Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
maakte 5
maakten 1
maalstroom 1
maar 120
maart 8
maat 1
maatschappelijk 1
Frequency    [«  »]
144 zij
128 wijsbegeerte
125 ze
120 maar
120 over
115 denken
112 kan
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

maar

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | geschriften van Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’ 2 Inl, 0,5 | deelwaarheden, zonder zelfs nog maar te proberen om radicale 3 Inl, 0,6 | alleen de behoefte gevoeld, maar het ook als mijn plicht 4 I, 1,7 | was het nog zo verheven, maar uit het gelovig luisteren 5 I, 1,7 | van een eeuwig verborgen, maar nu onthuld geheim (vgl.1Kor 6 I, 1,9 | onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook in hun object. Ten aanzien 7 I, 1,12 | territoriaal en cultureel gebied, maar opent zich voor iedere man 8 I, 2,13 | geheimen te verkondigen13; maar de kennis die wij van dit 9 I, 2,13 | worden14. Met deze korte maar belangrijke uitspraak wordt 10 I, 2,13 | handelt door zijn Geest, maar zoals de H. Thomas juist 11 I, 2,13 | niet, je begrijpt niet, maar het geloof bevestigt je 12 I, 2,14 | volledig kan doorgronden, maar alleen in geloof ontvangen 13 I, 2,14 | grotere opdringerigheid. (...) Maar wat ben ik armzalige, een 14 I, 2,14 | maius cogitari nequit), maar U bent groter dan alles 15 I, 2,14 | dan U kunnen voorstellen, maar dat is onmogelijk.” 20 ~ 16 II, 1,16 | geloof van Israël vervat is, maar ook de rijkdom van reeds 17 II, 1,16 | speelruimte te beperken, maar alleen om het voor de mens 18 II, 1,16 | de mens bedenkt zijn weg, maar de Heer leidt zijn schreden” ( 19 II, 1,16 | verstand zijn weg kan kennen, maar hem dan alleen snel en zonder 20 II, 1,17 | een zaak te verhullen, maar de eer van de koning is 21 II, 1,18 | dat hij veel dingen weet, maar is in werkelijkheid niet 22 II, 1,20 | het verstand gewaardeerd, maar niet overgewaardeerd. Want 23 II, 1,20 | bereikt, kan wel waar zijn, maar krijgt pas zijn volle betekenis 24 II, 2,21 | wereld en de geschiedenis, maar veronderstelt ook een voortdurende 25 II, 2,22 | wat goed en wat kwaad was, maar moest zich beroepen op een 26 II, 2,23 | de wijze mens voldoende, maar er is een bewuste stap naar 27 II, 2,23 | voor haar kracht te zien; maar de H. Paulus aarzelt niet 28 II, 2,23 | liefde zou kunnen zijn, maar God heeft juist dat voor 29 II, 2,23 | wijsheid van de woorden, maar het woord van de wijsheid 30 II, 2,23 | ze schipbreuk kan lijden. Maar achter de klip kan ze uitmonden 31 II, 2,23 | tussen verstand en geloof, maar ook wordt er de ruimte zichtbaar 32 III, 1,25 | ontdekken hoe, boven het alleen maar gehoorde woord uit, de dingen 33 III, 1,25 | in staat is om te weten, maar ook weet heeft van dit weten; 34 III, 1,25 | anderen wilden bedriegen, maar niemand die bedrogen wilde 35 III, 1,25 | zichzelf op te sluiten, maar door zich open te stellen 36 III, 1,27 | kunnen de mens fascineren, maar ze bevredigen hem niet. 37 III, 1,27 | in het leven te roepen. Maar boven die wijsgerige systemen 38 III, 2,28 | voor dat de mens, zodra hij maar een glimp van de waarheid 39 III, 2,31 | culturele vorming ontvangt, maar ook een veelvoud aan waarheden, 40 III, 2,32 | persoonlijke kenvermogens, maar ook het diepergaande vermogen 41 III, 2,32 | kennis van de waarheid, maar ook in een levende betrekking 42 III, 2,32 | dit feit te illustreren! Maar mijn gedachten gaan onmiddellijk 43 III, 2,33 | langs rationele weg bereikt, maar ook doordat de mens zich 44 IV, 1,38 | weliswaar niet effectiever, maar omdat zij de sofistische 45 IV, 1,39 | gebruik van de filosofie, maar was er alert op, zich er 46 IV, 1,40 | scholen in contact gekomen, maar ze hadden hem allemaal teleurgesteld. 47 IV, 1,40 | nu wel te bewijzen was, maar niet voor ieder, of überhaupt 48 IV, 1,40 | te streven doel kenden, maar niets wilden weten van de 49 IV, 2,43 | de inhoud van zijn leer, maar ook vanwege de betrekking 50 IV, 2,43 | derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt erop. 51 IV, 3,45 | echter om elke van zijn maar mogelijke betrekkingen met 52 IV, 3,46 | christelijke wereldbeschouwing maar die ook en vooral elke verwijzing 53 IV, 3,46 | op de markt is gebaseerd, maar ook aan de verleiding van 54 IV, 3,46 | uitleg is het bestaan alleen maar een gelegenheid voor indrukken 55 IV, 3,47 | zin van het leven gericht, maar, alsinstrumentele rede’ 56 IV, 3,47 | ze heeft voortgebracht; maar al te snel en vaak onvoorzien 57 IV, 3,47 | zelfs niet het meeste, maar precies dat waarin de mens 58 V, 1,50 | uitoefening van een deemoedige maar onvermoeibare dienst, die 59 V, 1,53 | onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook in hun object.” 64 Het 60 V, 1,53 | geloofskennis kan en moet leveren: “Maar ook al staat het geloof 61 V, 1,54 | eenvoudigweg verworpen, maar kritisch onderzocht moeten 62 V, 1,55 | personen of groepen betreffen, maar om opvattingen die in de 63 V, 1,55 | aan de studie van alleen maar bepaalde gebieden van de 64 V, 1,55 | ingang gevonden hebben, maar die zonder voldoende rationele 65 V, 1,55(72) | waarheid van de dingen, maar vanwege het gezag van de 66 V, 1,55(72) | conclusies te verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng 67 V, 2,61 | scholastieke wijsbegeerte, maar meer algemeen van de studie 68 V, 2,61 | praeparatio fidei alleen maar in de marge te behandelen 69 V, 2,61 | culturele rijkdom aan tradities. Maar de studie van traditionele 70 VI, 1,64 | bevoegdheid is van het leergezag, maar om enkele bijzondere taken 71 VI, 1,65 | haar leer, uit te leggen, maar ook om de wijsgerige systemen 72 VI, 1,66 | van de Kerk is gekaderd, maar ook en vooral door de heilsbetekenis 73 VI, 1,67 | beginselen en hun autonomie ook maar in het geringste aan te 74 VI, 1,69 | niet wat de mensen denken, maar wat de objectieve waarheid 75 VI, 1,69 | verschillende menselijke meningen maar alleen de waarheid kan de 76 VI, 1,70 | zijn gebruiken beperkt, maar wordt als een schat waar 77 VI, 1,70 | meer, zonder burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen 78 VI, 1,70 | weliswaar onuitgesproken, maar daarom niet minder reëel - 79 VI, 1,72 | de Griekse wijsbegeerte; maar dit betekent helemaal niet 80 VI, 1,73 | eigen regels houdt - alleen maar helpen om Gods woord beter 81 VI, 1,73 | verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van theologische 82 VI, 1,74 | denken te onderschrijven, maar alleen om sprekende voorbeelden 83 VI, 2,75 | de natuur niet vernietigt maar haar vervolmaakt: de instemming 84 VI, 2,75 | wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt die. ~Het is 85 VI, 2,75 | gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken 86 VI, 2,76 | zichzelf is de term geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd begrepen 87 VI, 2,76 | puur rationele methode, maar hun onderzoek uitgebreid 88 VI, 2,77 | theologie haar hulp inroept; maar het laat ook zien welke 89 VI, 2,77 | waarnaar we verwezen hebben, maar hij heeft door de geschiedenis 90 VII, 1,80 | de materie afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht 91 VII, 1,81 | maken deze twijfel alleen maar erger, zodat hij gemakkelijk 92 VII, 1,81 | wetenschappelijke kennis bepaalt, maar zal ze ook haar plaats innemen 93 VII, 1,81 | berekend zijn op haar taak, maar vals. ~ 94 VII, 1,82 | formele of utilitaire - maar op zijn totale en definitieve 95 VII, 1,83 | onderzoek. ~Waar de mens ook maar een verwijzing naar het 96 VII, 1,83 | ervaring en zelfs diens denken; maar ditmysteriezou niet 97 VII, 1,84 | betekenis die de taal heeft. Maar sommige wetenschappers die 98 VII, 1,84 | zij de rede niet alleen, maar zetten ze ook zichzelf buitenspel. 99 VII, 1,84 | analoog, dat is waar, maar daarom niet minder betekenisvol. 103 100 VII, 1,84 | openbaring van God zijn, maar alleen de uitdrukking van 101 VII, 1,85 | oorspronkelijke bron heeft104, maar ook omdat zij daardoor in 102 VII, 1,87 | een methodische dwaling, maar kan ook opvattingen in zich 103 VII, 1,87 | vroeger te illustreren, maar voor het grootste deel achterhaald 104 VII, 1,88 | in diskrediet gebracht, maar nu zien we haar herleven 105 VII, 1,91 | terreinen. We hoeven alleen maar de logica te vermelden, 106 VII, 1,91 | naar het wijsgerige veld, maar hij is wat tweeduidig gebleven, 107 VII, 2,92(109) | met het scandalum Crucis, maar ook met alles wat Christus ‘ 108 VII, 2,95 | eerder zei, onhoudbaar. Maar de toepassing van een hermeneutiek 109 VII, 2,95 | binnen de geschiedenis gekend maar ze stijgt boven de geschiedenis 110 VII, 2,96(112) | voorbijgaand, wijsgerig systeem; maar wat door de katholieke theologen 111 VII, 2,96(112) | niet alleen gebruikt zijn, maar zelfs vastgelegd, zodat 112 VII, 2,96 | probleem bestaat, zeker; maar is oplosbaar. Bovendien 113 VII, 2,96(113) | zouden kunnen beduiden, maar alleen veranderlijke benaderingen 114 VII, 2,97 | opgave voor de theologie; maar een nog delicatere en meer 115 VII, 2,97 | geloofswaarheden alleen maar gedragsregels waren, is 116 VII, 2,99 | verzameling begripswaarheden is, maar het mysterie van de levende 117 Slot, 0,101 | aan het individu vinden, maar de rijkdom van een gemeenschappelijke 118 Slot, 0,101(123)| persoonlijke ideeën maken, maar iedereen moet er zich van 119 Slot, 0,104 | haar wetten argumenteert, maar zich daarbij steeds laat 120 Slot, 0,106 | betreft, nooit ten einde komt, maar steeds leidt naar iets dat


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License