Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | het kwade? Wat zal er na dit leven zijn? Deze vragen
2 Inl, 0,2 | de verworven zekerheden; dit echter in het besef dat
3 Inl, 0,4 | systematische kennis. Dankzij dit proces werden in verschillende
4 Inl, 0,5 | daarom de blik richten op dit bijzondere werk van de rede.
5 Inl, 0,5 | levensovertuigingen maken dit voorbehoud. Daarin ontzegt
6 Inl, 0,5 | tegelijkertijd optreedt. Binnen dit raam is alles teruggebracht
7 Inl, 0,6 | geestelijke vreugde. ~De drang tot dit initiatief is voor mij vooral
8 Inl, 0,6 | plicht beschouwd, mij over dit thema uit te spreken, opdat
9 I, 1,12 | Gaudium et spes vast. Buiten dit zicht blijft het geheim
10 I, 2,13 | maar de kennis die wij van dit aanschijn hebben, is steeds
11 I, 2,13 | mens zijn instemming met dit goddelijk getuigenis. Dat
12 I, 2,14 | mijn gedachten richtte op dit probleem, scheen het soms
13 II, 1,16 | dat echter het geloof bij dit proces ooit afzijdig blijft.
14 II, 1,17 | Een ander steentje voor dit mozaïek wordt door de Psalmist
15 II, 1,19 | die verder licht werpen op dit thema. Daarin spreekt de
16 II, 1,19 | de natuur”; als de mens dit boek leest met de middelen
17 II, 1,20 | 20. In dit licht wordt het verstand
18 II, 2,22 | worden van zijn Schepper, is dit gemakkelijke opstijgen naar
19 II, 2,23 | aan de Corinthiërs brengt dit dilemma radicaal naar voren.
20 III, 1,24 | dat hij in staat is, aan dit diepste verlangen uitdrukking
21 III, 1,24 | heeft de wijsbegeerte zich dit streven eigen gemaakt, en
22 III, 1,24 | wetenschappelijke mogelijkheden aan dit universele menselijke streven
23 III, 1,25 | weten”; 23 voorwerp van dit verlangen is de waarheid.
24 III, 1,25 | maar ook weet heeft van dit weten; daarom stelt hij
25 III, 1,25 | naar volmaaktheid. Ook in dit geval gaat het om de waarheid.
26 III, 1,26 | van onze dood is. Gegeven dit verontrustende feit is het
27 III, 1,26 | filosofen zich steeds weer met dit probleem, samen met de vraag
28 III, 2,30 | zin van zijn bestaan: in dit licht duidt hij zijn persoonlijk
29 III, 2,32 | aangehaald kunnen worden om dit feit te illustreren! Maar
30 III, 2,33 | zien we dat de delen van dit probleem verder in elkaar
31 III, 2,33 | nature naar de waarheid. Dit zoeken is niet alleen voor
32 III, 2,33 | te bieden, het doel van dit zoeken verwerkelijkt te
33 III, 2,33(28) | Dit is een thema dat ik al lang
34 IV, 1,39 | zijn ontwikkeling maakte dit nieuwe christelijke denken
35 IV, 1,40 | vermelding verdienen in dit kersteningswerk van het
36 IV, 1,42 | aan het verstand eigen is. Dit is er namelijk niet toe
37 IV, 1,42 | daadwerkelijk bereikt. Op dit punt echter kan het verstand
38 IV, 2,43 | Verlicht door het geloof wordt dit bevrijd van zijn broosheid
39 IV, 3,46 | structuren om te vormen. Tegen dit denken keerden zich verschillende
40 IV, 3,47 | mogelijkerwijs tegen hem gericht. Dit schijnt het belangrijkste
41 IV, 3,48 | 48. Uit dit laatste deel van de filosofiegeschiedenis
42 V, 1,50 | denkscholen ontstaan. Ook dit pluralisme legt het leergezag
43 V, 1,51 | totale waarheid te bevatten; dit geldt ook voor de volledige
44 V, 1,52 | De positieve inhouden van dit debat werden in de dogmatische
45 V, 1,52 | consequent christelijk denken op dit gebied. ~
46 V, 1,54 | rationalistische bekoring. In dit scenario horen de interventies
47 V, 1,55(72) | waarbij het enerzijds zei: “Dit geloof echter (...) is volgens
48 V, 1,56 | van de geschiedenis van dit ten einde lopende millennium
49 V, 2,61 | tijd een tussenkomst over dit thema nodig is gebleken -
50 V, 2,61 | aan het licht gebracht: en dit vormt een echte culturele
51 VI, 1,64 | uitwerking van het verstaan van dit Woord in het licht van geloof,
52 VI, 1,65 | wijsgerige traditie. In dit geval wordt van de theoloog
53 VI, 1,66 | het geloof heeft hij aan dit mysterie deel. ~De dogmatische
54 VI, 1,70 | hoe de eerste gemeente met dit probleem is omgegaan. De
55 VI, 1,71 | waarheid wordt begunstigd. ~Dit betekent dat geen enkele
56 VI, 1,72 | Griekse wijsbegeerte; maar dit betekent helemaal niet dat
57 VI, 1,72 | ruimte. De dynamiek van dit zoeken naar bevrijding verschaft
58 VI, 1,72 | heeft de opgave om uit dit rijke erfgoed de elementen
59 VI, 1,72 | christelijke denken komt. Voor dit werk van onderscheiding,
60 VI, 1,72 | tijd en de geschiedenis. Dit criterium geldt overigens
61 VI, 1,72 | oosterse culturen. Zij zal in dit erfgoed nieuwe aanwijzingen
62 VI, 1,73 | theologische redenering die dit of dat begrip of element
63 VI, 1,74 | wijsbegeerte gesteld kunnen worden. Dit geldt niet alleen voor de
64 VI, 2,75 | Openbaring van het evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte
65 VI, 2,75 | krachten van de rede gebruikt. Dit streven moet, hoewel het
66 VI, 2,75 | resultaten algemeen geldig zijn. Dit bevestigt ook het beginsel
67 VI, 2,77 | niet-christelijke filosofieën overnamen. Dit historische feit bevestigt
68 VI, 2,78 | theologiestudie heeft voorgesteld. Dit was niet om in specifiek
69 VI, 2,79 | heeft geleerd, wil ik in dit laatste deel enkele eisen
70 VI, 2,79 | zijn het de Vaders die ons dit leren: “Geloven is niets
71 VII, 1,80 | begrijpen. De uitdaging van dit mysterie drijft de wijsbegeerte
72 VII, 1,81 | omvattende zin van het leven. Dit eerste vereiste draagt in
73 VII, 1,82 | geleerden verwijzen. 99 Dit postulaat, eigen aan het
74 VII, 1,82 | vervolmaken kennis niet loochent. Dit geldt ook voor de oordelen
75 VII, 1,83 | ultiems en fundamenteels. Dit postulaat geldt gelijkelijk
76 VII, 1,83 | uitdaging aan het einde van dit millennium, de overgang
77 VII, 1,83 | zelfs diens denken; maar dit “mysterie” zou niet geopenbaard
78 VII, 1,83 | ervan overtuigd ben dat dit de te nemen weg is om de
79 VII, 1,84 | minder betekenisvol. 103 Ware dit niet zo, dan zou het woord
80 VII, 1,84 | zeggen. De interpretatie van dit woord kan ons niet slechts
81 VII, 1,85 | visie op de wetenschap. Dit is een van de taken die
82 VII, 1,86 | 86. Dit beklemtonen van de noodzaak
83 VII, 1,88 | enige rationele grondslag. Dit leidt tot de verarming van
84 VII, 1,90 | menselijke waardigheid. Dit maakt het op zijn beurt
85 VII, 1,91 | geloofszekerheden in twijfel. ~Dit nihilisme vindt een soort
86 VII, 2,92 | evangelisering. Zou men in dit verband niet denken aan
87 VII, 2,92 | opgestane Heer kent. 109 ~Op dit punt wil ik de specifieke
88 VII, 2,92(109)| leiden in de volle waarheid”. Dit “leiden in de volle waarheid”,
89 VII, 2,92(109)| het echter duidelijk dat dit “leiden in de volle waarheid”
90 VII, 2,92(109)| in en door het geloof: en dit is het werk van de Geest
91 VII, 2,93 | terug te vragen. Vanuit dit perspectief is een zorgvuldige
92 VII, 2,95 | en definitieve waarheid. Dit werpt de vraag op hoe iemand
93 VII, 2,96 | 96. Dit te zien is een glimp van
94 VII, 2,96 | voorganger Pius XII heeft dit probleem aangevat in zijn
95 VII, 2,96(112)| de geschapen dingen: in dit proces van afleiding van
96 VII, 2,96 | verwoord, bewaren. 113 ware dit niet het geval, dan zouden
97 VII, 2,97 | functioneel te verstaan. In dit geval zou men vervallen
98 VII, 2,97 | opnieuw aan te pakken - en dit in harmonie met de eisen
99 VII, 2,97 | nieuwe kennisbron, wordt dit perspectief bevestigd door
100 VII, 2,99 | Hand 4,12; 1Tm 2,4-6). ~In dit verband is het goed te begrijpen
101 Slot, 0,101 | openbaring gevonden wordt; en dit was zeker van voordeel voor
102 Slot, 0,104 | en probleemstellingen van dit ogenblik in de geschiedenis
103 Slot, 0,104 | verkondigt, nog niet begrijpt. Dit terrein van begrip en dialoog
104 Slot, 0,105 | worden. 130 Onderwijs op dit gebied veronderstelt natuurlijk
105 Slot, 0,108 | oproepen van het evangelie. Dit was een waarheid die de
|