Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,3 | Daaronder blinkt de filosofie uit, die er onmiddellijk toe
2 Inl, 0,3 | in puur wijsgerige vormen uit te drukken en tot rijpheid
3 Inl, 0,4 | fundamentele kennis komt voort uit de verbazing die bij hem
4 Inl, 0,4 | er aanspraak op maakt de uit zijn eigen perspectief voortkomende,
5 Inl, 0,5 | karakter. Daarbij gaat men uit van de opvatting dat de
6 Inl, 0,6 | denken in culturele vormen uit te drukken, de blik van
7 Inl, 0,6 | beschouwd, mij over dit thema uit te spreken, opdat de mensheid
8 I, 1,7 | mens aanbiedt komt niet uit haar eigen denken voort,
9 I, 1,7 | het nog zo verheven, maar uit het gelovig luisteren naar
10 I, 1,8 | kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke vermogens
11 I, 1,10 | Kol 1,15; 1 Tim 1, 17) uit de overvloed van zijn liefde
12 I, 1,10 | vgl. Bar 3, 38), om hen uit te nodigen tot de gemeenschap
13 I, 2,14 | ruimte van zijn kennis steeds uit te breiden, totdat hij beseft
14 I, 2,14 | echter gleed het volledig weg uit mijn denken; tot ik tenslotte
15 I, 2,14 | ik die gedachten echter uit mij wilde verdrijven, opdat
16 I, 2,15 | zichzelf en zijn eigen plannen uit te verheffen, de mogelijkheid
17 I, 2,15 | waarheid gaat. De woorden uit het boek Deuteronomium kan
18 II, 1,16 | mogelijkheid gegeven om “te putten uit het diepe water” van de
19 II, 1,16 | gebeurtenissen. Een zin uit het Boek der Spreuken is
20 II, 1,17 | koning is het, een zaak uit te zoeken” (Spr 16,9). God
21 II, 1,17 | mysterie, en dat maakt zijn eer uit; aan de mens is het, met
22 II, 1,18 | kent; de tweede komt voort uit het besef dat men zich op
23 II, 1,19 | Schepper terug kan komen: “Want uit de grootheid en schoonheid
24 II, 1,19 | openbaring erkend, die bestaat uit het wonderbaarlijke “boek
25 II, 2,21 | Dat blijkt bijvoorbeeld uit de woorden waarmee het Boek
26 II, 2,21 | waarheid te vervolgen, put hij uit de zekerheid dat God hem
27 II, 2,22 | zijn natuurlijke grenzen uit schijnt te stijgen: niet
28 II, 2,22 | mens was niet in staat om uit zichzelf te onderscheiden
29 II, 2,22 | heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid verloste en
30 II, 2,23 | de onverschuldigde liefde uit te drukken, die zich in
31 II, 2,23 | De wijsbegeerte die reeds uit zichzelf in staat is de
32 III, 1,24 | hij zijn toespraak aldus: “Uit één mens heeft Hij heel
33 III, 1,25 | alleen maar gehoorde woord uit, de dingen in waarheid zijn.
34 III, 1,27 | waarheid te ontdekken en uit te drukken, door denksystemen
35 III, 1,27 | die wijsgerige systemen uit zijn er nog andere uitdrukkingsvormen,
36 III, 1,27 | het gezag van een leraar. Uit elk van deze verschijnselen
37 III, 2,31 | later met zijn werk deel uit te maken van de samenleving.
38 III, 2,31 | controleren, die dag in dag uit, uit alle delen van de wereld
39 III, 2,31 | controleren, die dag in dag uit, uit alle delen van de wereld
40 III, 2,33 | passendste kaders voorstelden. ~Uit het tot nog toe gestelde
41 III, 2,33(28) | wezen is. Zij komt voort uit het diepe verlangen van
42 III, 2,34(29) | natuur gelijkelijk voortkomen uit het goddelijk Woord, de
43 III, 2,34(29) | drukte zich niet anders uit; het neemt zelfs dezelfde
44 III, 2,35 | Deze verhouding nodigt ons uit tot een dubbele overweging,
45 III, 2,35 | overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt,
46 IV, 1,38 | verlangen van de wijsbegeerte uit; zij is een streven van
47 IV, 1,39 | neemt tal van elementen uit het Platoonse denken over
48 IV, 1,39 | een christelijke theologie uit. De naam theologie net als
49 IV, 1,41 | boeien bevrijde verstand uit de doodlopende straat van
50 IV, 1,41 | plantten daarin de rijkdom uit de openbaring. Tot ontmoeting
51 IV, 3,48 | 48. Uit dit laatste deel van de
52 IV, 3,48 | inhouden dat het zijn einddoel uit het oog verliest. Het geloof
53 V, 1,50 | verantwoordelijkheid op om zijn oordeel uit te spreken over de verenigbaarheid
54 V, 1,51 | ieder mogelijke bemiddeling uit te sluiten of in te perken.
55 V, 1,53 | zijn. Het concilie ging uit van het door de openbaring
56 V, 1,54 | opvattingen en methoden uit het marxisme door enkele
57 V, 1,55 | geloof” 75 ontvangt zij uit de eenheid tussen de Heilige
58 V, 1,55 | klassieke wijsbegeerte, uit welker begrippenarsenaal
59 V, 1,56 | de waarheid geboren wordt uit overeenstemming en niet
60 V, 1,56 | overeenstemming en niet uit harmonie van de rede met
61 V, 1,56 | het verstand uitdaagt om uit elk mogelijk isolement te
62 V, 2,57 | inzichten in die tekst zowel uit praktisch als uit pedagogisch
63 V, 2,57 | zowel uit praktisch als uit pedagogisch oogpunt niets
64 VI, 1,65 | ontwikkeling van haar leer, uit te leggen, maar ook om de
65 VI, 1,66 | fidei legt deze waarheid uit doordat hij niet alleen
66 VI, 1,66 | heeft. Door zijn instemming uit het geloof heeft hij aan
67 VI, 1,66 | in staat zijn deze kennis uit te drukken in begrippen
68 VI, 1,70 | verkondiging en de hindernissen die uit de diversiteit van de culturen
69 VI, 1,70 | te erkennen. Een passage uit de brief van de heilige
70 VI, 1,70 | breidt onze overweging zich uit naar de verandering die
71 VI, 1,70 | een schat waar ieder vrij uit putten kan, tot allen uitgebreid.
72 VI, 1,71 | constateren die voortkomen uit de onderlinge ontmoetingen
73 VI, 1,72 | India, heeft de opgave om uit dit rijke erfgoed de elementen
74 VI, 1,72 | Het tweede, dat voortkomt uit het eerste, is aldus: wanneer
75 VI, 1,72 | voelen door verworvenheden uit de huidige toenadering tot
76 VI, 1,73 | of dat begrip of element uit een filosofische structuur
77 VI, 1,73 | te verkennen waarvan ze uit zichzelf niet eens zou kunnen
78 VI, 1,74 | bedoeling om alle visies uit hun denken te onderschrijven,
79 VI, 1,74 | methode van onderzoek die uit de confrontatie met de geloofsgegevens
80 VI, 2,75 | 75. Zoals blijkt uit deze korte beschrijving
81 VI, 2,76 | bereik van het rationele uit. ~Bij het nadenken over
82 VI, 2,77 | ik al heb uitgelegd. Want uit de geloofswaarheden komen
83 VI, 2,79 | 79. Door verder uit te werken wat het leergezag
84 VII, 1,80 | heilige boeken vervat lag. Uit die pagina’s spreekt, dat
85 VII, 1,80 | Slechts God is de Absolute. Uit de pagina’s van de bijbel
86 VII, 1,80 | essentiële afhankelijkheid uit het oog verliest, waarmee
87 VII, 1,81 | nodigt het de wijsbegeerte uit om mee te doen in het zoeken
88 VII, 1,82 | verklaringen tracht te begrijpen en uit te leggen, heeft de theologie
89 VII, 1,83 | boven de empirische gegevens uit te stijgen om bij haar zoeken
90 VII, 1,83 | geopenbaarde waarheid omvattend uit te drukken. ~Als ik zo sterk
91 VII, 1,85 | traditie en er hun inspiratie uit kunnen putten, zullen ze
92 VII, 1,85 | grenzen van tijd en ruimte uit kan stijgen. ~
93 VII, 1,86 | maken van losse ideeën die uit verschillende filosofieën
94 VII, 1,87 | historicisme. Om een doctrine uit het verleden juist te verstaan
95 VII, 1,90(106)| commentaar op het woord uit het St.-Jansevangelie: “
96 VII, 1,91 | mens als demiurg leeft, die uit zichzelf en volledig zijn
97 VII, 2,92 | tegelijkertijd de wijsbegeerte uit. De veelheid van problemen
98 VII, 2,95 | stijgt boven de geschiedenis uit. ~
99 VII, 2,96(112)| begrippen die afgeleid zijn uit de ware en juiste kennis
100 VII, 2,96 | van veel concepten niet uit dat hun betekenis vaak onvolmaakt
101 VII, 2,97 | haar functies naar behoren uit te voeren. Het dogmatische
102 VII, 2,97 | haar beginselen ontvangt uit de openbaring als nieuwe
103 VII, 2,98 | hedendaagse wereld voortkomen uit een “crisis omtrent de waarheid”. “
104 Slot, 0,100 | meteen duidelijke, invloed uit. Om deze redenen heb ik
105 Slot, 0,104 | dergelijke dialoog, alleen uit liefde voor de waarheid
106 Slot, 0,104 | sluit onzerzijds niemand uit, noch hen die de hoge waarden
107 Slot, 0,105 | volle inspannen om hun werk uit te voeren in het licht van
108 Slot, 0,106 | indringende vragen die voortkomen uit het woord van God en dat
|