Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | van onze kennis voordoet, wordt aldus zelf een deel van
2 Inl, 0,4 | van de schepping; de mens wordt door verbazing gegrepen,
3 Inl, 0,4 | instrumentalisering in zijn volheid wordt erkend, voorrang geven aan
4 Inl, 0,4 | wijze door allen gedeeld wordt, een soort referentiepunt
5 Inl, 0,5 | zijn status als persoon wordt tenslotte volgens pragmatische,
6 Inl, 0,6 | samenleving kan worden gebouwd, wordt vooral dan indringend duidelijk,
7 Inl, 0,6 | betekenis van het bestaan wordt weggemoffeld. Zo komt het
8 Inl, 0,6 | zich duidelijker bewust wordt van de geweldige mogelijkheden
9 I, 1,11 | verlossing aan het licht; bovenal wordt zichtbaar, dat wij door
10 I, 1,11 | verschijning”. 10 ~De geschiedenis wordt zo voor het volk van God
11 I, 1,12 | 12. De geschiedenis wordt aldus tot de plaats waar
12 I, 1,12 | 15). Met deze openbaring wordt de mens de laatste waarheid
13 I, 2,13 | maar belangrijke uitspraak wordt gewezen op een fundamentele
14 I, 2,13 | hoogste vrijheid erkend wordt. De God die zich laat kennen,
15 I, 2,13 | in de volle zin beleefd wordt15. In het geloof is de vrijheid
16 I, 2,13 | aanwezig, waarnaar de rede wordt verwezen en waarvan zij
17 I, 2,13 | tekens zelf vernietigt. ~Er wordt ons in zekere zin gewezen
18 I, 2,15 | naar kennis van het ware wordt, inzoverre hij nog in staat
19 II, 1,16 | geloofs- en verstandskennis, wordt reeds in de heilige Schrift
20 II, 1,16 | onder haar takken. Door haar wordt hij tegen de hitte beschut
21 II, 1,16 | gebeurtenissen zichtbaar wordt en handelt. De wereld en
22 II, 1,16 | voor de mens onmogelijk wordt, zichzelf, de wereld en
23 II, 1,17 | steentje voor dit mozaïek wordt door de Psalmist aangedragen,
24 II, 1,19 | Schepper” (Wijsh 13,5). Er wordt dus een eerste trede van
25 II, 1,20 | 20. In dit licht wordt het verstand gewaardeerd,
26 II, 1,20 | betekenis als zijn inhoud wordt geplaatst in het wijdere
27 II, 2,22 | metafysische vermogen van de mens wordt bevestigd. De apostel is
28 II, 2,23 | verstand en geloof, maar ook wordt er de ruimte zichtbaar waar
29 III, 2,29 | iedere waarheid die verkregen wordt, dezelfde waarde. Door het
30 III, 2,29 | aan behaalde resultaten wordt echter het vermogen van
31 III, 2,31 | om alleen te leven. Hij wordt geboren en groeit op in
32 III, 2,31 | toch als fundamenteel waar wordt aangenomen?: Wie zou tenslotte
33 III, 2,32 | wijsgerige orde zijn. Gezocht wordt veeleer naar de eigenlijke
34 III, 2,33 | bestaan essentiële waarheid wordt niet alleen langs rationele
35 III, 2,33 | drie-ene God geschonken wordt. In Jezus Christus, die
36 III, 2,33 | oproep die aan de mensheid wordt gericht, opdat zij dat wat
37 III, 2,33(28) | alledag. In deze vragen wordt de diepe rationaliteit van
38 III, 2,34 | menselijk verstand, dat wordt uitgedrukt in het non-contradictie-beginsel.
39 IV, 1,42 | scholastieke wijsbegeerte wordt onder impuls van de interpretatie
40 IV, 1,42 | verder te gaan; ja, het wordt stilaan overweldigd door
41 IV, 1,42 | kennis en geloofskennis wordt nog eens bevestigd: het
42 IV, 1,42 | van het verstand begrepen wordt; het verstand erkent op
43 IV, 2,43 | Verlicht door het geloof wordt dit bevrijd van zijn broosheid
44 IV, 2,43 | denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft noch vernederd
45 IV, 3,47 | schreef: “De hedendaagse mens wordt kennelijk steeds meer bedreigd
46 V, 1,56 | dat de waarheid geboren wordt uit overeenstemming en niet
47 V, 1,56 | is, iets te riskeren. Zo wordt het geloof tot overtuigde
48 V, 2,60 | het mysterie van de mens wordt eerst echt verhelderd in
49 V, 2,60 | terwijl anderzijds rekening wordt gehouden met de wijsgerige
50 V, 2,62 | van de theologiestudies wordt voorafgegaan door een tijd
51 VI, 1,64 | 64. Het woord van God wordt gericht aan iedere mens,
52 VI, 1,65 | wijsgerige traditie. In dit geval wordt van de theoloog gevraagd
53 VI, 1,66 | uitgelegde Heilige Schrift wordt gepresenteerd”, 89 een eigen,
54 VI, 1,67 | Door al deze waarheden wordt de geest ertoe gebracht,
55 VI, 1,69 | die, trouwens bevorderd wordt door een vruchtbare uitwisseling
56 VI, 1,70 | culturen. De belofte van God wordt nu in Christus tot een aanbod
57 VI, 1,70 | gebruiken beperkt, maar wordt als een schat waar ieder
58 VI, 1,70 | In zo’n eenvoudige zin wordt een geweldige waarheid beschreven:
59 VI, 1,71 | ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. ~Dit betekent
60 VI, 1,71 | waarheid. Bij deze ontmoeting wordt de culturen niets ontzegd:
61 VI, 1,73 | geboden krijgt en gewaarschuwd wordt voor wegen die haar doen
62 VI, 1,73 | eenvoudige waarheid. Ze wordt daarentegen aangespoord
63 VI, 1,74 | vruchtbaarheid van deze relatie wordt bevestigd door de ervaring
64 VI, 2,75 | hoewel het ernstig belemmerd wordt door de aangeboren zwakheid
65 VI, 2,75 | legitieme benadering afgewezen wordt door de theorie van de zogenaamde ‘
66 VI, 2,75 | sommige moderne filosofen wordt voorgestaan. Deze theorie
67 VI, 2,75 | waarheid die aangeboden wordt door de goddelijke openbaring
68 VI, 2,76 | de wijsbegeerte inneemt wordt vaak aangeduid als christelijke
69 VI, 2,78 | licht van deze beschouwingen wordt het wel begrijpelijk, waarom
70 VI, 2,79 | christelijke Openbaring wordt het ware ontmoetings- en
71 VII, 1,80 | tragische vorm van het kwaad - wordt in de Bijbel behandeld,
72 VII, 1,80 | filosofie’ die in de bijbel wordt gevonden, is dat de wereld
73 VII, 1,80 | haar grenzen, omdat de rede wordt opgeroepen, zich een logica
74 VII, 1,81 | Als deze technologie niet wordt geordend naar iets dat groter
75 VII, 1,84 | betekenis van de metafysica wordt nog duidelijker wanneer
76 VII, 1,84 | werkelijkheid begrepen en verwoord wordt, zonder verder te gaan om
77 VII, 1,86 | waarmee de benadering bedoeld wordt van hen die bij hun onderzoek,
78 VII, 1,87 | van een filosofie bepaald wordt op basis van haar geschiktheid
79 VII, 1,87 | historisch doel. Daarom wordt, tenminste impliciet, de
80 VII, 1,87 | niet waar in een andere. Zo wordt voor hen de geschiedenis
81 VII, 1,89 | handeling toelaatbaar is of niet wordt beslist bij parlementaire
82 VII, 1,89 | institutionele organen. Bovendien wordt de antropologie zelf ernstig
83 VII, 1,91 | oordeel over wat ‘postmodern’ wordt genoemd soms positief is
84 VII, 2,92 | en diepere wijze bekend wordt; het is nodig dat de mensen
85 VII, 2,92 | verdiept en gepresenteerd wordt op een wijze die overeenkomt
86 VII, 2,92 | die haar met de openbaring wordt toevertrouwd, zonder zich
87 VII, 2,92 | gekend en tot uitdrukking wordt gebracht. De Waarheid, die
88 VII, 2,92(109)| stond te gebeuren. Later wordt het echter duidelijk dat
89 VII, 2,92(109)| leiden in de volle waarheid’ wordt daarom bereikt in en door
90 VII, 2,94 | heilige tekst meegedeeld wordt. Zo belichaamt de menselijke
91 VII, 2,94 | heilsgeschiedenis. Deze waarheid wordt volledig uitgewerkt in de
92 VII, 2,95 | tot tijd en cultuur: ze wordt binnen de geschiedenis gekend
93 VII, 2,96 | van de zinnen waarin zij wordt verwoord, bewaren. 113 ware
94 VII, 2,96(113)| Kerk, zelfs wanneer zij wordt verwoord met grotere helderheid
95 VII, 2,97 | openbaring als nieuwe kennisbron, wordt dit perspectief bevestigd
96 VII, 2,98 | nodig dat de wijsbegeerte wordt herontdekt voor het geloofsverstaan
97 VII, 2,98 | geweten veranderd; het geweten wordt niet meer in zijn oorspronkelijke
98 VII, 2,99 | dat wat in de catechese wordt meegedeeld niet een verzameling
99 VII, 2,99 | menselijk begrijpbare taal wordt verhelderd. 121 De wisselwerking
100 Slot, 0,101 | Gods openbaring gevonden wordt; en dit was zeker van voordeel
101 Slot, 0,102 | menselijkheid des te meer bevestigd wordt, naarmate hij zich meer
102 Slot, 0,103 | leidt, te verdiepen. Dat wordt des te dringender als men
103 Slot, 0,106 | zekerder en scherpzinniger wordt. ~Tenslotte zou ik ook nog
104 Slot, 0,108 | worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte ertoe
|