Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dàt 1
datgene 3
datzelfde 2
de 3157
debat 2
december 3
decreet 9
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
3157 de
1784 van
1527 het
1018 en
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157

     Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | een weg traceren, die in de loop van de eeuwen de mensheid 2 Inl, 0,1 | traceren, die in de loop van de eeuwen de mensheid in toenemende 3 Inl, 0,1 | in de loop van de eeuwen de mensheid in toenemende mate 4 Inl, 0,1 | mensheid in toenemende mate tot de ontmoeting en het gesprek 5 Inl, 0,1 | ontmoeting en het gesprek met de waarheid geleid heeft. Een 6 Inl, 0,1 | het immers niet - binnen de horizon van het zelfbewustzijn 7 Inl, 0,1 | van het zelfbewustzijn van de menselijke persoon heeft 8 Inl, 0,1 | heeft ontvouwen; hoe meer de mens de werkelijkheid en 9 Inl, 0,1 | ontvouwen; hoe meer de mens de werkelijkheid en de wereld 10 Inl, 0,1 | mens de werkelijkheid en de wereld leert kennen, des 11 Inl, 0,1 | hem steeds indringender de vraag naar de betekenis 12 Inl, 0,1 | indringender de vraag naar de betekenis van de dingen 13 Inl, 0,1 | vraag naar de betekenis van de dingen en van zijn eigen 14 Inl, 0,1 | een deel van ons leven. Op de architraaf van de tempel 15 Inl, 0,1 | leven. Op de architraaf van de tempel van Delphi was de 16 Inl, 0,1 | de tempel van Delphi was de vermanende oproep uitgehouwen: “ 17 Inl, 0,1 | aangenomen die zich binnen de schepping juist alsmens” 18 Inl, 0,1 | toont ons een eerste blik op de geschiedenis van de oudheid 19 Inl, 0,1 | blik op de geschiedenis van de oudheid duidelijk dat in 20 Inl, 0,1 | verscheidene streken van de aarde met heel verschillende 21 Inl, 0,1 | grondvragen opdoken, die de gang van het menselijke 22 Inl, 0,1 | vragen bevinden zich in de heilige geschriften van 23 Inl, 0,1 | maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de Avesta; 24 Inl, 0,1 | op in de Veda’s en ook in de Avesta; we vinden ze in 25 Inl, 0,1 | Avesta; we vinden ze in de geschriften van Confucius 26 Inl, 0,1 | Confucius en Lao-Tse alsook in de verkondiging van Tirthankara 27 Inl, 0,1 | Boeddha. Ze verschijnen ook in de gedichten van Homerus en 28 Inl, 0,1 | gedichten van Homerus en in de tragedies van Euripides 29 Inl, 0,1 | en Sophocles, alsook in de wijsgerige traktaten van 30 Inl, 0,1 | gemeenschappelijke oorsprong hebben in de zoektocht naar zin, die 31 Inl, 0,1 | zoektocht naar zin, die de mens sedert de vroegste 32 Inl, 0,1 | zin, die de mens sedert de vroegste tijden in de ziel 33 Inl, 0,1 | sedert de vroegste tijden in de ziel beroert: van het antwoord 34 Inl, 0,1 | deze vragen hangt inderdaad de richting af die het bestaan 35 Inl, 0,2 | 2. De Kerk is geen vreemdeling 36 Inl, 0,2 | helemaal niet zijn. Sinds de Paasdag waarop zij de laatste 37 Inl, 0,2 | Sinds de Paasdag waarop zij de laatste waarheid over het 38 Inl, 0,2 | waarheid over het leven van de mens als geschenk heeft 39 Inl, 0,2 | ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten van de wereld geworden, 40 Inl, 0,2 | pelgrim op de straten van de wereld geworden, om te verkondigen 41 Inl, 0,2 | verkondigen dat Jezus Christusde Weg, de Waarheid en het 42 Inl, 0,2 | Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en het Levenis ( 43 Inl, 0,2 | Levenis (Joh 14,6). Onder de verschillende diensten die 44 Inl, 0,2 | verschillende diensten die zij de mensheid aan te bieden heeft, 45 Inl, 0,2 | bijzondere wijze doet blijken: de dienst aan de waarheid.1 46 Inl, 0,2 | doet blijken: de dienst aan de waarheid.1 Deze zending 47 Inl, 0,2 | zending maakt enerzijds de gelovige gemeenschap tot 48 Inl, 0,2 | gemeenschappelijke streven dat de mensheid volbrengt om de 49 Inl, 0,2 | de mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2; anderzijds 50 Inl, 0,2(1) | dienen wij samen met Hem de goddelijke waarheid in de 51 Inl, 0,2(1) | de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid 52 Inl, 0,2(1) | goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid voor 53 Inl, 0,2(1) | om haar voor onszelf en de anderen beter toegankelijk 54 Inl, 0,2 | anderzijds legt zij haar de verplichting op, zich te 55 Inl, 0,2 | op, zich te bekommeren om de verkondiging van de verworven 56 Inl, 0,2 | bekommeren om de verkondiging van de verworven zekerheden; dit 57 Inl, 0,2 | slechts een etappe is op de weg naar die volledige waarheid, 58 Inl, 0,2 | volledige waarheid, die in de laatste openbaring van God 59 Inl, 0,2(2) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag 60 Inl, 0,2(2) | Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag Gaudium 61 Inl, 0,3 | 3. De mens bezit veel mogelijkheden 62 Inl, 0,3 | bezit veel mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis 63 Inl, 0,3 | mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis van de waarheid te 64 Inl, 0,3 | vooruitgang in de kennis van de waarheid te bevorderen en 65 Inl, 0,3 | maken. Daaronder blinkt de filosofie uit, die er onmiddellijk 66 Inl, 0,3 | onmiddellijk toe bijdraagt de vraag naar de zin van het 67 Inl, 0,3 | bijdraagt de vraag naar de zin van het leven te stellen 68 Inl, 0,3 | ontwerpen; zo vormt zij een van de voornaamste opgaven van 69 Inl, 0,3 | voornaamste opgaven van de mensheid. Naar haar Griekse 70 Inl, 0,3 | woord filosofieliefde voor de wijsheid”. Het ontstaan 71 Inl, 0,3 | wijsheid”. Het ontstaan en de ontwikkeling van de wijsbegeerte 72 Inl, 0,3 | ontstaan en de ontwikkeling van de wijsbegeerte valt inderdaad 73 Inl, 0,3 | valt inderdaad juist in de tijd toen de mens begonnen 74 Inl, 0,3 | inderdaad juist in de tijd toen de mens begonnen is, vragen 75 Inl, 0,3 | over oorzaak en doel van de dingen. Ze laat op verschillende 76 Inl, 0,3 | zien dat het streven naar de waarheid tot de natuur van 77 Inl, 0,3 | streven naar de waarheid tot de natuur van de mens hoort. 78 Inl, 0,3 | waarheid tot de natuur van de mens hoort. Het is een eigenschap 79 Inl, 0,3 | verstand is aangeboren, naar de betekenis van de dingen 80 Inl, 0,3 | aangeboren, naar de betekenis van de dingen te vragen, ook wanneer 81 Inl, 0,3 | dingen te vragen, ook wanneer de in de loop der tijd gegeven 82 Inl, 0,3 | vragen, ook wanneer de in de loop der tijd gegeven antwoorden 83 Inl, 0,3 | dat duidelijk maakt dat de verschillende culturen waarin 84 Inl, 0,3 | verschillende culturen waarin de mens leeft, elkaar aanvullen. 85 Inl, 0,3 | aanvullen. Het feit dat de wijsbegeerte een sterke 86 Inl, 0,3 | een sterke invloed had op de vorming en ontwikkeling 87 Inl, 0,3 | vorming en ontwikkeling van de culturen van het Avondland, 88 Inl, 0,3 | ons niet blind maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen 89 Inl, 0,3 | voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen waaruit 90 Inl, 0,3 | bestaansvoorstellingen waaruit de Oriënt leeft, heeft uitgeoefend. 91 Inl, 0,3 | dat het geval is bewijst de omstandigheid dat een tot 92 Inl, 0,3 | zelfs aanwijsbaar is in de postulaten die de verschillende 93 Inl, 0,3 | is in de postulaten die de verschillende nationale 94 Inl, 0,3 | wetgevingen inspireren bij de regeling van het maatschappelijk 95 Inl, 0,4 | Aangespoord door het streven de laatste waarheid over het 96 Inl, 0,4 | bestaan te ontdekken, probeert de mens die universele kennis 97 Inl, 0,4 | zijn zelfverwerkelijking. De fundamentele kennis komt 98 Inl, 0,4 | fundamentele kennis komt voort uit de verbazing die bij hem opkomt 99 Inl, 0,4 | die bij hem opkomt door de beschouwing van de schepping; 100 Inl, 0,4 | door de beschouwing van de schepping; de mens wordt 101 Inl, 0,4 | beschouwing van de schepping; de mens wordt door verbazing 102 Inl, 0,4 | ontdekt dat hij deel is van de wereld en in betrekking 103 Inl, 0,4 | lot hij deelt. Hier begint de weg die hem dan zal leiden 104 Inl, 0,4 | die hem dan zal leiden tot de ontdekking van steeds nieuwe 105 Inl, 0,4 | horizonten van kennis. Zonder de verbazing zou de mens vervallen 106 Inl, 0,4 | Zonder de verbazing zou de mens vervallen in de monotonie 107 Inl, 0,4 | zou de mens vervallen in de monotonie van de herhaling 108 Inl, 0,4 | vervallen in de monotonie van de herhaling en zeer spoedig 109 Inl, 0,4 | kunnen bestaan. ~Het aan de menselijke geest eigen vermogen 110 Inl, 0,4 | zijn wijsgerige werk tot de ontwikkeling van een vorm 111 Inl, 0,4 | streng denken en aldus, door de logische consequentie van 112 Inl, 0,4 | logische consequentie van de uitspraken en de organische 113 Inl, 0,4 | consequentie van de uitspraken en de organische eenheid van hun 114 Inl, 0,4 | eenheid van hun inhoud, tot de opbouw van een systematische 115 Inl, 0,4 | resultaten behaald die tot de uitwerking van echte denksystemen 116 Inl, 0,4 | geleid. Daardoor was men in de loop van de geschiedenis 117 Inl, 0,4 | Daardoor was men in de loop van de geschiedenis steeds weer 118 Inl, 0,4 | steeds weer blootgesteld aan de verleiding om één enkele 119 Inl, 0,4 | die er aanspraak op maakt de uit zijn eigen perspectief 120 Inl, 0,4 | voortkomende, onvolmaakte visie tot de alomvattende duiding van 121 Inl, 0,4 | alomvattende duiding van de werkelijkheid te maken. 122 Inl, 0,4 | het mogelijk om ondanks de veranderingen van de tijd 123 Inl, 0,4 | ondanks de veranderingen van de tijd en de vooruitgang van 124 Inl, 0,4 | veranderingen van de tijd en de vooruitgang van de kennis 125 Inl, 0,4 | tijd en de vooruitgang van de kennis een kern van filosofische 126 Inl, 0,4 | inzichten te erkennen, die in de geschiedenis van het denken 127 Inl, 0,4 | voorbeeld te noemen, aan de beginselen van de non-contradictie, 128 Inl, 0,4 | noemen, aan de beginselen van de non-contradictie, van de 129 Inl, 0,4 | de non-contradictie, van de doelgerichtheid, van de 130 Inl, 0,4 | de doelgerichtheid, van de oorzakelijkheid en ook aan 131 Inl, 0,4 | oorzakelijkheid en ook aan de opvatting van de persoon 132 Inl, 0,4 | ook aan de opvatting van de persoon als vrij en verstandelijk 133 Inl, 0,4 | aan zijn vermogen om God, de waarheid en het goede te 134 Inl, 0,4 | aan dat er afgezien van de onderscheiden denkrichtingen 135 Inl, 0,4 | een geestelijk erfgoed van de mensheid kan zien; net alsof 136 Inl, 0,4 | soort referentiepunt van de verschillende wijsgerige 137 Inl, 0,4 | scholen moeten zijn. Wanneer de rede in staat is, de eerste 138 Inl, 0,4 | Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene beginselen 139 Inl, 0,4 | rechte redeof, zoals de antieke denkers haar noemden, 140 Inl, 0,5 | 5. De Kerk van haar kant moet 141 Inl, 0,5 | Kerk van haar kant moet de inzet van de rede om doelen 142 Inl, 0,5 | haar kant moet de inzet van de rede om doelen te bereiken, 143 Inl, 0,5 | erkennen. Want zij ziet in de wijsbegeerte de weg om fundamentele 144 Inl, 0,5 | ziet in de wijsbegeerte de weg om fundamentele waarheden 145 Inl, 0,5 | waarheden te leren kennen, die de existentie van de mens betreffen. 146 Inl, 0,5 | kennen, die de existentie van de mens betreffen. Tegelijkertijd 147 Inl, 0,5 | Tegelijkertijd beschouwt zij de wijsbegeerte als onontbeerlijke 148 Inl, 0,5 | geloof te verdiepen en om de waarheid van het evangelie 149 Inl, 0,5 | voorgangers wil ook ik daarom de blik richten op dit bijzondere 150 Inl, 0,5 | dit bijzondere werk van de rede. Daartoe noopt mij 151 Inl, 0,5 | rede. Daartoe noopt mij de waarneming, dat vooral in 152 Inl, 0,5 | onze tijd het zoeken naar de laatste waarheid vaak vertroebeld 153 Inl, 0,5 | vaak vertroebeld blijkt. De moderne wijsbegeerte heeft 154 Inl, 0,5 | wijsbegeerte heeft zonder twijfel de grote verdienste dat zij 155 Inl, 0,5 | grote verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft 156 Inl, 0,5 | verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft geconcentreerd. 157 Inl, 0,5 | denksystemen opgebouwd, die op de verschillende kennisterreinen 158 Inl, 0,5 | voortgebracht, omdat ze de ontplooiing van cultuur 159 Inl, 0,5 | geschiedenis bevorderden. De antropologie, de logica, 160 Inl, 0,5 | bevorderden. De antropologie, de logica, de natuurwetenschappen, 161 Inl, 0,5 | antropologie, de logica, de natuurwetenschappen, de 162 Inl, 0,5 | de natuurwetenschappen, de geschiedenis, de taal..., 163 Inl, 0,5 | natuurwetenschappen, de geschiedenis, de taal..., in zekere zin het 164 Inl, 0,5 | zekere zin het totaal van de kennis werd daarin betrokken. 165 Inl, 0,5 | kennis werd daarin betrokken. De positieve resultaten die 166 Inl, 0,5 | eenzijdige onderzoeken naar de mens als subject, vergeten 167 Inl, 0,5 | toe geroepen is, zich tot de waarheid te richten die 168 Inl, 0,5 | criteria beoordeeld, in de valse overtuiging dat alles 169 Inl, 0,5 | overtuiging dat alles door de techniek beheerst moet worden. 170 Inl, 0,5 | worden. Zo kwam het dat de rede, in plaats van de menselijke 171 Inl, 0,5 | dat de rede, in plaats van de menselijke oriëntatie op 172 Inl, 0,5 | menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk 173 Inl, 0,5 | mogelijk te verwoorden, onder de last van de vele kennis 174 Inl, 0,5 | verwoorden, onder de last van de vele kennis zich over zichzelf 175 Inl, 0,5 | steeds minder in staat was, de blik omhoog te heffen om 176 Inl, 0,5 | avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te 177 Inl, 0,5 | waarheid van het zijn te komen. De moderne wijsbegeerte heeft 178 Inl, 0,5 | moderne wijsbegeerte heeft de vraag naar het zijn verwaarloosd 179 Inl, 0,5 | zoeken geconcentreerd op de kennis van de mens. In plaats 180 Inl, 0,5 | geconcentreerd op de kennis van de mens. In plaats van gebruik 181 Inl, 0,5 | van gebruik te maken van de mogelijkheid die de mens 182 Inl, 0,5 | van de mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid 183 Inl, 0,5 | mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid te kennen, gaf 184 Inl, 0,5 | waarheid te kennen, gaf zij er de voorkeur aan de grenzen 185 Inl, 0,5 | gaf zij er de voorkeur aan de grenzen en condities daarvan 186 Inl, 0,5 | algemeen scepticisme. In de jongste tijd hebben verschillende 187 Inl, 0,5 | trachten te ontkrachten, die de mens als zekerheid had verworven. 188 Inl, 0,5 | pluralisme, dat stoelt op de opvatting dat alle stellingnames 189 Inl, 0,5 | gelijkwaardig zijn. Dat is een van de meest verbreide symptomen 190 Inl, 0,5 | gebrek aan vertrouwen in de waarheid. Ook sommige oosterse 191 Inl, 0,5 | ontzegt men namelijk aan de waarheid haar exclusieve 192 Inl, 0,5 | Daarbij gaat men uit van de opvatting dat de waarheid 193 Inl, 0,5 | uit van de opvatting dat de waarheid in verschillende, 194 Inl, 0,5 | teruggebracht tot mening. Men heeft de indruk van een beweging 195 Inl, 0,5 | enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die het steeds 196 Inl, 0,5 | die het steeds dichter bij de menselijke existentie en 197 Inl, 0,5 | ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag naar de waarheid 198 Inl, 0,5 | op de radicale vraag naar de waarheid van het leven als 199 Inl, 0,5 | om radicale vragen over de zin en de grondoorzaak van 200 Inl, 0,5 | radicale vragen over de zin en de grondoorzaak van het menselijke, 201 Inl, 0,5 | maatschappelijke leven te stellen. De hoop om van de wijsbegeerte 202 Inl, 0,5 | stellen. De hoop om van de wijsbegeerte definitieve 203 Inl, 0,6 | competentie als draagster van de Openbaring van Jezus Christus, 204 Inl, 0,6 | van Jezus Christus, wil de Kerk nu de noodzaak van 205 Inl, 0,6 | Christus, wil de Kerk nu de noodzaak van het nadenken 206 Inl, 0,6 | noodzaak van het nadenken over de waarheid opnieuw bekrachtigen. 207 Inl, 0,6 | ik besloten mij zowel tot de medebroeders in het bisschopsambt 208 Inl, 0,6 | bisschopsambt te wenden, met wie ik de zending deel “openlijk de 209 Inl, 0,6 | de zending deel “openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te 210 Inl, 0,6 | te verkondigen, als tot de theologen en filosofen, 211 Inl, 0,6 | taak het onderzoek naar de verschillende aspecten van 212 Inl, 0,6 | verschillende aspecten van de waarheid is, alsook tot 213 Inl, 0,6 | overwegingen met betrekking tot de weg die tot de ware wijsheid 214 Inl, 0,6 | betrekking tot de weg die tot de ware wijsheid voert, opdat 215 Inl, 0,6 | wijsheid voert, opdat ieder die de liefde voor haar in het 216 Inl, 0,6 | haar in het hart draagt, de juiste weg kan inslaan om 217 Inl, 0,6 | en geestelijke vreugde. ~De drang tot dit initiatief 218 Inl, 0,6 | geformuleerde inzicht, dat de bisschoppengetuigen van 219 Inl, 0,6 | bisschoppengetuigen van de goddelijke en katholieke 220 Inl, 0,6 | waarheidzijn3. Getuigen van de waarheid is dus een taak 221 Inl, 0,6 | nieuwe bekrachtiging van de geloofswaarheid kunnen we 222 Inl, 0,6 | geloofswaarheid kunnen we aan de mens van onze tijd weer 223 Inl, 0,6 | zijn kenvermogens en aan de wijsbegeerte een uitdaging 224 Inl, 0,6 | overwegingen te formuleren. In de encycliek Veritatis Splendor 225 Inl, 0,6 | fundamentele waarheden van de katholieken leer in herinnering” 226 Inl, 0,6 | herinneringgebracht, “die in de huidige context het risico 227 Inl, 0,6(3) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium , nr. 228 Inl, 0,6 | verder ontwikkelen en daarbij de aandacht juist op het thema 229 Inl, 0,6 | ingrijpende veranderingen vooral de jonge generaties, aan wie 230 Inl, 0,6 | jonge generaties, aan wie de toekomst toebehoort en van 231 Inl, 0,6 | echte referentiepunten zijn. De behoefte aan een fundament, 232 Inl, 0,6 | ieder afzonderlijk en van de samenleving kan worden gebouwd, 233 Inl, 0,6 | waarde verheft, waarbij de mogelijkheid om te komen 234 Inl, 0,6 | mogelijkheid om te komen tot de ware betekenis van het bestaan 235 Inl, 0,6 | voortslepen tot bijna aan de rand van de afgrond, zonder 236 Inl, 0,6 | tot bijna aan de rand van de afgrond, zonder te weten 237 Inl, 0,6 | wier roeping het was om de vrucht van hun denken in 238 Inl, 0,6 | culturele vormen uit te drukken, de blik van de waarheid hebben 239 Inl, 0,6 | te drukken, de blik van de waarheid hebben afgewend 240 Inl, 0,6 | aan onmiddellijk succes de voorkeur hebben gegeven 241 Inl, 0,6 | voorkeur hebben gegeven boven de inspanning van het geduldige 242 Inl, 0,6 | geduldige zoeken naar wat de moeite waard is om te leven. 243 Inl, 0,6 | moeite waard is om te leven. De wijsbegeerte, die de grote 244 Inl, 0,6 | leven. De wijsbegeerte, die de grote verantwoordelijkheid 245 Inl, 0,6 | geven aan het denken en aan de cultuur door steeds te wijzen 246 Inl, 0,6 | wijzen op het zoeken naar de waarheid, moet met alle 247 Inl, 0,6 | Daarom heb ik niet alleen de behoefte gevoeld, maar het 248 Inl, 0,6 | thema uit te spreken, opdat de mensheid op de drempel van 249 Inl, 0,6 | spreken, opdat de mensheid op de drempel van het derde millennium 250 Inl, 0,6 | het derde millennium van de christelijke tijdrekening 251 Inl, 0,6 | duidelijker bewust wordt van de geweldige mogelijkheden 252 Inl, 0,6 | met nieuwe moed inzet voor de verwezenlijking van het 253 I | Hoofdstuk I~De Openbaring Van Gods Wijsheid~ 254 I, 1 | Jezus, Die De Vader Openbaart~ 255 I, 1,7 | 7. Aan al het denken van de Kerk ligt het besef ten 256 I, 1,7 | besef ten grondslag, dat zij de draagster is van een boodschap 257 I, 1,7 | heeft (vgl. 2 Kor 4, 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt 258 I, 1,7 | 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt komt niet 259 I, 1,7 | maken (vgl. Eph 1,9): dat de mensen door Christus, het 260 I, 1,7 | vleesgeworden Woord, in de heilige Geest toegang hebben 261 I, 1,7 | Geest toegang hebben tot de Vader en deelachtig worden 262 I, 1,7 | en deelachtig worden aan de goddelijke natuur5. Daarbij 263 I, 1,7 | dat van God uitgaat, om de mensheid te bereiken en 264 I, 1,7 | God zich laten kennen en de kennis die de mens van Hem 265 I, 1,7 | kennen en de kennis die de mens van Hem heeft, brengt 266 I, 1,7 | andere ware kennis over de zin van zijn eigen bestaan 267 I, 1,7 | van zijn eigen bestaan tot de voltooiing, waartoe zijn 268 I, 1,7(5) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei 269 I, 1,8 | woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie 270 I, 1,8 | woordelijke overname van de door de dogmatische constitutie 271 I, 1,8 | en met inachtneming van de door het Concilie van Trente 272 I, 1,8 | voorgelegde principes heeft de Constitutie Dei Verbum van 273 I, 1,8 | Verbum van Vaticanum II de tocht van het geloofsinzicht, 274 I, 1,8 | intelligentia fidei, door de eeuwen voortgezet, terwijl 275 I, 1,8 | terwijl het nadacht over de Openbaring in het licht 276 I, 1,8 | Openbaring in het licht van de bijbelse leer en van de 277 I, 1,8 | de bijbelse leer en van de hele traditie van de kerkvaders. 278 I, 1,8 | van de hele traditie van de kerkvaders. De concilievaders 279 I, 1,8 | traditie van de kerkvaders. De concilievaders van Vaticanum 280 I, 1,8 | concilievaders van Vaticanum I hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke 281 I, 1,8 | karakter van Gods Openbaring. De rationalistische kritiek 282 I, 1,8 | voren werd gebracht, betrof de ontkenning van alle kennis 283 I, 1,8 | kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke vermogens van 284 I, 1,8 | het Concilie verplicht tot de nadrukkelijke vaststelling, 285 I, 1,8 | vaststelling, dat er buiten de kennis van het menselijke 286 I, 1,8 | dat krachtens zijn natuur de Schepper kan ontdekken, 287 I, 1,8 | het geloof. Deze kennis is de uitdrukking van een waarheid 288 I, 1,8 | die stoelt op het feit van de zich openbarende God zelf, 289 I, 1,9 | Concilie leert dus, dat de waarheid die verkregen is 290 I, 1,9 | door wijsgerig denken en de waarheid van de Openbaring 291 I, 1,9 | denken en de waarheid van de Openbaring noch zich met 292 I, 1,9 | object. Ten aanzien van de bron, omdat we in de ene 293 I, 1,9 | van de bron, omdat we in de ene kennen door het natuurlijke 294 I, 1,9 | natuurlijke verstand, in de andere door het goddelijk 295 I, 1,9 | op Gods getuigenis en dat de bovennatuurlijke hulp van 296 I, 1,9 | bovennatuurlijke hulp van de genade geniet, is inderdaad 297 I, 1,9 | van een andere orde dan de wijsgerige kennis. Want 298 I, 1,9 | kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke waarneming, 299 I, 1,9 | zintuiglijke waarneming, op de ervaring, en beweegt zich 300 I, 1,9 | alleen in het licht van de rede. De wijsbegeerte en 301 I, 1,9 | in het licht van de rede. De wijsbegeerte en de wetenschappen 302 I, 1,9 | rede. De wijsbegeerte en de wetenschappen dwalen rond 303 I, 1,9 | God verlicht en geleid, in de heilsboodschap de ‘volheid 304 I, 1,9 | geleid, in de heilsboodschap devolheid van de genade en 305 I, 1,9 | heilsboodschap de ‘volheid van de genade en waarheid’ (vgl. 306 I, 1,9 | 1,14) erkent, die God in de geschiedenis definitief 307 I, 1,9(7) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag 308 I, 1,9(7) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium 309 I, 1,10 | 10. De Concilievaders van Vaticanum 310 I, 1,10 | van Vaticanum II hebben de blik vast op de openbarende 311 I, 1,10 | II hebben de blik vast op de openbarende Jezus gericht 312 I, 1,10 | heilskarakter van Gods openbaring in de geschiedenis aangegeven: “ 313 I, 1,10 | deze openbaring spreekt dus de onzichtbare God (vgl. Kol 314 I, 1,10 | Kol 1,15; 1 Tim 1, 17) uit de overvloed van zijn liefde 315 I, 1,10 | overvloed van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden ( 316 I, 1,10 | om hen uit te nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen 317 I, 1,10 | nemen. Deze bedeling van de openbaring geschiedt door 318 I, 1,10 | elkaar verbonden zijn, zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis 319 I, 1,10 | zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis verricht, 320 I, 1,10 | heilsgeschiedenis verricht, de leer en de werkelijkheden, 321 I, 1,10 | heilsgeschiedenis verricht, de leer en de werkelijkheden, die door 322 I, 1,10 | werkelijkheden, die door de woorden worden betekend, 323 I, 1,10 | tonen en bevestigen, en de woorden de werken verkondigen 324 I, 1,10 | bevestigen, en de woorden de werken verkondigen en het 325 I, 1,10 | in Christus, die tegelijk de middelaar en de volheid 326 I, 1,10 | tegelijk de middelaar en de volheid van de gehele openbaring 327 I, 1,10 | middelaar en de volheid van de gehele openbaring is, de 328 I, 1,10 | de gehele openbaring is, de meest innerlijke waarheid”. 8 ~ 329 I, 1,10(8) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei 330 I, 1,11 | 11. Zo is de openbaring ingebed in tijd 331 I, 1,11 | tijd en geschiedenis. Ja, de menswording van Jezus Christus 332 I, 1,11 | Jezus Christus geschiedt in devolheid van de tijd” (Gal 333 I, 1,11 | geschiedt in de “volheid van de tijd” (Gal 4,4). Tweeduizend 334 I, 1,11 | in het christendom aan de tijd een fundamentele betekenis” 335 I, 1,11 | betekenistoekomt. 9 Want in de tijd treedt het hele werk 336 I, 1,11 | treedt het hele werk van de schepping en de verlossing 337 I, 1,11 | werk van de schepping en de verlossing aan het licht; 338 I, 1,11 | zichtbaar, dat wij door de menswording van de Zoon 339 I, 1,11 | door de menswording van de Zoon van God reeds nu de 340 I, 1,11 | de Zoon van God reeds nu de toekomstige voleinding van 341 I, 1,11 | toekomstige voleinding van de tijd beleven en daarop vooruitlopen. ( 342 I, 1,11 | vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God aan de 343 I, 1,11 | De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf en over 344 I, 1,11 | Nazareth verkondigd. Dat zegt de constitutie Dei Verbum welsprekend: “ 345 I, 1,11 | gesproken te hebben door de profeten, heeft Godnu 346 I, 1,11 | tijden tot ons gesproken door de Zoon’ (Hebr 1, 1-2). Want 347 I, 1,11 | verlicht, opdat deze onder de mensen zou wonen en hun 348 I, 1,11 | geworden Woord, alsmens tot de mensengezonden, ‘spreekt 349 I, 1,11 | volbrengt het heilswerk dat de Vader Hem te doen gegeven 350 I, 1,11 | zegt: wie Mij ziet, ziet de Vader (vgl. Joh 14,9), vervult 351 I, 1,11 | vgl. Joh 14,9), vervult de openbaring, brengt haar 352 I, 1,11 | tegenwoordigheid en verschijning”. 10 ~De geschiedenis wordt zo voor 353 I, 1,11 | moet worden gegaan, zodat de geopenbaarde waarheid dankzij 354 I, 1,11 | onophoudelijke werken van de heilige Geest haar inhoud 355 I, 1,11 | 14,9). Dat leert opnieuw de Constitutie Dei Verbum, 356 I, 1,11 | wanneer ze vaststelt: “De Kerk streeft in de loop 357 I, 1,11 | vaststelt: “De Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken 358 I, 1,11 | eeuwen onafgebroken naar de volheid van de goddelijke 359 I, 1,11 | onafgebroken naar de volheid van de goddelijke waarheid, totdat 360 I, 1,12 | 12. De geschiedenis wordt aldus 361 I, 1,12 | geschiedenis wordt aldus tot de plaats waar we Gods handelen 362 I, 1,12 | waar we Gods handelen voor de mensheid kunnen vaststellen. 363 I, 1,12 | zouden kunnen begrijpen. ~De menswording van God laat 364 I, 1,12 | menswording van God laat ons de eeuwige en definitieve synthese 365 I, 1,12 | voltrokken zien worden, die de menselijke geest zich vanuit 366 I, 1,12 | eeuwige treedt binnen in de tijd, het geheel verbergt 367 I, 1,12 | een fragment, God neemt de gedaante van een mens aan. 368 I, 1,12 | gedaante van een mens aan. De in de openbaring van Christus 369 I, 1,12 | van een mens aan. De in de openbaring van Christus 370 I, 1,12 | in Christus toegang tot de Vader; door zijn dood en 371 I, 1,12 | goddelijk leven geschonken, dat de eerste Adam had afgewezen ( 372 I, 1,12 | Met deze openbaring wordt de mens de laatste waarheid 373 I, 1,12 | openbaring wordt de mens de laatste waarheid over zijn 374 I, 1,12 | Woord licht het mysterie van de mens op12, stelt de constitutie 375 I, 1,12 | van de mens op12, stelt de constitutie Gaudium et spes 376 I, 1,12 | zicht blijft het geheim van de menselijke persoon een onoplosbaar 377 I, 1,12 | afstraalt van het lijden, de dood en de opstanding van 378 I, 1,12 | van het lijden, de dood en de opstanding van Christus, 379 I, 1,12 | opstanding van Christus, zou de mens het antwoord kunnen 380 I, 1,12 | dramatische kwesties als die van de pijn, het lijden van onschuldigen 381 I, 1,12 | lijden van onschuldigen en de dood? ~ 382 I, 2,13 | niettemin niet vergeten dat de openbaring tot vandaag toe 383 I, 2,13 | leven het aanschijn van de Vader, want Hij is immers 384 I, 2,13 | te verkondigen13; maar de kennis die wij van dit aanschijn 385 I, 2,13 | geloof staat het ons toe in de intimiteit van het mysterie 386 I, 2,13 | concilie leert, dataan de zich openbarende God de 387 I, 2,13 | de zich openbarende God de gehoorzaamheid van het geloof 388 I, 2,13(13) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei 389 I, 2,13 | hoogste vrijheid erkend wordt. De God die zich laat kennen, 390 I, 2,13 | absolute transcendentie ook de bron van de geloofwaardigheid 391 I, 2,13 | transcendentie ook de bron van de geloofwaardigheid van wat 392 I, 2,13 | openbaart. Door het geloof geeft de mens zijn instemming met 393 I, 2,13 | zeggen dat hij geheel en al de waarheid erkent van hetgeen 394 I, 2,13 | daarvoor garant staat. Deze aan de mens geschonken en door 395 I, 2,13 | voegt zich in het kader van de interpersoonlijke communicatie. 396 I, 2,13 | aan te nemen. Daarom is de akt, waarmee men zich aan 397 I, 2,13 | aan God toevertrouwt, door de Kerk steeds beschouwd als 398 I, 2,13 | beslissingsmoment, waarin de hele persoon is betrokken. 399 I, 2,13 | natuur in, om aan het subject de voltrekking van een akt 400 I, 2,13 | mogelijk te maken waarin de persoonlijke vrijheid in 401 I, 2,13 | persoonlijke vrijheid in de volle zin beleefd wordt15. 402 I, 2,13 | wordt15. In het geloof is de vrijheid dus niet simpelweg 403 I, 2,13 | brengen. Met andere woorden: de vrijheid verwerkelijkt zich 404 I, 2,13 | tegen God. Hoe zou immers de weigering om zich open te 405 I, 2,13 | te stellen voor dat wat de zelfverwerkelijking mogelijk 406 I, 2,13 | geloofwaardige toepassing van de vrijheid gezien kunnen worden? 407 I, 2,13 | In het geloof voltrekt de mens de meest betekenisvolle 408 I, 2,13 | geloof voltrekt de mens de meest betekenisvolle akt 409 I, 2,13 | bestaan; hier is het dat de vrijheid de zekerheid van 410 I, 2,13 | hier is het dat de vrijheid de zekerheid van de waarheid 411 I, 2,13 | vrijheid de zekerheid van de waarheid bereikt en besluit 412 I, 2,13 | besluit in haar te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige 413 I, 2,13 | haar te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige tekens 414 I, 2,13 | ertoe om grondiger naar de waarheid te zoeken en het 415 I, 2,13 | waarheid te zoeken en het de rede mogelijk te maken ook 416 I, 2,13 | maken dat het verstand met de middelen die het ten dienste 417 I, 2,13 | doorgrondt; anderzijds zijn de tekens voor het verstand 418 I, 2,13 | hun aard van tekens, om de diepere betekenis die zij 419 I, 2,13 | waarheid aanwezig, waarnaar de rede wordt verwezen en waarvan 420 I, 2,13 | kan afzien zonder dat zij de haar aangeboden tekens zelf 421 I, 2,13 | sacramentele karakter van de openbaring en in het bijzonder 422 I, 2,13 | bijzonder op het teken van de eucharistie, waar de onlosmakelijke 423 I, 2,13 | van de eucharistie, waar de onlosmakelijke eenheid tussen 424 I, 2,13 | onlosmakelijke eenheid tussen de werkelijkheid en haar betekenis 425 I, 2,13 | betekenis het mogelijk maakt, de diepte van het mysterie 426 I, 2,13 | bevatten. Christus is in de eucharistie waarlijk aanwezig 427 I, 2,13 | door zijn Geest, maar zoals de H. Thomas juist gezegd heeft: “ 428 I, 2,13 | geloof bevestigt je voorbij de natuur. Wat daar verschijnt 429 I, 2,13(15) | hierboven verwijst, leert dat de geloofsgehoorzaamheid de 430 I, 2,13(15) | de geloofsgehoorzaamheid de inzet van het verstand en 431 I, 2,13(15) | inzet van het verstand en de wil vraagt: “Aangezien de 432 I, 2,13(15) | de wil vraagt: “Aangezien de mens volledig afhankelijk 433 I, 2,13(15) | zijn Schepper en Heer, en de geschapen rede geheel onderworpen 434 I, 2,13(15) | geheel onderworpen is aan de ongeschapen waarheid, zijn 435 I, 2,13(15) | verplicht in het geloof aan de zich openbarende God de 436 I, 2,13(15) | de zich openbarende God de volle gehoorzaamheid van 437 I, 2,13(15) | van het verstand en van de wil te betonen.” (Dogmatische 438 I, 2,13 | werkelijkheden”. 16 Hem valt de filosoof Pascal bij: “Zoals 439 I, 2,13 | Zoals Jezus Christus onder de mensen onherkend is gebleven, 440 I, 2,13 | zich uiterlijk niet van de algemene opinies. En zo 441 I, 2,13 | algemene opinies. En zo blijft de eucharistie onder het gewone 442 I, 2,13 | onder het gewone brood.” 17 ~De geloofskennis heft het mysterie 443 I, 2,13 | als een voor het leven van de mens wezenlijk feit: “Christus 444 I, 2,13 | wezenlijk feit: “Christus de Heer (...) openbaart juist 445 I, 2,13 | openbaart juist in de openbaring van het geheim 446 I, 2,13 | openbaring van het geheim van de Vader en van zijn liefde, 447 I, 2,13 | Vader en van zijn liefde, de mens zelf ten volle aan 448 I, 2,13 | mens zelf ten volle aan de mens en ontsluit voor hem 449 I, 2,13(18) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld 450 I, 2,13(18) | Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld Gaudium et 451 I, 2,13(19) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei 452 I, 2,14 | 14. De leer van de beide Vaticaanse 453 I, 2,14 | 14. De leer van de beide Vaticaanse Concilies 454 I, 2,14 | echte vernieuwing open. De openbaring brengt binnen 455 I, 2,14 | openbaring brengt binnen de geschiedenis een referentiepunt 456 I, 2,14 | een referentiepunt waarvan de mens niet kan afzien, als 457 I, 2,14 | deze beide momenten heeft de rede haar bijzondere plaats 458 I, 2,14 | oneindige mysterie van God. ~De openbaring brengt dus binnen 459 I, 2,14 | staan; ja, ze spoort hem aan de ruimte van zijn kennis steeds 460 I, 2,14 | overdenking komt ons een van de spiritueelste en belangrijkste 461 I, 2,14 | scheppende persoonlijkheden van de mensengeschiedenis te hulp, 462 I, 2,14 | referentiepunt voor zowel de wijsbegeerte alsook de theologie: 463 I, 2,14 | zowel de wijsbegeerte alsook de theologie: de heilige Anselmus. 464 I, 2,14 | wijsbegeerte alsook de theologie: de heilige Anselmus. In zijn 465 I, 2,14 | zijn Proslogion schrijft de bisschop van Kantelberg: “ 466 I, 2,14 | denken; tot ik tenslotte de hoop, het ooit te kunnen 467 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke 468 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke openbaring, 469 I, 2,15 | respecteert ten diepste de autonomie van het schepsel 470 I, 2,15 | verplicht het echter in naam van de waarheid, zich open te stellen 471 I, 2,15 | transcendente. Hier bereikt de verhouding van vrijheid 472 I, 2,15 | men volledig het woord van de Heer: “Dan zult u de waarheid 473 I, 2,15 | van de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en de waarheid 474 I, 2,15 | u de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” ( 475 I, 2,15 | vrijmaken” (Joh 8,32). ~De christelijke openbaring 476 I, 2,15 | christelijke openbaring is de ware leidstér voor de mens 477 I, 2,15 | is de ware leidstér voor de mens tussen de druk van 478 I, 2,15 | leidstér voor de mens tussen de druk van een immanentistische 479 I, 2,15 | immanentistische denkwijze en de beperkingen van een technocratische 480 I, 2,15 | technocratische logica; zij is de uiterste mogelijkheid die 481 I, 2,15 | oorspronkelijke plan van de liefde, dat met de schepping 482 I, 2,15 | plan van de liefde, dat met de schepping begonnen is, volledig 483 I, 2,15 | volledig terug te vinden. Aan de mens die verlangt naar kennis 484 I, 2,15 | inzoverre hij nog in staat is de blik boven zichzelf en zijn 485 I, 2,15 | plannen uit te verheffen, de mogelijkheid gegeven de 486 I, 2,15 | de mogelijkheid gegeven de natuurlijke verhouding tot 487 I, 2,15 | te herwinnen doordat hij de weg van de waarheid gaat. 488 I, 2,15 | herwinnen doordat hij de weg van de waarheid gaat. De woorden 489 I, 2,15 | weg van de waarheid gaat. De woorden uit het boek Deuteronomium 490 I, 2,15 | deze situatie toepassen: “De geboden die Ik u vandaag 491 I, 2,15 | bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te 492 I, 2,15 | te zeggen: ‘Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons 493 I, 2,15 | niet te zeggen: ‘Wie zal de zee oversteken om ze voor 494 I, 2,15 | 14). Bij deze tekst sluit de heilige Augustinus, wijsgeer 495 I, 2,15 | wijsgeer en theoloog, aan met de beroemde gedachte: “Noli 496 I, 2,15 | terug. In het binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~ 497 I, 2,15 | binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~In het licht 498 I, 2,15 | eerste conclusie naar boven: de waarheid, die de openbaring 499 I, 2,15 | boven: de waarheid, die de openbaring ons laat kennen, 500 I, 2,15 | ons laat kennen, is niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License