Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | geschriften van Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’
2 Inl, 0,5 | deelwaarheden, zonder zelfs nog maar te proberen om radicale
3 Inl, 0,6 | alleen de behoefte gevoeld, maar het ook als mijn plicht
4 I, 1,7 | was het nog zo verheven, maar uit het gelovig luisteren
5 I, 1,7 | van een eeuwig verborgen, maar nu onthuld geheim (vgl.1Kor
6 I, 1,9 | onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook in hun object. Ten aanzien
7 I, 1,12 | territoriaal en cultureel gebied, maar opent zich voor iedere man
8 I, 2,13 | geheimen te verkondigen” 13; maar de kennis die wij van dit
9 I, 2,13 | worden” 14. Met deze korte maar belangrijke uitspraak wordt
10 I, 2,13 | handelt door zijn Geest, maar zoals de H. Thomas juist
11 I, 2,13 | niet, je begrijpt niet, maar het geloof bevestigt je
12 I, 2,14 | volledig kan doorgronden, maar alleen in geloof ontvangen
13 I, 2,14 | grotere opdringerigheid. (...) Maar wat ben ik armzalige, een
14 I, 2,14 | maius cogitari nequit), maar U bent groter dan alles
15 I, 2,14 | dan U kunnen voorstellen, maar dat is onmogelijk.” 20 ~
16 II, 1,16 | geloof van Israël vervat is, maar ook de rijkdom van reeds
17 II, 1,16 | speelruimte te beperken, maar alleen om het voor de mens
18 II, 1,16 | de mens bedenkt zijn weg, maar de Heer leidt zijn schreden” (
19 II, 1,16 | verstand zijn weg kan kennen, maar hem dan alleen snel en zonder
20 II, 1,17 | een zaak te verhullen, maar de eer van de koning is
21 II, 1,18 | dat hij veel dingen weet, maar is in werkelijkheid niet
22 II, 1,20 | het verstand gewaardeerd, maar niet overgewaardeerd. Want
23 II, 1,20 | bereikt, kan wel waar zijn, maar krijgt pas zijn volle betekenis
24 II, 2,21 | wereld en de geschiedenis, maar veronderstelt ook een voortdurende
25 II, 2,22 | wat goed en wat kwaad was, maar moest zich beroepen op een
26 II, 2,23 | de wijze mens voldoende, maar er is een bewuste stap naar
27 II, 2,23 | voor haar kracht te zien; maar de H. Paulus aarzelt niet
28 II, 2,23 | liefde zou kunnen zijn, maar God heeft juist dat voor
29 II, 2,23 | wijsheid van de woorden, maar het woord van de wijsheid
30 II, 2,23 | ze schipbreuk kan lijden. Maar achter de klip kan ze uitmonden
31 II, 2,23 | tussen verstand en geloof, maar ook wordt er de ruimte zichtbaar
32 III, 1,25 | ontdekken hoe, boven het alleen maar gehoorde woord uit, de dingen
33 III, 1,25 | in staat is om te weten, maar ook weet heeft van dit weten;
34 III, 1,25 | anderen wilden bedriegen, maar niemand die bedrogen wilde
35 III, 1,25 | zichzelf op te sluiten, maar door zich open te stellen
36 III, 1,27 | kunnen de mens fascineren, maar ze bevredigen hem niet.
37 III, 1,27 | in het leven te roepen. Maar boven die wijsgerige systemen
38 III, 2,28 | voor dat de mens, zodra hij maar een glimp van de waarheid
39 III, 2,31 | culturele vorming ontvangt, maar ook een veelvoud aan waarheden,
40 III, 2,32 | persoonlijke kenvermogens, maar ook het diepergaande vermogen
41 III, 2,32 | kennis van de waarheid, maar ook in een levende betrekking
42 III, 2,32 | dit feit te illustreren! Maar mijn gedachten gaan onmiddellijk
43 III, 2,33 | langs rationele weg bereikt, maar ook doordat de mens zich
44 IV, 1,38 | weliswaar niet effectiever, maar omdat zij de sofistische
45 IV, 1,39 | gebruik van de filosofie, maar was er alert op, zich er
46 IV, 1,40 | scholen in contact gekomen, maar ze hadden hem allemaal teleurgesteld.
47 IV, 1,40 | nu wel te bewijzen was, maar niet voor ieder, of überhaupt
48 IV, 1,40 | te streven doel kenden, maar niets wilden weten van de
49 IV, 2,43 | de inhoud van zijn leer, maar ook vanwege de betrekking
50 IV, 2,43 | derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt erop.
51 IV, 3,45 | echter om elke van zijn maar mogelijke betrekkingen met
52 IV, 3,46 | christelijke wereldbeschouwing maar die ook en vooral elke verwijzing
53 IV, 3,46 | op de markt is gebaseerd, maar ook aan de verleiding van
54 IV, 3,46 | uitleg is het bestaan alleen maar een gelegenheid voor indrukken
55 IV, 3,47 | zin van het leven gericht, maar, als ‘instrumentele rede’
56 IV, 3,47 | ze heeft voortgebracht; maar al te snel en vaak onvoorzien
57 IV, 3,47 | zelfs niet het meeste, maar precies dat waarin de mens
58 V, 1,50 | uitoefening van een deemoedige maar onvermoeibare dienst, die
59 V, 1,53 | onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook in hun object.” 64 Het
60 V, 1,53 | geloofskennis kan en moet leveren: “Maar ook al staat het geloof
61 V, 1,54 | eenvoudigweg verworpen, maar kritisch onderzocht moeten
62 V, 1,55 | personen of groepen betreffen, maar om opvattingen die in de
63 V, 1,55 | aan de studie van alleen maar bepaalde gebieden van de
64 V, 1,55 | ingang gevonden hebben, maar die zonder voldoende rationele
65 V, 1,55(72) | waarheid van de dingen, maar vanwege het gezag van de
66 V, 1,55(72) | conclusies te verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng
67 V, 2,61 | scholastieke wijsbegeerte, maar meer algemeen van de studie
68 V, 2,61 | praeparatio fidei alleen maar in de marge te behandelen
69 V, 2,61 | culturele rijkdom aan tradities. Maar de studie van traditionele
70 VI, 1,64 | bevoegdheid is van het leergezag, maar om enkele bijzondere taken
71 VI, 1,65 | haar leer, uit te leggen, maar ook om de wijsgerige systemen
72 VI, 1,66 | van de Kerk is gekaderd, maar ook en vooral door de heilsbetekenis
73 VI, 1,67 | beginselen en hun autonomie ook maar in het geringste aan te
74 VI, 1,69 | niet wat de mensen denken, maar wat de objectieve waarheid
75 VI, 1,69 | verschillende menselijke meningen maar alleen de waarheid kan de
76 VI, 1,70 | zijn gebruiken beperkt, maar wordt als een schat waar
77 VI, 1,70 | meer, zonder burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen
78 VI, 1,70 | weliswaar onuitgesproken, maar daarom niet minder reëel -
79 VI, 1,72 | de Griekse wijsbegeerte; maar dit betekent helemaal niet
80 VI, 1,73 | eigen regels houdt - alleen maar helpen om Gods woord beter
81 VI, 1,73 | verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van theologische
82 VI, 1,74 | denken te onderschrijven, maar alleen om sprekende voorbeelden
83 VI, 2,75 | de natuur niet vernietigt maar haar vervolmaakt: de instemming
84 VI, 2,75 | wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt die. ~Het is
85 VI, 2,75 | gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken
86 VI, 2,76 | zichzelf is de term geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd begrepen
87 VI, 2,76 | puur rationele methode, maar hun onderzoek uitgebreid
88 VI, 2,77 | theologie haar hulp inroept; maar het laat ook zien welke
89 VI, 2,77 | waarnaar we verwezen hebben, maar hij heeft door de geschiedenis
90 VII, 1,80 | de materie afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht
91 VII, 1,81 | maken deze twijfel alleen maar erger, zodat hij gemakkelijk
92 VII, 1,81 | wetenschappelijke kennis bepaalt, maar zal ze ook haar plaats innemen
93 VII, 1,81 | berekend zijn op haar taak, maar vals. ~
94 VII, 1,82 | formele of utilitaire - maar op zijn totale en definitieve
95 VII, 1,83 | onderzoek. ~Waar de mens ook maar een verwijzing naar het
96 VII, 1,83 | ervaring en zelfs diens denken; maar dit “mysterie” zou niet
97 VII, 1,84 | betekenis die de taal heeft. Maar sommige wetenschappers die
98 VII, 1,84 | zij de rede niet alleen, maar zetten ze ook zichzelf buitenspel.
99 VII, 1,84 | analoog, dat is waar, maar daarom niet minder betekenisvol. 103
100 VII, 1,84 | openbaring van God zijn, maar alleen de uitdrukking van
101 VII, 1,85 | oorspronkelijke bron heeft104, maar ook omdat zij daardoor in
102 VII, 1,87 | een methodische dwaling, maar kan ook opvattingen in zich
103 VII, 1,87 | vroeger te illustreren, maar voor het grootste deel achterhaald
104 VII, 1,88 | in diskrediet gebracht, maar nu zien we haar herleven
105 VII, 1,91 | terreinen. We hoeven alleen maar de logica te vermelden,
106 VII, 1,91 | naar het wijsgerige veld, maar hij is wat tweeduidig gebleven,
107 VII, 2,92(109) | met het scandalum Crucis, maar ook met alles wat Christus ‘
108 VII, 2,95 | eerder zei, onhoudbaar. Maar de toepassing van een hermeneutiek
109 VII, 2,95 | binnen de geschiedenis gekend maar ze stijgt boven de geschiedenis
110 VII, 2,96(112) | voorbijgaand, wijsgerig systeem; maar wat door de katholieke theologen
111 VII, 2,96(112) | niet alleen gebruikt zijn, maar zelfs vastgelegd, zodat
112 VII, 2,96 | probleem bestaat, zeker; maar is oplosbaar. Bovendien
113 VII, 2,96(113) | zouden kunnen beduiden, maar alleen veranderlijke benaderingen
114 VII, 2,97 | opgave voor de theologie; maar een nog delicatere en meer
115 VII, 2,97 | geloofswaarheden alleen maar gedragsregels waren, is
116 VII, 2,99 | verzameling begripswaarheden is, maar het mysterie van de levende
117 Slot, 0,101 | aan het individu vinden, maar de rijkdom van een gemeenschappelijke
118 Slot, 0,101(123)| persoonlijke ideeën maken, maar iedereen moet er zich van
119 Slot, 0,104 | haar wetten argumenteert, maar zich daarbij steeds laat
120 Slot, 0,106 | betreft, nooit ten einde komt, maar steeds leidt naar iets dat
|