "Dit is de enige Kerk van Christus. (...) Onze Verlosser
heeft haar, na zijn verrijzenis, aan Petrus als herder toevertrouwd (vgl. Joh.
21,17). Aan hem en aan de andere apostelen heeft Hij haar uitbreiding en
leiding opgedragen (vgl. Mt. 28,18 vv.). Haar heeft Hij voor eeuwig
opgericht als pijler en grondslag van de waarheid (vgl. 1Tim. 3,15).
Deze Kerk, in deze wereld ingesteld en uitgebouwd als een maatschappij, bevindt
zich (subsistit) in de katholieke Kerk, die door de opvolger van Petrus
en de met hem verenigde bisschoppen wordt bestuurd." 54 Met de
term "subsistit in" wilde het Tweede Vaticaans Concilie twee
leerstellingen met elkaar in overeenstemming brengen: aan de ene kant, dat de
Kerk van Christus ondanks de verdeeldheden die onder christenen bestaan,
volledig slechts in de katholieke Kerk voortgaat te bestaan, en aan de andere
kant, "dat er ook buiten haar schoot meerdere bestanddelen van heiliging
en waarheid te vinden zijn"55, namelijk in de Kerken en kerkelijke
Gemeenschappen, die niet in volledige gemeenschap met de katholieke Kerk zijn.
56 Met betrekking tot deze Kerken en kerkelijke Gemeenschappen moet men
eraan vasthouden dat "zij hun werkzaamheid juist ontlenen aan de volheid
van genade en waarheid die aan de katholieke Kerk is
toevertrouwd".57
47 Vgl.
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 14.
48 Vgl.
ibid., 7.
49 H.
Augustinus, Enarratio in psalmos, Ps. 90, Sermo 2,1: CCL 39,
1266; H.Gregorius de Grote, Moralia in Iob, Praefatio 6,14: PL
75, 525; H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, III, q. 48, a. 2 ad 1.
50 Vgl.
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 6.
51 Grote
geloofsbelijdenis van de Armeense Kerk: DS 48; vgl. Bonifatius VIII,
Bulle Unam Sanctam: DS 870-872; Tweede Vaticaans Concilie,
Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 8.
52 Vgl.
Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 4; Johannes
Paulus II, Encycliek Ut unum sint, 11: AAS 87 (1995) 927.
53 Vgl.
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 20;
vgl. ook H. Irenaeus, Adversus haereses, II, 3, 1-3: SC 2111,
20-44; H. Cyprianus, Epist. 33, 1: CCL 3B, 164-165; H.
Augustinus, Contra advers. legis et prophet. , 1, 20, 39: CCL 49,
70.
54
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 8.
55
Ibid., 8; vgl. ibid., 15; Decreet Unitatis redintegratio, 3; Johannes
Paulus II, Encycliek Ut unum sint, 13: AAS 87 (1995) 928vlg.
56 De
authentieke betekenis van de Concilietekst is daarom in tegenspraak met de
interpretatie van degenen die uit de term "subsistit in" de
mening afleiden, dat de enige Kerk van Christus ook in andere christelijke
Kerken gerealiseerd kan zijn. "Het Concilie daarentegen heeft het woord
"subsistit" juist daarom gekozen, om duidelijk te maken, dat er
slechts één enige "subsistentie" van de ware Kerk bestaat, terwijl er
buiten haar zichtbare structuur enkel 'elementen van kerkzijn' bestaan,
die - aangezien zij elementen van dezelfde Kerk zijn - naar de katholieke Kerk
neigen en toeleiden" (Congregatie voor de Geloofsleer, Bekendmaking
over het boek 'Kerk: Charisma en macht. Proeve van een
militante ecclesiologie' van P. Leonardo Boff OFM : AAS 77
[1985] 758vlg.).
57
Tweede Vaticaans Concilie, Decreet Unitatis redintegratio, 3.
Previous - Next
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech