- V Kerk, rijk van God en rijk van Christus
Previous - Next
Click here to show the links to concordance
V Kerk, rijk van God en rijk van Christus
De Kerk is gezonden
"om het Rijk van Christus en van God aan te kondigen en in alle
volken te vestigen. Zo vormt zij de kiem en het begin van dit Rijk op
aarde." 68 Aan de ene kant is de Kerk "sacrament, dat
wil zeggen teken en werktuig voor de innigste vereniging met God alsook
voor de eenheid van de hele mensheid"69; ze is daarom teken
en werktuig voor het Rijk, ze heeft de roeping het te verkondigen en te vestigen.
Aan de andere kant is de Kerk "het door de eenheid van de Vader en de
Zoon en de Heilige Geest verenigde volk";70 ze is dus
"het in het mysterie reeds aanwezige Rijk van
Christus"71 en vormt daarom de kiem en aanvang
ervan. Het Rijk Gods heeft een eschatologische dimensie: het is een in de
tijd aanwezige werkelijkheid, maar zijn volledige verwerkelijking zal pas
met het einde oftewel de vervulling van de geschiedenis komen. 72
Uit de bijbelse teksten
noch uit de getuigenissen van de Vaders, evenmin als uit de documenten van het
Leergezag van de Kerk, kan men voor de termen Rijk der hemelen, Rijk Gods
en Rijk van Christus volkomen eenduidige betekenisinhouden afleiden, ook
niet van hun relatie tot de Kerk, die zelf mysterie is en niet in haar
totaliteit in een menselijk begrip kan worden omvat. Daarom zijn er
verschillende theologische verklaringen van deze themata toelaatbaar. Geen van
deze mogelijke verklaringen mag echter de innige verbondenheid tussen Christus,
het Rijk en de Kerk loochenen of op enigerlei wijze uithollen. Zeker kan
"het Rijk Gods zoals wij het uit de openbaring kennen noch van Christus,
noch van de Kerk losgemaakt worden. ( ... ) Als men het Rijk van de persoon
Jezus losmaakt, dan is het niet meer het Rijk Gods dat Hij geopenbaard heeft,
en men misvormt tenslotte ofwel de zin van het Rijk, dat gevaar loopt veranderd
te worden in een zuiver menselijk of ideologisch object, of men vervalst de
identiteit van Christus, die niet meer de Heer blijkt te zijn aan wie alles
onderworpen moet worden (vgl. 1Kor. 15,27). Men kan het Rijk evenmin
losmaken van de Kerk. Deze is zeker geen doel op zich, daar zij gericht staat
op het Rijk van God, waarvan zij kiem, teken en werktuig is. Maar terwijl de
Kerk onderscheiden is van Christus en van het Rijk, is zij met beiden
onlosmakelijk verbonden." 73
68
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 5.
69
Ibid., 1.
70
Ibid., 4; vlg. H. Cyprianus, De dominica oratione, 23: CCL 3A,
105.
71
Tweede Vaticaans Concilie, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, 3.
72 Vgl.
ibid., 9. Een aan God gericht gebed in de Didaché 9,4 (SC
248, 176) luidt: "Uw Kerk worde van de uiteinden der aarde samengebracht
in Uw Rijk." Ibid. 10,5 (SC 248, 180) heet het: "Gedenk, o
Heer, Uw Kerk (...) en breng haar samen uit de vier windstreken, de geheiligde,
in Uw Rijk, dat U voor haar hebt bereid."
73
Johannes Paulus II, Encycliek Redemptoris missio, 18: AAS 83
(1991) 265vlg; vgl. Apostolische Brief Ecclesia in Asia, 17: L'0sservatore
Romano, 7 november 1999, VII. Het Rijk is zozeer onscheidbaar van Christus,
dat het in zekere zin met Hem identiek is. Vgl. Origenes, In Mt. Hom.,
14,7: PG 13, 1197; Tertullianus, Adversus Marcionem, IV, 33, 8: CCL
1, 634.
Previous - Next
Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
IntraText® (V89) © 1996-2007 EuloTech