1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | een weg traceren, die in de loop van de eeuwen de mensheid
2 Inl, 0,1 | traceren, die in de loop van de eeuwen de mensheid in toenemende
3 Inl, 0,1 | in de loop van de eeuwen de mensheid in toenemende mate
4 Inl, 0,1 | mensheid in toenemende mate tot de ontmoeting en het gesprek
5 Inl, 0,1 | ontmoeting en het gesprek met de waarheid geleid heeft. Een
6 Inl, 0,1 | het immers niet - binnen de horizon van het zelfbewustzijn
7 Inl, 0,1 | van het zelfbewustzijn van de menselijke persoon heeft
8 Inl, 0,1 | heeft ontvouwen; hoe meer de mens de werkelijkheid en
9 Inl, 0,1 | ontvouwen; hoe meer de mens de werkelijkheid en de wereld
10 Inl, 0,1 | mens de werkelijkheid en de wereld leert kennen, des
11 Inl, 0,1 | hem steeds indringender de vraag naar de betekenis
12 Inl, 0,1 | indringender de vraag naar de betekenis van de dingen
13 Inl, 0,1 | vraag naar de betekenis van de dingen en van zijn eigen
14 Inl, 0,1 | een deel van ons leven. Op de architraaf van de tempel
15 Inl, 0,1 | leven. Op de architraaf van de tempel van Delphi was de
16 Inl, 0,1 | de tempel van Delphi was de vermanende oproep uitgehouwen: “
17 Inl, 0,1 | aangenomen die zich binnen de schepping juist als “mens”
18 Inl, 0,1 | toont ons een eerste blik op de geschiedenis van de oudheid
19 Inl, 0,1 | blik op de geschiedenis van de oudheid duidelijk dat in
20 Inl, 0,1 | verscheidene streken van de aarde met heel verschillende
21 Inl, 0,1 | grondvragen opdoken, die de gang van het menselijke
22 Inl, 0,1 | vragen bevinden zich in de heilige geschriften van
23 Inl, 0,1 | maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de Avesta;
24 Inl, 0,1 | op in de Veda’s en ook in de Avesta; we vinden ze in
25 Inl, 0,1 | Avesta; we vinden ze in de geschriften van Confucius
26 Inl, 0,1 | Confucius en Lao-Tse alsook in de verkondiging van Tirthankara
27 Inl, 0,1 | Boeddha. Ze verschijnen ook in de gedichten van Homerus en
28 Inl, 0,1 | gedichten van Homerus en in de tragedies van Euripides
29 Inl, 0,1 | en Sophocles, alsook in de wijsgerige traktaten van
30 Inl, 0,1 | gemeenschappelijke oorsprong hebben in de zoektocht naar zin, die
31 Inl, 0,1 | zoektocht naar zin, die de mens sedert de vroegste
32 Inl, 0,1 | zin, die de mens sedert de vroegste tijden in de ziel
33 Inl, 0,1 | sedert de vroegste tijden in de ziel beroert: van het antwoord
34 Inl, 0,1 | deze vragen hangt inderdaad de richting af die het bestaan
35 Inl, 0,2 | 2. De Kerk is geen vreemdeling
36 Inl, 0,2 | helemaal niet zijn. Sinds de Paasdag waarop zij de laatste
37 Inl, 0,2 | Sinds de Paasdag waarop zij de laatste waarheid over het
38 Inl, 0,2 | waarheid over het leven van de mens als geschenk heeft
39 Inl, 0,2 | ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten van de wereld geworden,
40 Inl, 0,2 | pelgrim op de straten van de wereld geworden, om te verkondigen
41 Inl, 0,2 | verkondigen dat Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en het
42 Inl, 0,2 | Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en het Leven” is (
43 Inl, 0,2 | Leven” is (Joh 14,6). Onder de verschillende diensten die
44 Inl, 0,2 | verschillende diensten die zij de mensheid aan te bieden heeft,
45 Inl, 0,2 | bijzondere wijze doet blijken: de dienst aan de waarheid.1
46 Inl, 0,2 | doet blijken: de dienst aan de waarheid.1 Deze zending
47 Inl, 0,2 | zending maakt enerzijds de gelovige gemeenschap tot
48 Inl, 0,2 | gemeenschappelijke streven dat de mensheid volbrengt om de
49 Inl, 0,2 | de mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2; anderzijds
50 Inl, 0,2(1) | dienen wij samen met Hem de goddelijke waarheid in de
51 Inl, 0,2(1) | de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid
52 Inl, 0,2(1) | goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid voor
53 Inl, 0,2(1) | om haar voor onszelf en de anderen beter toegankelijk
54 Inl, 0,2 | anderzijds legt zij haar de verplichting op, zich te
55 Inl, 0,2 | op, zich te bekommeren om de verkondiging van de verworven
56 Inl, 0,2 | bekommeren om de verkondiging van de verworven zekerheden; dit
57 Inl, 0,2 | slechts een etappe is op de weg naar die volledige waarheid,
58 Inl, 0,2 | volledige waarheid, die in de laatste openbaring van God
59 Inl, 0,2(2) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag
60 Inl, 0,2(2) | Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag Gaudium
61 Inl, 0,3 | 3. De mens bezit veel mogelijkheden
62 Inl, 0,3 | bezit veel mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis
63 Inl, 0,3 | mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis van de waarheid te
64 Inl, 0,3 | vooruitgang in de kennis van de waarheid te bevorderen en
65 Inl, 0,3 | maken. Daaronder blinkt de filosofie uit, die er onmiddellijk
66 Inl, 0,3 | onmiddellijk toe bijdraagt de vraag naar de zin van het
67 Inl, 0,3 | bijdraagt de vraag naar de zin van het leven te stellen
68 Inl, 0,3 | ontwerpen; zo vormt zij een van de voornaamste opgaven van
69 Inl, 0,3 | voornaamste opgaven van de mensheid. Naar haar Griekse
70 Inl, 0,3 | woord filosofie “liefde voor de wijsheid”. Het ontstaan
71 Inl, 0,3 | wijsheid”. Het ontstaan en de ontwikkeling van de wijsbegeerte
72 Inl, 0,3 | ontstaan en de ontwikkeling van de wijsbegeerte valt inderdaad
73 Inl, 0,3 | valt inderdaad juist in de tijd toen de mens begonnen
74 Inl, 0,3 | inderdaad juist in de tijd toen de mens begonnen is, vragen
75 Inl, 0,3 | over oorzaak en doel van de dingen. Ze laat op verschillende
76 Inl, 0,3 | zien dat het streven naar de waarheid tot de natuur van
77 Inl, 0,3 | streven naar de waarheid tot de natuur van de mens hoort.
78 Inl, 0,3 | waarheid tot de natuur van de mens hoort. Het is een eigenschap
79 Inl, 0,3 | verstand is aangeboren, naar de betekenis van de dingen
80 Inl, 0,3 | aangeboren, naar de betekenis van de dingen te vragen, ook wanneer
81 Inl, 0,3 | dingen te vragen, ook wanneer de in de loop der tijd gegeven
82 Inl, 0,3 | vragen, ook wanneer de in de loop der tijd gegeven antwoorden
83 Inl, 0,3 | dat duidelijk maakt dat de verschillende culturen waarin
84 Inl, 0,3 | verschillende culturen waarin de mens leeft, elkaar aanvullen.
85 Inl, 0,3 | aanvullen. Het feit dat de wijsbegeerte een sterke
86 Inl, 0,3 | een sterke invloed had op de vorming en ontwikkeling
87 Inl, 0,3 | vorming en ontwikkeling van de culturen van het Avondland,
88 Inl, 0,3 | ons niet blind maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen
89 Inl, 0,3 | voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen waaruit
90 Inl, 0,3 | bestaansvoorstellingen waaruit de Oriënt leeft, heeft uitgeoefend.
91 Inl, 0,3 | dat het geval is bewijst de omstandigheid dat een tot
92 Inl, 0,3 | zelfs aanwijsbaar is in de postulaten die de verschillende
93 Inl, 0,3 | is in de postulaten die de verschillende nationale
94 Inl, 0,3 | wetgevingen inspireren bij de regeling van het maatschappelijk
95 Inl, 0,4 | Aangespoord door het streven de laatste waarheid over het
96 Inl, 0,4 | bestaan te ontdekken, probeert de mens die universele kennis
97 Inl, 0,4 | zijn zelfverwerkelijking. De fundamentele kennis komt
98 Inl, 0,4 | fundamentele kennis komt voort uit de verbazing die bij hem opkomt
99 Inl, 0,4 | die bij hem opkomt door de beschouwing van de schepping;
100 Inl, 0,4 | door de beschouwing van de schepping; de mens wordt
101 Inl, 0,4 | beschouwing van de schepping; de mens wordt door verbazing
102 Inl, 0,4 | ontdekt dat hij deel is van de wereld en in betrekking
103 Inl, 0,4 | lot hij deelt. Hier begint de weg die hem dan zal leiden
104 Inl, 0,4 | die hem dan zal leiden tot de ontdekking van steeds nieuwe
105 Inl, 0,4 | horizonten van kennis. Zonder de verbazing zou de mens vervallen
106 Inl, 0,4 | Zonder de verbazing zou de mens vervallen in de monotonie
107 Inl, 0,4 | zou de mens vervallen in de monotonie van de herhaling
108 Inl, 0,4 | vervallen in de monotonie van de herhaling en zeer spoedig
109 Inl, 0,4 | kunnen bestaan. ~Het aan de menselijke geest eigen vermogen
110 Inl, 0,4 | zijn wijsgerige werk tot de ontwikkeling van een vorm
111 Inl, 0,4 | streng denken en aldus, door de logische consequentie van
112 Inl, 0,4 | logische consequentie van de uitspraken en de organische
113 Inl, 0,4 | consequentie van de uitspraken en de organische eenheid van hun
114 Inl, 0,4 | eenheid van hun inhoud, tot de opbouw van een systematische
115 Inl, 0,4 | resultaten behaald die tot de uitwerking van echte denksystemen
116 Inl, 0,4 | geleid. Daardoor was men in de loop van de geschiedenis
117 Inl, 0,4 | Daardoor was men in de loop van de geschiedenis steeds weer
118 Inl, 0,4 | steeds weer blootgesteld aan de verleiding om één enkele
119 Inl, 0,4 | die er aanspraak op maakt de uit zijn eigen perspectief
120 Inl, 0,4 | voortkomende, onvolmaakte visie tot de alomvattende duiding van
121 Inl, 0,4 | alomvattende duiding van de werkelijkheid te maken.
122 Inl, 0,4 | het mogelijk om ondanks de veranderingen van de tijd
123 Inl, 0,4 | ondanks de veranderingen van de tijd en de vooruitgang van
124 Inl, 0,4 | veranderingen van de tijd en de vooruitgang van de kennis
125 Inl, 0,4 | tijd en de vooruitgang van de kennis een kern van filosofische
126 Inl, 0,4 | inzichten te erkennen, die in de geschiedenis van het denken
127 Inl, 0,4 | voorbeeld te noemen, aan de beginselen van de non-contradictie,
128 Inl, 0,4 | noemen, aan de beginselen van de non-contradictie, van de
129 Inl, 0,4 | de non-contradictie, van de doelgerichtheid, van de
130 Inl, 0,4 | de doelgerichtheid, van de oorzakelijkheid en ook aan
131 Inl, 0,4 | oorzakelijkheid en ook aan de opvatting van de persoon
132 Inl, 0,4 | ook aan de opvatting van de persoon als vrij en verstandelijk
133 Inl, 0,4 | aan zijn vermogen om God, de waarheid en het goede te
134 Inl, 0,4 | aan dat er afgezien van de onderscheiden denkrichtingen
135 Inl, 0,4 | een geestelijk erfgoed van de mensheid kan zien; net alsof
136 Inl, 0,4 | soort referentiepunt van de verschillende wijsgerige
137 Inl, 0,4 | scholen moeten zijn. Wanneer de rede in staat is, de eerste
138 Inl, 0,4 | Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene beginselen
139 Inl, 0,4 | rechte rede’ of, zoals de antieke denkers haar noemden,
140 Inl, 0,5 | 5. De Kerk van haar kant moet
141 Inl, 0,5 | Kerk van haar kant moet de inzet van de rede om doelen
142 Inl, 0,5 | haar kant moet de inzet van de rede om doelen te bereiken,
143 Inl, 0,5 | erkennen. Want zij ziet in de wijsbegeerte de weg om fundamentele
144 Inl, 0,5 | ziet in de wijsbegeerte de weg om fundamentele waarheden
145 Inl, 0,5 | waarheden te leren kennen, die de existentie van de mens betreffen.
146 Inl, 0,5 | kennen, die de existentie van de mens betreffen. Tegelijkertijd
147 Inl, 0,5 | Tegelijkertijd beschouwt zij de wijsbegeerte als onontbeerlijke
148 Inl, 0,5 | geloof te verdiepen en om de waarheid van het evangelie
149 Inl, 0,5 | voorgangers wil ook ik daarom de blik richten op dit bijzondere
150 Inl, 0,5 | dit bijzondere werk van de rede. Daartoe noopt mij
151 Inl, 0,5 | rede. Daartoe noopt mij de waarneming, dat vooral in
152 Inl, 0,5 | onze tijd het zoeken naar de laatste waarheid vaak vertroebeld
153 Inl, 0,5 | vaak vertroebeld blijkt. De moderne wijsbegeerte heeft
154 Inl, 0,5 | wijsbegeerte heeft zonder twijfel de grote verdienste dat zij
155 Inl, 0,5 | grote verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft
156 Inl, 0,5 | verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft geconcentreerd.
157 Inl, 0,5 | denksystemen opgebouwd, die op de verschillende kennisterreinen
158 Inl, 0,5 | voortgebracht, omdat ze de ontplooiing van cultuur
159 Inl, 0,5 | geschiedenis bevorderden. De antropologie, de logica,
160 Inl, 0,5 | bevorderden. De antropologie, de logica, de natuurwetenschappen,
161 Inl, 0,5 | antropologie, de logica, de natuurwetenschappen, de
162 Inl, 0,5 | de natuurwetenschappen, de geschiedenis, de taal...,
163 Inl, 0,5 | natuurwetenschappen, de geschiedenis, de taal..., in zekere zin het
164 Inl, 0,5 | zekere zin het totaal van de kennis werd daarin betrokken.
165 Inl, 0,5 | kennis werd daarin betrokken. De positieve resultaten die
166 Inl, 0,5 | eenzijdige onderzoeken naar de mens als subject, vergeten
167 Inl, 0,5 | toe geroepen is, zich tot de waarheid te richten die
168 Inl, 0,5 | criteria beoordeeld, in de valse overtuiging dat alles
169 Inl, 0,5 | overtuiging dat alles door de techniek beheerst moet worden.
170 Inl, 0,5 | worden. Zo kwam het dat de rede, in plaats van de menselijke
171 Inl, 0,5 | dat de rede, in plaats van de menselijke oriëntatie op
172 Inl, 0,5 | menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk
173 Inl, 0,5 | mogelijk te verwoorden, onder de last van de vele kennis
174 Inl, 0,5 | verwoorden, onder de last van de vele kennis zich over zichzelf
175 Inl, 0,5 | steeds minder in staat was, de blik omhoog te heffen om
176 Inl, 0,5 | avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te
177 Inl, 0,5 | waarheid van het zijn te komen. De moderne wijsbegeerte heeft
178 Inl, 0,5 | moderne wijsbegeerte heeft de vraag naar het zijn verwaarloosd
179 Inl, 0,5 | zoeken geconcentreerd op de kennis van de mens. In plaats
180 Inl, 0,5 | geconcentreerd op de kennis van de mens. In plaats van gebruik
181 Inl, 0,5 | van gebruik te maken van de mogelijkheid die de mens
182 Inl, 0,5 | van de mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid
183 Inl, 0,5 | mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid te kennen, gaf
184 Inl, 0,5 | waarheid te kennen, gaf zij er de voorkeur aan de grenzen
185 Inl, 0,5 | gaf zij er de voorkeur aan de grenzen en condities daarvan
186 Inl, 0,5 | algemeen scepticisme. In de jongste tijd hebben verschillende
187 Inl, 0,5 | trachten te ontkrachten, die de mens als zekerheid had verworven.
188 Inl, 0,5 | pluralisme, dat stoelt op de opvatting dat alle stellingnames
189 Inl, 0,5 | gelijkwaardig zijn. Dat is een van de meest verbreide symptomen
190 Inl, 0,5 | gebrek aan vertrouwen in de waarheid. Ook sommige oosterse
191 Inl, 0,5 | ontzegt men namelijk aan de waarheid haar exclusieve
192 Inl, 0,5 | Daarbij gaat men uit van de opvatting dat de waarheid
193 Inl, 0,5 | uit van de opvatting dat de waarheid in verschillende,
194 Inl, 0,5 | teruggebracht tot mening. Men heeft de indruk van een beweging
195 Inl, 0,5 | enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die het steeds
196 Inl, 0,5 | die het steeds dichter bij de menselijke existentie en
197 Inl, 0,5 | ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag naar de waarheid
198 Inl, 0,5 | op de radicale vraag naar de waarheid van het leven als
199 Inl, 0,5 | om radicale vragen over de zin en de grondoorzaak van
200 Inl, 0,5 | radicale vragen over de zin en de grondoorzaak van het menselijke,
201 Inl, 0,5 | maatschappelijke leven te stellen. De hoop om van de wijsbegeerte
202 Inl, 0,5 | stellen. De hoop om van de wijsbegeerte definitieve
203 Inl, 0,6 | competentie als draagster van de Openbaring van Jezus Christus,
204 Inl, 0,6 | van Jezus Christus, wil de Kerk nu de noodzaak van
205 Inl, 0,6 | Christus, wil de Kerk nu de noodzaak van het nadenken
206 Inl, 0,6 | noodzaak van het nadenken over de waarheid opnieuw bekrachtigen.
207 Inl, 0,6 | ik besloten mij zowel tot de medebroeders in het bisschopsambt
208 Inl, 0,6 | bisschopsambt te wenden, met wie ik de zending deel “openlijk de
209 Inl, 0,6 | de zending deel “openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te
210 Inl, 0,6 | te verkondigen, als tot de theologen en filosofen,
211 Inl, 0,6 | taak het onderzoek naar de verschillende aspecten van
212 Inl, 0,6 | verschillende aspecten van de waarheid is, alsook tot
213 Inl, 0,6 | overwegingen met betrekking tot de weg die tot de ware wijsheid
214 Inl, 0,6 | betrekking tot de weg die tot de ware wijsheid voert, opdat
215 Inl, 0,6 | wijsheid voert, opdat ieder die de liefde voor haar in het
216 Inl, 0,6 | haar in het hart draagt, de juiste weg kan inslaan om
217 Inl, 0,6 | en geestelijke vreugde. ~De drang tot dit initiatief
218 Inl, 0,6 | geformuleerde inzicht, dat de bisschoppen “getuigen van
219 Inl, 0,6 | bisschoppen “getuigen van de goddelijke en katholieke
220 Inl, 0,6 | waarheid” zijn3. Getuigen van de waarheid is dus een taak
221 Inl, 0,6 | nieuwe bekrachtiging van de geloofswaarheid kunnen we
222 Inl, 0,6 | geloofswaarheid kunnen we aan de mens van onze tijd weer
223 Inl, 0,6 | zijn kenvermogens en aan de wijsbegeerte een uitdaging
224 Inl, 0,6 | overwegingen te formuleren. In de encycliek Veritatis Splendor
225 Inl, 0,6 | fundamentele waarheden van de katholieken leer in herinnering”
226 Inl, 0,6 | herinnering” gebracht, “die in de huidige context het risico
227 Inl, 0,6(3) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium , nr.
228 Inl, 0,6 | verder ontwikkelen en daarbij de aandacht juist op het thema
229 Inl, 0,6 | ingrijpende veranderingen vooral de jonge generaties, aan wie
230 Inl, 0,6 | jonge generaties, aan wie de toekomst toebehoort en van
231 Inl, 0,6 | echte referentiepunten zijn. De behoefte aan een fundament,
232 Inl, 0,6 | ieder afzonderlijk en van de samenleving kan worden gebouwd,
233 Inl, 0,6 | waarde verheft, waarbij de mogelijkheid om te komen
234 Inl, 0,6 | mogelijkheid om te komen tot de ware betekenis van het bestaan
235 Inl, 0,6 | voortslepen tot bijna aan de rand van de afgrond, zonder
236 Inl, 0,6 | tot bijna aan de rand van de afgrond, zonder te weten
237 Inl, 0,6 | wier roeping het was om de vrucht van hun denken in
238 Inl, 0,6 | culturele vormen uit te drukken, de blik van de waarheid hebben
239 Inl, 0,6 | te drukken, de blik van de waarheid hebben afgewend
240 Inl, 0,6 | aan onmiddellijk succes de voorkeur hebben gegeven
241 Inl, 0,6 | voorkeur hebben gegeven boven de inspanning van het geduldige
242 Inl, 0,6 | geduldige zoeken naar wat de moeite waard is om te leven.
243 Inl, 0,6 | moeite waard is om te leven. De wijsbegeerte, die de grote
244 Inl, 0,6 | leven. De wijsbegeerte, die de grote verantwoordelijkheid
245 Inl, 0,6 | geven aan het denken en aan de cultuur door steeds te wijzen
246 Inl, 0,6 | wijzen op het zoeken naar de waarheid, moet met alle
247 Inl, 0,6 | Daarom heb ik niet alleen de behoefte gevoeld, maar het
248 Inl, 0,6 | thema uit te spreken, opdat de mensheid op de drempel van
249 Inl, 0,6 | spreken, opdat de mensheid op de drempel van het derde millennium
250 Inl, 0,6 | het derde millennium van de christelijke tijdrekening
251 Inl, 0,6 | duidelijker bewust wordt van de geweldige mogelijkheden
252 Inl, 0,6 | met nieuwe moed inzet voor de verwezenlijking van het
253 I | Hoofdstuk I~De Openbaring Van Gods Wijsheid~
254 I, 1 | Jezus, Die De Vader Openbaart~
255 I, 1,7 | 7. Aan al het denken van de Kerk ligt het besef ten
256 I, 1,7 | besef ten grondslag, dat zij de draagster is van een boodschap
257 I, 1,7 | heeft (vgl. 2 Kor 4, 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt
258 I, 1,7 | 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt komt niet
259 I, 1,7 | maken (vgl. Eph 1,9): dat de mensen door Christus, het
260 I, 1,7 | vleesgeworden Woord, in de heilige Geest toegang hebben
261 I, 1,7 | Geest toegang hebben tot de Vader en deelachtig worden
262 I, 1,7 | en deelachtig worden aan de goddelijke natuur” 5. Daarbij
263 I, 1,7 | dat van God uitgaat, om de mensheid te bereiken en
264 I, 1,7 | God zich laten kennen en de kennis die de mens van Hem
265 I, 1,7 | kennen en de kennis die de mens van Hem heeft, brengt
266 I, 1,7 | andere ware kennis over de zin van zijn eigen bestaan
267 I, 1,7 | van zijn eigen bestaan tot de voltooiing, waartoe zijn
268 I, 1,7(5) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
269 I, 1,8 | woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie
270 I, 1,8 | woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie
271 I, 1,8 | en met inachtneming van de door het Concilie van Trente
272 I, 1,8 | voorgelegde principes heeft de Constitutie Dei Verbum van
273 I, 1,8 | Verbum van Vaticanum II de tocht van het geloofsinzicht,
274 I, 1,8 | intelligentia fidei, door de eeuwen voortgezet, terwijl
275 I, 1,8 | terwijl het nadacht over de Openbaring in het licht
276 I, 1,8 | Openbaring in het licht van de bijbelse leer en van de
277 I, 1,8 | de bijbelse leer en van de hele traditie van de kerkvaders.
278 I, 1,8 | van de hele traditie van de kerkvaders. De concilievaders
279 I, 1,8 | traditie van de kerkvaders. De concilievaders van Vaticanum
280 I, 1,8 | concilievaders van Vaticanum I hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke
281 I, 1,8 | karakter van Gods Openbaring. De rationalistische kritiek
282 I, 1,8 | voren werd gebracht, betrof de ontkenning van alle kennis
283 I, 1,8 | kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke vermogens van
284 I, 1,8 | het Concilie verplicht tot de nadrukkelijke vaststelling,
285 I, 1,8 | vaststelling, dat er buiten de kennis van het menselijke
286 I, 1,8 | dat krachtens zijn natuur de Schepper kan ontdekken,
287 I, 1,8 | het geloof. Deze kennis is de uitdrukking van een waarheid
288 I, 1,8 | die stoelt op het feit van de zich openbarende God zelf,
289 I, 1,9 | Concilie leert dus, dat de waarheid die verkregen is
290 I, 1,9 | door wijsgerig denken en de waarheid van de Openbaring
291 I, 1,9 | denken en de waarheid van de Openbaring noch zich met
292 I, 1,9 | object. Ten aanzien van de bron, omdat we in de ene
293 I, 1,9 | van de bron, omdat we in de ene kennen door het natuurlijke
294 I, 1,9 | natuurlijke verstand, in de andere door het goddelijk
295 I, 1,9 | op Gods getuigenis en dat de bovennatuurlijke hulp van
296 I, 1,9 | bovennatuurlijke hulp van de genade geniet, is inderdaad
297 I, 1,9 | van een andere orde dan de wijsgerige kennis. Want
298 I, 1,9 | kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke waarneming,
299 I, 1,9 | zintuiglijke waarneming, op de ervaring, en beweegt zich
300 I, 1,9 | alleen in het licht van de rede. De wijsbegeerte en
301 I, 1,9 | in het licht van de rede. De wijsbegeerte en de wetenschappen
302 I, 1,9 | rede. De wijsbegeerte en de wetenschappen dwalen rond
303 I, 1,9 | God verlicht en geleid, in de heilsboodschap de ‘volheid
304 I, 1,9 | geleid, in de heilsboodschap de ‘volheid van de genade en
305 I, 1,9 | heilsboodschap de ‘volheid van de genade en waarheid’ (vgl.
306 I, 1,9 | 1,14) erkent, die God in de geschiedenis definitief
307 I, 1,9(7) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
308 I, 1,9(7) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
309 I, 1,10 | 10. De Concilievaders van Vaticanum
310 I, 1,10 | van Vaticanum II hebben de blik vast op de openbarende
311 I, 1,10 | II hebben de blik vast op de openbarende Jezus gericht
312 I, 1,10 | heilskarakter van Gods openbaring in de geschiedenis aangegeven: “
313 I, 1,10 | deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God (vgl. Kol
314 I, 1,10 | Kol 1,15; 1 Tim 1, 17) uit de overvloed van zijn liefde
315 I, 1,10 | overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden (
316 I, 1,10 | om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen
317 I, 1,10 | nemen. Deze bedeling van de openbaring geschiedt door
318 I, 1,10 | elkaar verbonden zijn, zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis
319 I, 1,10 | zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis verricht,
320 I, 1,10 | heilsgeschiedenis verricht, de leer en de werkelijkheden,
321 I, 1,10 | heilsgeschiedenis verricht, de leer en de werkelijkheden, die door
322 I, 1,10 | werkelijkheden, die door de woorden worden betekend,
323 I, 1,10 | tonen en bevestigen, en de woorden de werken verkondigen
324 I, 1,10 | bevestigen, en de woorden de werken verkondigen en het
325 I, 1,10 | in Christus, die tegelijk de middelaar en de volheid
326 I, 1,10 | tegelijk de middelaar en de volheid van de gehele openbaring
327 I, 1,10 | middelaar en de volheid van de gehele openbaring is, de
328 I, 1,10 | de gehele openbaring is, de meest innerlijke waarheid”. 8 ~
329 I, 1,10(8) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
330 I, 1,11 | 11. Zo is de openbaring ingebed in tijd
331 I, 1,11 | tijd en geschiedenis. Ja, de menswording van Jezus Christus
332 I, 1,11 | Jezus Christus geschiedt in de “volheid van de tijd” (Gal
333 I, 1,11 | geschiedt in de “volheid van de tijd” (Gal 4,4). Tweeduizend
334 I, 1,11 | in het christendom aan de tijd een fundamentele betekenis”
335 I, 1,11 | betekenis” toekomt. 9 Want in de tijd treedt het hele werk
336 I, 1,11 | treedt het hele werk van de schepping en de verlossing
337 I, 1,11 | werk van de schepping en de verlossing aan het licht;
338 I, 1,11 | zichtbaar, dat wij door de menswording van de Zoon
339 I, 1,11 | door de menswording van de Zoon van God reeds nu de
340 I, 1,11 | de Zoon van God reeds nu de toekomstige voleinding van
341 I, 1,11 | toekomstige voleinding van de tijd beleven en daarop vooruitlopen. (
342 I, 1,11 | vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God aan de
343 I, 1,11 | De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf en over
344 I, 1,11 | Nazareth verkondigd. Dat zegt de constitutie Dei Verbum welsprekend: “
345 I, 1,11 | gesproken te hebben door de profeten, heeft God ‘nu
346 I, 1,11 | tijden tot ons gesproken door de Zoon’ (Hebr 1, 1-2). Want
347 I, 1,11 | verlicht, opdat deze onder de mensen zou wonen en hun
348 I, 1,11 | geworden Woord, als ‘mens tot de mensen’ gezonden, ‘spreekt
349 I, 1,11 | volbrengt het heilswerk dat de Vader Hem te doen gegeven
350 I, 1,11 | zegt: wie Mij ziet, ziet de Vader (vgl. Joh 14,9), vervult
351 I, 1,11 | vgl. Joh 14,9), vervult de openbaring, brengt haar
352 I, 1,11 | tegenwoordigheid en verschijning”. 10 ~De geschiedenis wordt zo voor
353 I, 1,11 | moet worden gegaan, zodat de geopenbaarde waarheid dankzij
354 I, 1,11 | onophoudelijke werken van de heilige Geest haar inhoud
355 I, 1,11 | 14,9). Dat leert opnieuw de Constitutie Dei Verbum,
356 I, 1,11 | wanneer ze vaststelt: “De Kerk streeft in de loop
357 I, 1,11 | vaststelt: “De Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken
358 I, 1,11 | eeuwen onafgebroken naar de volheid van de goddelijke
359 I, 1,11 | onafgebroken naar de volheid van de goddelijke waarheid, totdat
360 I, 1,12 | 12. De geschiedenis wordt aldus
361 I, 1,12 | geschiedenis wordt aldus tot de plaats waar we Gods handelen
362 I, 1,12 | waar we Gods handelen voor de mensheid kunnen vaststellen.
363 I, 1,12 | zouden kunnen begrijpen. ~De menswording van God laat
364 I, 1,12 | menswording van God laat ons de eeuwige en definitieve synthese
365 I, 1,12 | voltrokken zien worden, die de menselijke geest zich vanuit
366 I, 1,12 | eeuwige treedt binnen in de tijd, het geheel verbergt
367 I, 1,12 | een fragment, God neemt de gedaante van een mens aan.
368 I, 1,12 | gedaante van een mens aan. De in de openbaring van Christus
369 I, 1,12 | van een mens aan. De in de openbaring van Christus
370 I, 1,12 | in Christus toegang tot de Vader; door zijn dood en
371 I, 1,12 | goddelijk leven geschonken, dat de eerste Adam had afgewezen (
372 I, 1,12 | Met deze openbaring wordt de mens de laatste waarheid
373 I, 1,12 | openbaring wordt de mens de laatste waarheid over zijn
374 I, 1,12 | Woord licht het mysterie van de mens op” 12, stelt de constitutie
375 I, 1,12 | van de mens op” 12, stelt de constitutie Gaudium et spes
376 I, 1,12 | zicht blijft het geheim van de menselijke persoon een onoplosbaar
377 I, 1,12 | afstraalt van het lijden, de dood en de opstanding van
378 I, 1,12 | van het lijden, de dood en de opstanding van Christus,
379 I, 1,12 | opstanding van Christus, zou de mens het antwoord kunnen
380 I, 1,12 | dramatische kwesties als die van de pijn, het lijden van onschuldigen
381 I, 1,12 | lijden van onschuldigen en de dood? ~
382 I, 2,13 | niettemin niet vergeten dat de openbaring tot vandaag toe
383 I, 2,13 | leven het aanschijn van de Vader, want Hij is immers
384 I, 2,13 | te verkondigen” 13; maar de kennis die wij van dit aanschijn
385 I, 2,13 | geloof staat het ons toe in de intimiteit van het mysterie
386 I, 2,13 | concilie leert, dat “aan de zich openbarende God de
387 I, 2,13 | de zich openbarende God de gehoorzaamheid van het geloof
388 I, 2,13(13) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
389 I, 2,13 | hoogste vrijheid erkend wordt. De God die zich laat kennen,
390 I, 2,13 | absolute transcendentie ook de bron van de geloofwaardigheid
391 I, 2,13 | transcendentie ook de bron van de geloofwaardigheid van wat
392 I, 2,13 | openbaart. Door het geloof geeft de mens zijn instemming met
393 I, 2,13 | zeggen dat hij geheel en al de waarheid erkent van hetgeen
394 I, 2,13 | daarvoor garant staat. Deze aan de mens geschonken en door
395 I, 2,13 | voegt zich in het kader van de interpersoonlijke communicatie.
396 I, 2,13 | aan te nemen. Daarom is de akt, waarmee men zich aan
397 I, 2,13 | aan God toevertrouwt, door de Kerk steeds beschouwd als
398 I, 2,13 | beslissingsmoment, waarin de hele persoon is betrokken.
399 I, 2,13 | natuur in, om aan het subject de voltrekking van een akt
400 I, 2,13 | mogelijk te maken waarin de persoonlijke vrijheid in
401 I, 2,13 | persoonlijke vrijheid in de volle zin beleefd wordt15.
402 I, 2,13 | wordt15. In het geloof is de vrijheid dus niet simpelweg
403 I, 2,13 | brengen. Met andere woorden: de vrijheid verwerkelijkt zich
404 I, 2,13 | tegen God. Hoe zou immers de weigering om zich open te
405 I, 2,13 | te stellen voor dat wat de zelfverwerkelijking mogelijk
406 I, 2,13 | geloofwaardige toepassing van de vrijheid gezien kunnen worden?
407 I, 2,13 | In het geloof voltrekt de mens de meest betekenisvolle
408 I, 2,13 | geloof voltrekt de mens de meest betekenisvolle akt
409 I, 2,13 | bestaan; hier is het dat de vrijheid de zekerheid van
410 I, 2,13 | hier is het dat de vrijheid de zekerheid van de waarheid
411 I, 2,13 | vrijheid de zekerheid van de waarheid bereikt en besluit
412 I, 2,13 | besluit in haar te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige
413 I, 2,13 | haar te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige tekens
414 I, 2,13 | ertoe om grondiger naar de waarheid te zoeken en het
415 I, 2,13 | waarheid te zoeken en het de rede mogelijk te maken ook
416 I, 2,13 | maken dat het verstand met de middelen die het ten dienste
417 I, 2,13 | doorgrondt; anderzijds zijn de tekens voor het verstand
418 I, 2,13 | hun aard van tekens, om de diepere betekenis die zij
419 I, 2,13 | waarheid aanwezig, waarnaar de rede wordt verwezen en waarvan
420 I, 2,13 | kan afzien zonder dat zij de haar aangeboden tekens zelf
421 I, 2,13 | sacramentele karakter van de openbaring en in het bijzonder
422 I, 2,13 | bijzonder op het teken van de eucharistie, waar de onlosmakelijke
423 I, 2,13 | van de eucharistie, waar de onlosmakelijke eenheid tussen
424 I, 2,13 | onlosmakelijke eenheid tussen de werkelijkheid en haar betekenis
425 I, 2,13 | betekenis het mogelijk maakt, de diepte van het mysterie
426 I, 2,13 | bevatten. Christus is in de eucharistie waarlijk aanwezig
427 I, 2,13 | door zijn Geest, maar zoals de H. Thomas juist gezegd heeft: “
428 I, 2,13 | geloof bevestigt je voorbij de natuur. Wat daar verschijnt
429 I, 2,13(15) | hierboven verwijst, leert dat de geloofsgehoorzaamheid de
430 I, 2,13(15) | de geloofsgehoorzaamheid de inzet van het verstand en
431 I, 2,13(15) | inzet van het verstand en de wil vraagt: “Aangezien de
432 I, 2,13(15) | de wil vraagt: “Aangezien de mens volledig afhankelijk
433 I, 2,13(15) | zijn Schepper en Heer, en de geschapen rede geheel onderworpen
434 I, 2,13(15) | geheel onderworpen is aan de ongeschapen waarheid, zijn
435 I, 2,13(15) | verplicht in het geloof aan de zich openbarende God de
436 I, 2,13(15) | de zich openbarende God de volle gehoorzaamheid van
437 I, 2,13(15) | van het verstand en van de wil te betonen.” (Dogmatische
438 I, 2,13 | werkelijkheden”. 16 Hem valt de filosoof Pascal bij: “Zoals
439 I, 2,13 | Zoals Jezus Christus onder de mensen onherkend is gebleven,
440 I, 2,13 | zich uiterlijk niet van de algemene opinies. En zo
441 I, 2,13 | algemene opinies. En zo blijft de eucharistie onder het gewone
442 I, 2,13 | onder het gewone brood.” 17 ~De geloofskennis heft het mysterie
443 I, 2,13 | als een voor het leven van de mens wezenlijk feit: “Christus
444 I, 2,13 | wezenlijk feit: “Christus de Heer (...) openbaart juist
445 I, 2,13 | openbaart juist in de openbaring van het geheim
446 I, 2,13 | openbaring van het geheim van de Vader en van zijn liefde,
447 I, 2,13 | Vader en van zijn liefde, de mens zelf ten volle aan
448 I, 2,13 | mens zelf ten volle aan de mens en ontsluit voor hem
449 I, 2,13(18) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld
450 I, 2,13(18) | Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld Gaudium et
451 I, 2,13(19) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
452 I, 2,14 | 14. De leer van de beide Vaticaanse
453 I, 2,14 | 14. De leer van de beide Vaticaanse Concilies
454 I, 2,14 | echte vernieuwing open. De openbaring brengt binnen
455 I, 2,14 | openbaring brengt binnen de geschiedenis een referentiepunt
456 I, 2,14 | een referentiepunt waarvan de mens niet kan afzien, als
457 I, 2,14 | deze beide momenten heeft de rede haar bijzondere plaats
458 I, 2,14 | oneindige mysterie van God. ~De openbaring brengt dus binnen
459 I, 2,14 | staan; ja, ze spoort hem aan de ruimte van zijn kennis steeds
460 I, 2,14 | overdenking komt ons een van de spiritueelste en belangrijkste
461 I, 2,14 | scheppende persoonlijkheden van de mensengeschiedenis te hulp,
462 I, 2,14 | referentiepunt voor zowel de wijsbegeerte alsook de theologie:
463 I, 2,14 | zowel de wijsbegeerte alsook de theologie: de heilige Anselmus.
464 I, 2,14 | wijsbegeerte alsook de theologie: de heilige Anselmus. In zijn
465 I, 2,14 | zijn Proslogion schrijft de bisschop van Kantelberg: “
466 I, 2,14 | denken; tot ik tenslotte de hoop, het ooit te kunnen
467 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke
468 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke openbaring,
469 I, 2,15 | respecteert ten diepste de autonomie van het schepsel
470 I, 2,15 | verplicht het echter in naam van de waarheid, zich open te stellen
471 I, 2,15 | transcendente. Hier bereikt de verhouding van vrijheid
472 I, 2,15 | men volledig het woord van de Heer: “Dan zult u de waarheid
473 I, 2,15 | van de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en de waarheid
474 I, 2,15 | u de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” (
475 I, 2,15 | vrijmaken” (Joh 8,32). ~De christelijke openbaring
476 I, 2,15 | christelijke openbaring is de ware leidstér voor de mens
477 I, 2,15 | is de ware leidstér voor de mens tussen de druk van
478 I, 2,15 | leidstér voor de mens tussen de druk van een immanentistische
479 I, 2,15 | immanentistische denkwijze en de beperkingen van een technocratische
480 I, 2,15 | technocratische logica; zij is de uiterste mogelijkheid die
481 I, 2,15 | oorspronkelijke plan van de liefde, dat met de schepping
482 I, 2,15 | plan van de liefde, dat met de schepping begonnen is, volledig
483 I, 2,15 | volledig terug te vinden. Aan de mens die verlangt naar kennis
484 I, 2,15 | inzoverre hij nog in staat is de blik boven zichzelf en zijn
485 I, 2,15 | plannen uit te verheffen, de mogelijkheid gegeven de
486 I, 2,15 | de mogelijkheid gegeven de natuurlijke verhouding tot
487 I, 2,15 | te herwinnen doordat hij de weg van de waarheid gaat.
488 I, 2,15 | herwinnen doordat hij de weg van de waarheid gaat. De woorden
489 I, 2,15 | weg van de waarheid gaat. De woorden uit het boek Deuteronomium
490 I, 2,15 | deze situatie toepassen: “De geboden die Ik u vandaag
491 I, 2,15 | bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te
492 I, 2,15 | te zeggen: ‘Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons
493 I, 2,15 | niet te zeggen: ‘Wie zal de zee oversteken om ze voor
494 I, 2,15 | 14). Bij deze tekst sluit de heilige Augustinus, wijsgeer
495 I, 2,15 | wijsgeer en theoloog, aan met de beroemde gedachte: “Noli
496 I, 2,15 | terug. In het binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~
497 I, 2,15 | binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~In het licht
498 I, 2,15 | eerste conclusie naar boven: de waarheid, die de openbaring
499 I, 2,15 | boven: de waarheid, die de openbaring ons laat kennen,
500 I, 2,15 | ons laat kennen, is niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157 |